Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

deze werkjes kregen een plaats naast het venster

De grote opruim

En dan is het weer zo ver: het einde van het jaar betekent de lokalen in de academie klaar maken voor de eindejaartentoonstelling. Elke klas moet zorgen voor de toegewezen ruimten: ezels, tafels, stoelen en kasten wegbergen. Meestal wordt alles opgestapeld achter panelen die jaarlijks worden aangebracht. Muren en panelen schilderen … en dan de tentoonstelling opbouwen.

In de tekenklas ben ik met enkele collega’s de ‘foto’s’ ingedoken. Het zijn foto’s die gebruikt werden bij het uitvoeren van een opdracht. Normaal worden die dan terug op hun plaats in de farde gestoken … maar heel vaak vergeet men de terugbergactie. Op het einde van het jaar worden dan vrijwilligers gezocht om die foto’s te ordenen. Ik doe dit werkje al een paar jaren. Nu zal ik het voor de laatste keer helpen doen. Eerst de foto’s die samen horen op eenzelfde stapeltje leggen en dan ze in de juiste farde steken. Het is een werkje dat eerst om analyse van de chaos vraagt en dan om de synthese van de georganiseerde verspreiding. Ik doe het graag, vraag me niet waarom. Trouwens, ik ben niet meer in staat om met de jongeren te sleuren met de het materiaal.

Ook in de schilderklas ontsnap ik aan het gezeul van de meubelen: de lerares vroeg me om passe-partouts te snijden voor schilderijen op papier. Dat is leuk om doen: door een passe-partout krijgen de werken meer uitstraling. Ik denk dan aan de collega’s die die werken maakten: ze zullen verrast zijn met het resultaat. Net of je helpt de wereld een beetje blijer en mooier te maken.

Daarna wordt er geverfd. Omdat alles al klaargezet werd en verschillende vrijwilligers zich aanmelden, is die karwei nogal vlug geklaard.

In de tekenklas is men reeds begonnen met het ophangen van de tekeningen terwijl we met de foto’s doende waren. In de schilderklas werken we er met de groep aan. We werken met twee ploegen. De ene groep, een mannengroep (twee in totaal, nummer drie is niet komen opdagen wegens te oud) hangt werkjes rond WOI omhoog, terwijl Brigitte en ik zorgen voor de andere werken, onder luide aanmoedigingen van de anderen. Die moeten kijken of alles recht hangt, geven commentaar als ze vinden dat een bepaalde presentatie niet zo best is of zwaaien lof toe als een groep werken het weer samen uitstekend doet. Het is een samenwerking waar je hoorndol van wordt maar tevens bindt die werkwijze de groep aaneen.

Als wat kan gedaan worden gedaan is, heb ik maar één verlangen: de stilte van thuis.

En nu maar snijden

Heel voorzichtig haal ik wat ik aankocht uit de verpakking alsof het om een rituele handeling gaat. En dan natuurlijk is het moment aangebroken waarop ik met dit materiaal aan de slag ga.

De nieuwe snijdmat is heerlijk. Gewoon mijn hand er over laten gaan voelt zacht aan. Van die zachtheid zal na intens gebruik niet veel meer van overschieten. Het nieuwe snijmesje doet het prima: het papier voelt als boter wanneer ik er in snij. Met het aangekochte papier heb ik nog wat moeite: het is opgerold en blijft moeilijk plat liggen. Dus zet ik er een strijkijzer op of hoe huishoudelijke karweitjes kunnen helpen om problemen een praktische oplossing te geven. Nu blijft het plat liggen en kan ik aan mijn snijwerk beginnen.

Uren ben ik intens bezig. Ik snij tot mijn vingers verkrampen. Het is zo heerlijk om doen. Ik wil nog wat klaar hebben voor de eindejaarstentoonstelling. Niet dat het nog noodzakelijk moet … maar ik heb zo’n zin om mezelf uit te dagen.

Nieuw materiaal

Ik blijf me volop uitleven met het snijden in papier. Alleen merk ik wel waar de tekorten zitten: teveel braam en vaak moeilijk om de juiste lijn te realiseren.

Ik wil het materiaal dat ik gebruik onder de loep nemen. Een breekmes van goede kwaliteit verhoogt een zuivere snede, maar voor fijn werk is het niet zo ideaal. Het papier is ook een voorwaarde voor zuiver werk. Dus naar de winkel om te zien of er iets op de markt is dat beter aan mijn wensen voldoet.

Omdat mijn snijdmat ook al doorkerfd is en dit soms aanleiding geeft dat mijn snijden een andere kant uitgaat dan ik wil, ga ik op zoek naar een nieuwe snijdmat. Gelukkig is dat allemaal nogal te betalen. Bij die snijdmat vind ik ook een houder met een zeer scherp snijmesje, ook vervangmesjes worden aangeboden. Dan ontdek ik bij het papier een nieuwe soort. Op rol wordt papier aangeboden waarop men graffiti kan spuiten. Dat papier lijkt me geschikt en wil ik ook eens uitproberen.

Met mijn wagen vol opwindende uitdagingen rij ik naar huis: ik ben echt benieuwd wat het nieuwe materiaal me zal aanbieden.

Kunstenaarsboekenbeurs

Op 7 en 8 juni ging in Tour & Taxis de zevende editie door van de kunstenaarsboekenbeurs. Daarin kwamen alle facetten van het kunstenaarsboek aan bod: zowel boeken over kunstenaars, als boeken als kunstobject. Prachtig ingebonden boeken in een foedraal als miniboekjes met alleen een lint om te sluiten.

Catherine vroeg of ik niet mee ging. Eerst eens op internet gekeken wat die beurs precies inhield … maar dan moest ik niet meer overtuigd worden. Omdat Catherine graag rijdt en je tegenwoordig via GPS je weg ook in Brussel kan vinden, gingen we met de wagen. We vertrokken om 9 uur, zodat we op tijd terug zouden zijn om nog wat van het zonnige weer te genieten en te rusten voor de nieuwe week begon. Helaas bleek die beurs veel boeiender dan de zon en rond de middag belde ik naar Karel dat ons bezoek het wat uitliep.

Ik werd er bijna gek van het aanbod. Nog maar vanuit het standpunt van papier als pure materie verzoop je in het veelsoortige en maar kijken en witte handschoenen aantrekken om heel voorzichtig te bladeren. Puur zintuiglijk genot. Er waren boeken over kunstenaars met een normale oplage, maar ook boeken met een beperkte oplage of boeken die gewoon uniek zijn. Aan een tafel zat een kunstenaar een uniek boek te maken: met allerlei tekenmateriaal was hij een harmonica aan het samenstellen. Ik weet niet of hij mijn aanwezigheid merkte: zo werken vraagt enorme concentratie want er kan niets ongedaan gemaakt worden. Aan het resultaat zag je dat er ‘plezier’ in het werk stak: heel kleurig en gebruik makend van verschillende technieken. Geen betere manier om je helemaal te laten gaan in het spel van de fantasie.

Toevallig was ik thuis een boek over Plantijn aan het lezen. Daarin werd uitgelegd hoe men vroeger drukte. Dat deed me oog hebben voor de praktische kant van de getoonde werken.

Ik kon het niet laten: ik kocht twee boeken. Het ene boek gaat over een kunstenares: Lignes van Pierrette Bloch. Wat me aantrok was o.a. haar werken met een heel naïef lijnenspel, maar vooral dat ze, geboren in 1928 tot op vandaag, als 86-jarige, actief is als kunstenares. Het andere is een dun boekje: Mémoires de papier van Nadège Moyart. Elke bladzijde is ingesneden met een ovaalachtige vorm die groter en groter wordt. Onderaan staan dan enkele woorden die met herinneren verband houden. Wanneer je op het einde van het boekje komt merk je dat de insnijdingen de jaarringen van een boom oproepen … de boom waaruit het papier gemaakt is. Kippenvel kreeg ik toen ik het boekje in mijn hand had.

 

 

 

 



 

Aquarel

 Christel vroeg of ik geen zin had om met aqaurel aan de slag te gaan. Vroeger heb ik al eens met aquarel gewerkt. Voor mij is het ontzettend moeilijk om er een goed resultaat mee te bekomen. Toch wil ik die techniek opnieuw uitproberen. Ik vind aquarel iets heel poëtisch hebben. Christel moest het me geen twee keren vragen.

Met een paar vrouwen komen we samen in het atelier van de kunstenaar. De anderen ken ik ook: ze zijn ook van Werchter.

De leraar is vooral gespecialiseerd in portretkunst, zowel in olie, acryl als in aquarel. Ik heb wat foto’s meegenomen waarmee ik aan de slag wil gaan. Hij legt me uit waarom die foto’s geen goede basis zijn: te abstract, geen goede lichtinval. Onmiddellijk krijg ik les over warm en koud licht. Hij stelt me voor met de basis te beginnen: een witte kom op een witte ondergrond. Eerst doet hij het voor en dan kan ik aan de slag.

Na een paar uur intens werken, wel met tussendoor een koffietje, heb ik de indruk nog nooit zoveel bijgeleerd te hebben. Het is niet mijn bedoeling om stillevens te produceren, maar nu wil ik me strikt aan die basisopleiding houden. Thuis kan ik dan experimenteren zoveel ik wil. Ik droom van abstracten waarin aqaurel en Oost-Indische inkt samen op weg gaan. Maar eerst het ‘ambachtelijke’ onder de knie krijgen … wie zei ook weer dat kunst niet alleen bestond uit inspiratie maar voor het grootste deel uit transpiratie?

 

 

De oorlogstentoonstelling

 Naast de tentoonstelling van Kunst Loco Motief, liep in hetzelfde Mixx centrum een tentoonstelling over WOI en WOII. Nu we daar toch waren, konden we het niet nalaten daar ook ruim de tijd voor te nemen.

Een eerste deel van de tentoonstelling was gewijd aan WOI: veel foto’s die een aangrijpend beeld oproepen hoe het voor de ‘gewone’ mens was, ook al stak hij soms in een legeruniform. Oorlog brengt alleen vernietiging voort: gebouwen die nog nauwelijks overeind staan, mensen op de vlucht … Feitelijk kunnen we ons dat nu niet meer inleven hoe het ‘toen’ was.

Een vrouw sprak me aan: toch erg hé. Ik zei haar dat ik me zo triestig voelde bij die foto’s. Ja, zei ze … en er is nog niets veranderd. We begrepen elkaar. Oorlog bracht alleen maar rouwen voort: toen en nu. Alleen is het nu wat verder van ons comfortabele bed. Wij keren niet terug naar een huis in puin, naar toekomstplannen die niet meer kunnen omdat de geliefde afwezig is, vreugde om kinderen die omdraaide in de nachtmerrie van hun dood. Familie als een geschonden illusie. Na elk bombardement, als je het overleeft, zich afvragen: hoe stellen de anderen het? Leven ze nog?

Een tweede deel betrof WOII. Enkele relicten uit die tijd werden getoond: vooral moto’s en wapens, Uniformen rond wassen soldaten moest het geheel wat ‘echter’ doen lijken. Die objecten kwamen uit privé-verzamelingen. Aan de toog stonden enkele mensen in uniform. Even dacht ik: waarom kruipen ze in zo’n uniform en staan ze aan de toog te drinken? Zijn dat mensen die graag oorlogje spelen?

Op het einde van de tentoonstelling stond een heel pakkende enscenering: wassen poppen droegen de gestreepte pyama’s van de gevangenen in de kampen. Ik liet me vooral meevoeren door een ‘klein’ formaat van pyama: dat moet wellicht nog een puber gedragen hebben die nauwelijks de kinderjaren ontgroeid was.

Ik had die avond genoeg gezien. Ik had geen zin meer om in de andere tentoonstelling nog met vrienden of bekenden te gaan praten. Christel en Ludo wilden ook naar huis. Oorlogsbeelden vragen zwijgen.

 

 

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten