Granada


De titel van de voorstelling is ‘Granada’. Waarom? Het kon gewoon elke stad zijn, maar de schrijver (een leraar) was in Granada toen hij de tekst uitschreef. Die stad inspireerde hem blijkbaar, ook omdat het leven daar zo uitdrukkelijk naar ‘buiten’ gericht is.
De openingsscene is een dans. Goed gebracht: de jonge dansers genieten ervan. Maar naarmate het geheel vorm krijgt blijf ik als het ware aan mijn zetel vastgeklit. De ganse opvoering draait rond relaties. Een thematiek die niet alleen jongeren aanspreekt. Maar geen halfzacht gedoe. Aantrekking, afstoting, symbiotische verwarring, eenzaamheid, vreugde … De inhoud is af en toe zo grijpend dat ik vergeet naar een schoolvoorstelling te kijken. Er werd bij het begin gevraagd niet te applaudisseren, maar soms zou ik luidop willen beamen wat ze zo doorleefd op de scène zetten.
Ik heb pas de boeken van Iki Freud * gelezen. Die gaan over probleemrelaties die kunnen ontstaan tussen moeder en dochter, moeder en zoon en hoe zich dat in het latere leven verder zet. Het is net of ik die boeken daar uitgebeeld zie. Die jongeren ‘voelen’ wat ze naar buiten brengen. Later vertelt de dochter van A. en L. dat ze een heel proces doorlopen hebben bij het vorm geven van de inhoud. Maar telkens is er een vleug humor of een zachte spotternij die het thema draagbaar maakt.
Wat me zo aantrekt: elke leerling of leerkracht kan zich manifesteren op het gebied waarin zij/hij goed is. Zo gingen enkele leerlingen met een leerkracht aan de slag om het decor te beschilderen. Anderen namen de verantwoordelijkheid op zich voor de opbouw van het decor. Er waren jongeren waarvan je duidelijk ziet dat ze een opleiding dans volgen, muzikanten die de zaal ontroeren. Er wordt gezongen (o.a. door de dochter van A. en L. die een pracht van een stem heeft), scènes opgevoerd … alles heel direct en daardoor wellicht ook vaak zo aangrijpend.
Een rode draad door het geheel is een oude vrouw (de vroegere directrice van de school) met een grote mand op de rug. Tussen de scènes door verschijnt ze om de rode doeken van de muur te scheuren en op te bergen in haar rugzak: ze stapelt letterlijk alle levenservaringen op. Bij het weghalen van de doeken verschijnen dan de muurschilderingen in hun geheel. Zo begint de opvoering met een dans waarin een soort ‘De schreeuw van Munch’ als een vorm van refrein weergegeven wordt. Die schreeuw verschijnt als muurschildering wanneer op een bepaald moment een rode doek wordt weggenomen.
Bij de finale worden er champagneglazen rondgedeeld: de oude vrouw nodigt iedereen uit om het leven te vieren. De opvoering die wij meemaken is de laatste. Wanneer de directrice haar dankwoord heeft uitgesproken verschijnen er volle champagneglazen op het toneel. De jongeren worden uitbundig, omhelzen en knuffelen elkaar, waarschijnlijk blij met de prestatie en het probleemloze verloop ervan.
Ik voel me erg aangesproken en ook blij. Deze jeugd vormt de toekomst, en dat voelt goed aan. Vijftig jaren terug kon je je niet voorstellen dat wij, jongens en meisjes samen, een toneel zouden opvoeren, laat staan dat we zo ongecomplexeerd met elkaar zouden omgaan. Wellicht mogen we dat opvoedingsresultaat een beetje op ons laten afstralen: in de jaren rond ’68 kwam onze generatie in opstand tegen het beklemmende van een vastgeroeste wereld. Onze kinderen kregen meer ademruimte, volgden eigen sporen waardoor hun kinderen, onze kleinkinderen een vrijere wereld aangeboden kregen. Het is geen probleemloze wereld, we zijn nu eenmaal mensen. Maar jongeren worden niet meer belast met zonde, schuld en het verzwijgen van seksualiteit
Na de opvoering blijven we nog iets drinken. De vrienden die met A. en L. zijn meegekomen blijken boeiende mensen zo zelfs, dat we pas opkrassen als de medewerkers de stoelen op tafel beginnen zetten … zou dat een bedekt signaal zijn?
Maar nog is het feest niet gedaan. De dochter gaat nog naar een verjaardagsfeestje van een vriendin maar wil eerst nog iets drinken met enkele vrienden die meewerkten met de opvoering … en of ma en pa nog een half uurtje willen wachten om haar dan af te zetten op het verjaardagsfeestje. Zoiets kan je niet weigeren, zeker niet na zo’n avond. Er is in een bepaald café afgesproken. Dochterlief schuift aan bij de tafel van haar vrienden, wij zoeken een min of meer rustig plaatsje op.
En voor we het goed beseffen staan we weer bij A. en L. thuis. We gaan onmiddellijk slapen: de oudjes zijn niet meer gewoon de vroege uurtjes te halen. Nachtzoenen uitwisselen en wel ter ruste wensen. Morgen begint er weer een nieuwe dag.
* Mannen en moeders – Iki Freud ( De levenslange worsteling van zonen met hun moeders)
Electra – Iki Freud (Het drama van d emoeder-dochterrelatie)
Beiden uitgegeven bij Van Gennep-Amsterdam






