Ri ra roets, we rijden met een koets


We moeten niet lang wachten en dan komt een koets aanrijden. Vorige passagiers stappen uit, wij mogen instappen.
Het is een plezante rit door de stad. De koetsierster geeft uitleg … maar al gauw zijn we aan het afdwalen van de toeristische tekst. De koetsierster is een jobstudente. Ze studeert biologie. En ja, ze heeft zelf een paard, dat vergemakkelijkte haar aanvaarding en opleiding voor dit werk. Ze zou graag gedragstherapeute voor dieren worden, maar die opleiding kan ze niet in België volgen, want nergens bieden ze dat aan. Daarom dat ze eerst een basisdiploma wil halen en daarna ziet ze wel.
Er is een halteplaats voorzien waar het paard wat kan eten en drinken, de koetsierster een foto kan nemen van haar passagiers die dan vijf minuten kunnen uitstappen om de omgeving te bekijken. Nu elk hoekje van Brugge biedt wel iets bezienswaardigs aan.
Wanneer het paard gedronken en gegeten heeft, stappen we de koets weer in. De koetsierster probeert haar rol van gids vol te houden, want op het einde van de rit betaal je een vaste som voor de huur van de koets en kan je naar goeddunken de gids belonen om zijn/haar uitleg. Maar Karel weet zoveel van Brugge en tussen die twee ontspint zich vaak een leuk gesprek.
Wanneer we terug op het vertrekpunt komen geven we de studente een extra bonus en wensen haar veel geluk met de studies.
Het is nu ruim over de middag. Best zouden we iets te eten zoeken. Toen we vanmorgen door Brugge wandelden hebben we een straat ontdekt met terrasjes die er wel erg gezellig uitzagen. Ik weet de weg al niet meer, maar Karel leidt er ons zonder omwegen heen. Inderdaad, het is hier rustig om zitten en er is voldoende schaduw.
Na het uitgebreide ontbijt van deze morgen heb ik echt nog geen honger. Toch best iets eten, want straks gaat het richting Leuven. Een croque smaakt altijd wel en daarbij een koele Duvel … meer heb ik niet nodig om me op vakantie te voelen.
We hadden gedacht van ook nog een boottocht te maken … maar dat zal voor een volgende keer zijn. We voelen ons gewoon voldaan, daarbij begint de tijd zich te melden: straks moet Aike op de dansschool nog een repetitie leiden.
We wandelen nog wat rond, maar ik merk dat Aike stilaan terug aan ‘het werk’ denkt. Tijdig rijden we terug naar huis zodat we voor de drukte Brussel voorbij zijn. Carlo zet Aike eerst af aan de dansschool en is dan zo lief om ook ons naar huis te rijden.
Het is net of ik een lange vakantie achter de rug heb: ik moet terug ‘hier’ en ‘nu’ bereiken.











