Het verlangen naar intimiteit


Wat doe je als je in een lichaam zit dat (meer dan bij anderen) beperkt is? Als je in het leven verder moet met een mentale beperking? Blij zijn met de zorgen die je ontvangt, zoals de omgeving dat suggereert?
Mensen met beperkingen, fysisch of psychisch, beschikken over een eigen individualiteit. Hebben een eigen innerlijke wereld waarmee ze hun individualiteit uitbouwen. Zolang ze de kinderschoenen niet ontgroeid zijn, valt het meestal nogal mee. Er is bv. aangepast onderwijs voor een specifieke beperking, vb. voor slechthorende/dove en slechtziende/blinde kinderen. Er is een aanbod in het gewone onderwijs om kinderen met een of andere beperking mee te laten draaien met het gewone programma, vb. via extra lessen die dan een bepaalde achterstand helpen wegwerken.
Voor jongeren en volwassenen met een fysische beperking zijn heel wat mogelijkheden: aangepaste toestellen (vb. pc) helpen bij het studeren. De hogere scholen en universiteiten creëren extra tegemoetkomingen om het de studenten met een dergelijke beperking toch mogelijk te maken hogere studies te volgen.
Niet alleen het intellect heeft nood aan ontwikkeling. Als mens heeft elk individu nood aan emotionele groei, aan intimiteit in bepaalde ontmoetingen, aan beleving van seksualiteit. Dit geldt ook voor de man of vrouw met beperking.
Ik was nog student en deed tijdens het weekend een studentenjob in een bakkerij: brood snijden, taarten inpakken en dan afrekenen aan de kassa. In die bakkerij kwam wekelijks een meisje met een lichamelijke beperking: haar spieren trokken spastisch samen en daardoor had ze wat meer tijd nodig om uit te leggen wat ze wou. Ik was altijd blij als ze op een moment kwam dat er niemand was in de winkel, dan konden we een praatje maken.
Enkele jaren later stond ik met een groep mensen te wachten op een bus. Plots zag ik dat meisje aan de overkant met een kinderkoets. Ze had het moeilijk om die koets over die hobbelige stoepen te manoeuvreren. De wachtende groep had het meisje ook in het oog en hield op met praten tot plots een vrouw zei: dat moesten ze verbieden. Iedereen voelde zeer duidelijk waarover het ging: die jonge vrouw had geen recht op een kind en op de seksualiteit die verondersteld werd aan de geboorte van dat kind vooraf te gaan.
Deze jonge vrouw had alleen een zeer zichtbare lichamelijke beperking, maar mentaal was ze als elke andere jonge vrouw. Toch reageerde de omgeving met afschuw. Wat kunnen we verwachten als het om een mentale beperking gaat? Het is moeilijk om de vraag te durven stellen: wat met de nood aan intimiteit, wat met de nood aan seksualiteitsbeleving van iemand met mentale beperking. Moet zo iemand tevreden zijn met het ouderlijke ‘graag zien’, met eventueel een ruimer aanvaard worden in de gemeenschap dan de kleine familiekring? Zoals elk mens heeft ook iemand met beperking nood aan relatievorming, de opwinding van verliefd worden en de lichamelijke vormgeving ervan.
In sommige opvangcentra heeft men daar al aandacht voor: er mogen zich koppeltjes vormen en als die er nood aan hebben, mogen die een eigen intimiteit ontwikkelen.
Toch zijn dit vragen die niet overal evident klinken. Ik denk niet dat het onmiddellijk met ‘vruchtbaarheid’ te maken heeft: er zijn genoeg voorbehoedsmiddelen. Het is seksualiteit met woorden als erectie, orgasme die onwennig aandoet.
Tegenwoordig wordt het al als normaal ervaren dat er gemengde groepen gevormd worden voor de opvang van mensen met beperking, dit in tegenstelling tot vroeger: de mannengroepen bij de broeders en vrouwengroepen bij de zusters. Maar hoe gaat men om met de relaties die daaruit ontstaan? Ontkennen en hopen dat het vlug overgaat zodat er geen problemen van komen of durft men een openheid te creëren waarbij de mensen begeleid worden, ook in de groei naar relatievorming?














