Het eendennest
Het is ideaal weer om in de tuin te werken. Vol overgave beperk ik de struiken en vooral de klimplanten tot leefbare elementen, snoei ik het droge winterhout weg en verzamel de resten van droog gras en ander afval. Na elke snoeibeurt kan ik tevreden rondkijken: het verschil is duidelijk zichtbaar. Dat is ook zo leuk aan het opruimen van een ietwat verwilderde tuin: je ziet dat er in gewerkt is. Plots krijgt alles een groener uitzicht nadat de geelbruine kleuren verdwenen zijn. De natuur doet ondertussen ook zijn best, de lente springt uit het botten van de bomen en de mensen voelen zich stukken beter bij wat zon.
Nu is het de beurt aan de vijver. Het droge riet aan de kant moet met een snoeischaar ingekort worden. Meestal doet Karel dit werk … maar die wordt geplaagd met rugproblemen en is uitgeschakeld voor deze activiteiten. Nu, ik zal deze klus wel klaren. Toch is er een probleem: met de snoeischaar kan ik, vanaf de kant, maar heel beperkt het riet bijknippen. Een bootje om op te varen heb ik niet, dus moet ik een andere oplossing zoeken. Ik neem de steel van de hark en de hak, haal de doorzichtige verpakkingstape en bind de stelen van de snoeischaar aan die van de hark en hak. Ik hoop dat het stevig genoeg is, maar die verpakkingstape kan toch wat aan. Met verlengde schaararmen reik ik naar het verder gelegen riet … en het lukt me om de verdorde uitgroei een stuk kleiner te maken. Het is geen haute-coiffure, maar voor de afwerking zal de natuur wel zorgen.
Plots vliegt een vrouwelijke eend met veel gedoe op. Ik schrik wel even. De laatste weken kwam vaak een koppeltje langs om zich te vermeien in het water. Vooral de woerd is mooi om zien. Gisteren maakte Karel nog de opmerking: waar zou het vrouwtje gebleven zijn, we zien alleen het mannetje nog af en toe. Nu, in de beste families kan het tot spanningen komen en wellicht is ieder zijns weegs gegaan. Nu blijkt dat vrouwtje toch hier te zijn. Ik maak mezelf wel de bedenking dat het lang gewacht heeft om op te vliegen, meestal reageren wilde dieren veel vlugger. Maar ik knip verder, verwijder het afgeknipte riet uit de vijver … tot ik plots op een eendennest stuit. Op het eerste zicht zie ik vijf eieren liggen, maar het kunnen er meer zijn. Ik dek het nest toe, zoals ik het gevonden heb en hoop dat moedereend terug wil komen om haar broedtaak verder te zetten. Maar ik vrees er voor: al het hoge riet is afgeknipt. Jammer.
Ik vertel Karel wat ik ontdekt heb … en hij vreest ook voor het verder zetten van het broeden. Hij had ook wel graag eens een kroost eendenkuikens zien rondwaggelen … hoewel, die laten een spoor na en ik denk niet dat het zo ideaal is voor de kwaliteit van het vijverwater, wellicht doet het gazon daar meer voordeel bij.
’s Anderendaags duik ik weer de tuin in. Vandaag wordt het kruidentuintje op orde gesteld: zowat alle keukenkruiden zijn bevroren, dus moet ik op zoek naar nieuwe aanplant. Tot ik plots aan de moedereend denk … zou ze teruggekomen zijn? Voorzichtig trek ik naar het nest … en wie zit er in al haar glorie te broeden? Hare majesteit. Heel onopvallend, wat passen haar kleuren bij haar omgeving, ze lijkt erin te verdwijnen. Als je het niet weet loop je zo voorbij die vorm van kraamkliniek.
Ondertussen laten de kippen bij de buren met veel kabaal horen dat ze weer een ei gepresteerd hebben. Wat bij de ene vogel aanleiding geeft tot een orkestrale uitgave, gaat bij de andere vogel in alle geruisloosheid voorbij.
Toch benieuwd naar de verdere afloop van deze eendenuitbreiding.














