
Elke maand komen we samen met ouders die een kind verloren door zelfdoding. Het is een open groep, d.w.z. wanneer iemand wil deelnemen aan die gespreksgroep kan hij of zij er instappen. Er wordt niet gevraagd om bv. een aantal bijeenkomsten bij te wonen of een bepaalde voorbereiding te volgen. Er is ook geen specifiek thema dat die avond behandeld wordt.
De samenkomst vindt plaats in Passant, een VZW die gevestigd is in de vroegere Sint-Geertrui abdij in Leuven. Er is een vaste begeleidster: zij zorgt voor de uitnodigingen, koffie of thee, en begint en eindigt het gesprek. Waar nodig zal ze een tussenkomst doen, maar meestal verloopt het spreken ‘vanzelf’.
Zelfdoding is een wijze van doodgaan die nog altijd door een soort van taboe omgeven is. Voor de betrokken personen die op deze wijze een geliefde verloren, is het vaak moeilijk om er over te praten. Het is niet zozeer schaamte die je weerhoudt, hoewel dat soms meespeelt, maar nooit leerde je de zelfdoding van een dierbare mededeelbaar te maken. Het is het laatste waaraan je denkt. Zelfdoding is iets dat plaatsvindt, maar bij anderen, tot je zelf geconfronteerd wordt met dit gegeven en dan voel je de grond onder je voeten wegschuiven en kom je in een soort verstomming terecht, want woorden ontbreken.
In Leuven zijn twee gespreksgroepen. In de ene groep kan iedereen terecht die van nabij een zelfdoding meemaakte: kinderen, partners, broers of zussen, … De andere groep is specifiek voorbehouden voor ouders die een kind uit het leven zagen stappen.
Iedereen die met zelfdoding te maken krijgt doorworstelt vaak tegenstrijdige gevoelens: van opstandigheid (het kan niet waar zijn) tot ongeloof (niet mijn partner, kind, broer of zus) tot verdriet (het is alsof er een stuk uit mezelf gesneden wordt) tot woede (waarom deed hij/zij dat, waarom sprak hij/zij niet over de problemen) tot onmacht (ik zag hem/haar vechten maar kon er niks aan doen), tot …
Op het moment dat een geliefde de dood ingaat door zelfdoding ontstaat er een soort tweedeling in de samenleving: zij die weten waarover het gaat en zij die dit niet weten. De mensen die ‘niet weten’ zijn vaak lief, medelevend … maar missen het inlevingsvermogen om een wereld te betreden die de hel inhoudt. Wie kan het hen kwalijk nemen? Maar als betrokkene voel je je verdreven, aan de zijkant geplaatst. Je kan niet meer mee, je leeft in een andere wereld. Je herkent de wereld van ‘die anderen’ wel, maar je voelt je niet meer op betrokken. De waarden, doelstellingen lijken als vreemd aan je voorbij te gaan. Ambitie is stilgevallen, toekomst is weggeveegd, er is alleen een ondraaglijk nu.
Daarom is het goed dat er gespreksgroepen zijn waar mensen kunnen ‘praten’ over hun innerlijke wereld. Niet meer schaamte te moeten voelen over de complexe gevoelswereld die door zelfdoding opgeroepen wordt. Zoeken naar woorden die kunnen uitzeggen wat er juist in je omgaat. Dat werkt troostend, geeft draagkracht om de volgende dagen door te komen.
Voor ouders van kinderen die zelfdoding ingingen, blijkt toch nood te bestaan aan een aparte benadering. Een kind dat zelf uit het leven stapt, stelt je als ouder radicaal in vraag. Dat kind, dat je zo dierbaar was, negeert je graag zien om een weg te gaan die zo onbegrijpelijk is. Steeds blijf je met de reflex achter van je kind te beschermen … ook tegen de dood. Waar schoot je tekort? Waar is dat kind heen? Ouders sterven normaal voor hun kinderen, maar dit kind draaide die rolverdeling om. Alleen pijn, onmacht, verscheurdheid en diep treuren nemen bezit van je wezen. Je hebt geen zin meer in toekomst en toch moet je verder.
Maandelijks vinden we elkaar, praten over onze kinderen: degene die wel toekomst willen maken en het kind dat uit de tijd verdween. Er ontstaat een band met elkaar. Elke maand kijk ik uit naar die avond. Het is de avond die ik aan mijn zoon wijd, als eerbetoon, als troostervaring, als graag zien over de dood heen.
Op het einde van juni, toen we voor de laatste keer samenkwamen dit werkjaar, kwam het voorstel om elkaar eens op een ander wijze te ontmoeten. Een uitstap misschien. Iemand wou initiatief nemen en op zoek gaan naar een voorstel. Via de e-mail werden afspraken gemaakt: datum, plaats (Antwerpen), project: een bootreis op de Schelde. Dat zou best leuk kunnen worden.