Maartse buien


Omdat ik toch niet anders kan dan ‘binnen’ blijven met dit winterse weer, zoek ik maar terug mijn tekentafel op. Niet dat ik het met tegenzin doe, integendeel … ik heb nu meer dan uitgebreid excuus om niet in de tuin te werken of nog erger: neiging krijgen om ‘de grote kuis’ te doen. Ik heb al vaak gedacht aan ons moeder zaliger. Na een winter met een kolenkachel als warmtebron, was het wellicht nodig van eens grondig te poetsen. Ik herinner me nog die vrieskou van toen: op de ramen vroor het bloemetjes en in het nauwelijks geïsoleerde huis was het ijzig koud. Alleen in de woonkamer was het warm. Een Leuvense kachel diende niet alleen om rond te zitten, je kousen te verschroeien als je probeerde je voeten te verwarmen, maar die kachel deed meteen dienst als keuken. Alles werd erop gekookt, gestoofd, warm gehouden … en ’s avonds werden er strijkbouten ingelegd of zelfs bakstenen, die, eens ze goed opgewarmd waren, in een handdoek gerold werden en voor het slapengaan tussen de ijskoude lakens gedropt. We mochten ons dan in de warme huiskamer omkleden en we liepen toen de trap op, om een voorverwarmd bed (of wat er voor moest doorgaan) in te duiken. Er was wel een ‘bouillotte’ beschikbaar … maar niet voor alle vijf de kinderen. En voor iedereen moest er bedverwarming georganiseerd worden.
Nu zorg ik op tijd dat mijn elektrisch dekentje het bed op de gepaste temperatuur brengt voor ik ga slapen. Nee, de keuken verhuist niet naar een centrale kachel in de winter, maar blijft lekker verwarmd gans de dag beschikbaar. Voor onze kinderen is dat comfort ‘evidentie’. Ik blijf er steeds met een dankbaar gevoel van genieten.















