Verwendag


Na de drukte van het opbouwen en afbreken van tentoonstellingen, krijgt het leven weer zijn normale ritme … hoewel.
Twee kleinkinderen hadden nogal dringend opvang nodig … en of het kon bij oma Lut. Normaal ging ik modeltekenen in de namiddag, maar natuurlijk krijgen ze voorrang. De periode dat je mag en kan voor kleinkinderen zorgen gaat zo vlug voorbij. Ik wil er een verwendag van maken, daar dienen oma’s immers voor of niet?
Op aanvraag wordt er eerst getekend … op echt tekenpapier. Muisstil is het. Ik kan zelf ondertussen een tekening afwerken. Ze werken beiden heel geconcentreerd, zonder een woord te zeggen. Dan moet de kleinste dringend wat buitenlucht hebben. Onze tuin is voor hen wel boeiend: in de vijver vissen en bij de buren kippen en een klein varkentje. Dan nog sparappels die je zo maar kan oprapen en weggooien.
Daar we nog brood moeten aankopen, Karel heeft gisteren geen tijd gehad om te bakken, moeten we er even op uit. Ik zorg dat ik na de bakker, bij het SPIT terecht kom. Ze krijgen elk 2 euro en mogen kopen wat ze willen. Het speelgoed lijkt hen niet zo aan te trekken en ik zie ze verdwijnen naar de stripverhalen. De jongste heeft zijn strips vlug gevonden: twee in totaal. De oudste kan niet zo vlug besluiten, ze wil nog wat zoeken. Zelf vind ik twee boeken die me aanspreken en ondertussen zijn ook de laatste strips gevonden. Nu moeten ze gaan betalen. Ik neem wat afstand en zie hoe de man aan de kassa plezier heeft als hij de kinderen een voor een bedient.
Terug naar huis. Ik ga nog even de tuin in. De zon schijnt warm en het onkruid groeit boven alles uit.
De kinderen hebben hun strips al eens doorgenomen en komen me assisteren. Omdat het onkruid zich in volle bloei aanbiedt, kan ik gemakkelijk uitleggen welke planten ze mogen uittrekken. Ze hebben zich voorbeeldig gekweten aan die taak … dat ze daarbij wel eens iets vertrapten, geen drama, planten herstellen zich wel. Ondertussen krijg ik hele verhalen te horen over van alles wat hun leven beroert. Ik merk door hun verhalen hoe ze groeien. Het kleine jongetje wordt een jongen met stoere uitdrukkingen als keigoed, keitof als het maar met ‘kei’ begint. Ik hoor het zo graag uit zijn mond komen. Als hij daarbij heel zelfbewust zijn handen om een bundel onkruid klemt is het alsof hij de wereld verovert. De kleindochter is wat stiller maar zeer ter zake. Zij blijft met de voeten op de grond en ziet onmiddellijk oplossingen voor een probleem … tot ze honger krijgt en voorstelt of ze de tafel al kan dekken en even later komt zeggen dat het bijna twaalven is. Van diplomatie gesproken. We ruimen de boel maar op want de zon is weer weg en regenwolken dienen zich aan. Het uurtje tuinieren heeft deugd gedaan, zeker met de hulp van die twee kabouters.
Normaal is het middagmaal een rustige bedoening is, woorden gaan heen en weer, maar nu wordt dit gebeuren opgefleurd door hele verhalen. Ze hebben moeite om elkaars verhaal niet te onderbreken.
Omdat ik graag een middagdutje doe, stel ik voor dat ze zich terugtrekken in de tv-ruimte en wat strips lezen. Het werken in de tuin heeft me wel moe gemaakt. Ja, oude mensen moeten een dutje doen, weet de jongste.
Het vieruurtje zorgt voor een verrassing: pannenkoeken. Als ze ’s middags ‘gezonde’ boterhammen eten, krijgen ze daarna iets lekkers om te verwennen, dat mag bij oma’s. Daar beloven ze bergen van te eten, maar hun ogen zijn groter dan hun buik. Toch heeft het heerlijk gesmaakt.
Daarna nog wat tv kijken tot ze worden opgehaald. Blij dat ze komen, blij dat ze gaan. Toch een oma-dag om op een schoteltje te presenteren.








