Naar de inhoud

Het Vijvenaarke

!!!! AAN DE LEIE !!!!
seniorennet.beseniorennet.be

Cairo

Aan de grote pyramide van "Chephren"
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 22:31 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De Sinäi

De "Put van Mara" waar Mozes een stuk hout in wierp om het water te zuiveren. ( Zo te zien zal hij er nog eens moeten langskomen)
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Maurice om 21:46 Reageer op dit bericht

De Sinäi

Ons Hotellencomplex in de Sinäiwoestijn met zwembad
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 21:27 Reageer op dit bericht

De Sinäi

Het " Katherinaklooster" aan de voet van de berg.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 21:22 Reageer op dit bericht

TRIESTIG? TROOSTELOOS.

't Is triestig, treurig troosteloos
als dagenlang een kille regen valt,
een nijdig norse noordenwind, die boos,
't humeur en 't leven der natuur vergalt.

En troostellos loopt ook een oude boer
geduffeld in een vale, vettig vuile frak,
getaand in zijn gezicht, de blik nog stoer
met op zijn kop zijn schotse scheve klak.

Reeds lang voorbij,... zijn stevig, sterke jeugd,
de tegenslag ontging zijn leven niet
dat gaf,... gelukkig maar, ook diepe vreugd.

't Is triestig voor die moede, arme man,
die nooit de weg van plichtenleer verliet
maar op zijn oude dag, van niets genieten kan.

                                                  Maryflor

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 20:18 Reageer op dit bericht

HOVENIERSLIEDJE

Reik mij de krokus van u lippen,
schenk mij de sneeuwklok van u lach,
ik ben vandaag om uit te knippen,
zo triestig als een zaterdag.

Al mijn radijzen zijn bevroren,
mijn selder is het leven moe,
wijk met mij uit naar de Azoren,
dan doe ik straks mijn winkel toe.

Daar groeit de sla zelfs zonder water
de kelver zonder veldfosfaat,
en bovendien is er een pater
die voor de biecht geen Vlaams verstaat.

Dus zeggen wij hem onomwonden
wat dat er op ons zieltje ligt,
wij biechten vier keer 's jaars onz' zonden
en doen steeds onze plaat van sticht.

louis Verbeeck

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 00:00 Reageer op dit bericht

Voor alle moeders.

ONS MOEDER

'n Sterre,
'n vermag het niet,
lichtend van zo verre
te pinken als dees griet
en zonder schijn
steeds lief te zijn.

'n Zonne,
glanzend in een waterring,
liefd' en warmtebronne
stralend in haar kring,
als parel van de dauw
zo mooi is zei als vrouw

De Maan,
met gouden geel gezicht,
vertederd en licht aangedaan
schijnt fluisterend in 't schemerlicht
te zeggen aan wat leeft,
gelukkig hij, die nog zijn moeder heeft.

                                              Maryflor

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 20:37 Reageer op dit bericht

Gedicht

ZONNESCHIJN

Liefde, zoals het hoort
is meer dan een woord,
zich geven ongeblust, totaal,
is de hoop van ons allemaal.

Liefde zoals ze is
wars van het vele vernis
en de valse schijn,
is het schenken van klare wijn.

Liefde zoals het moet,
is een heldere groet.
Geliefden die samengaan
gelouterd door vallen en opstaan.

Liefde van achtien karaat
is een hart dat openstaat,
zuiver in openheid
en altijd tot helpen bereid.

                           
Maryflor

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Maurice om 20:01 Reageer op dit bericht

Lourdesgrot

Gebed tot O.L.V. van Lourdes

Barmartige God,
kom onze zwakheid te hulp
en geef ons op voorspraak van de onbevlekte Moeder van God,
nu wij haar gedachtenis vieren,
de kracht om uit de zonde op te staan.
Door Christus onze heer. Amen

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Maurice om 20:31 Reageer op dit bericht

Grot

Kruisbeeld aan de Lourdesgrot.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Maurice om 20:30 Reageer op dit bericht

De Lourdesgrot van St-Eloois-vijve 1895 - 2006

Het levenswerk van Ursula Vandenbroucke en Maurice De Jonckere.

1. Ursula Vandenbroucke, de stichteres van de grot.

Ursula, ontsproten uit diep christelijke ouders, was een verstandige en innemende vrouw. Met haar Spaanse zwarte ogen en haar lichtbruin getaande of "geabsaneerde huid", eigen aan de Vandenbrouckes, trok zij willens nillens de aandacht van het sterke geslacht en in het bijzonder van haar vier jaar oudere dorpsgenoot Leo Ide. Trouwen was aan haar echter niet besteed, zodat uiteindelijk niet zij, maar haar 16 jaar jongere zuster Hortence met voornoemde Leo Ide in 1873 in het huwelijksbootje stapte. Op de ouderlijke hoeve bleef zij wonen tot omstreeks 1883 - 1885, de periode waarin haar oudere broer Leonard en schoonzuster Leonie Vannieuwkerke het ouderlijke goed 'Te Mullem' voor eigen rekening exploiteerden en haar zuster Hortence en schoonbroer Leo Ide een tweede hofstede aan de huidige Grottelaan gingen bewonen. Ursula nam officieel haar intrek op de hofstede 'Ide' ( thans Joseph Vanderstichele ) en bleef daar officieel gehuisvest, samen met dienstmeid Nathalie Dewaele, tot haar dood op Driekoningendag van het jaar 1901. De Historische werkelijkheid  wijkt wel eventjes af van de 'officiele' geschiedschrijving, zodat Ursula vrij geregeld ook het huishouden beredderde op het goed ' Ter Steenbosschen '  terwijl haar zuster Hortance optrok met de wiedsters, de vlasslijters en de roters aan de Leieboorden, de Desselgemstraat en de huidige Gentseweg. Ursula, die voor die tijd zeker een gefortuneerde dame kon worden genoemd, was een vrome en diep godsdienstige vrouw. Zij was niet alleen lid van de in 1872 door pastoor Chyoot en ' prefecte ' Louise Boulez gestichte congregatie van O.L. Vrouw en van het broedersschap van het Allerheiligste Sacrament en van de Wekelijkse Kruisweg, maar beoefende daadwerkelijk de deugd van de naastenliefde. Het genootschap van St-Vincentius a Paulo, waarvan haar schoonbroer Leo Ide schatbewaarder was, kon steeds op haar beroep doen in een tijd waarin de armoede geen uitzondering, maar sommige jaren eender de algemene regel was. Zij leefde in de schaduw van haar zuster Hortance, maar hield zich niettemin onledig met parochiale werken en ziekenbezoek. Volgens mondelinge overlevering en getuigenis van wijlen kerkbaljuw Maurice De Jonckere en de kleinkinderen van HortanceVandenbroucke, met name Etienne Debrabandere en Elisabeth Ide, houdt het bouwen van de grot van O.L.Vrouw van Lourdes, rechtstreeks verband met de wel dan niet wonderbaarlijke genezing van juffrouw Vercuysse van het goed ' Schouwendaele ' of ' Schoendale ', de hofstede die zich deels over Vijve en deels over Desselgem uitstrekt, en nu bewoond door Michel Vantemsche. Hier woonde vanaf 1884 het gezin van Felix Vercruysse en Nathalie Vanackere, die eerst een tijdje in Pittem geboerd hadden en wier dochter Maria ( ° Pittem 7.11.1874 ) volgens de overlevering een zwakke gezondheid bezat.Twee van haar broers en zusjes waren vroeg gestorven en het had op ' Schoendale ', aldus een taaie en hardnekkige legende, ook aardig wat gespookt.

Juffrouw Ursula, getroffen door het spraakgebrek van de doofstomme ( ? ) of ' hakkelende ' ( ? ) Maria Vercruysse , wist haar ouders te overtuigen hun dochter toestemming te verlenen om in haar gezelschap op bedevaart te trekken naar Onze Lieve Vrouw van Lourdes, voor wie zei een innige verering koesterde. En het wonder gebeurde : te Lourdes vond Maria Vercruysse haar spraakvermogen terug. Misschien is het verhaal van de wonderlijke genezing eerder fictie dan historische werkelijkheid, zoals haar neef Marcel Vercruysse, de in 1909 op ' Schoendale ' geboren en in 1986 te Zillebeke overleden pastoor van Bikschote, ons ooit mededeelde, maar de verdiensten van juffrouw Ursula Vandenbroucke zijn er niet minder om.

Met eigen centen en met de hulp van hoeveknecht Jules ( ? ) Waelkens en de landslieden van schoonbroer Leo Ide liet zij, waar nu de lindendreef van ' Vluchens hof ' eindigt, boven de bij de vlassers welbekende, aldaar opborrelende waterbron een immens grote grot bouwen. Voorwaar, een bijzonder goed geslaagde en natuurgtrouwe kopie van de grot van Massabiele. Drie wagons rotsblokken, waarvan sommige meer dan 200 kg wegen, werden uit de Pyreneeën per spoor naar het station van Waregem gevoerd en vandaar met paard en kar Vijvewaarts gereden.

De moeilijkheden waren legio : ' architecte ' Ursula moest zich behelpen met een afbeelding, de grond was bijzoder drassig, de stenen immers zwaar en als bindmiddel was er slechts Doornikse kalk en roggemeel en - aldus de legende - het zweed van juffrouw Ursula en de arbeiders. Een titanenwerk, dat maanden in beslag nam en lang  niet door iedereen met bewondering werd gadegeslagen, zoals blijkt uit een socialistisch geinspireerd krantenartikel van ' Vooruit ' gedateerd op 13. 07 . 1896, dat onder de titel ' Vijve St - St-Eloi.  ook een Lourdes ' bijzonder venijnig uit de hoek kwam.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
" Wat geluk voor onze arme inwoners, zij zullen weldra van den honger verlost zijn, de pachten zullen gaan verminderen, de loonen gaan vermeerderen, het geluk lacht al wat arm is in Vijve St-Eloi tegen. Ge gelooft het niet maar wij gaan hier een Lourdes krijgen, zoals in Oostakker en daar ook is de armoede een ongekend iets tenminste voor diegene die door dit middel de lichtgeloovige allerhande offers kunnen afzetten. En dit alles hebben wij te danken aan eene vrouw Ursula. Voor zoo eene verstandige daad verdient zij gedekoreerd te worden ".
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uit dat antiklerikaal getint artikel valt af te leiden dat de werzaamheden, gestart in 1895, in juli 1896 nog niet helmaal voltooid waren. Ursula vertoefde tijdens haar laatste levensmaanden permanent bij haar zuster Hortance en kon van op haar sterfbed haar levenswerk gadeslaan en Onze Lieve Vrouw van Lourdes, de troosteres der verdrukten, aanroepen. Zij stierf op 6 januari 1901 nauwelijks 55 jaar oud. Toen de lijkstoet op de dag van de begrafenis kerkhofwaarts trok, werd eventjes halt gehouden aan de Lourdesgrot.

Jaren later werd aan de grot een arduinen plaat gemetseld met de inscriptie :
          " Wees indachtig de ziel van juffrouw Ursula Vandenbroucke, overleden te Vyve St - Elooi den 6 januari  1901 in de ouderdom van 56 jaren, die deze rots stichte in het jaar 1895 "


                    Gedachtenisprentje van Ursula Vandenbroecke.

Zij was eene wijze maagd van 't getal der voorzichtigen, die de heer wakende gevonden heeft.
                                                                                                                           Brev. Rom .

                 Zalige en Dierbare Rouwgedachtenis
                                      VAN JOUFROUW
        URSULA VANDENBROECKE,
            Raadslid der Congregatie van O.  L.  Vrouw
          Lid van het broederschappen van het
                 Allerheiligste Sakrament
         van den wekelijkschen Kruisweg, enz.
    geboren te Cruyshoutem en overleden te Vyve St. Eloi
     ontecht en schier ontbloot van alle tijdelijke goederen,
     maar schatrijke voor den hemel, op Drijkoningen van
    't jaar O.  H.  J.  C.  1901, in den ouderdom van 56 jaar

           -------------------------------------------------

Zij was eene verstandige dochter en van god had zij eene schone ziel ontvangen.  --  Zij was ten vollen zachtmoedig, onberispelijk in haar gedrag, en van hare teedere jaren af, in alle slach van deugden geoefend. -- Zij beminde het huis van God, ten allen tijde was zij even zorgvuldig en vlijtig om te naderen tot heilige Sacramenten, om de H . Sacrifitie van de misse bij te wonen, om Jesus te aanbidden in het H . Sacrament des altaars, om hare hulde te bewijzen aan de onbevlekte Maagd Maria, die zij uitermate beminde. -- Troosteres der bedrukten, zij hielp den armen en at haar brood met de hongere en bedekte de behoeftigen en hare kleederen. -- Zij wist dat de aalmoes verlost van de zonde en van het eeuwig leven verzekert. Ook bemint van God en van de menschen zal hare gedachtenis in zegening blijven. -- Geheel haar leven God gevreesd hebbende is zij, in zijne liefde, de dood gestorven der gelukzaligen.  Sap. II Mach. - Ps. - Off .  S .  Germ. - Tob . - Ad  Rom .
Beminde bloedverwanten en Medezusters der Congregatie, weent niet gelijk deze die geene hoop hebben.  Maakt dat wij elkander wederzien; bereidt ook eene geruste en heilige dood !   't Is toch zoo zoet te sterven als men wel geleefd, Maria bemind en den armen niet vergeten heeft.  Doet dit, en tot wederzien !
                         --------------------------------------------

                    DRUK. JACQ. DELAERE _ BAEKELANT, KORTRIJK


------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

2. Kerkbaljuw Maurice De Jonckere.

Wie dat zijn hele leven lang onverdroten heeft gedaan, is kerkbaljuw Maurice De Jonckere. Geboren op de Leiehoek op 11 augustus 1895 in een driewoonst, in de volksmond bekend onder de naam van ' priesterage ' - een historisch relict van wat ooit tot het begin van de 18e eeuw de met een wal omringde residentie van de dorpspastoor was geweest - woonde Maurice samen met zijn ouders Julien en Ursula Nachtegaele in een huis dat eigendom was van Leo Ide en zich halfweg bevond langs de dreef die van de kerk naar het hof van Leo Ide ( thans Vanluchene ) liep. Maurice was nauwelijks vijf en een half jaar oud toen hij aan de hand van zijn moeder Ursula Vandenbroucke op haar sterfbed bezocht. Hij meende zich nog goed te herinneren hoe Ursula tot zijn moeder zei : ' Trek die kast eens open, daar ligt stof voor een broekske voor dat ventje '.

Maurice, geboren in het jaar dat Ursula Vandenbroucke de grot liet bouwen, vatte een bijzondere verering voor Onze Lieve Vrouw op en beweerde telkens weer door haar verhoord te zijn geweest.

Met de jaren echter begon de tand des tijds aan de grot te knagen tot de kajotters in de loop van het jaar 1934 voor een eerste opknapbeurt zorgden. In 1966 pakte Maurice zelf de definitieve restauratie aan. Zeven kubieke meter beton werd gegoten ter versterking van de rots. Draineerbuizen leiden voortaan het overtollige water af naar de aangrenzende vijver. Voor de grot werd een geplaveide en feeëriek verlichte esplanade aangelegd. En telkens weer sprokkelde Maurice de nodige fondsen en handen bijeen om het bedevaartsoord te verfraaien tot wat het vandaag is : een oase van stilte en rust die de talrijke bedevaarders uitnodigd tot een vroom gebed.

Laten we in deze dagen ook aan de op 19 september overleden Maurice De Jonckere - kerkbaljuw, kerststalbouwer, dorpsfilosoof en duivel-doet-al - en aan zijn echtgenote Godelieve Dewaele ( ° Waregem 31 .01 . 1890, x 08. 08. 1928,  + SEV 02. 04. 1982 ) met dankbaarheid terugdenken.

                      Tekst Marcel Delmotte

Gedachtenisprentje van Maurice De Jonckere

Wij brengen voor God
dankbaar in herinnering
de naam van

Maurice De Jonckere
weduwenaar van Godelieve Dewaele

geboren te St-Eloois-Vijve op 11 augustus 1895 en er
godvruchtig in de Heer ontslapen op 19 september 1984,
gesterkt door de Sacramenten der zieken.

Kerbaljuw vereremerkt met het gouden kruis van
St. -Donatianus.
Lid van de Kristen Bond van Gepensioneerden
------------

Ave Maria !
In die laatste weken en maanden luisterde hij zo dikwijls met ingetogen ernst naar de cassette van Lourdes. Dan voelde hij zich opnieuw heel dicht bij de Lourdesgrot en bij onze hemelse Moeder. Zelf had hij meer dan eens gezegd dat wij de Lieve Vrouw het meest nodig hebben in het uur van onze dood. Naar dat uur verlangde hij met heel zijn hart. Niets kon hem hier op aarde nog weerhouden. Sinds de dood van zijn Godelieve zakte hij als een gebroken man steeds dieper en dieper weg in zijn zetel om er niet meer uit te komen en hij weende stilletjes over zijn vervlogen geluk. De levensmoed was voorgoed geweken uit deze vitale immer jeudige man zo vol bruisende energie. Hij scheen ons gewoonweg onsterfelijk toe ...
In al zijn verdriet om de scheiding was hij toch aanstonds naar de Lieve Vrouw gegaan om Haar te danken dat zij zolang mochten samen zijn. Maurice heeft ons meer dan een keer op het hart gedrukt dat wij veel meer moeten danken in ons gebed. Nu is zijn hartewens vervuld ...   de vader heeft hem geroepen naar zijn huis om er eeuwig verenigd te zijn met zijn trouwe Godelieve en zijn dierbare ouders, die hij zo vereerde en niet zonder tranen kon vermelden ...

Vijve is armer geworden ...  Maurice hield hartstochtelijk veel van zijn Vijve en hij kon er urenlang over vertellen. Hij was niet weg te denken uit het Vijfse dorpsleven. Iedereen deed beroep op hem. Mensen belangloos helpen en dienen was zijn levensleuze. hij voelde zich de meest vrije en gelukkigste mens ter wereld. Met het heengaan van deze Vijfse dorpsfilosoof verdwijnt een stuk onbaatzuchtige dienstbaarheid uit ons midden. Onze Vijfse parochiekerk was hem bovenal lief. Wat hij voor deze kerk gedaan heeft kan niemand vermoeden ...    Maurice, wij danken u ...
Wij denken terug aan zijn originele kerststallen, die hij zelf uitdacht en met zijn medewerkers bouwde tot bewondering van jong en oud ...  Wij denken vooral terug aan zijn levenswerk : de restauratie en het onderhoud van onze Vijfse Lourdesgrot die zo een druk bezocht bedevaartsoord is geworden ...  iedere dag was hij er biddend en mijmerend aanwezig tot hij letterlijk niet meer kon ...  Wij denken terug aan zijn ontroerende volksgedichten ter ere van het arme Kindeke van Betlehem en de Lieve Vrouw van de Lourdesgrot. De Lieve Vrouw heeft haar trouwe dienaar zichtbaar gezgend. Zij heeft hem de grote genade geschonken thuis te kunnen blijven, thuis te mogen ziek zijn en thuis te mogen sterven. Wij danken de familieleden die dit mogelijk hebben gemaakt dank zij hun toegewijde zorgen dag en nacht ...

De schoonste hulde aan zijn nagedachtenis weze een gelovig bezoek aan zijn en onze Lourdesgrot en wij bidden het gebed dat hij zelf heeft gemaakt.
       Wees gegroet Maria, moeder van Christus
       die aan de voet van het Kruis
       van uw stervende Zoon
       de opdracht hebt gekregen
       Moeder te zijn van ons allen
       daarom stellen wij al ons betrouwen op U
       o Moeder van alle goed
       bescherm en bewaar ons onder de vleugels
       van U moederlijke zorg
       en wil bidden voor ons arme zondaars
       nu en in het uur van onze dood.   Amen

Onze Lieve Vrouw van Lourdes bid voor ons.
______

De familie dankt u voor uw gebed en
christelijk medeleven.


Zijn gelegenheidsgedichten, o.m tot aandenken aan 't feest der 55 jarigen op 20 september 1980, blijven eeuwig actueel.

O Maria wat was ik klene
Als ik voor 't eerst uw beeltenis
Stralend schone als geen ene
Zag in deze rotsenis.

Wat was 'k Maria toen nog nog klene
Als 'k met een kaars, aan moeders hand
Wank ' lend en slap te bene
Opging naar de offerbank.

Wat was ik toch nog klene
Als 'k mijn weesgeroetjes las
En met moeder die 'k nog bewene
Zo dikwijls aan de rotse was.

Maria 'k was nie meer zo klene
Als 'k met mijn zorgen voor u stond
En bij U, bij U alene
Ware troost en vrede vond.

Dank U moeder voor al die jaren
Nog klinkt mijn beeld' als in 't begin
Wil verder mij onheil sparen
En brengen Gods schone hemel in.

                    
Maurice De Jonckere 20 september '80

ODE AAN DE VIJFSE GROTTE

Vijfse rotse
Levensbotte
Uit het verre Lourdesoord,
' k Kom hier bidden
Nog te midden
Gods nature ongestoord.

Vijfs grotte,
Dorpsgenote,
z' Is uit dankbaarheid ontstaan
Waar de Lourdestenen
Maria steun verlenen,
Sterk, om lang te blijven staan.

Vijfse grotte,
Dorpsgenote,
Mikpunt uit mij verre jeugd,
Waar 'k in bange dagen
Maria steun kwam vragen
Voor mijn lat're eer en deugd.

'k Groet U grotte,
Stenen motte
Met Maria's beelt ' nis zo sereen;
Waar men, ( wond ' re dingen ! ),
Nog 't gevogelte hoort zingen
In boom en heesters om U heen.

'k Groet U, bronne,
Die in zomerzonne
Zoveel vlasvolk hebt gelaafd,
En de boters
En de roters
Helder water te drinken gaaft.

'k Min u, grotte,
Zielsmascotte,
Mijn dorp, mijn kerke altemaal;
Maar het beeld
Dat in mijn geheugen speelt
Van U, ' grotte ' nog 't meest al !

Dank U, stichtster
En oprichtster,
Dank U, ed' le Vrouwe Ursula,
Gij die binst U leven
Een wonder hebt gegeven
Tot eer van Moeder Maria.

                    Maurice De Jonckere.

De geschiedenis van Vijves Lourdesgrot in dichtvorm

 
1. Zo ver de stem zich strekte
      van het Lourdes ' rotse-nis
      klonk : ' ik ben d ' Onbevlekte,
      d ' Onbevlekte Ontvangenis

  2. Bernadetje weende van verdriet,
      wist niet waaraan zich houden,
      verstond die hoge woorden niet,
      maar had ze goed onthouden.

  3. D ' overheid verstond ze wel
      maar niemand had verwacht
      dat ze zo ongelooflijk snel
      in de wereld zijn gebracht

  4. Als door een machtige zaaier,
      met brede hand gezaaid,
      kwam die tijding in brede waaier
      ook over Vlaanderen gewaait.

  5. Er leefde hier een vrouwe
      Ursula genaamd,
      als' n kind Maria getrouwe,
      als weldoenster zeer befaamd.

  6. Bij de familie Ide op 't hof
      woonde Ursula bij haar zuster in
      en volgens ieders lof
     ' n godsdienstig huisgezin

  7. De wenkroep drong sterk door haar aan,
      scherp als een kinderschreeuw,
      beslist : ze zou naar Lourdes gaan
      in vijfentachtig der vorige eeuw. (19e eeuw )

  8. Nu kan ze eindelijk bidden
      bij Maria aan de grot.
      Z ' hield van dat stille midden.
      Haar bewondering was zeer groot.

  9. Een van haar vurige wensen
      was dat, gelijk zij dat voorrecht genoot,
      nu ook nog armere mensen
      konden bidden aan een Lourdesgrot.

10. Tant ' Ursula was zeer mild,
      vooral in slechte tijden,
      van huize uit zo gedrild
      kon zij geen nood zien lijden.

11. Ursula had een vriendin,
     die aan een kwaaltje leed.
     Zij maakte er zich zorgen in
     waarop ze een voorstel deed.

12. Zij zouden samen bidden
      en drong er sterk op aan
     om naar 't Lourdesmidden
     op bedevaart te gaan.

13. Van Lourdes teruggekomen,
      lijk ze ' t zelve heeft gezeid :
      Er zal hier een grotte komen
      uit liefd ' en danbaarheid.

14. Zij wist al wat opgericht,
      een plekje wondermooi,
      van haar kamer in ' t zicht,
      tussen boom en plantengroei.

15. Waelkens, die op ' t hof vrocht,
      een vent ijzersterk,
      was in haar gunst gegrocht,
      en werd chef van ' t werk.

16. Koppig, van ' t oude vlaamse ras,
      reisde ze veelal alleen.
      Eens dat z ' in Lourdes was,
      kocht ze daar rotsesteen.

17. Die zware stenenvracht,
      wel drie maanden nadien,
      ongeduldig hier verwacht,
      liet zich dan eind ' lijk zien.

18. Te Waregem aangekomen
      werden z ' op karren gebracht,
     daarmee naar Vijve gekomen
     en dat met paardekracht.

19. ' t Was een gedurig vechten
      met water en met goor
      maar met al de mensenvechten
      was ' t water dat verloor.

20. Het grondwerk na de zevende dag,
      gerekend vanaf ' t begin,
      stak er, als ik ' t verklappen mag,
      voor een tweewoonst stenen in.

21. Van ' s morgens dikwijls vroeg,
      liep ze weer verlaan
      en in haar schorte droeg
      ze zelf de stenen aan.

22. ' t was druk in gans haar leven,
      ze moest soms hulpe bien
      om zo trouw weer te geven
      wat ze in Lourdes had gezien.

23. Op de sjieke werd er hard gebeten,
      ze hadden er alle reden toe,
      lastige uren hebben ze gesleten
      maar werden nooit te moe.

24. Er vloog er soms wel enen deure,
      als wanhoopskreet geslaakt
      lijk bij de Vlamingen gebeure,
      door ' n schiedgebed weer goed gemaakt.

25. Op zekeren avond tamelijk late
      als men er op had gelet,
      kon men zien vanop de strate
      dat er de mei was opgezet.

26. En zo kregen wij tenslotte,
      dank zij haar milde hand,
      dees schone Lourdesgrotte,
      de mooiste uit Vlaanderens land.

27. De zondag na de mis
      werd ' t beeld hier ingewijd
      door meneer Godeeris,
      de pastoor uit die tijd.

28. ' t was troostend en aangename
      lijk in Lourdes er bidden te staan
      voor de schone witte Dame,
      met haar blauwe sluier aan.

29. De rotse heeft ook een bronne,
      lijk Lourdes er ene heeft,
      die bij winter of zomerzonne,
      steeds helder water heeft.

30. ' t Zal mij nooit moeten spijten
      van al wat hier werd vermeld,
      ' t zijn de waarachtige feiten
      door mij ouders mij verteld.

              Maurice De Jonckere.


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 00:00 Reageer op dit bericht

GESCHIEDENIS VAN DE DE ST. ELIGIUS KERK

St-Eloois-Vijve heeft een zeer oude geschiedenis, vermits de burcht van Vijve eind 10e eeuw een steunpunt was van graaf Boudewijn IV in zijn strijd tegen het opstandige Kortrijk. In elk geval werd de nederzetting Reed in 1119 als villa omschreven; << uilla dictur Sancti Eligii >>, aldus een kopie van het tweede kwart van de 12e eeuw.
    Van de 13e eeuw af schijnt de heerlijkheid van Vijve verenigd te zijn met die van Ingelmunster; Lambrecht (1042 - 1088) en Walter (1088-1122, 1127?) waren burggraven van Kortrijk als leden van het oude adellijke huis van Vijve.
    Reeds voor 1171 was Vijve reeds een parochie, wat het bestaan van een dorpskerk aantoont; in 1171 schonk bisschop Walter het altaar van St-Eloois-Vijve aan het O.L.Vrouwkapittel van Doornik << altare quod dicitur Sancti Eligii >>. De schenking werd in 1190 bevestigd door paus Clemens III.
    Samenvattend bestond er een kerk tijdens de tweede helft van de XIIe eeuw; Ze was toegewijd aan St-Elooi en had het statuut van dorpskerk. Meer is over deze eerste (?) kerk niet geweten, daar zowel de nog bestaande resten als de in 1983 opgegraven gedeelten tot een zaalkerk behoren, daterend van het eerste kwart van de 13e eeuw. Over vorm, opbouw en materiaal tasten we volkomen in het duister.
    Een opgraving in 1983 leverde meer gegevens op over de tweede kerk, waarvan nog resten bewaard gebleven zijn: het gaat om een vroeg-gotische zaalkerk, opgetrokken van grijsgroene veldsteen en Doornikse steen, en bestaande uit een rechthoekige benedenkerk voor de gelovigen, met een smaller koor in het oosten. Enkel de vorm van de koorsluiting van deze kerk is onbekend.
    Voor 1500 is over de zaalkerk weinig  uit archieven bekend; we weten enkel dat de pastoor van Fivia S. Eligii in 1354-1360 12 sol en 8 deniers bijdroeg in de omhalingen ten voordele van de heilige stoel in Rome.
    Omstreeks 1500, misschien nog in het begin van de 16e eeuw, doch zeker voor 1533 vergrootte men de kerk door de bouw van een toren met aansluitend veelzijdig koor en een tweede beuk aan de linkerzijde. De kerk werd in 1533 door brand geteisterd, zodat de  baron van Ingelmunster 24 pond par. schonk als bijdrage in de hestellingswerken.
    De kerkrekening van 1537-1538 toont aan dat kerk na deze ramp hersteld werd in de reeds bestaande vorm, en de rekening noemt het St-Elooiskoor (dit is het hoogkoor) , de toren en het O.L.Vrouwkoor (dit is de linkerbeuk).
    Dezelfde rekening bevat talrijke uitgaven i.v.b. de te herstellen gedeelten, en ze hebben hoofzakelijk betrekking op de daken van de twee koren.
    Nadat het St-Elooikoor van zijn schaliedak ontdaan was, werd het opgemete door de zoon van Jooes Broes, en een schaliedekker en zijn venoot werden belast met het herdekken.  Dit kon slechts gebeuren nadat Lieven vande Walle, zijn zoon Vincent en Wouter vanden Biest het koor << getemmerd >> hadden, d.w.z. voorzien van een nieuwe dakstoel. De balken waarop deze konstructie rustte werden voorzien van zes gebeeldhouwde hoofden of korbelen: << van 6 hofden te snyden die indien coer over ghevrocht syn >> en >> 9 pinten olye om de hoefden ende ogiven mede te smoute >>.
    Dat er wel degelijk twee koren waren, elk onder één dak, bewijst het feit dat Wouter vanden Biest de << ghote >> verlegde, die voor de gemeenschappelijke afwatering van de twee dakhelften zorgde. Symoen de loodghietere goot een nieuwe goot en leverde  daartoe het benodigde materiaal en Wouter de Ven dekte ze toe met stro en wissen.
    Beide koren werden van neiuwe nokpannen voorzien, voor het St-Eloois of het hoogkoor kocht men 52 voet << vurst steene >> die per schip aangevoerd werden en de Arent de Hancloese plaatste de pannen op het O.L.Vrouwkoor.
    Het metsen van een gevel kostte Rogier de Schietere en zijn zoon 13 dagen werk, en ze werden daarbij geholpen door Joos vande Walle; twee dagen lang werden stenen gereinigd en een muur gesloopt. Daar we de mening toegedaan zijn dat bij de brand van 1533 vooral de daken getroffen werden, lijkt het ons logisch dat het afbreken en heropbouwen van muur en gevel betrekking hebben op een beschadigde topgevel.
    De herstellingswerken sleepten aan en overtroffen de daartoe beschikbare geldmiddelen, zodat het gebouw er vanbinnen bedenkelijk uitzag. Om die reden ging men bij de deken ten rade, met het verzoek nog drie jaar mis te mogen lezen in de nog niet gewijde kerk.
    Of de kerk volledig heringericht werd, blijft een open vraag, gezien de rampzalige toestand van onze gewesten tijden de tweede helft van de 16e eeuw.
    Tot 1577 bleef het betrekkelijk rustig te St-Eloois-Vijve, doch daar kwam verandering in toen opstandelingen de kerk binnendrongen en er gewaden roofden; een kleermaker in Wakken leverde fijn lijnwaad om << habyten te maecken duer dat die vande rebeele gherooft waeren >>, en voor de pastoor, die bijzonder op zijn goede was, bouwden Pieter van Westackere en Rogier de Ceininck een << slaapsecreet >>.
    Deze maatregel bleek niet ongegrond, daar de kerk in 1580 door Gentse rebellen overvallen en erg beschadigd werd, << volledig verwoest >>, schreef de deken in zijn visitatieverslag van 1609, hoewel dit laatste overdreven lijkt.
    Ogetwijfeld waren de daken geheel ingestort, de vensters stukgeslagen, het interieur versplinterd, doch het opgaand metselwerk bleef ongetwijfeld overeind. Wellicht kan men spreken van een dakloze ruine, en de ergste vijand was niet zozeer de ronddwalende rebel, doch veeleer degene die puin gebruikte en wegsleepte waar zich de gelegenheid voordeed. Dit gebeurde in Vijve, want uit een proces van 1603 blijkt dat Pieter Martens puin uit de kerk, nl zerken, stenen, ijzer en balken geroofd had en per schip weggevoerd om ze elders te verkopen. Zijn erfgenamen werden veroordeeld tot het betalen van 800 gulden boete.
    Zo goed als kwaad het maar kon trachtte men in de erg toegetakelde kerk de diensten gaande te houden en lapte men met geringe middelen op wat maar mogelijk was.De kerkrekeningen van 1594-95 en 1596-1597 bewijzen dat de kerk opnieuw in gebruik was, want men veegde het gebouw, werkte aan de zolder en kocht eikenhout voor het maken van kepers op de beuk van de benedenkerk; de bovenbouw van de beuk werd dus blijkbaar vernieuwd.
    Ondanks de bouw van een fort in het dorp bleef de toestand onrustig, zodat er geen << ghulde >> gehouden werd << ome de passaige vanden orlogsvolck >>; het geleden verlies werd goedgemaakt door de verkoop van giften, geschonken door vrome pelgrims.
    Alle middelen werden aangesproken om gelden bijeen te halen voor de meest dringende herstellingen; men slaagde erin een octrooi te verkrijgen, waarbij toegestaan werd een taks te heffen op het tappen van bier en het schenken van wijn gedurende de periode  1600-1603. Met de opbrengst ervan betaalde men de schaliedekkers Jan Tratsaert en Allaert Rosman, die in 1597 de daken van de zijbeuk vernieuwden; verder bekostigde  men het hangen van twee kerkdeuren. Op 21 oktober 1601 kreeg glazenmaker Rogier de Caluwe opdracht tot het plaatsen van vier vensters in het hoofdkoor en het leveren van 10 << witte >> vensters; het volgende jaar liet men een groot venster boven de ingangsdeur dichten.
    Volgens de kerkrekening 1612-1615 kregen enkele inwoners omwille van overtredingen boetes ten voordele van de kerk opgelegd; bovendien stemden baljuw en schepenen er mee in dat << de schueten ende visscherie van de steenbrugge >> 9 jaar lang ten goede van de kerk zou komen, en van de grote tiendheffer in Doornik kreeg men de opbrengst van twee jaar tiendpacht.
    Toch sleepten de werkzaamheden aan; in 1596-1597 pleegde Jan vande Scaghen overleg met de loodgieter en de schaliedekkers, en voor levering van materialen in 1603 sloot de kerk een rente af van 4 pond grote vlaams, uitgezet tegen de penning 16 bij Joes Coudsere in Kortrijk. In 1609 was de middenbeuk volledig hersteld, hoewel er nog geen vloer was; wel was men erin geslaagd een grote klok tijdens de onlusten verborgen te houden, en die hing nu terug in de toren.
    Op 15 juni 1613 werden twee altaren gewijd, zodat de kerk theoretisch weer voor de diensten geschikt bevonden was; het betrof het hoogaltaar, toegewijd aan St-Elooi, en het O.L.Vrouwaltaar, opgesteld in de zijbeuk. In werkelijkheid bleek de toestand verre van schitterend daar sommige vensters nog met stro gedicht waren en er lag niet eens een vloer. De omheining van het kerkhof was ingestort en de sakristie was bijzonder armtierig. Een doopvont bleek weggeborgen in een kast, sommige gewaden waren tot de draad versleten en andere ontbraken; er was slecht één niet verzilverde kelk.
    In 1615 was de toestand in zoverre verbeterd, dat er reeds vensters geplaatst waren; op 13 juni 1617 stelde men in het armtierige kerkinterieur vast dat het koor reeds gevloerd was.
    Twintig jaar waren voorbijgegaan, en men was er niet eens in geslaagd voor een behoorlijke kerk te zorgen; gebrek aan middelen, onverschilligheid of beide?
    De 17e eeuw bracht geen verbetering in de weinig rooskleurige situatie. In 1636-37 trachte men geld te slaan uit de verkoop van allerlei bouwmaterialen, zoals abeelbomen, een oude trapdeur, hout van het portaaldak en de ingang van het kerkhof.
    Wellicht werd de kerk in 1645-1646 geplunderd, want ze werd door de Fransen gebruikt als hooi- en stroschuur voor paarden. Door de opgelopen schade aan de gewassen, kregen de huurders van kerkgronden een vermindering toegestaan.
    In 1655-1656 werd huurvermindering toegestaan aan de pachter van een tiend, die geld moest betalen aan Franse soldaten en bovendien zijn veldvruchten zag vernielen; om deze reden liepen de inkomsten uit de verpachting van kerkgoederen fel terug in 167-1668. In 1678 kreeg het dorp bezoek van de Fransen die 40 huizen plunderden.
    In 1685 kwamen de verantwoordelijke tiendheffers op bezoek om het kerkgebouw te inspekteren; bij die gelegenheid werd beslist het vervallen koor te herstellen tijdens de komende winter.
    Op 10 augustus 1687 kwamen twee deskundigen, nl timmerman Jan Bouckaert en Pieter van Heye, deken van het schaliedekkersambacht van Kortrijk, het dak inspekteren. Daar stelden zei een schade van minstens 50 pond grote vast en ze bestatigden dat de loden goot tussen het hoogkoor en het O.L.Vrouwkoor (d.i. de noordbeuk) over een lengte van 50 voet weggerot was; van de goot tussen middenbeuk en noordbeuk bleef dus niet veel meer over. Bovendien diende het hout van het beukdak vernieuwd te worden. Alleen reeds voor schalies en nagels was 8 pond grote nodig, en voor de aankoop van nieuw lood diende 3 pond grote voorzien te worden.
    Of deze herstellingen uitgevoerd werden, betwijfelen we, daar de toestand sterk verslechterde; van 1688- tot 1697 woedde de 9-jarige oorlog die zoveel ellende over onze streken bracht. Daarom vluchtte Frans van Daele het << kercke goedt >> naar Kortrijk, en reeds op 27-18 augustus 1689 kampeerden de geallieerden in het dorp, waar in mei 1690 troepenbewegingen gesignaleerd werden. Van september tot 8 oktober 1691 strekte zich een legerkamp uit tot aan de kerk, en voor de uitbouw ervan werden 1000 arbeiders ingezet. Van 5 tot 17 augustus 1693 kwamen de geallieerden er opnieuw kamperen, met talrijke extra uitgaven als gevolg voor de inwoners.
    Ook de kerk kreeg ongewenst bezoek, toen de Fransen in 1694 Vijve binnenvielen en er de kerk openbraken, waar grondig geplunderd werd. Om verdere onheil te voorkomen, bracht men de ciborie in 1695 in Gent in veiligheid. Nog jaren lang bleef men worstelen met de financiële gevolgen van de oorlog, want in 1698 bleek de kerkrekening zes jaar ten achter, en van de opbrengst van de verkoop van kerkhofbomen, verkocht zonder toestemming van de bisschop, was geen spoor te bekennen.
   Een hevig onweer richtte in 1703 schade aan het dak, dat op verschillende plaatsen ontbloot was, zodat de mensen de mis niet meer in het droge konden bijwonen; daar de tiendheffers niet tot herstel bereid waren, eiste de wet van Vijve de inbeslagname van hun tiend.
    Nieuwe moeilijkheden tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1713); in 1710 ontplofte een met buskruit geladen schip op de Leie, waardoor de daken en de vensters lelijk toegetakeld werden. jaren na de oorlog, in 1723, werden vragen gesteld i.v.m. het onwettig omhakken van de kerkhofbomen, waarvan verondersteld werd dat ze tijdens de oorlog gebruikt waren voor de aanleg van een brug.
    Tijden het heen-en weer trekken van de legers i.v.m. het beleg van Kortrijk, werden het St-Eloois- en het Leucketiend (in desselgem) in 1743 grondig door soldaten << gefourageerd >>, zodat hun opbrengst verloren ging.
    In 1752 voerde men werken uit aan de kerk; meester-metser Gillis Berteyn brak de kerkkelder af en vulde hem op. Hij legde een nieuwe vloer tot in het portaal, waar enkele banken afgebroken werden, en voor de deur bouwde hij een toegangsweg van kasseien. Waar nodig herstelde hij de kerkmuur en hij werkte ook aan zuilen en O.L.Vrouwaltaar.
    Op 11 juli 1977 bezocht de bisschop van gent de kerk, waar hij vier altaren aantrof, nl. twee draagbare en twee die hij op die dag wijdde; het hoog- of St-Elooisaltaar en het O.L.Vrouwaltaar in de zijbeuk.
    Tijdens de Franse bezetting aan het eind van de 18e eeuw werden de klokken door de Fransen geroofd en vervangen door een klokje uit Bissegem; op 27 oktober 1798 bestormden vier kompagnies << brigands >> de gemeente, bezetten de kerk en de kerktoren, en plunderden de plaatselijke rijkswacht.
    De kerk vergroot in 1899-1900, werd tidens de leieslag van mei 1940 erg getroffen; 8 bommen vielen op de toren, waarvan de spits beschadigd werd. Het platform boven het klokkenstoel was vernield en het torenhuis doorschoten. Een der beuken was beshadigd en het hout en zink boven de middenbeuk vernield. Op de daken vielen niet minder dan 12 granaten en de toegangs deur en de vensterboog waren erg toegetakeld. Onder leiding van de Kortrijkse architekt K. Algoed werd een grondige restauratie uitgewerkt en op 7 april 1959 aanbesteed.

Bron: "De Zuidwestvlaamse Parochiekerken" 
                                  deel 2
                                  door
                          PH. DESPRIET

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Maurice om 21:50 Reageer op dit bericht

PLAATSELIJKE GEBRUIKEN EN DEVOTIES

    kinderen die de  "lering" of het kerkelijk onderricht bijwoonden, werden namens de dorpgemeenschap met "prijzen" bedacht. De Kortrijkse Recolleten kwamen tijdens de 17e eeuw regelmatig,o.m. op het feest van St-Eloooi, prediken, doch in 1773 werden ze verzocht een stuk voor te leggen, waaruit bleek dat ze hiervoor gemachtigd waren door de bisschop van Gent. In 1773-1774 waren het de
capucijnen die de passie predikten.
    Tot het kerkpersoneel behoorde de koster; die gelastte zich in 1503-1504 met het assisteren inde << ghulde messe >>, het stellen van het kerkuurwerk, het reinigen van de ornamenten en het vegen van de kerk. Verder begeleide hij in 1669-1670 de pelgrims. De hondenslager verkreeg jaarlijks een paar schoenen als vergoeding; in 1612-1615 ging het om << Woudere die de honden uut de kercke smyt >> en in 1685-1686 om Michael van Troys. Kerkbaljuw Loys Vermeersch was in het zelfde jaar belast met het aansteken van de kaarsen.
    Naar aloud kerkelijk gebruik wijdde de pastoor op O.L.Vrouwlichtmis de kaarsen, en op Palmzondag de palmen, die uitgedeeld werden aan baljuw, koster, wethouders en kerkmeesters.In 1612-1615 werden "maagdenkaarsen" genoemd, in 1714 een paaskaars van drie pond. In 1741 leverde de Waregemse wasmaker Pieter Biebuyck "flambeeuwen" aan burgemeester, schepen en griffier << tot versierynghe van het hoogweirdigste inde processien >>.
    De koster luidde de klokken voor de << middelmesse >> op Sakramentsdag en de octaaf, St-Elooisdag, de ommegangen en de hoogdagen. Soms luidde men ten teken van openbare rouw n.a.v. van het overlijden van gezagsdragers; toen de koning in 1663 overleed, werde tijdens het luiden een persoon gekwetst. In 1764 gaf de deken opdracht driemaal per dag te luiden, een bevel dat in 1766 nog niet opgevolgd was. Vier jaar later luidde de koster de << beddeclocke >> 's morgens, 's middags en 's avonds; volgens een verklaring van de pastoor in 1773 gebeurde dit om de devotie van de gelovigen op te wekken.
    In 1551-1552 droegen de Broeders van Gent de mis op; in 1537-1538 celebreerde de pastoor wekelijks de << ghuldemesse >> en in 1604-1605 las hij iedere dinsdag een bijzondere mis. Tijdens zijn bezoek van 4 oktober 1713 sprak de bisschop van Gent met de baljuw over een stichting van 12 missen per jaar, die elke 7e dag van de maand werden gezongen, telkens met een uitdeling van 10 gulden, in brood gebakken , aan de behoeftigen. Daarbij verwees de bisschop naar een memorietekst, aangebracht op een marmeren steen in de kerk.
    Door het laatste weten we dat het om een zgn. << Schauwendaelmissen >> gaat, die tussen 5 en 9 oktober 1641 gesticht werden door ridder Augustin de Baynast, een stichting waarvoor Marquis de Sevigny op 22 september 1703 bijkomende schikkingen trof. De stichtingssteen met wapenschild is nog te zien in de sakristie.
    Reeds in 1503-1504 telde men 12 jaargetijden met de brooddeling aan de armen; naar aanleiding van het jaargetijde van Jan de Smedt, Heer van Potegem (een heerlijkheid in Waregem) deelde men 1 pond par koren, in brood gebakken, uit aan de armen die de jaarmis voor zijn zieleheil bijwoonden. In 1503-1504 was er sprake van de aankoop van << crucoucke >> en << krackelinge >>.
    Bijzondere feestdagen waren uiteraard St-Elooisdag, St-Vincentiusdag, H. Sacramentsdag, Pasen, Kerstdag en Palmzondag. Op Sacramentsdag werden de klokluiders op een trktaat onthaald, op Kerstdag viel deze eer te beurt aan de Broeders. Op de zondag na 16 juni herdacht men het feest van het scapulier. Op die dagen ging de processie uit, waarbij men het beeld van O.L.Vrouw en de relikwies van St-Elooi en St- Rochus meedroeg. Ook leverde men << meyen to ciraet vande kercke >>.
    In 1713 bezat de kerk niet eens een relikwie; in 1766 kon men de authentieke relikwie van St-Elooi uitstallen en aan de deken bijzondere dokumenten voorleggen. In 1788 bezat men een relikwie van St-Rochus.
    Op 9 februari 1666 gaf de bisschop van Gent toelating tot de oprichting van het broederschap van het H. Scapulier, van O.L.Vrouw; paus Clemens X bevestigde in 1674 alle broederschappen van het scapulier, en op 2 mei 1677 verbonden de wethouders er zich toe de paters een jaarlijkse vergoeding te betalen voor arbeid en dienst i.v.m. deze verering; van zijn kant moest de pastoor beloven de paters << die maendelijkx sullen commen tot onderhout vande devotie van het broederschap vanden Schapulier van Onse Lieve Vrouwe de monte Carmeli >> in zijn huis op een maaltijd te vergasten. In 1680 kocht men stof en lint voor het scapulier, en met geld uit de offerblok van St-Elooi betaalde men in 1728 twee bullen van het scapulier aan de Recolleten.
    Van 1804 dateerde de broederschap van de Gedurige Aanbidding.
    Reeds vroeg was de kerk van St-Eloois-Vijve een bekend bedevaartsoord; toen Marie Van De Putte uit Bossuit, weduwe van Jan Stalins, in 1528 overleed, maakte men 8 pelgrimstochten voor haar zieleheil. Een der bezochte plaatsen was Vijve.
    De talrijke pelgrims werden door de koster begeleid en ze lieten vaak geldelijke giften achter in de offerblokken in de kerk; in 1669-1670 leverden de blokken van O.L.Vrouw en St-Elooi resp. 13 en 37 pond par. op.
    Hoogtepunten van het kerkelijk jaar waren 25 juni (zomer) en 1 december (winter), feestdagen van St-Elooi. Aan mensen die op die dag de kerk bezochtenwas een bijzondere aflaat toegestaan, o.m. in 1680-1693 toegestaan door de Paus; de aflaat werd in Gent afgehaald en kostte 10 pond par. Op 26 juni 1743 verleende paus Benedictus XIV een volle aflaat, en op 20 mei 1759 kon men opnieuw één bemachtigen. Op 15 december 1774 stond paus Clemens XIV de zoveelste aflaat toe, en die werd op 3 februari in ontvangst genomen tegen een vergoeding van 1 pond grote voor bemiddeling van bewezen diensten.
    In 1636-1637 sierden de vrouwen het dorp en de kerk; jonge meisjes stapten in het wit gekleed mee in de processie, terwijl de pelgrims << commende den heylighen eligius dienen >> kaarsen en nagels offerden. Veel van deze mensen waren samen met hun paard op de plechtigheid aanwezig.
    In 1643-1644 werden de vaandeldragers op een traktaat vergast, in 1763 was het de beurt aan de zangers van de sacramentsmissen, opgedragen tijdens de oktaaf. De koster kreeg in 1663-1664 bier toebedeeld voor zijn prestaties.
    Jan Espel leverde in 1720 << meyen >> voor het versieren van de kerk op de feestdag. Tijdens de oktaaf van 1739 werden de gelovigen gezegend met de relikwie.
    In recentere tijden werd de heilige vooral aanbeden tegen kinder- en bloedziekten, de << koeke >> aan het hart, nagelgaten, oude man....enz Trok de zondag na 25 juni veel bedvaarders, dan is de devotie nu sterk teruggelopen.

Tekstbron: "De Zuidwestvlaamse Parochiekerken"
                                   deel 2
                                   door
                          PH. DESPRIET


Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Maurice om 21:47 Reageer op dit bericht

Meer van Het Vijvenaarke

↑ Terug naar de berichten