
We stappen, na de uitleg van de toevallige gids, richting Kazerne Dossin. Op de weg: een gerestaureerde beestenwagon. Daarin werden minimaal 50 personen gepropt, maar als het nodig was werden er meer ingeslagen. Hoe voelden die mensen zich toen ze er heen gedreven werden. Zwangere vrouwen, oudere vrouwen, jonge meisjes die nog een heel leven voor zich hadden, oma’s die zich bekommerden om hun kleinkinderen, moeders die hun baby’s trachten te redden van een verstikkingsdood, mannen die onmachtig waren hun vrouw of kinderen te beschermen? Stuk voor stuk mensen die gestart waren als hoopvolle mensen, moedige mensen die wilden leven en dit leven door geven aan hun kinderen.
We staan voor een modern gebouw, als het ware uit één blok graniet gehouwen, maar het zijn stenen die opeen gelegd werden. Het heeft iets van: dit monument is niet meer omver te krijgen. Het staat voor integriteit, zonder één moment van frivole fantasie. Hier komt men zwijgen.
In een ruime hal is de ontvangstbalie gevestigd. We krijgen uitleg hoe we ons museumbezoek kunnen organiseren. Zelfs de vestiaire en toiletten worden vernoemd.
Eerst gaan we ons in de kelderverdieping ontdoen van jas en overbodige bagage. Dan nog even naar het toilet. Waarschijnlijk is het plafond ook daar wellicht tegen de drie meter. De deuren zijn uit mat glas. Voor elk toilet heeft men zowat een wastafel: modern van stijl, gemakkelijk te onderhouden. Terwijl ik mijn handen was vraag ik me af hoe het in 1942 was, wanneer duizenden mensen de kazerne ingedreven werden. Op deze verdieping is ook het cafetaria. Wellicht voor straks.
Terug naar het gelijkvloers. We beginnen met een film. Een audio apparaat geeft in verschillende talen uitleg. De meeste beelden en video fragmenten heb ik al gezien, maar toch blijft het me grijpen. Na de film kan de rondgang beginnen.
Het museum is niet alleen historisch bedoeld, het wil het lijden dat ‘toen’ aan bod was, kaderen in een bredere problematiek, die ook de hedendaagse tijd betrekt: ook nu nog worden mensenrechten geschonden.
Het museum is opgebouwd rond drie thema’s: massa, angst en dood. Op elke verdieping wordt verwezen naar het nu. Iris en ik volgen ons eigen ritme
Foto’s vertellen ons het verhaal van ‘toen’. Elke foto ‘plakt’ op mijn ziel, nochtans zie ik vele foto’s niet voor de eerste keer, ze zijn zo schreeuwend overbekend.
Familiefoto’s die spreken van samenzijn, fierheid van ouders op hun kinderen … en daar stopt het verhaal, toekomst die in het gas verdween. Naakte vrouwen die naar de executieplaats worden gedreven … zodat hun kleren konden hergebruikt worden voor degenen die van het juiste ras waren … daar kon ik bij zijn als ik toen tot het verkeerde ‘ras’ had behoord, maar ook mijn moeder en mijn dochters … of zou ik tot de daders behoord hebben? Elke foto daagt me uit te kijken, te ‘zien’ wat er toen gebeurde alsof het een ‘nu’ is
Familiefoto’s met de witte figuren van degenen die wegvielen. Dan nog zijn er mensen die de Holocaust ontkennen of minimaliseren. Ook intelligente mensen, ook mensen die hun vermogen tot empathie ontwikkeld hebben. Waarom ontwikkelt zo’n blinde vlek zich?
Op elke verdieping aan de zijmuur: een soort vergrote pasfoto’s van de mensen die van hieruit de dood ingereden werden: 25.482 joden en 351 zigeuners. Foto na foto, eindeloos … alsof een stad hier verzameld werd.
Ik kijk en kijk, tot ik uitgeput bij Iris op een bank val. Ja, we gaan nu best iets eten. Hoewel … het voelt zo onwerkelijk aan. Als ze niet veroordeeld werden tot rechtstreeks naar de oven, werden ze de wereld van honger ingedreven om te sterven door uitputtend slavenwerk.
Wij hoeven alleen af te dalen naar de kelderverdieping, naar de cafetaria. We nemen zelfs de lift … want na meer dan twee uur foto na foto te bekijken, lijken mijn benen het te begeven. Hopelijk kunnen we daar wat bekomen van de ervaring.