STAD WAREGEM

STAD WAREGEM
Yachthaven St-Eloois-Vijve
Een maand geleden alarmeerde pastoor Patrick Leenknecht, priester in Sint-Eloois-Vijve en Desselgem, de politie wegens een handtassendiefstal tijdens de eucharistieviering in de kerk te Sint-Eloois-Vijve. Naar vermoeden een jonge kerel ontvreemde toen de handtas van een vrouw, terwijl ze te communie ging. Ondertussen is bekend dat in de kerken van de Waregemse deelgemeenten ook microfoons zijn gestolen, terwijl enkele priesters in Avelgem verwittigen voor schooiers met slechte bedoelingen.
Politie en priesters roepen kerkgangers op tot blijvende voorzichtigheid. Als de gelovigen ter communie gaan laten deze hun handtas of andere bezittingen meestal onbeheerd achter op hun kerkstoel. Daarvan maken personen met ongepaste bedoelingen gebruik om deze buit te maken. Priester Leenknecht alarmeerde vermoed dat het in Sint-Eloois-Vijve gaat om een jonge kerel, die tijdens de misviering binnenkwam en zich achterin de kerk bezighield tot de communie, zijn ideale moment om een handtas mee te graaien. Vóór de aanwezigen het goed en wel beseffen, is de dader er al vandoor. Ironisch genoeg had het slachtoffer van de diefstal de jonge dader nog een vredeswens gegeven voor ze naar de communie ging. Zij en andere aanwezigen zouden de dief zeker herkennen, maar wellicht woont hij niet in de omgeving.
Priester Leenknecht begrijpt niet waarom de handtassendief in de kerk toeslaat. De kerk is op zijn zachtst gezegd een zeer ongewone plaats om te stelen. Gelovigen komen ook niet met veel geld naar de kerk. Intussen worden de gelovigen in de omliggende parochies opgeroepen tot voorzichtigheid. “Eén diefstal in de parochie is genoeg. We kunnen alleen maar hopen dat het daarbij blijft”, zegt Patrick Leenknecht.
Ook collega priester Luc Suys reageert aangeslagen. “Eerder werden al de microfoons in de kerk gestolen. Sindsdien sluit ik 's avonds de deuren, zodat er niemand binnen kan. Tijdens de dag is de kerk wel toegankelijk. Als je al rekening moet gaan houden met diefstallen tijdens de diensten, dan is het ver gekomen met de criminaliteit.” Volgens Suys gaat het om een vandalenstreek van een niet-gelovige. “Je hebt twee groepen mensen: gelovigen en niet-gelovigen. Die twee groepen moeten elkaar respecteren maar wel met rust laten.”
De politie in Waregem is op de hoogte van de handtassendiefstal. ”We hebben voorlopig geen enkele aanwijzing. Het is als zoeken naar een speld in een hooiberg”, vertelt Mira-perswoordvoerder Michael Vandenheede. “Voorzichtig zijn is zeker de boodschap.” Enige tijd geleden had de Lourdesgrot in Sint-Eloois-Vijve al af te rekenen met ongewenste bezoekers en enkele jaren geleden waren er ook vernielingen in de dekenale kerk in Waregem.
"In landelijke gemeenten is nu eenmaal minder controle dan in de steden", klinkt het op het bisdom, dat zo goed als machteloos moet toekijken. "Het enige wat we kunnen doen is elkaar op de hoogte brengen van de feiten", zeggen ook deken Achiel Roets en pastoor Wim Seynaeve van Avelgem.
http://www.rorate.com/nws.php?id=56345
|
|
|
Is heraangelegde parking Basisschool Vijve nog onveilig ?VLD-raadslid Delphine Cloet ziet enkele onlogische obstakels aan de recent door het stadsbestruur heraanlegde parking aan de basisschool in Sint-Eloois-Vijve. De ‘heraanleg’ bestond uit: Een op- en afrit voor de auto’s en een afgezonderde wandelstrook voor de kinderen. Op het eerste zicht lijkt het resultaat heel efficiënt, doch er zijn aan aantal mankementen? Aldus werd de vraag gesteld tijdens de jongste gemeenteraad.
Het VLD-raadslid schetst stelt daarbij volgende problemen :
1) Wanneer de kinderen of de schoolrij die wandelstrook gebruiken, dan bereiken ze de straat, maar ligt het zebrapad niet op de juiste plaats,
2) Wanneer de kinderen oversteken om naar de bibliotheek te gaan (links), dan moeten ze eerst naar rechts, het zebrapad oversteken, opnieuw naar links. Maar ze dienen over te steken, daar waar de auto’s de parking oprijden,
3) Wanneer de kinderen van de overkant naar school toe komen, dienen zij over te steken daar waar de auto’s de parking oprijden.
4) De wandelstrook start/eindigt midden de parking. De kinderen dienen dus nog een eind tussen de auto’s te laveren.
Op deze manier wordt een zeer onveilige situatie gecreëerd voor de kinderen. Delphine Cloet doet daarom volgende voorstellen. Een degelijke oplossing zou kunnen zijn:
1) een wandelzone langs de ‘oude’ Delhaize
2) het zebrapad verplaatsen tot recht voor de wandelstrook
Het raadslid vraagt of kan gezorgd worden voor een oplossing om deze onveilige situatie ongedaan te maken, zodat ongelukken in de toekomst kunnen vermeden worden? (foto’s ter verduidelijking)
In de stedelijke basisschool van Sint-Eloois-Vijve waren zowel de ouders als de leerkrachten al jaren vragende partij voor een meer veiligere parking voor de kinderen. Op de parking was het steeds een overrompeling van auto’s bij de aanvang en einde van de schooltijd. Er boden zich een aantal nieuwe mogelijkheden aan met de afbraak van de aanpalende woning.
In zijn antwoord heeft schepen van mobiliteit ondermeer mee dat de situatie is besproken in de verkeerscommissie en de verkeerscel. De ligging van het zebrapad, niet in het verlengde van het aanlooppad van op de parking, een bewuste keuze is om te vermijden dat de voetgangers zonder aandacht onveilig direct de straat zouden oversteken. In veel gevallen is het in dergelijke situaties gebruikelijk dat een versperring wordt aangebracht tussen voetpad en rijweg. Hier geldt de gebruikelijke zone 30 en de wagens die de parking willen oprijden en ook de andere bestuurders moeten voorrang geven aan de voetgangers op het zebrapad.
Uiteindelijk werd de suggestie meegenomen om hier ter hoogte van de wandelstrook de mogelijkheid te voorzien van een hindernis tussen voetpad en rijweg.
|
Reageer (0) |
|
Tentoonstelling Emile Claus in Deinze en Gent
Vandaag zaterdag 21 maart 2009 opent de tentoonstelling ‘Emile Claus en het landleven’ in het Museum voor Schone Kunsten te Gent. Tot zondag 21 juni 2009 staat de kunstenaar uit Sint-Eloois-Vijve (Claus 1849-1924) centraal zowel in Gent als in Deinze. Voor het Museum van Deinze en de Leiestreek, waar heel wat werken van Claus in zijn collectie heeft, was dit de perfecte gelegenheid om de onlangs verworven tekeningen van Emile Claus gedurende dezelfde periode aan het publiek voor te stellen. Emile Claus had reeds zijn retrospectieve in Waregem, waar hij ondermeer actief was aan wat we de voorloper van de huidige tekenacademie kunnen noemen. Rond 1868 volgde de beroemde Vlaamse schilder Emile Claus avondles en gaf later zelf les in de schetsclub van de avondschool, voorloper van huidige Sint-Paulus volwassenenonderwijs aan het VTI
Pronkstuk in het museum te Deinze is 'De Bietenoogst'. Als er één kunstenaar is die Deinze wereldfaam bezorgde, dan is het wel Emile Claus. Op artistiek vlak rijst hij als een reus uit boven zijn tijdgenoten en leerlingen. Maar Claus is de meester. 'Drie maanden lang kan iedereen een unieke tentoonstelling bewonderen. Uniek omdat het de enige keer is dat we het volledige oeuvre van Claus dat Deinze in bezit hebben tezelfdertijd wordt getoond. Later zal dat fragmentarisch zijn. Uniek ook omdat het om een complementaire expositie gaat waarbij zowel het Museum voor Schone Kunsten in Gent als wij in Deinze Claus op een speciale manier belichten. In oktober vorig jaar verwierf het museum 102 tekeningen van de hand van Emile Claus, de kunstenaar die zich graag liet inspireren door de Leie, zijn omgeving en het werk op het platteland. Nu worden die voor het eerst voor het grote publiek tentoongesteld.
Het wordt in Deinze geen wandelingetje langs 115 tekeningen, schetsen en voorstudies voor schilderijen uitgevoerd op papier, met potlood, houtskool of sanguine. Nee, ze creëerden daar een gang waarin iedere tekening tot haar recht komt. De tentoonstelling laat Claus volop herleven aan de hand van citaten uit het boek 'Mijn broeder in Vlaanderen' van Cyriel Buysse. Die worden voorgedragen door Gilbert Van Vlaenderen en op de wanden geprojecteerd. In verschillende zalen werden aan het plafond reuzefoto's met beelden van Claus opgehangen.
“We maken verder van de gelegenheid gebruik om zijn meesterwerk: de Bietenoogst (3,2 x 4,8 meter) speciaal te belichten. De expositie biedt de mogelijkheid om de 102 tekeningen die we in 2002 konden aankopen uit privé-bezit, samen met de 13 die we reeds in ons bezit hadden, te tonen”, zegt museumverantwoordelijke Veerle Van Doorne.
De aanleiding tot het exposeren van de verzameling in Deinze is de tentoonstelling “Emile Claus en het landleven” in Gent en ook wel het doctoraat over Claus dat curator Johan De Smet onlangs beëindigde. Omdat het meer dan 10 jaar geleden was dat wij in Deinze nog iets rond Claus hadden gedaan, zijn ze mee in de dans gesprongen. Hoeveel werken Claus maakte, is niet direct geweten. Uit bronnen weten we wel dat hij veel werkte en zelfs in de kerk schetste. De Clausroute toont een aantal van die pleisterplaatsen.
In het Museum voor Schone Kunsten te Gent sluit het project Claus aan bij het tentoonstellingsbeleid van het museum. Dat is onder meer gericht op aspecten van de Belgische kunst in de negentiende en twintigste eeuw. Met deze tentoonstelling wordt Claus’ werk in de ontwikkeling van de Belgische beeldende kunst in de periode 1880-1914 gekaderd. In de complexe historische context van zijn tijd speelde hij weliswaar geen voortrekkersrol, maar was hij al evenmin een meeloper. Claus onderscheidde zich internationaal, en juist dit internationale succes reflecteerde zich in het werk van een uitgebreide groep jonge kunstenaars die in het begin van de twintigste eeuw debuteerden met luministisch werk.
Emile Claus was de belangrijkste vertegenwoordiger van het impressionisme in België. Hij
bewonderde het Franse impressionisme en paste deze stijl toe in de uitbeelding van zijn vertrouwde plattelandsomgeving. Claus werd in zijn tijd op de handen gedragen. Ook vandaag geniet zijn optimistische en zonnige kunst nog steeds een grote populariteit. De tentoonstelling brengt de beste werken van Emile Claus bijeen en belicht de centrale thema’s in zijn werk: de landarbeider, het werk op het land, het dorpsleven, het leven met de rivier en het zuivere landschap. Zijn werk wordt geconfronteerd met dat van Belgische tijdgenoten zoals Alfred William Finch, Léon Frédéric, Constant Permeke, Constantin Meunier en Théo Van Rysselberghe.
Emile Claus uit Sint-Eloois-Vijve
Claus werd geboren in 1849 als zoon van een winkelier-herbergier in Sint-Eloois-Vijve. Aanvankelijk gaat hij naar de academie van Waregem. Emile Claus groeide op in een eenvoudig milieu en het kostte hem veel moeite om zijn omgeving te overtuigen van zijn artistieke kwaliteiten. Uiteindelijk effende de componist Peter Benoit (1834-1901) – Zijn vader was sluiswachter in Sint-Eloois-Vijve - voor hem de weg naar de Antwerpse Academie (1869-1874). Ondanks goede resultaten deed hij niet mee aan de Prijs van Rome, waarna een breuk kwam met directeur de Keyser en hij een zelfstandig artiestenleven begint, waarbij hij in zijn levensonderhoud voorziet door het geven van les, ondermeer in Waregem.
Zijn eerste tentoonstelling vond plaats te Gent in 1874, onder het goedkeurend oog van Nicaise de Keyser (1813-1887), de directeur van de Antwerpse academie, in wiens atelier hij op dat moment werkzaam was. Claus verlengde zijn verblijf in Antwerpen en werd er beïnvloed door kunstenaars van de zgn. grijze Antwerpse school. In deze periode kreeg hij ook officiële opdrachten van de stad. Bij de Antwerpse bourgeoisie ontpopte de kunstenaar zich als een veelgevraagd portretschilder.
Wellicht onder invloed van oriëntalistische doeken van Charles Verlat (1824-1890) ondernam Claus in 1879 een reis naar Spanje, Marokko en Algerije. Aan de Middellandse Zee werd Claus verrast door de heftige koloristische tonaliteiten en de intense lichteffecten op de omgeving. Het tot dan tamelijk sombere, Antwerpse palet verheldert en verlevendigt sterk in de studies en schilderijen uit deze periode. Men mag echter aan deze reis niet te veel belang hechten. Artistiek vervolgde Claus bij zijn terugkeer de weg die hij voorheen was ingeslagen.
Nadat hij in de jaren zeventig en de vroege jaren tachtig vooral bekendheid had verworven in Antwerpse kringen, volgde nationaal en internationaal succes toen hij op het Parijse Salon en het Salon van Antwerpen in 1882 Het hanengevecht tentoonstelde. Het gezaghebbende Brusselse tijdschrift L'Art Moderne erkende in hem een groot portrettist, maar duwde hem toch in de conservatieve, Antwerpse hoek. Het doek, aanvankelijk bedoeld als een portrettengalerij van vooraanstaande Waregemse notabelen, werd niet voldoende realistisch bevonden, als had hij te weinig oog voor het barbaarse spel van het hanengevecht.
In de drie jaar volgend op Het hanengevecht toonde Claus zich als een doordacht landschapschilder, een beschouwer van de ‘volle, frissche natuur’. De verwondering “dat hij die gedachten in het hoofd en die poëzie in het hart had, - dat hij over zoveel kracht van uitvoering beschikte en over zo'n rijk koloriet”, lokte bij de critici een bewondering in superlatieven uit. Claus' stukken werden doorgaans als ‘bezielde fotografie’ gewaardeerd: de schilder werd beschouwd als een zeer talentvol man en bovendien als ‘een natuurdichter van hoge waarde’. Van dan af nam hij jaarlijks deel aan de Parijse Salons waar Claus de invloed onderging van de panoramische, in plein-air geschilderde werken van de salonprotagonisten Jules Bastien-Lepage (1848-1884) en diens geestelijke opvolger Léon Lhermitte (1844-1925). Hij verwijderde zich van de afstandelijke portretstudies in de lijn van Alfred Stevens (1823-1906), Jan Verhas (1834-1896) en Edouard Agneessens (1842-1885)-door de kunstkritiek gemeenzaam ‘bevallige kabinetstukjes’ genoemd - en wierp zich op de natuur.
In 1886 trad Claus in het huwelijk met Charlotte Dufaux, afkomstig uit een vooraanstaande notaris-dynastie uit Waregem en betrok hij definitief een jachtpaviljoen te Astene (dichtbij Deinze), het atelier dat later als ‘Villa Zonneschijn’ bekend werd. Deze naam vat volgens diens vriend - de belangrijke kunstcriticus en romancier Camille Lemonnier (1844-1913) - het doel van de kunstenaar samen, nl. de intensieve studie van de veranderende impact van het licht op de natuur. De landelijke omgeving en het wijdse vergezicht op de Leie inspireren tot doeken als De Oude tuinman, De pick-nick (Brussel, Koninklijke Verzameling) en Vlaswieden in Vlaanderen (Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten). Zijn voorkeur gaat uit naar grootse composities, waarin op een natuurgetrouwe, wetenschappelijk-punctuele wijze en met een soms lichte maatschappijkritische ondertoon, landelijke figuren in helder licht verschijnen.
In 1911 peilde Karel van de Woestijne (1878-1929) naar de mens achter de kunstenaar Claus en typeert hem als volgt: “Die vervoering, dat teeken van eeuwige jeugd, van eeuwige verkorenheid, en tevens de macht er steeds het juiste beeld voor te vinden in eene dichte nabijheid; - dat ontroerd-vermogente-zijn, en het voor zich en anderen en iedereen te mogen erkennen in de praktische werkelijkheid van een landschap, en het daarna in zulke waarheid te kunnen nabeelden dat ieder er 's kunstenaars vervoering in erkent als ware 't zijne eigene: het is heel Claus' kunst.”
Men beschouwt Claus als de leider van het Belgisch luminisme. In 1904 stichtte hij de Kring Vie et Lumière. Volgens Ensor is Claus de geniale kerel die "de zon op flessen trok". Emile CLAUS reisde in maart 1907 aan boord van de “Oceanic” naar de U.S.A. In Pittsburgh was hij jurylid van de Carnegie-wedstrijd. Tijdens de 1ste wereldoorlog vertoeft hij in Londen in ballingschap. Tijdens deze periode brengt hij indrukwekkende riviergezichten van de Theems voort die bekend staan als de ‘weerspiegelingen op de Theems’.
Tijdens zijn leven kende hij, in tegenstelling tot menig ander schilder, een zeer groot succes. Niet alleen zijn werk doch ook zijn zeer innemende levensstijl en voorkomen droegen daartoe bij. Emile Claus had ook zijn volgelingen: Joris Buysse in Gent, Jozef Adriaan Heymans in Dendermonde, Alfons Proost in Antwerpen, Georges Lemmen en Georges Morren in Brussel. Hun schilderen kenmerkt zich door het schilderen in openlucht en het aanbrengen van zeer lumineuze helder oranje partijen en purperen schaduwen. Rurale onderwerpen zijn uiteraard legio. In het Latemse zelf heeft hij ook wel een duidelijke invloed uitgeoefend vooral op sommige van de latere schilders. De invloed is vooral zichtbaar bij Jenny Montigny, ook andere vrouwen zoals Gabrielle della Faille en Anna De Weert volgden zijn sporen. Onder de mannen waren de meest overtuigde volgelingen o.m. Van Loo, Octaaf Malfait, Modest Huys, Sys en Dessenis.
Met dank aan Bernard Delange
https://blog.seniorennet.be/wareber2/



Tentoonstelling Emile Claus in Deinze
Emile Claus in het Museum van Deinze en Gent
Winterlanschap
Vandalen vernielen Lourdesgrot in Vijve
In St.-Eloois-Vijve is tijdens de nacht van vrijdag op zaterdag grote ravage aangericht aan de Lourdesgrot. Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw, dat er al meer dan 100 jaar staat, werd uit de nis gehaald en volledig vernield. Kaarsen werden gekraakt, kandelaars omvergegooid, danksteentjes stuk geslagen ... Ook het beeldje van de kleine Bernadette moest er aan geloven. Twee maanden geleden werd op diezelfde plek een brandblusapparaat in de grot leeggespoten.
Het zijn pijnlijke en onbegrijpelijke gebeurtenissen voor de parochiegemeenschap van St.-Eloois-Vijve. Pastoor Patrick Leenknecht: "De Lourdesgrot is een klein bedevaartsoord waar dagelijks heel wat mensen verwijlen bij Onze-Lieve-Vrouw. Zinloos en respectloos vandalisme heeft helaas dit mooie plekje bevuild. Is er iemand of zijn er meerderen die op ronde zijn om vernieling te zaaien aan grotjes en kapelletjes? We vernemen immers van mensen dat in de streek ook aan kleine kapelletjes aan huizen onlangs schade werd toegebracht."
De nog altijd drukbezochte Lourdesgrot is gelegen in de Grottelaan in een prachtig natuurkader. Een gedenksteen naast de nis met het Onze-Lieve-Vrouwbeeld herinnert eraan dat juffrouw Ursula Vandenbroeke de rots liet bouwen in 1895. Voor de bouw van de grot werden rotsblokken aangevoerd uit de Pyreneeën in de streek van Lourdes. Om de grot van verval te redden werden zowat twintig jaar geleden geslaagde restauratiewerken uitgevoerd, waardoor Sint-Eloois-Vijve mag bogen op één van de mooiste en stemmigste mariale bidplaatsen uit de streek.
Veel informatie over de Lourdesgrot in Sint-Eloois-Vijve vinden we in het blog Vijvenaarke van Maurice, waarnaar we een link hebben bij onze favorieten in de rechterkolom van dit stadsblog. De Lourdesgrot van Sint-Eloois-Vijve is het levenswerk van Ursula Vandenbroucke en Maurice De Jonckere. Laatstgenoemde was kerkbaljuw, kerststalbouwer, dorpsfilosoof en duivel-doet-al. Hij ontfermde zich later over de Lourdesgrot.
Aanleiding voor de bouw van de Lourdesgrot was de wonderlijke genezing van de ‘doofstomme’ Maria Vercruysse, na een bedevaart met juffrouw Ursula Vandenbroucke naar Lourdes. Met eigen centen en met de hulp van hoeveknecht Jules Waelkens en de landslieden van schoonbroer Leo Ide liet zij, waar nu de lindendreef van ' Vluchens hof ' eindigt, boven de bij de vlassers welbekende, aldaar opborrelende waterbron een immens grote grot bouwen. Voorwaar, een bijzonder goed geslaagde en natuurgtrouwe kopie van de grot van Massabiele. Drie wagons rotsblokken, waarvan sommige meer dan 200 kg wegen, werden uit de Pyreneeën per spoor naar het station van Waregem gevoerd en vandaar met paard en kar Vijvewaarts gereden.
De moeilijkheden waren legio : ' architecte ' Ursula moest zich behelpen met een afbeelding, de grond was bijzoder drassig, de stenen immers zwaar en als bindmiddel was er slechts Doornikse kalk en roggemeel en - aldus de legende - het zweed van juffrouw Ursula en de arbeiders. Het was een titanenwerk, dat maanden in beslag nam en lang niet door iedereen met bewondering werd gadegeslagen, zoals blijkt uit een socialistisch geinspireerd krantenartikel van ' Vooruit ' gedateerd op 13.07.1896, dat onder de titel “Vijve St - St-Eloi. ook een Lourdes” bijzonder venijnig uit de hoek kwam. We willen hier waarschuwen voor de eigentijdse subjectieve berichtgeving van de dagbladen uit die tijd…
"Wat geluk voor onze arme inwoners, zij zullen weldra van den honger verlost zijn, de pachten zullen gaan verminderen, de loonen gaan vermeerderen, het geluk lacht al wat arm is in Vijve St-Eloi tegen. Ge gelooft het niet maar wij gaan hier een Lourdes krijgen, zoals in Oostakker en daar ook is de armoede een ongekend iets tenminste voor diegene die door dit middel de lichtgeloovige allerhande offers kunnen afzetten. En dit alles hebben wij te danken aan eene vrouw Ursula. Voor zoo eene verstandige daad verdient zij gedekoreerd te worden".
Jaren later werd aan de grot een arduinen plaat gemetseld met de inscriptie : "Wees indachtig de ziel van juffrouw Ursula Vandenbroucke, overleden te Vyve St - Elooi den 6 januari 1901 in de ouderdom van 56 jaren, die deze rots stichtte in het jaar 1895". Met de jaren echter begon de tand des tijds aan de grot te knagen tot de kajotters in de loop van het jaar 1934 voor een eerste opknapbeurt zorgden. In 1966 pakte Maurice De Jonckere zelf de definitieve restauratie aan. Zeven kubieke meter beton werd gegoten ter versterking van de rots. Draineerbuizen leiden voortaan het overtollige water af naar de aangrenzende vijver. Voor de grot werd een geplaveide en feeëriek verlichte esplanade aangelegd. En telkens weer sprokkelde Maurice de nodige fondsen en handen bijeen om het bedevaartsoord te verfraaien tot wat het vandaag is : een oase van stilte en rust die de talrijke bedevaarders uitnodigt tot een vroom gebed.
BOOTTOCHTEN OP DE LEIE 2009
In de zomermaanden juli en augustus kun je naar hartelust meevaren tijdens de zomerboottochten op de Leie.
Nieuwe pastoor voor St-Eloois-Vijve en Federatie Waregem-Leiekant
Pastoor Patrick Leenknecht is geboren te Tielt op 23-01-1964 en werd priester gewijd op 08-07-1990. Na zijn wijding was hij eerst leraar aan het St-Jozefscollege te Izegem, daarna medepastoor te St-Eloois-Winkel.
We blijven het echter een verdienstelijke poging noemen om het Sint-Eloois-Vijve van uit zijn jeugdjaren te schetsen. We denken dat het werk van Luc Cappon minstens zijn heemkundige waarde zal blijven hebben en ook zal kunnen gewaardeerd worden bij plaatselijke historici. Het moet ook een aanmoediging zijn voor anderen om hun jeugdherinneringen aan een gewijzigd dorpsleven in een neergeschreven tekst te vertellen en zodoende te bewaren voor het nageslacht.
Niemand keert in de moederschoot terug,
Wel naar het dorp van zijn jeugd !
Luc Cappon heeft in zijn boek een vijftiental opstellen gebundeld. Deze kunnen een reëel beeld ophangen van wat het dagdagelijkse leven in een dorp als het naoorlogse Sint-Eloois-Vijve was. Het kan trouwens een spiegelbeeld bieden voor de meeste dorpjes van toen. Luc acht zich gelukkig en tevreden met zijn resultaat en hoopt dat de lezer zich daarin kan terugvinden.
De titel “Het Wegelingsken” is ook het eerste opstel in het boek. Daarna volgen :
15 november 1941 … het stond in de krant
de lochting
boeken, boekjes, de boekerij
spelling in het spel
De Uilenspiegels
Hoger Op
Godsdienstig leven in Vlaanderen en Vijve
Religie in de tijd van toen
Paus en Pastoors
Verliefd, verloofd, getrouwd
Vijve, dorp van en aan de Leie
Politiek schouwspel in het Vijve onzer jeugd: 1947-1953
Collaboratie, repressie, koningskwestie, …
Vijfse figuren
Bibliografie
Een vlokje heimwee…
Een schalks knipoogje…
Een spat cynisme…
Een volle traan…
Blij en dankbaar om hetgeen wij van Vijve en de Vijvenaren meekregen.
En:
We geven mekaar de vijve,
Want van tiene negen is ’t elve en dan te late,
En is ’t op een twee drie over en out !
Tot weerziens! Misschien?
Heel genegen.
Luc
Mijn bijzondere dank aan Bernard Delanghe van wie ik de toestemming heb gekregen dit bericht over te nemen van zijn webblog "Wareber 2"
Davisfonds Vijve
DAVIDSFONDS ST-ELOOIS-VIJVE 2009
JOZEF LAMBRECHT
TONEEL TE VIJVE
Koninklijke Fanfare \\\\\\\\
Historiek fanfare " HOGER OP " ST-ELOOIS-VIJVE °1923
Peter Benoit en St-Eloois-Vijve
Peter Benoit
Wapenschild
Bekende Vijvenaars
Onderpastoor Reimond van den Poel Danbaar aandenken aan mijn
GOUDEN PRIESTERJUBILEUM
Zevenkerken \'48 Sint-Eloois-Vijve \'98
Magnificat !
Mijn hart prijst hoog de Heer.
Van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder,
want hij heeft welwillend neergezien
op de geringheid van zijn dienaar.
Hij heeft mij tot zijn priester uitverkoren
en heilig is zijn Naam.
Dank Heer, voor het goede dat ik mocht doen.
Vergeef mij waar ik tekort ben gekomen.
Maria, moeder van de kerk,
aan U heb ik mijn priesterschap te danken.
Mijn hart en mijn leven zijn aan U toegewijd.
Zegen allen die goed zijn geweest voor mij
en allen die aan mijn zorgen werden toevertrouwd.
Neem mijn dierbare overledenen op in de hemelse vreugde.
Maria, moeder van de priesters, bid voor ons
Reimond van den Poel
Onderpastoor Reimond van den Poel
Aandenken aan zijn gouden priesterjubileum.