Op bezoek bij Pol en Anne
Zondagnamiddag vertrek ik naar Haacht: op zoek naar de tentoonstelling van de hobbyclub. Ik ken Haacht niet zo goed, maar de zaal heet ‘Onder de toren’, dus richt ik me best op de kerk en in die omgeving zal het wel te vinden zijn. Ik parkeer me op de grote parking niet zo ver van de kerk. Ondanks dat het tot een uur terug nog ferm regende neem ik geen paraplu mee: de zon schijnt en het lijkt me dat ze dat nog een tijdje gaat volhouden.
Ik denk dat ik op het spitsuur de zaal betreedt. Wat een drukte. Wel gezellig. Bij de ingang ontvang ik een verwelkoming: drie badschuimparels in een tulen zakje. Ik ga even rond, sfeer opsnuiven, kijken wat het aanbod is. Daarna vraag ik naar de voorzitster. Tussen het opdienen van koffie en taart maakt ze even tijd. Ik leg uit dat ik voor ‘Gesigneerd’ op zoek ben naar fysiek beperkte kunstenaars om met hun kunstwerken een collectie samen te stellen. Zij verwijst me door naar iemand die me wel verder zal helpen.
Het is de moeder van een zoon met meervoudige handicap, ook fysiek. De zoon is aan het kantklossen … als ik hem aanspreek glundert hij. Ja, hij wil graag meedoen aan een tentoonstelling. Haar zoon maakt kantwerk. Hij heeft daarbij wel hulp nodig. Ineens zie ik de vader zich rechtzetten en iets aan het werkje van de zoon doen. Ja, zegt de vader, de naaldjes kan hij niet zelf steken. Dat geeft de zoon gelegenheid om een sigaret te gaan roken.
Ik krijg daar een aangrijpend maar ook ontroerend verhaal te horen. Deze vrouw zal geen nieuwsbulletin halen, maar haar inzet is enorm, niet alleen voor haar zoon, maar ook voor de anderen. We wisselen onze gegevens uit. Ik wil niet langer beslag op hen leggen, want het wordt nog drukker. Later zal ik een mail sturen om verder contact op te nemen. Heel hartelijk nemen we afscheid.
Ik rij toch wel onder de indruk terug naar huis om Karel op te pikken. We hadden afgesproken om na Haacht naar Ann en Pol te gaan. Die geven ook open atelier voor de WAK.
Het is bij hen tot nog toe erg rustig geweest vandaag … maar enige tijd later zal die rust verdwijnen.
Ze hebben hard gewerkt in het atelier: alles is netjes aan de kant, de spinnenwebben zijn weg, de vloer is aangeveegd. Wanneer ik mijn verwondering om de transformatie van de ruimte uitdruk opent Ann al lachend een kleinere ruimte: daar staan beelden en het materiaal opgestapeld, niet om door te komen. Nu kan je de tentoongestelde beelden rustig bekijken. Aan de muur hangen tekeningen van Pol gemaakt tijdens het modeltekenen. Sommige tekeningen herken ik. Die tekeningen passen erg goed bij het tentoongestelde werken. Pol maakt ontzettend gracieuse vrouwenbeelden, Ann werkt meer abstract, erg strak. Vaak denkt men dat de beelden van Pol door Ann zijn gemaakt en omgekeerd. Ook in de tuin staan beelden. We wandelen wat rond, praten wat voor ons uit en tenslotte gaan we zitten op de binnenkoer naast het atelier. Het is er heerlijk. Beschut tegen de wind genieten we van de zon. Ann haalt een ‘duvel’ boven voor mij en rode wijn voor de anderen. Het lijkt de hemel op aarde. Het is er stil, midden de velden. En ineens komen bezoekers af en aan. Ook de ‘schapenboer’, een markante figuur uit de omgeving, in de tachtig jaar, niet gestudeerd, veel gelezen, blijft plakken. We moeten niet meer naar een gespreksonderwerp zoeken: E. wandelt van het ene thema naar het andere. Toch knap om op die leeftijd nog zo alert en vitaal te zijn.
Ondertussen komen er nog wat bezoekers bij zitten, Ann en Pol zijn gekend om hun gastvrijheid. Ze hebben graag mensen om zich heen, zeker op zo’n dagen. Wanneer we opstappen maakt de schapenboer kenbaar dat hij ook terug gaat, want hij moet zijn geiten nog melken.
Met Ann en Pol spreken we af dat we elkaar ’s avonds weer zien: dan treedt Frans Pelgrims op en geeft met zijn groep een avond jazz ten beste … en dat in een Werchters café. Je moet niet ‘van de stad’ zijn om niveau te halen.



