Naar de inhoud

Lut De Rudder

akke.beakke.be

Berichten van 1 juli 2015 tot 31 juli 2015

De kantklas in Rillaar II

Ik ervaar de tentoonstelling in de kantklas als een ontdekkingsreis. Wellicht ben ik zo verrast omdat het de eerste keer is dat ik dat meemaak, de collega’s die al enkele jaren les volgen weten dat Lieve, de docente, een expert is in het ‘ten toon stellen’.

De ouderejaars hadden twee opdrachten waarrond ze konden werken: hout en loskomen uit het vlak, dus een derde dimensie opzoeken.

Ik zag wel kleine stukjes kantwerk ontstaan … maar pas nu ontdek ik hoe die kleine stukjes als een puzzel passen in een groter geheel … en dat dat groter geheel veel meer biedt dan een kundig uitgevoerd handwerkje.

Bij de inleidende foto: een houten ‘geraamte’ dat stevig is en tegen een duw kan met daaraan een kantwerk gekoppeld dat het houtwerk uitnodigt (of is het omgekeerd) om te klinken als een harp.

opdracht: hout. Voor mij is dit een gedicht in woorden van kant en houten toevoegsels. Ik kijk er naar en zou blijven kijken.

opdracht: hout. Dit is kant maar in zijn grafische kwaliteit. De boomschors geeft een ritme aan waartussen de kant zich kan ontplooien.

Heeft dit met een bepaalde opdracht te maken of werd de kant zomaar in elkaar gezet tot een pracht van een ‘tekening’ die door de ‘draad’, door de gelaagdheid nog een extra dimensie kreeg.

Een foto van mij (amateur fotograaf met een toestel dat mijn kinderen naar het containerpark zullen brengen bij het kleine elektronische afval… zoiets willen ze niet in de erfenis) kan nooit tonen wat er aan de muur hangt. Het werkje links past precies bij het houtstuk in het midden, maar daarvoor moet je wel een diepte van 20 cm overbruggen; dus kijken en dan nog eens kijken en dan ontdekken: dat werkje in de diepte ernaast hoort feitelijk ‘op’ de houten blok in het midden.

Waar haal je een stukje hout dat precies past bij de werkjes er omheen? Of hebben die kantwerkjes de stukjes hout uitgenodigd om centrum te worden van hun ten toon gesteld worden?

 

De kantklas in Rillaar I

De zo vertrouwde kantklas met de grote tafels in het midden verrast me: alles is zowat weggehaald en verstopt in het keukentje, waar we tijdens de pauze rond de tafel zitten om koffie of thee te drinken, maar vooral om bij de minste gelegenheid taart (al dan niet zelfgebakken) of iets anders lekkers eten. Ik ken de ruimte, weet van de muren, heb de meeste werken (groot of klein) zien ontstaan en evolueren onder de handen van de collega’s … maar het is net of ik in een vreemde wereld ben terecht gekomen.

Een kantwerkje op een kussen stelt niet zoveel voor: je kan nagaan of het juist werd uitgevoerd, of het beantwoordt aan de opdracht … maar pas als het gepresenteerd wordt, krijgt zo’n werkje zijn waarde.

En Lieve, de docente, is niet alleen een goede lesgeefster die elke leerling nauwkeurig volgt, probeert aan te bieden wat de persoon in kwestie nodig heeft, dat kan gaan van morele steun tot extra uitleg van een bepaald probleem, ze geeft ook ruimte om een eigen stijl te ontwikkelen … maar haar kracht is waarschijnlijk haar zin voor humor: er wordt met een blij gemoed geklost en men blijft lachen, ook als er weer eens teruggeklost moet worden.

De klas is een ontdekkingsruimte geworden. Je kan niet ‘even’ kijken en verder gaan, want dan heb je nauwelijks iets gezien. Ik kijk en kijk nog eens … en dan ontdek ik weer iets nieuw.

Kant is een kwetsbaar medium. Het vraagt een stille benadering. Ik denk aan Rock Werchter. De groepen die daar optreden brengen hun vorm van creativiteit en je zal het geweten hebben als je in de buurt bent. Aan kant ga je voorbij als je er geen aandacht voor hebt.

Ik loop alle ateliers af van Rillaar en laat maar op me inwerken. Ik ben ontroerd te beseffen dat hier heel wat mensen, ook ik, kans krijgen om hun creativiteit te ontwikkelen en vorm te geven. Ik kan me niet voorstellen zonder die creatieve uitlaatklep te leven.

 

 

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten