Naar de inhoud

Het Vijvenaarke

!!!! AAN DE LEIE !!!!
akke.beakke.be

PLAATSELIJKE GEBRUIKEN EN DEVOTIES

    kinderen die de  "lering" of het kerkelijk onderricht bijwoonden, werden namens de dorpgemeenschap met "prijzen" bedacht. De Kortrijkse Recolleten kwamen tijdens de 17e eeuw regelmatig,o.m. op het feest van St-Eloooi, prediken, doch in 1773 werden ze verzocht een stuk voor te leggen, waaruit bleek dat ze hiervoor gemachtigd waren door de bisschop van Gent. In 1773-1774 waren het de
capucijnen die de passie predikten.
    Tot het kerkpersoneel behoorde de koster; die gelastte zich in 1503-1504 met het assisteren inde << ghulde messe >>, het stellen van het kerkuurwerk, het reinigen van de ornamenten en het vegen van de kerk. Verder begeleide hij in 1669-1670 de pelgrims. De hondenslager verkreeg jaarlijks een paar schoenen als vergoeding; in 1612-1615 ging het om << Woudere die de honden uut de kercke smyt >> en in 1685-1686 om Michael van Troys. Kerkbaljuw Loys Vermeersch was in het zelfde jaar belast met het aansteken van de kaarsen.
    Naar aloud kerkelijk gebruik wijdde de pastoor op O.L.Vrouwlichtmis de kaarsen, en op Palmzondag de palmen, die uitgedeeld werden aan baljuw, koster, wethouders en kerkmeesters.In 1612-1615 werden "maagdenkaarsen" genoemd, in 1714 een paaskaars van drie pond. In 1741 leverde de Waregemse wasmaker Pieter Biebuyck "flambeeuwen" aan burgemeester, schepen en griffier << tot versierynghe van het hoogweirdigste inde processien >>.
    De koster luidde de klokken voor de << middelmesse >> op Sakramentsdag en de octaaf, St-Elooisdag, de ommegangen en de hoogdagen. Soms luidde men ten teken van openbare rouw n.a.v. van het overlijden van gezagsdragers; toen de koning in 1663 overleed, werde tijdens het luiden een persoon gekwetst. In 1764 gaf de deken opdracht driemaal per dag te luiden, een bevel dat in 1766 nog niet opgevolgd was. Vier jaar later luidde de koster de << beddeclocke >> 's morgens, 's middags en 's avonds; volgens een verklaring van de pastoor in 1773 gebeurde dit om de devotie van de gelovigen op te wekken.
    In 1551-1552 droegen de Broeders van Gent de mis op; in 1537-1538 celebreerde de pastoor wekelijks de << ghuldemesse >> en in 1604-1605 las hij iedere dinsdag een bijzondere mis. Tijdens zijn bezoek van 4 oktober 1713 sprak de bisschop van Gent met de baljuw over een stichting van 12 missen per jaar, die elke 7e dag van de maand werden gezongen, telkens met een uitdeling van 10 gulden, in brood gebakken , aan de behoeftigen. Daarbij verwees de bisschop naar een memorietekst, aangebracht op een marmeren steen in de kerk.
    Door het laatste weten we dat het om een zgn. << Schauwendaelmissen >> gaat, die tussen 5 en 9 oktober 1641 gesticht werden door ridder Augustin de Baynast, een stichting waarvoor Marquis de Sevigny op 22 september 1703 bijkomende schikkingen trof. De stichtingssteen met wapenschild is nog te zien in de sakristie.
    Reeds in 1503-1504 telde men 12 jaargetijden met de brooddeling aan de armen; naar aanleiding van het jaargetijde van Jan de Smedt, Heer van Potegem (een heerlijkheid in Waregem) deelde men 1 pond par koren, in brood gebakken, uit aan de armen die de jaarmis voor zijn zieleheil bijwoonden. In 1503-1504 was er sprake van de aankoop van << crucoucke >> en << krackelinge >>.
    Bijzondere feestdagen waren uiteraard St-Elooisdag, St-Vincentiusdag, H. Sacramentsdag, Pasen, Kerstdag en Palmzondag. Op Sacramentsdag werden de klokluiders op een trktaat onthaald, op Kerstdag viel deze eer te beurt aan de Broeders. Op de zondag na 16 juni herdacht men het feest van het scapulier. Op die dagen ging de processie uit, waarbij men het beeld van O.L.Vrouw en de relikwies van St-Elooi en St- Rochus meedroeg. Ook leverde men << meyen to ciraet vande kercke >>.
    In 1713 bezat de kerk niet eens een relikwie; in 1766 kon men de authentieke relikwie van St-Elooi uitstallen en aan de deken bijzondere dokumenten voorleggen. In 1788 bezat men een relikwie van St-Rochus.
    Op 9 februari 1666 gaf de bisschop van Gent toelating tot de oprichting van het broederschap van het H. Scapulier, van O.L.Vrouw; paus Clemens X bevestigde in 1674 alle broederschappen van het scapulier, en op 2 mei 1677 verbonden de wethouders er zich toe de paters een jaarlijkse vergoeding te betalen voor arbeid en dienst i.v.m. deze verering; van zijn kant moest de pastoor beloven de paters << die maendelijkx sullen commen tot onderhout vande devotie van het broederschap vanden Schapulier van Onse Lieve Vrouwe de monte Carmeli >> in zijn huis op een maaltijd te vergasten. In 1680 kocht men stof en lint voor het scapulier, en met geld uit de offerblok van St-Elooi betaalde men in 1728 twee bullen van het scapulier aan de Recolleten.
    Van 1804 dateerde de broederschap van de Gedurige Aanbidding.
    Reeds vroeg was de kerk van St-Eloois-Vijve een bekend bedevaartsoord; toen Marie Van De Putte uit Bossuit, weduwe van Jan Stalins, in 1528 overleed, maakte men 8 pelgrimstochten voor haar zieleheil. Een der bezochte plaatsen was Vijve.
    De talrijke pelgrims werden door de koster begeleid en ze lieten vaak geldelijke giften achter in de offerblokken in de kerk; in 1669-1670 leverden de blokken van O.L.Vrouw en St-Elooi resp. 13 en 37 pond par. op.
    Hoogtepunten van het kerkelijk jaar waren 25 juni (zomer) en 1 december (winter), feestdagen van St-Elooi. Aan mensen die op die dag de kerk bezochtenwas een bijzondere aflaat toegestaan, o.m. in 1680-1693 toegestaan door de Paus; de aflaat werd in Gent afgehaald en kostte 10 pond par. Op 26 juni 1743 verleende paus Benedictus XIV een volle aflaat, en op 20 mei 1759 kon men opnieuw één bemachtigen. Op 15 december 1774 stond paus Clemens XIV de zoveelste aflaat toe, en die werd op 3 februari in ontvangst genomen tegen een vergoeding van 1 pond grote voor bemiddeling van bewezen diensten.
    In 1636-1637 sierden de vrouwen het dorp en de kerk; jonge meisjes stapten in het wit gekleed mee in de processie, terwijl de pelgrims << commende den heylighen eligius dienen >> kaarsen en nagels offerden. Veel van deze mensen waren samen met hun paard op de plechtigheid aanwezig.
    In 1643-1644 werden de vaandeldragers op een traktaat vergast, in 1763 was het de beurt aan de zangers van de sacramentsmissen, opgedragen tijdens de oktaaf. De koster kreeg in 1663-1664 bier toebedeeld voor zijn prestaties.
    Jan Espel leverde in 1720 << meyen >> voor het versieren van de kerk op de feestdag. Tijdens de oktaaf van 1739 werden de gelovigen gezegend met de relikwie.
    In recentere tijden werd de heilige vooral aanbeden tegen kinder- en bloedziekten, de << koeke >> aan het hart, nagelgaten, oude man....enz Trok de zondag na 25 juni veel bedvaarders, dan is de devotie nu sterk teruggelopen.

Tekstbron: "De Zuidwestvlaamse Parochiekerken"
                                   deel 2
                                   door
                          PH. DESPRIET


Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Maurice om 21:47 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Kapelletje+ Link

Kapelletje ter ere van O.L.V van Fatima in de Emiel Clausstraat.
Klik op de foto om meer te vernemen over de verschijningen in Fatima
.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 21:36 Reageer op dit bericht

St-Eloois-Vijve

Herdenkingsmonument in de Koekoekstraat ter ere van de gesneuvelde vijvenaars tijdens de oorlog.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Maurice om 21:32 Reageer op dit bericht

In de Os

Dit oude vervallen café langs de steenweg Gent-Kortrijk
is nu gerestaureert en een handelszaak geworden.
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door Maurice om 21:18 Reageer op dit bericht

De Leie in St-Eloois-Vijve

Dit klein straatje dat uitkomt aan de leie noemde men "Tol", omdat in vervlogen tijden de schippers daar tol moesten betalen.
De huisjes zijn jammergenoeg voor enkele jaren afgebroken.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Maurice om 21:10 Reageer op dit bericht

Het oud sas in St-Eloois-Vijve

De leye wemelt, rond en blond
heur, waterkronkelen henen;
tot dat schier huis en erve en al
omblankt is en verdwenen.

't is vloed, 't is vloed, 't is nogmaals vloed:
geen sluize, of is ontloken,
en nog is 't water over al
en deur al heengebroken...

Houdt aan daar! Helpt! Mijn boot van wal!
Houdt af! Ik hoore wenen:
daar, broodloos, zit een weduwken,
met drie 'f vier arme kleenen,

in 't water! Haast u! Helpt! Haalt in,
zoo een zoo al: die touwe...
Legt vast! - Hier ben 'k, met alle vier
de kinderen en de vrouwe

                                                 Guido Gezelle

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Maurice om 20:53 Reageer op dit bericht

De oude Leie in St-Eloois-Vijve

DE Leye

De leye ligt zo stille,alsof
   van staal ze zou bedegen,
van louter staal en stijfheid zijn,
   zoo blauw en, allerwegen,
zoo glad is en zo effen en
   zoo bloot zij nu. De winden
en roeren niet of, roeren ze,
   geen speur en is te vinden,
geen asemtje op de leye ervan,
   die staal is onberoerd,
en alletwee mijne ogen tot
   aan Harelbeke voert.

de leye kapt mij 't kezzelspeur
   niet af nu, en heur plasschen
en komt tot voor mijn voeten niet
   den trakelwegen wasschen;
ze' n slaat geen' witte kladden op
   en neére, alzoo de rossen
die, schuimende, in de stringen van
   de wagens hossebossen;
maar stille ligt en lusteloos
   ze omleege...stille staat
er Anneken, het maantje in, dat
   zijn' schapen gadeslaat.

Noch nacht en is noch dag geheel
   en gansch het: tusschen beiden
kan hofgebouw en boomgewas
   ik zien en onderscheiden,
die omgekeert in 't water staan;
   zoo schuren doen en schelven
en schepen uit de Zuiderzee,
   vol vlas, - en 's lochts gewelven,
die zeggen: 'komt en kijk, o mensh,
   naar ons: met al u macht,
ge'n kunt niet dat de leye kan,
   bij 't vallen van de nacht

                               Guido Gezelle





Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 20:49 Reageer op dit bericht

Oude Leiearm

TE LANDE

't Is hier zo rustig 's morgens vroeg,
staande tot over de knoesels in 't natte gras
achter een oude hulsthage en starend
door een web van diamanten, gespannen
tussen de takken van een wilde vlienderstruik,
een struik die ik ruik.
wijl 't geluchte den einder met zonne overgiet
en ik,... ik die geniet.
't Is rustig en toch hoor ik zovele,...
't gorgelend kwaken van een puit
amper uit zijn morgendromen.
't Lichte lisp' len der bla' ren van de bomen,
een fladderende liester die schichtig
uit de hage schiet recht naar de
top van een scheve populier,
om hoog in diens kruine
tierelierend zijn morgenlied te laten galmen
over de dampende weiden.
Ik hoor de mussen 't jielpen in koor,
wat als een vloed klinkt in mijn oor
vergeleken van het verfijnd stemmeke
van een dartele leeuwerik, die immer
hoger opstijgend,
vleugelschuddend zijn
dankgebed over de vlakte stuurt,
tot hij nog slechts een stipje is, een punt, ...
dat aankondigt een nieuwe dag
in het zo rijke landelijk schoon,
van 't Vlaamse Vlaanderen, waar ik woon

                                          Maryflor

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Maurice om 20:47 Reageer op dit bericht

De Leiebrug in St- Eloois-vijve

Van oktober 2004 zijn er werken aan de gang in de dorpskom,
en tegen eind mei 2005 moet de brug  90cm omhoogegesen worden
om grotere containerschepen te kunnen laten onderdoorvaren
richting de nieuwe containerterminal langs de leie op het grondgebied Wielsbeke.
2400 ton beton omhoogduwen een hele klus.
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Maurice om 18:13 Reageer op dit bericht

TER INLEIDING

De man die achter de naam Maryflor schuilgaat is te
te bescheiden en te wijs om zichzelf en zijn dichtwerk te overschatten.
niettemin verenigt hij in zijn verskunst de eigenschappen
waardoor de poëzie van alle volkeren en tijden gekenmerkt blijkt:
een innige verbondenheid met wat rond hem aanwezig is,
omdat hij het als symbolische uitbeelding van zijn persoonlijk leven
en zijn ervaart, en daarbij aansluitend zijn liefde voor de taal,
zoals ze door het volk van zijn streek gesproken wordt.
De wereld die hem tot schrijven bezield buiten en in hem.
Het is in de eerste plaats de natuur. Niet zo zeer in haar
monumentaliteit of mateloos geweld, maar veeleer in haar
alledaagse verschijning. Een blaatje dat uit een boom naar beneden
dwarreld, een zwemmende karper, een schetternde merel,
maar ook de zon en het veraf glanzende sterrelicht.
Een tweede inspiratiebron ligt in zijn vaderlandsliefde, het wel en
wee van eigen volk, in een nooit aflatende strijd om zijn
voortbestaan gewikkeld - en daarbij aansluitend zijn vertrouwen
in de zin van alle dingen, geboren worden, groeien en sterven,
omdat hij in God geloofd. Een bijzondere aandacht
verdiend zijn taal. Niet de gestandardiseerde literatuurtaal
van vroeger en ook niet het modern woordgebruik,
dat zijn verstrengeling met de volksspraak prijsgegeven heeft,
een taal die slechts communuctiemiddel geworden is en steeds
verder van haar scheppend genie vervreemdt. Maryflor speelt gaarne
met het woord, zoals de volksmens, die meer begaafd dan anderen,
innerlijk dieper leeft en poogt wat hij weet of vermoed,
bezit of verlangt, vreest of looft, door middel van een persoonlijk
woordgebruik uit te drukken. Wie zijn werk meelevend en
meescheppend leest, zal onder de bekoring van zijn levensechtheid
en drang naar waarheid en schoonheid komen.
                                                                       André Demedts

Ps: Maryflor (Flor vanlerberghe) is veel te vroeg van ons heengegaan.



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Maurice om 17:54 Reageer op dit bericht

Voorwoord van Maryflor in zijn dichtbundeltje

Ik wil in mijn gedichten alleen de weg van de eenvoud
bewandelen, begrijpend blijven, zodat ze direkt aanspreken.
Dit wil nog niet zeggen naiëf, mijn bedoeling is vooral de
sloot te dempen die ligt tussen het volk en de artistieke
scheppingen in het algemeen.
De Poëzie mag alleen iets zijn wanneer ze voor en door
de doorsnee mens begrepen kan worden. Daarom verkies ik
de eenvoud boven het << mysterieuze >> van een boven zijn
stand levende poëziewereld.
Naiëf ? ... misschien ! ... maar gelukkig.

                                                                         Maryflor
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Maurice om 16:53 Reageer op dit bericht

Het oude Vijve of de Leiestreek vroeger en nu.

Stille was 't er toen
stille om en d' rom
beemden, bilken,bomen oevergroen,
weiden, velden vredig stom.

Stille 't vlieden van de stroom
met het ruisend ranke riet
helder water, nu een droom
vissen in de Leie ? Kent men heden niet

De schrille stoomstoot van het rootbedrijf
de houten vlasboot langs den trakel
een ketserspeerd zo oud en stijf
stapvoets stappend stoer spektakel.

Vergeten 't lis en 't kallemoes
synoniem aan bekenboorden.
Angstjagend nu 't geroezemoes
voorbij, de rust en kalme oorden.

Wat is er toch in dit gebied
daar langs die gouden ader
verwoesting der natuur geschied
in 't plan van 't ekonomisch kader.

Herinner U de stilte, 't groen en 't visrijk water
de keien op de trakel en 't oude ketserpeerd.
Al zijn we nu niet zoveel jaren later
en is, o mens, uw rijkdom weerd

Flor Vanlerberghe alias Maryflor
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Maurice om 16:05 Reageer op dit bericht

De Leiebrug in St- Eloois-vijve

En de vroegere trakelweg.

Deze brug is op dinsdag 3 mei en woensdag 4 mei door een Utrechtse firma 90 cm omhoog gekrickt om grotere containerschepen onder door te laten.
Totaal gewicht 2.400.000 kg of 2400 ton.

De brug is na het verhogen terug opengesteld voor het verkeer op 30 mei 2005.

Klik op de pijl hieronder naar links voor het vervolg van mijn blog
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Maurice om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Het Vijvenaarke

↑ Terug naar de berichten