Naar de Dossin kazerne in Mechelen


Afgesproken met Iris dat we elkaar in Mechelen zouden treffen en zoals afgesproken naar het museum van de Dossin kazerne trekken. Ik vertrek met de wagen naar Haacht en daar neem ik de trein naar Mechelen. Onze respectievelijke treinen zouden op hetzelfde moment het station binnen rijden. Van synchronisatie gesproken.
Aan het loket verneem ik dat de vorige trein naar Mechelen nog niet voorbijgekomen is en dat ik die waarschijnlijk wel zal halen. Ik stap direct op naar spoor twee (er zijn maar twee sporen in Haacht, zo groot is het station nu ook niet). Daar wordt omgeroepen dat wegens een koperdiefstal in ik weet niet meer welke plaats de trein twintig minuten vertraging heeft … dit betekent dat die trein juist vijf minuten vroeger vertrekt in Haacht dan de trein die ik van plan was te nemen.
Ik neem toch die verlate trein: het is er warm binnen en wie weet wanneer ‘mijn trein’ er door komt. Van Haacht naar Mechelen is een tiental minuten rijden. Toch heb ik een boekje meegenomen … hoe ouder ik word hoe minder tijd ik heb om zomaar te niksen: er is nog zoveel dat ik wil weten.
Even voor de trein in Muizen (laatste station voor Mechelen) stopt, krijg ik een berichtje op mijn gsm dat Iris al toegekomen is. Later blijkt dat ze een trein vroeger kon nemen dan gepland. Ik sms haar dat ik er bijna ben. Ik stop mijn boek(je) in mijn handtas want nu ben ik gefocust op het weerzien van Iris: sinds ons laatste ‘elkaar zien’ zijn er reeds enkele maanden verlopen.
Wanneer de trein in Mechelen tot stilstand komt, kan ik niet rap genoeg uitstappen … wel wat moeizamer dan ik wil met mijn oude benen … wat blijft die onderste treintrap hoog steken boven het perron.
Dan de trap af en rondkijken. Iris staat even verder te wachten. Blij weerzien. Een buitenstaander ziet dan twee ouder wordende vrouwen die de kille stationsgang vol warmte stralen.
Dik ingepakt tegen het winterse weer vetrekken we. Niet te geloven dat twee dagen later het zomeruur gaat beginnen.
Iris, die steeds zowat reisgids speelt, bevraagt welke bus we moeten nemen naar de Dossin Kazerne. Blijkt dat we om het kwartier vervoer hebben, best een meevaller. Even later komt de bus het perron opgereden. Met onze 65-plusser kaart, reizen we gratis. ’t Zou jammer zijn mochten ze dat afschaffen … voor mensen die slecht ter been zijn (wat nogal eens voorkomt boven de 65) en beperkte financiële middelen hebben, zou dat slecht uitkomen.
Iris vraagt de chauffeur een teken te geven als we aan de halte voor de Dossin kazerne zijn. Voor de chauffeur geen probleem. Even later horen we iemand vragen naar een Delhaize op de route, ook daar weet de chauffeur een antwoord op.
Terwijl de chauffeur in afwachting van het vertrek even buiten een sigaret gaat roken, installeren we ons. We zijn blij weer samen te zijn, terug het gevoel vinden dat we elkaar zoveel te vertellen hebben … alsof er geen tijd verstreken is sinds de jaren van intense vriendschappen in dat (voor mij toch) ellendige pensionaat. Woorden gaan over en weer. Tot de bus vertrekt. We kijken uit naar dat Dossin museum. De chauffeur geeft ons tijdig teken dat we moeten afstappen. Toch even de weg vragen aan een voorbijganger (feitelijk een fietster) welke richting we juist uit moeten.
We kunnen het gebouw niet missen, het torent een beetje boven de andere uit. Nog even door de kou stappen en we bereiken de plaats waar we heen willen. Mooi zo.














