Van keukentafel tot 'God'


Belgische, Italiaanse en Marokkaanse ouders over identiteit en opvoeding.
Noel Clycq
Aan de basis van dit boek ligt een doctoraatsthesis. Maar laat je niet afschrikken, ook voor de leek is deze studie erg leesbaar.
De onderzoeker bevraagt Marokkaanse, Italiaanse en Belgische (Nederlandstalige) gezinnen. Hij wil te weten komen wat ze in die specifieke milieus denken over etniciteit, gender, en de rol van de godsdienst daarin. Het boek laat zich indelen in enerzijds de theoretische omkadering en visie, anderzijds de concrete bevraging en antwoorden en de conclusies die daaruit kunnen getrokken worden.
De theoretische uiteenzetting, die zowat een derde van het boek in beslag neemt, laat ons over de schouder van de onderzoeker meekijken hoe hij het eigen denkkader vorm geeft. Het is geen droge opeenstapeling van verwijzingen naar andere studies. Integendeel. Het is alsof we in het hoofd van de onderzoeker mogen plaatsnemen en zien hoe zijn denken over de basisbegrippen als ‘etniciteit’, gender, cultuur, socialisatie afgetoetst wordt aan andere studies, waardoor hij het eigen begrippenkader verheldert en de lezer aangesproken wordt om de doelstellingen van het onderzoek beter te begrijpen. En dat allemaal in een taal die voor een leek erg leesbaar is, zodanig zelfs dat die theoretisch verkenning de lezer nieuwsgierig maakt naar wat de concrete bevraging gaat opleveren.
Op het einde van zijn theoretische uiteenzetting geeft de schrijver aan hoe zijn onderzoekspopulatie tot stand gekomen is. Die wordt gekenmerkt door grote diversiteit op het vlak van etnische origine, geslacht, opleidingsniveau, arbeidssituatie en leeftijd, binnen de aangeduide groepen
In de beschrijving van de concrete bevraging word je meegenomen voor een boeiende leeservaring. Aan de hand van de concrete antwoorden van de bevraagden laat de onderzoeker ons kennis maken met mensen die alleen het beste voor hun kinderen willen. Het onderzoek laat ons zien hoe ouders via allerlei kanalen proberen hun kinderen vertrouwd te maken met de culturele eigenheid: via het contact met de eigen familie, over gebruik van specifieke kanalen op tv tot het les volgen op de Koranschool. Voor Vlamingen is het doorgeven van de culturele eigenheid een evidentie waarbij niet stil gestaan wordt, voor Italianen of Marokkanen die hier als tweede of derde generatie aanwezig zijn, moet men toch bewuste stappen ondernemen om dit te realiseren.
Bijzondere aandacht vraagt de religieuze invalshoek. Italianen zullen zich nog als een aparte groep voelen tegenover de Belgen en Marokkanen. Maar komt de godsdienst ter sprake, dan voelen de Italianen en Belgen zich als één groep en zijn de Marokkanen (de moslims) de anderen: een gemengd huwelijk met een moslim(a) wordt als zeer problematisch ervaren… of hoe het (voor)oordeel dat de moslim-gemeenschap zich afsluit van de autochtone (dominante christelijke) gemeenschap deels ook te wijten is aan die autochtone gemeenschap. Hier zien we ook hoe de visie op het man- of vrouw-zijn meespeelt in het beeld dat we hebben over de Islam: omdat de vrouwen niet gelijkwaardig zijn aan de man, zal een huwelijk met een moslim man voor de vrouw betekenen dat ze de man zal moeten gaan dienen, het huwelijk van een moslima met een Italiaanse of Belgische man zou dan weer minder problematisch zijn, hier is aanpassing mogelijk.
En dan komen er soms addertjes vanonder het gras opduiken: Marokkaanse ouders hebben vaak het gevoel dat hun kinderen op school te veel ‘geproblematiseerd’ worden door het CLB (centrum voor leerlingenbegeleiding) en te gemakkelijk doorgeschoven naar onderwijs van een lager niveau.
Terwijl je als lezer het verslag van het gesprek volgt, met de vraag van de onderzoeker en het antwoord van de respondent, komt vaak de gedachte naar boven: wat zou ik antwoorden, hoe kijk ik tegen die situatie aan? Daarom is dit boek aan te bevelen ook voor niet gespecialiseerde lezers. Deze studie zal haar belang wel hebben in de onderzoekswereld, maar daarbuiten vormt het wel een gelegenheid om na te denken over de eigen opvatting over bepaalde bevolkingsgroepen en kan ze de eigen vooroordelen in vraag doen stellen. Want vaak hebben onze angsten voor ‘die anderen’ te maken met het onbekend zijn met de leefwereld van die ‘anderen’. ‘Van keukentafel tot God’ is een vorm van brug die kan helpen om de angst voor ‘die anderen’ te overwinnen.

