De Dossin kazerne


Eerst wat informatie:
De Dossin kazerne werd in 1756 gebouwd in opdracht van Maria Theresia van Oostenrijk en heette aanvankelijk het ‘Hof van Habsburg’. Het gebouw diende als infanteriekazerne en gaf huisvesting aan 2400 soldaten. Later werd het pand ook gebruikt als opslagruimte. Pas in 1936 kreeg het gebouw de naam Kazerne Dossin, voluit Kazerne Dossin de Saint-Georges, genoemd naar luitenant-generaal Baron Dossin de Saint-Georges.
Eind juli 1942 werd de Dossin kazerne als verzamel- en doorgangskamp ingericht. De Dossin kazerne was voor dit doel ideaal gelegen: centraal tussen Brussel en Antwerpen, waar 90 procent van de Joden woonden. Er liep een goederenspoorweg vlak naast de Dossin kazerne, zodat de gevangenen direct en ongezien naar de treinwagons konden worden geleid. Vanuit dit kamp in Mechelen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog 25.482 Joden en 351 zigeuners naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Van hen keerden 1.240 personen levend terug. Dit is minder dan 5% van het aantal mensen dat in de kazerne terecht kwam. Aanvankelijk werden Joden in Mechelen verzameld via een tewerkstellingsbevel. Later ging men over op een meer agressieve aanpak. Vanaf dan werden in verschillende regio’s in Antwerpen en Brussel razzia’s gehouden. In de zomer van 1942 werden de meeste mensen gedeporteerd. In 100 dagen verzamelde het Duitse leger toen 16.873 Joden en zigeuners voor transport. Slechts 385 overleefden.
Bij hun aankomst in de Dossin kazerne werden Joden en zigeuners geregistreerd en werden hun namen op de deportatielijsten geschreven. Hun goederen werden geconfisqueerd door het Duitse leger. Tijdens hun verblijf werden mannen en vrouwen fysiek en mentaal mishandeld door de bewakers. Ze moesten zich openbaar uitkleden voor onderzoek en werden vaak zonder reden geschopt en geslagen. Onder Hans Johannes Gerard Frank veranderde de situatie enigszins. De werkdruk werd verlaagd en de slaapruimtes werden verwarmd. De gevangenen bleven gemiddeld minder dan een week in de kazerne.
De gedeporteerden werden in 28 transporten naar Auschwitz gebracht. Op 19 april 1943 werd transport XX door het Belgische verzet te Boortmeerbeek tegengehouden. Hierbij konden 232 gevangenen ontsnappen, waarvan er 119 nooit meer opgepakt werden. Dit was tevens het eerste transport waarbij Joden werden vervoerd in goederenwagons. De gevangenen, ook (zwangere) vrouwen en kinderen, moesten een aantal dagen rechtop blijven staan.
Bij de grote transporten uit 1942 werd ongeveer 65% van de gedeporteerden na aankomst onmiddellijk vergast. De anderen werden als dwangarbeiders aangesteld. Door gebrek aan voedsel en hygiëne stierf ook een groot deel van hen. Vanaf 1944 werden procentueel gezien minder Joden uit België onmiddellijk vergast. Velen van hen kwamen wel om tijdens de zogenaamde dodenmarsen in 1945. Het laatste transport vertrok op 31 juli 1944. Op 4 september 1944 kwamen de laatste 520 gevangenen vrij, één dag nadat de bewakers de Dossin kazerne waren ontvlucht.
Vanaf 4 september 1944, het einde van de Tweede Wereldoorlog in Mechelen, werd de Dossin kazerne een interneringskamp van de Belgische repressie. 200 tot 300 verdachten werden eerst op de binnenkoer van het stadhuis samengebracht en nadien met vrachtwagens vervoerd naar de Dossin kazerne. Opnieuw werd de rechtsgang in de Dossin kazerne met de voeten getreden en werden de mensenrechten er geschonden. Vanaf 16 september 1944 (tot juni 1947) stond de Dossin kazerne officieel onder controle van het Ministerie van Justitie.
In 1948 kreeg het gebouw als school voor de administratie van de Krijgsmacht zijn oorspronkelijke functie terug. In 1973 echter verhuisde dit militaire instituut, waarna de Dossin kazerne in verval raakte. In de jaren ’80 werd het complex daarom in appartementen opgedeeld en in 1989 nam ook het stadsarchief zijn intrek in het gebouw. Op vraag van de Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België - Dochters en zonen van de deportatie (VJWB) en het Centraal Israëlitisch Consistorie van België (CICB) werd daarbij ook ruimte vrijgemaakt voor een museum over de periode waarin de kazerne als verzamelkamp dienstdeed. Het Joods Museum van Deportatie en Verzet werd officieel geopend in 1995 met steun van de Stad Mechelen en de provincie Antwerpen. Naast een museum werd ook een documentatiecentrum uitgebouwd. Dit documentatiecentrum wil documentatie over Joodse gedeporteerden verzamelen, inventariseren, bewaren en ontsluiten.
Het geheel werd in 2012 geopend als Kazerne Dossin, Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten. Het museum vertelt het verhaal van de Jodenvervolging in België en de functie van Kazerne Dossin daarbinnen. In de eerste plaats wil Kazerne Dossin een historisch museum blijven, maar daarnaast ook kritisch wijzen op mechanismen die leiden tot schendingen van de mensenrechten.
( Deze tekst werd overgenomen uit Wikipedia)















