De laatste dag
Wanneer ik ’s morgens de gordijnen open trek … ligt er een dik pak sneeuw. Neen! Hier komt geen mens doorheen.
Christel komt wat later dan afgesproken: ze moest haar auto van onder de sneeuw halen. Op de radio raden ze aan de wagen thuis te laten als er geen dringende reden is om zich op straat te begeven: vele wegen zijn glad en er zijn al verschillende ongelukken gebeurd.
De wegen naar Heist o/d Berg zijn meestal goed berijdbaar, maar soms is het toch behoorlijk glad en durft Christel maar stapvoets rijden. Het is dan ook een opluchting als we de parking opdraaien en ons een plaats zoeken. Op de parking is niet gestrooid, de weg ligt er spekglad bij. Maar we geraken veilig terug op ons podium. Om tien uur opent de beurs weer … maar wie gaat zijn leven wagen om ergens te velde een kunstbeurs te bezoeken.
Iemand komt met het verhaal dat er normaal op zondag een (rommel)markt in de buurt gehouden wordt, waar nogal veel volk op afkomt en dat die mensen gemakkelijk doorstromen naar hier. Nu zijn er welgeteld zes kramen verschenen … en van volk was er nog minder sprake. Bijgevolg: het bezoekersaantal is erg beperkt.
Nu ja, de moed niet laten zakken, wellicht klaart het weer op en zullen de wegen beter berijdbaar worden.
Ondertussen heb ik iemand leren kennen die een standje heeft met mooie gekalligrafeerde kaartjes. Ze heeft haar materiaal bij: zo kan ze terwijl ze hier zit, tonen hoe zo’n kaartje ontstaat. Ze heeft mijn tekeningen gezien en omdat dit ook grafisch is, vertelt ze me over haar werk en toont ze me haar materiaal. Ik krijg onmiddellijk zin om dat te gaan uitproberen, niet de kalligrafie, maar het werken met inkt en dat speciaal ‘schrijfmateriaal’ en dan met water de contouren verzachten. Met Oost-Indische inkt moet je het papier eerst nat maken en daarin werken met de inkt. Zij gebruikt gewone inkt. Zo kan ze lijnen trekken en dan met water op die lijnen inwerken. Waar een beurs allemaal goed voor is: komt er geen volk, dan kan je bij de buren op bezoek en een korte cursus aangeboden krijgen.
In de namiddag blijken de wegen beter berijdbaar en wordt het drukker. Plots duikt Sangeeth, mijn jongste dochter voor me op. Samen met een vriendin is ze naar hier gekomen. Ze wilden me verrassen … en dat is hen ook gelukt. Neen, ze hebben nog niet rond gekeken en dat willen ze eerst doen. Daarna is er tijd voor een koffie.
Mijn dag kan niet meer stuk. En dan krijg ik nog een cadeautje. Een koppel kijkt heel intens naar de tekenmap en wanneer ik hen aanspreek, ontstaat er een sprankelende babbel. Zelf tekenen ze niet, ze zijn meer met sport bezig, maar het spreekt hen wel aan. Het gaat over ouder worden, op pensioen gaan, vriendschap … Zo’n korte, intense gesprekken maken voor mij zo’n beurs tot iets waardevols, daarom wil ik die inspanning doen. Je krijgt kans om in de mallemolen van het leven even stil te staan met mensen, waarbij een wederzijdse beaming ontstaat en waardoor een blij gevoel nablijft.
Ik voel me wel moe worden. Gelukkig mogen we tegen vijf uur opbreken. Ondertussen zijn de kinderen van Christel ook komen opduiken en tegen sluitingstijd komt Ludo ook even kijken en helpen inladen.
Christel zet me thuis af. Karel helpt de bagage uitladen. Ik laat alles staan waar het neergezet is: morgen zal ik wel opruimen. Ik ben bekaf.
Ik sleur me door het avondmaal, duik voor de tv een zetel in en na het nieuws val ik in slaap … en slaap door tot ’s anderendaags. Ook Christel was moe … en die moest ’s anderdaags gaan werken.
Toch blij dat ik mee deed. Over enkele maanden is het Tremartre: we hebben ons al ingeschreven.
















