Naar Hasselt


Met Christel en Ludo afgesproken om elkaar in Hasselt te zien rond twaalven. We moeten de trein in Gent halen van even over tienen. A. kijkt na welke trein we van bij haar kunnen nemen tot Gent. Om 9.33 vertrekt er een trein, die sluit prima aan op de trein naar Hasselt van 10.03. Karel probeert een treinticket te bestellen via internet. Gisteren heeft hij dit ook geprobeerd maar het netwerk lag plat. Nu gaat het prima, maar het afdrukken lukt niet goed. Ondertussen begint de tijd te tikken. Met A. breng ik de bagage reeds naar de auto. De mannen blijven blijkbaar sukkelen met de uitprint. Ik loop de muren op: we moeten nu kunnen vertrekken om de trein te halen. Maar dat helpt niet. Daar komen ze de trap af met de gewenste tickets in de hand. Oef! Vlug de wagen in en weg wezen.
Om 10.33 staan we op het perron. Nog geen trein te zien, dus hebben we het gehaald. Tot A. komt melden dat de trein reeds weg is: op het uithangbord is het vertrek van de trein bepaald om 9.31. Geen nood, ze zal ons naar Gent-Sint-Pieters brengen. Ik vraag A. om het rustig aan te doen: ze moet geen risico’s nemen om op tijd te zijn. Met de gsm kunnen we naar Christel en Ludo bellen dat we een trein later komen. Ondertussen kunnen ze gerust een koffietje gaan drinken.
Maar we halen het met nog ruim 10 minuten wachttijd om te bekomen van de emotie. Eens op de trein geniet ik weer volop van het me laten rijden en ondertussen een boek lezen. Plots rinkelt mijn gsm. Christel meldt dat ze de trein hebben gemist; er was onverwacht bezoek gekomen, daardoor op het nippertje vertrokken, in een file terecht gekomen … en ze zagen de trein rijden. Nu ja, ze moest het niet te zwaar opnemen, wij zullen in afwachting wel een koffietje drinken.
Na de koffie verkennen we de omgeving: is er ergens een aantrekkelijk restaurant? Veel lijkt gesloten. Wanneer we Christel en Ludo oppikken stellen ze voor naar het centrum te gaan, daar zullen de restaurants wel open zijn. En dan zijn we reeds dicht bij ons doel, de tentoonstelling van Herman Vanbrabant (onze leraar schilderen op dinsdagnamiddag) en zijn familie : vrouw Ingrid Saro en de kinderen Kaat en Wout. Weinig volk op straat. De wind is nogal guur, dat houdt de mensen wellicht binnen.
We vinden iets dat ons gezellig lijkt. Dat zullen we maar uitproberen. We zijn niet naar Hasselt gekomen voor een culinair festijn, gezellig samenzijn is belangrijker. Het is lekker en we genieten ervan en van elkaar.
Daarna richting Bollenstraat 50. We zijn allen benieuwd, want we hebben tot nog toe niks van Herman gezien.
Eerst is er de verrassing van het atelier. Herman stelt ten toon in eigen atelier. Dat blijkt een voormalige smidse te zijn. Heel ruim, invallend licht van boven. Om jaloers te worden. Ja, hij heeft dat huis kunnen aankopen. Boven wonen ze en beneden werkt hij. Er is geen verwarming maar hij heeft een verwarmingstoestel en met een extra trui lukt het om ook tijdens de koude dagen te werken.
De tweede verrassing: de werken. Eerst een onderlaag. Daarop onderdelen van (oude) auto’s. Auto’s is zijn dada. Hij woonde als kind en opgroeiende jongen dicht bij het circuit van Zolder. Sindsdien is hij gebeten door auto’s en de techniek ervan. Zo heeft hij nu een oude wagen helemaal uiteen liggen en gaat hij proberen die weer in mekaar te steken en aan de praat te krijgen.
De onderdelen op de werken worden bij elkaar gehouden door een soort rooster. Inderdaad, als je die lijnen wegdenkt ervaar je een soort lukraak rondslingeren van onderdelen, zoals je in de ruimte allerlei afval van ruimte-experimenten weet rondvliegen. Heeft hij dat uit boeken of heeft hij dat schildersgewijs ontdekt?
Ingrid Saro is lerares tekenen en heeft iets met beenderen. Feitelijk zou je onder elke werk de titel ‘essentie’ kunnen plakken. Heel sober van uitwerking brengt het een vorm van rust. De kaders heeft Herman gemaakt. De tekeningen worden op een onderblad gekleefd en gevat in een kader die diepte heeft. Onbetaalbaar als je ze moet laten maken, maar iemand die auto’s uit mekaar haalt en ze weer in mekaar steekt is wellicht bekwaam om zo’n kaders te maken.
Wout, de zoon, houdt zich bezig met fotografie. Eén foto bezorgt me wel kippenvel: een duikersoverall met een duikershelm op maar geen gezicht erin en zonder handen, omwonden met een tuinslang als een soort navelstreng. Leegte die je voor de gek houdt: want echt leeg is het duikerspak niet.
Zus Kaat maakt veelkleurige zakjes en kussentjes.
Feitelijk leuk om met het ganse gezin naar buiten te komen.
We blijven nog wat napraten. Het is een andere manier van samenzijn dan tijdens de les. Zo ontdek je de mens en speciaal de kunstenaar achter de leraar, dat verrijkt de relatie.
Nu we toch in de stad zijn vragen we Herman naar andere tentoonstellingen die de moeite zijn. Hij verwijst ons naar het Begijnhof en een paar galerijen er rond. Daar dan naar toe. De tentoonstelling in het Begijnhof spreekt niet erg aan … die hypermoderne werken versta ik feitelijk niet, dat laat ik aan de volgende generatie over. In een van de galerijen is het werk van Jan van Riet te zien. Dat is wel een inspanning waard. Een andere galerij biedt dan weer werk aan dat bij mij onder de noemer erg modern valt, maar dat ik toch wel kan benaderen. Massa’s en massa’s papiersnippers, fel gekleurd en verwerkt tot structuren. Maar ik weet niet of het alleen de felle kleuren zijn die me aanspreken of ook het geheel.
Dan maar op weg naar station. We hebben nog tijd voor een koffie. Samen de trein richting Aarschot: daar staat de auto van Ludo en die gaat ons eerst naar huis brengen. Het is druk op de trein, gelukkig duurt de reis maar een half uur.
Wanneer we weer thuis zijn,overvalt ons de rust van thuiskomen als een weldoende verwelkoming. Toch vind ik het dapper van Karel dat hij het riskeerde een nachtje te blijven slapen. Nu kunnen we nagenieten van de drukte. Er staan mij nog een paar drukke dagen te wachten met de verhuis van de collectie van KUMBE, maar ook dat zullen we wel overleven.







