Een heerlijke dag aan zee


Het is gek hoe je de zee ‘ruikt’ als je vanuit het binnenland komt. We kiezen voor een strandwandeling, dus schoenen uit en met de blote voeten op het zand. Het water trekt zich langzaam terug. Er is weinig volk op het strand, de schoolvakantie is immers voorbij. Daardoor krijg je het gevoel van ruimte: een groot strand, een nog grotere zee. En af en toe andere (meestal bejaarde) wandelaars. We ontmoeten zelf een dame die waarschijnlijk de tachtig voorbij is. Ze staat bij een redder en een jongere dame helpt haar droog wrijven. Wanneer we haar vragen of het water nog warm is, antwoord ze met een enthousiast heerlijk. Meteen neemt ze afscheid van de redder met een ‘tot morgen, hetzelfde uur’. Wat een kranige vrouw, zo oud mogen worden, prachtig.
Wij stappen verder tot spierstijfheid zich aanmeldt: stappen in zand is toch anders dan op een verharde grond. We keren terug en zoeken een soort terrasje op het strand waar we een aperitief kunnen drinken met de voeten in het warme zand. Wat kan je beter drinken dan een glas cava om het vakantieplaatje te vervolledigen?
Karel en ik zoeken wat schaduw onder een parasol, Aike en Carlo trotseren de zon. Ik heb graag de zon, heb het graag heel warm, maar voel me niet lekker als ik in de zon zit. Dat zijn dan ouderdomsverschijnselen … maar zolang het daar bij blijft hoor je mij niet klagen.
Wanneer alles gedronken en betaald is, zoeken we een terrasje op voor een sobere hap. Een salade wil er bij mij best in … maar zo sober is dit niet. Een glas witte wijn smaakt erbij. Nu ja, het duurt nog wel even eer we vanavond aanschuiven in het restaurant, en we zullen nog wel wat afwandelen.
Dan naar Blankenberge. Het hotel ligt in het centrum en Carlo heeft moeite om erbij te raken: alles is enkele richting. Maar uiteindelijk lukt het hem toch. Uitladen wat we voor vandaag en vannacht nodig hebben en Carlo kan de auto parkeren op de parking van het hotel. Even later staat Carlo weer bij ons en we zoeken de kamers op. We spreken af dat de mannen een uurtje rusten, maar Aike en ik zoeken de vele winkeltjes op die Blankenberge rijk is. Aike heeft nog wat spulletjes nodig voor een optreden, en die winkeltjes, meestal uitgebaat door mensen van buitenlandse afkomst, hebben kleurrijke dingen en zijn helemaal niet duur. En zoals afgesproken: na een uur winkelen staan we weer in het hotel … Aike heel tevreden met wat ze heeft kunnen kopen, want ze winkelt graag, maar heeft er zo weinig tijd voor.
Dan weer op stap naar de Blankenbergse kust. Nu blijven we op de dijk want mijn kuiten protesteren. We zien beelden van de ku(n)stwandeling Beaufort. Het ene spreekt me meer aan dan het andere. Goed dat er voor elk wat wils is. De namiddag verloopt heel ‘gezapig’.
Tijd om terug te gaan naar het hotel en ons klaar te maken voor het restaurant. We kunnen er te voet naartoe, dus moet niemand voor BOB spelen.
Het is een heel speciaal restaurant. Iets minder dan veertig jaar terug werd het opgericht door de vader, nu heeft de dochter het overgenomen. Vader en dochter zorgen voor de bediening, moeder en schoonzoon staan in de keuken. Toen we binnen gingen dacht ik: waar komen we nu terecht. Gelukkig dat Aike en Carlo verteld hadden dat het een uitstekend restaurant is; de buitenkant heeft dringend een verfbeurt nodig, zoniet een volledige restauratie. Wellicht houden de eigenaars het bewust zo, want ook de binnenkant kan je niet modern noemen, zelfs niet mooi, daarvoor is er teveel kitsch tussen echte mooie antieken spullen.
We krijgen onze plaatsen toegewezen. Gelukkig dat we reserveerden, want zowat alle tafels zijn bezet. Weer beginnen we met cava, maar deze cava is van erg goede kwaliteit. Als voorgerecht neem ik een kleine zeevruchtenschotel. Gelukkig dat Carlo en Karel er zijn om ‘het bord leeg te eten’. Daarna opteert Karel voor tong (min. 350 gr.) en de rest zet zich schrap voor bouillabaisse.
De bediening is ‘zoals thuis’, geen gedoe, zodat je je gewoon op je gemak voelt … en wat uit de keuken aangevoerd wordt is meer dan heerlijk. We brengen de avond pratend en etend door.
Daarna stappen we terug naar het hotel. Feitelijk doet het deugd nog even te wandelen voor het slapengaan. Ik val als een blok in slaap, wordt af en toe vaag wakker van lawaai uit de uitgangsbuurt. Maar ’s morgens kan ik fris de dag begroeten.











