Emile Claus

Emile Claus
Emile Claus
ERNEST BREGIER
REMI BAERT: DE EERSTE VLAAMSE AMBASSADEUR
LUITENANT - GENERAAL ALOISE BIEBUYCK

Luitenant - Generaal Aloise Biebuyck
Klik ook op de foto en klik op : De eerste Wereldoorlog .
1860-1944
Generaal Aloise Biebuyck, geboren op 28-06-1860, zag het levenslicht op Vijve plaats, nu A . Biebuyckstraat, in de herberg genaamd ' La Concorde ' waar vroeger nog Maurice Moerman ( nu nr 21 en 21A ) gewoond heeft en vroeger drukker Sylvain Biebuyck.
Zijn grootvader, jeneverstoker, Auguste Francois en grootmoeder Constantia Bogaert, beide in St-Eloois-Vijve geboren, vestigden zich omstreeks 1814-1815 te Gottem., alwaar de vader van de generaal, Angelus Biebuyck, op 24-12-1816 geboren werd. Angelus huwde te Vijve op 10-02-1865 met Coleta Acke wier vader ex- schipper was, en werd ' tapper '. Het gezin telde acht kinderen.
De17 jaar oudere broer van de generaal, Johannes-Evariste, werd tapper in ' La belle Vue ' op de hoek van de Barrage en de Generaal Biebuyckstraat en was lid van het liberale gemeentebestuur (+ 1893 ). Broer Adolf stierf op 19-jarige leeftijd als vrijwilliger- soldaat in Santiago de Cuba aan de gevolgen van tyfuskoorts ( 17-12-1864 ) in dienst van Maximiliaan, die later als keizer in Mexico gefussieerd werd. Broer Johannes-Franciscus, 8 jaar ouder werd bakker in de ouderlijke woning. De jonge broer Theofiel was korporaal in het leger en werd tolbeamte.
Aloise zelf verloor op 5-jarige leeftijd zijn vader en op 12-jarige leeftijd zijn moeder. Oom Hypoliete Biebuyck, grootindustrieel in het Brusselse, bekommerde zich om de jonge Aloise, die middelbaar onderwijs volgde, en op 17-jarige leeftijd voor een lilitaire carrière koos. Op 36-jarige leeftijd werd hij als ( modelofficier ), " werkzaam intilligent, in staat gezag af te dwingen en te bevelen " geloofd. Als ' elite-officier ' werd hij in 1906 bevorderd tot majoor en op 26-061914 tot kolonel. In augustus en september speelde hij zich met zijn tweede regiment karabiniers reeds in de kijker bij de verdediging van de Nete tussen Lier en Duffel.
Bij de slag aan de ijzer leidde hij persoonlijk aan het hoofd van het derde bataljon karabiniers de tegenaanval in de bocht van Tervate bij Parvijse. Bij een aanval, bajonet op het geweer, wordt hij een eerste maal getroffen aan het linkerbeen. Nadien krijgt hij een kogel in de rechterknie en terwijl hij diezelfde 22 oktober 1914 zijn manschappen moed insprak kreeg hij een derde kogel in de kuit, die een verwonding aan de heupzenuw tot gevolg had. Naar het hospitaal van Calais overgebracht, beleefde hij het hoe zijn zoon luitenant Marcel Biebuyck, vreselijk gewond in de onderbuik, aldaar op 29 maart stierf.
Na een verblijf van zeven maanden in het hospitaal van Calais en hoewel gehinderd bij het marcheren, trok Aloise op 14-05-1915 weer naar het front. Bevorderingen volgden elkaar op : generaal-majoor op 11-06-1915, vleugeladjudant van zijne Majesteit Koning Albert I op 01-08-1915 en luitenant-generaal op 30-03-1916. Op 08-08-1917 promoveerde de generaal tot bevelhebber van het 6e legerdivisie en werd hiermee één van de zes ' topgeneraals ' van ons land. Tussen 28 september en 14 oktober 1918 werd onder zijn persoonlijke leiding de hoogvlakte van Passendale en Moorslede heroverd. Zijn manschappen bereikten de Leie tussen Harelbeke en Deinze.
Onder de talrijke eretekens die generaal Biebuyck verwierf is er o.m. de Russische " Keizerlijke en Kon. Orde van St.-Stanislas met zwaarden 1ste klas ", de " orde van de Witte Arend van Servië van 2de klas met zwaarden " en de Amerikaanse onderscheiding " Distiguised Service Medal ".
26 September 1920 werd een grote dag voor St-Eloois-Vijve. Op die zondag van Vijve-kermis greep in de namiddag de onthulling plaats van het ' oorlogsmonument ' of gedenkstuk voor de gesneuvelden ( soldaten, civielarbeiders en burgers ) en de overhandiging van het vaandel aan de oud-strijders. Generaal Biebuyck werd plechtig gehuldigd : het gemeentebestuur onder leiding van burgemeester Paul Boulez bood hem een banket aan, dat o.m. bestond uit ' potage portugais ' , timbales à la parisienne ' en ' cotelettes à la Maréchal ' . De generaal schonk een foto aan zijn geboortedorp en de schoolkinderen zongen o.m. volgend refrein :
' Zijn zoeten droom der kinderjaren
Vervolgde hij met trouw gemoed
En in 't gedrang der legerscharen,
Werd hij in zege steeds begroet.
Op 't glorieboek in goud geschreven,
Staat thans zijn naam vol heil gestraal
Heil Biebuyck, heil ons generaal,
Heil Vijves zoon, in roem verheven. '
Op 01-07-1925 werd generaal Biebuyck gepensioneerd. Tijdens de 2de wereldoorlog stond hij bekend als een trouwe royalist. Hij overleed te Elsene op 28-01-1944.
Niet alleen Vijve bleef zijn nagedachtenis trouw. Op voorstel van de ex-Waregemnaar Leonce Du Castillon, besloot de Brusselse gemeenteraad o.l.v. burgemeester Vanden Meulebroecke de voorhovenstraat te NEDER-OVER-HEEMBEEK te wijzigen in de Gen. Biebuyckstraat !
Tekst Marcel Delmotte.
HERFST
De rivieren
STERREN IN SEPTEMBER

Kerk van St- Baafs-Vijve met het André Demedtshuis
Mijn grootmoeder zei: geen aandacht aan schenken,
wie mag je vertrouwen die je niet kent?
De avond stond ginds, alleen, mij te wenken,
wellust, onrust, waar je nimmer aan went.
Kom! riep de avond. Ik zou gegaan zijn
was er geen hemel vol sterren geweest.
September, druiven, vuur, lichtende schijn
voor de sterren uitzaten, in mijn geest.
Vrees voor de sterren die nimmer genas.
Ik ging in huis, maar keek om naar het bos,
't lamplicht op tafel en vloer was een plas,
een vijver, en daarrond bomen, los
van elkaar, poten van stoelen, een kast,
de kachel een vuurberg, een klokketoren
de klok, het raadsel dat ik voor mij was
veilig in huis, en toch, in 't bos verloren.
September. Druiven rijpen aan de muur.
Zou het niet meer bestaan? Meer dan een beeld,
het is leven, zijn, het is natuur.
Alleen het blad aan de bomen vergeelt
en op foto's, traag, de trekken vervagen
van hen die je mist, en nog gaarne ziet,
september van eertijds, lagen op lagen
oogst in een schelf, al goud, vergeten niet.
De geur van de schelven, waas op de druiven,
brandlucht van vuren, het aardappelloof,
's avonds de vogels, spreeuwen, houtduiven,
kom eten, riep moeder, of ben je weer doof?
Achter de beek het bos, waar de avond sliep
overdag, nu kwam hij stilletjes nader,
hij stond aan de beek al, rustig als vader,
anders dan vader, hij wenkte en hij riep.
Wat had ik te kort? Zij wilden niet horen
dat de avond mij riep. de dag was uit,
de zomerschoonheid weg, geschelfd het koren,
ondoorzichtbaar donker achter de ruit,
de rust van de winter, kraaien en sneeuw,
altijd rust, nooit een verandering meer.
Sneeuw zonk op sneeuw, jaar op jaar, eeuw op eeuw,
op hen, eeuwen van rust, vlijden zich neer.
De stem riep mij weer. Geen kievit, geen uil.
Achter de ruit, een sprankeling van licht,
ik moet naar buiten, laat mij naar de muil
van nacht en bos nu gaan, waar het gericht
over mijn leven valt. Ik ging alleen,
ik rook september, de rook van het vuur,
een hemel vol sterren om me heen,
kijk niet, zei ik, geleund aan de muur.
Zij waren er weer, zij zijn er gebleven,
huil niet achter je handen, doe het niet.
Wat wil je, zei vader, wat zij het leven
heten, wat geeft en ontneemt, duldt of verbiedt,
is maar een knecht. Hij kwam nevens mij staan.
Kijk op naar de sterren, zei hij, zijn hand
in mijn hand. Nu mag de wereld vergaan,
mij blijft hij altijd aan mijn rechterkant.
De geschriften van vroeger, hoe ook bewaard,
gaven of geven hun beteeknis bloot;
wat in de sterren staat bleef onverklaard,
verhuld het geheim van leven en dood.
Eens wordt ontcijferd wat mij gekweld heeft,
onvrede met alles, heimwee, verdriet;
verzoen mij, waarheid, met wat in mij leeft,
verklaar wat mijn oog in de sterren ziet.
September, moeder, de anderen komen,
vader zei de schoonste maand van het jaar:
glimlachend berusten, de kinderen dromen,
voor ons die al oud zijn wordt alles klaar.
September opnieuw, zonder jou, ik pluk
weer appels, zoals ik het dikwijls deed,
de appels die ver staan, beeld van 't geluk,
ontglippen mijn handen voor ik het weet.
September opnieuw. Ik zit als een kind
op de drempel, dat op zijn moeder wacht;
druiven, houtduiven, houtrook in de wind,
de specht in het bos die roept en dan lacht.
Tot ziens, tot de dag, of anders vaarwel,
ik wacht op de sterren, schrijf maar, begin,
vertel mij de waarheid, hemel of hel,
vertroost mij alleen maar, alles heeft zin.
André Demedts
|
Bron: www.wielsbeke.be |
© 02/03/2006 Cevi NV |
HERFSTGROET

September zei: een tijd
van komen en van gaan,
maar op 't plankier, bleef hij
nog even weifelend staan,
zijn oog op niets gericht,
een glimlach op zijn mond,
en 't werd, alwaar hij keek,
valavond bij de grond.
De zomer was verbrand
en hij ging stapaan voort,
't was altijd zo geweest
en 't bleef zo, ongestoord,
september uitgeleid,
steek maar het lamplicht aan,
oktober blijft toch liefst
van al nog, buiten gaan.
Daar speeld hij met de wind
of schildert, geel en rood,
wat loofblad is, en wacht
de roepstem van zijn dood.
Al wat nog niet gebloeid,
zich nooit gegeven heeft,
pronkt nu, veelkleurig, hier
en daar, zolang 't nog leeft.
't Zijn asters nu, hoe schoon
daar, in het schemeruur,
oktober lief, een laat-
ste maal, hoe kort van duur,
al wat wij waren, 't was
voor u, in ons gespaard,
kijk nog een keer, dié blik
is ons, het sterven waard.
André Demedts
Radio
Bioritme
Vrede

Een utopie?
Weekend
Onweer
Reis naar Egypte, Jordanië en Syrië
Hier enkele foto's van mijn reis.
Cairo
Cairo
Cairo
Cairo
Cairo
Cairo