Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Op weg naar de Bremberg, daar kunnen we eten en rusten. Hier is het pad smal en moeten we achter elkaar lopen.

De Smikkeltocht

030513  De Smikkeltocht

 

Carlo, de man van Aike, heeft de familie uitgenodigd voor ‘de Smikkeltocht’: een culinaire wandeling. Een zestal kilometer stappen en ondertussen even halt houden om een aperitief te drinken, soep te nemen of balletjes in tomatensaus of vol-au-vent met frietjes te eten … en ondertussen, aan een rustig tempo, de calorieën wegwerken. En dat allemaal in familieverband. Een scenario om van te dromen, zeker als het weer wat meevalt.

 

Om 11 uur is het verzamelen geblazen bij Carlo en Aike. Daar wacht ons koffie. Dan met de wagen van Carlo die iedereen kan meenemen naar de vertrekplaats voor de gezondheidswandeling. Toch eerst de jongste zus ophalen, die heeft zich verslapen.

 

Het weer is schitterend. Veel zon hoewel het wel guur aanvoelt als er wind waait. Bij het vertrekpunt in Blanden krijgen we een plannetje, maar Carlo kent de streek op zijn duimpje. Het ouderlijk huis staat niet zo ver weg. Deze bossen waren de achtertuin van zijn kinderjaren.

 

We doen het rustig aan, zodat Deepak, die met krukken loopt, geen moeite heeft om het tempo te volgen. Ondertussen genieten we volop van het groen, de kleuren … de ruimte. Wat schitteren de paardenbloemen in de wei met hun intens geel.

 

Al pratend bereiken we de eerste halte. We kunnen kiezen tussen cava en fruitsap. De ruiters stallen hun paarden tussen de bomen. Het gehinnik geeft de sfeer een extra landelijk tintje. Er zijn ook hapjes voorzien. Alles verloopt zeer ontspannen. Dan maar verder naar het volgende rustpunt: hier wordt soep bedeeld. Voor ons ligt een diepte: de Moemmeldel. Het verhaal gaat dat daar ooit een kerk gestaan heeft die op een dag ‘verdween’ in de grond en soms, bij onguur weer, hoort men nog klokkengelui. Gelukkig dat nu de zon schijnt en de kinderen vol enthousiasme de helling kunnen afdalen.

 

Het einddoel is de Bremberg in Haasrode. Daar staan tafels en stoelen. Even rusten zal deugd doen, want zo slenteren weegt toch wel in de benen … of komt dat door de cava?

 

Op voorhand moesten we onze voorkeur melden: gehaktballetjes in tomatensaus of vol-au-vent. Allebei met frietjes. Het smaakt, ook de frietjes zijn lekker en een glas witte wijn voltooit het genieten. Voor de koffie moeten we nog even wachten, dat krijgen we pas bij het dessert als we terug op ons vertrekpunt aankomen.

 

We voelen ons allemaal een beetje moe. Sommigen zijn gisteren laat opgebleven, anderen vinden het slenteren wel vermoeiend en ik … ik wijt het maar aan mijn leeftijd. Carlo stelt voor de auto te gaan halen, maar dat willen we niet, zo laten we ons niet kennen. Langs een andere weg keren we terug naar het beginpunt. Het is een prachtige streek: het licht van de zon, de ruimte van de velden, dan weer even het bos in. Het is net of de winter die nooit leek op te houden en nu eindelijk voorbij is, ons dubbel doet genieten van het lenteaanbod.

 

Op de vertrekbasis is nu alles geïnstalleerd voor koffie met taart, of tiramisu, of rijstpap, of  … We blijven nagenieten tot er wat wolken komen opzetten. Dat maakt het meteen wat frisser. Tijd om naar huis te gaan.

 

Onderweg zet Carlo Sangeeth af, die wil nog even Leuven zelf induiken, pikt hij zijn zoon op, rijdt nog even langs de dansschool zodat Aike daar haar wagen kan oppikken en voert ons dan naar hun thuis, waar onze wagens staan. Neen, we gaan niet meer binnen, ondanks de warme uitnodiging. Deepak heeft nog wat te doen voor een eindwerk, Manon is moe … en Karel en ik willen zo vlug mogelijk gaan rusten en nagenieten van het samenzijn.

Kathleen Sneppe

020513 Kathleen Sneppe

 

We zijn elkaar tegengekomen ergens in een atelier waar we kwamen tekenen naar model. Daarna zagen we elkaar terug bij het nieuwe jaar in de tekenles. Van het ene woord, komt de andere volzin … en we stelden het erg goed met elkaar. Zo kwam de tentoonstellingsruimte van de dansschool ter sprake. Kathleen had interesse en Carlo was blij haar te kunnen inschrijven bij de exposanten. In maart was het dan zo ver. Ik ging met plezier mee om de tentoonstelling op te zetten. Enkele dagen geleden spraken we af om de werken terug te halen.

 

Voor de werken van de muur gehaakt werden, maakte ik enkele foto’s. Ik hou van het werk van Kathleen, hoewel ze totaal anders werkt dan ik. Er zit een vorm van humor in haar werk die ik erg waardeer. Ik voel haar lachen achter haar doek. Tegenwoordig legt ze zich toe op die humor: ze schetst eerst een portret en maakt er daarna een karikatuur van. Elke keer als ik haar op de tekenklas zie vraag ik om haar schetsboek: een verfrissing om naar te kijken.

 

Hieronder wat foto’s van haar werken. Maar googelt even haar naam. Dan krijg je een boeiende site te zien.

 

 

.

.

.

.

.

.

.

De laatste loodjes

Christel en Ludo komen na de middag het atelier een nieuwe verflaag geven. Niet dat de muren er afgeleefd bijstaan, maar een nieuwe laag witte verf geeft toch een frisse indruk, en met ’t Alent voor de boeg is de motivatie onmiddellijk gevonden, vooral, omdat het atelier de ruimte van Christel wordt om haar werken voor te stellen. Karel helpt mee maar moet vlug afhaken: bezoek. Ik ben om twee redenen blij voor hem: omwille van het bezoek maar ook omdat hij zo zijn rug kan sparen.

 

Zelf concentreer ik me op de laatste werken in de tuin. Die ligt er nu prachtig bij … maar vraag mij niet hoe ik me voel: gewoon moe. Ik wilde van geen ophouden weten, wou de tuin in orde voor de kunstroute … nu voel ik zowat elke spier protesteren tegen elke vorm van beweging. Maar ik ben echt blij met die nieuwe tuin. Als het op 5 mei droog blijft en af en toe wat zon, zal alleen al de locatie een feest om zien worden. Ook Christel ziet enthousiast uit naar die dag. De tentjes zullen mooi staan tussen al dat groen.

 

Na twee uren doorwerken geef ik het op. Ondertussen heb ik toch kunnen doen wat ik gepland had. Een douche helpt door de zwaarste vermoeidheid heen. Ik installeer me in een zetel en probeer wat te rusten. Gelukkig dat de volgende dagen minder zwaar zullen zijn.

 

Tegen zes uur zijn de borstels uitgespoeld, heeft Karel zijn bezoek uitgeleide gedaan en kan de schuimwijn boven gehaald worden. Daarna gaan we samen eten. We hadden al dikwijls gezegd: we zouden nog eens samen moeten uit eten gaan. Dan kan je uitgebreid bijpraten, wat dieper op zaken ingaan. Nu is het een goede gelegenheid. Na samen intens gewerkt te hebben is dit een goede afsluiter.

 

Hieronder wat foto’s van de tuin … over enkele maanden zal die er wel wat wilder bijliggen. Na deze schoonmaakbeurt mag de tuin weer groeien en bloeien naar hartenlust … alleen het gazon wordt dan af en toe nog afgereden.

.

.

.

.

.

.

.

Het lege nest

Het eerste wat ik doe als ik de tuin in trek: kijken of alles nog oké is met de broedende eend. Tot hiertoe verliep alles blijkbaar volgens wens: de eend zat uitgebreid haar nest te verwarmen. Deze ochtend echter bleek ze niet aanwezig. Was ze opgeschrikt door iets? Toen ik dichterbij kwam ontdekte ik een verregend nest, zonder eieren. Wat was er gebeurd sinds gisteravond, toen alles nog in orde was? Wie heeft er op de eend en haar eieren gejaagd?

 

‘k Voelde me wel even aangedaan: een nest leegroven doet men niet. Neen, niet bij de mensen, maar dieren beleven hun natuur zoals die hen is meegegeven: is men eendenjager dan is er geen morele wet die kan verhinderen dat men op eenden jaagt. Alleen de mens heeft de mogelijkheid om volgens een morele wet te leven.

 

Het blijft toch wat naweeën. Ik zag de eendenkuikens al waggelen achter hun moeder. Veel kansen om te overleven zouden ze wel niet gehad hebben: het zit hier vol ‘jagers’. Is het niet op vissen dan zijn kuikens niet te versmaden. De achterburen moeten hun kuikens beschermen door ze te plaatsen in een ren die ook bovenaan afgesloten is.

 

Dat is nu eenmaal leven ‘op den buiten’. Ondertussen heb ik de tuin een beurt gegeven … hij ligt er nu uitdagend groen bij en daartussen alle kleuren van de lente. Nog hier en daar wat bijwerken (niet met de nagelvijl, de haagschaar is voldoende) en ’t Alent mag zich aanbieden.

Tranen over Mortsel

De laatste getuigen over het zwaarste bombardement ooit in België

Peter Serrien

 

Er zijn al heel wat getuigenverslagen verschenen over WOII. Nu de laatste getuigen bijna verdwenen zijn, is het dringend tijd om hun verhaal te beluisteren en te bewaren voor later.

 

Het grote geschiedenisverhaal vinden we in de overzichten van de gebeurtenissen, als het ware vanuit vogelperspectief. Oorlogen staan daarin vaak centraal en de weergave van de feiten gebeurt via de ogen of de interpretatie van de overwinnaar. De verliezer zwijgt liever. Die verhalen geven niet alleen feiten weer: oorlogen komen niet zo maar uit de lucht vallen. Daarom is boeiend om de context te vernemen: hoe men in die bepaalde tijd dacht, wie had macht, wat was bv. de plaats van de vrouw in de samenleving, welke rol speelden godsdiensten, wat waren de transportmogelijkheden … veel fraais levert dat allemaal niet op, vooral als we kijken vanuit het ‘nu’. Gewoon even bekijken hoe een oorlog verliep voor de stoommachine werd uitgevonden. (De machine was in 1705 al uitgevonden door Thomas Newcomen en John Cally, maar er was pas in 1764 algemene toepassing mogelijk na de innovaties van de Schot James Watt (1736-1819). Wikipedia). Om de troepen te voeden plunderde men gewoon de dorpen waar men langs ging. Dit kon meerdere keren gebeuren … oorlog voeren verschilt wel van spelen met tinnen soldaatjes.

 

Wanneer ‘getuigen’ aan het woord zijn, krijgt de lezer een ander perspectief aangeboden: het individu dat vanuit een bepaald standpunt de geschiedenis ‘ervaart’. Wat een momentopname in de grote geschiedenis is, wordt een ervaring die de rest van het leven tekent.

 

Dit vinden we terug in ‘Tranen over Mortsel’. Ik kreeg dit boek van Maria toen ze op bezoek was: ze kent mijn voorliefde voor geschiedenis, vooral WOII … en met dit boek trof ze raak. Dank je wel Maria.

 

Pieter Serrien (geboren 1985) is historicus en specialist mondelinge geschiedenis. Hij verzamelde de verhalen van mensen die het bombardement in Mortsel meemaakten: op 5 april 1943 bombardeerden de Amerikanen Mortsel. Het was de bedoeling om het vliegtuigenfabriek Erla te raken … maar door omstandigheden kwamen de bommen terecht op de dichtbevolkte woonkern in de wijk Oude-God en een aantal scholen in de omgeving. Balans: 936 doden waarvan 209 kinderen, 1342 gewonden en 1259 vernielde of zwaar beschadigde woningen. ‘Friendly fire’ noemen ze zo iets. Het was het zwaarste bombardement dat België ooit te verduren kreeg … maar omwille van ‘de winnaar schrijft de geschiedenis’ wordt dit tussen de plooien van de geschiedenis gedeponeerd … en dan moet er ook geen of nauwelijks oorlogsschade betaald worden.

 

Pieter Serrien heeft een aantal mensen aan het woord gelaten: ze waren nog kind of toch nog erg jong toen de bommen vielen. Hij structureert de verhalen rond bepaalde punten in de tijd: de aankondiging van het bombardement, de vallende bommen, het tweede bommentapijt, schuilen, onmiddellijk erna, hulpverlening … ook de scholen krijgen een aparte verhaalruimte.

 

Dan kijk je door de ogen van een kind naar wat er gebeurt. De angst, de doden, de paniek … ik moet dan altijd denken aan de kinderen ‘nu’ die een oorlogssituatie meemaken. Op tv krijg je wel de beelden van steden die tot een ruïne herleid worden, volwassenen (meestal mannen) die met een gewond of dood kind in hun armen lopen … allemaal diep aangrijpende beelden. Ik zou willen dat die oorlogen stoppen … maar kan alleen maar machteloos ‘weten’ dat ginds mensenlevens worden verwoest. Niet alleen letterlijk maar ook psychisch … hoe kan men die trauma’s verwerken?

 

De kinderen van ‘toen’ die nu als volwassenen aan het woord komen nemen je mee naar concrete plaatsen, concrete situaties, je doorleeft hun angst onder de trap, onder hun lessenaar waar ze proberen te schuilen. Je voelt hun pijn van het geraakt zijn door rondvliegende scherven. Is het mogelijk te ontreddering te benaderen wanneer een kind ontdekt dat het vriendje naast hem dood is, dat het op weg naar huis een hand ziet die niet meer aan een lichaam hangt.

 

Die kinderen groeiden op, werden volwassen … en vonden vaak geen woorden of ruimte om dat verhaal, dat hun leven tekende, naar buiten te brengen.

 

Nu zijn die verhalen samengebracht in een boek. Het is een heel aangrijpend boek. Mensen vertellen in heel gewone woorden wat er toen gebeurde. Dat juist maakt het zo doorleefd: het zijn verhalen die uit de diepte van zichzelf komen, niet aangepast aan een of andere visie. In woorden waarmee ze de gewone zaken van het leven uitspreken zoals brood en beleg, terug dat kleine kind worden dat toen de bommen vielen, het kind-zijn verloor.

 

Dit boek zouden alle politici die pro-oorlog zijn, moeten lezen … maar die hebben andere dingen aan hun hoofd, bv. olie.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten