TER INLEIDING


De man die achter de naam Maryflor schuilgaat is te
te bescheiden en te wijs om zichzelf en zijn dichtwerk te overschatten.
niettemin verenigt hij in zijn verskunst de eigenschappen
waardoor de poëzie van alle volkeren en tijden gekenmerkt blijkt:
een innige verbondenheid met wat rond hem aanwezig is,
omdat hij het als symbolische uitbeelding van zijn persoonlijk leven
en zijn ervaart, en daarbij aansluitend zijn liefde voor de taal,
zoals ze door het volk van zijn streek gesproken wordt.
De wereld die hem tot schrijven bezield buiten en in hem.
Het is in de eerste plaats de natuur. Niet zo zeer in haar
monumentaliteit of mateloos geweld, maar veeleer in haar
alledaagse verschijning. Een blaatje dat uit een boom naar beneden
dwarreld, een zwemmende karper, een schetternde merel,
maar ook de zon en het veraf glanzende sterrelicht.
Een tweede inspiratiebron ligt in zijn vaderlandsliefde, het wel en
wee van eigen volk, in een nooit aflatende strijd om zijn
voortbestaan gewikkeld - en daarbij aansluitend zijn vertrouwen
in de zin van alle dingen, geboren worden, groeien en sterven,
omdat hij in God geloofd. Een bijzondere aandacht
verdiend zijn taal. Niet de gestandardiseerde literatuurtaal
van vroeger en ook niet het modern woordgebruik,
dat zijn verstrengeling met de volksspraak prijsgegeven heeft,
een taal die slechts communuctiemiddel geworden is en steeds
verder van haar scheppend genie vervreemdt. Maryflor speelt gaarne
met het woord, zoals de volksmens, die meer begaafd dan anderen,
innerlijk dieper leeft en poogt wat hij weet of vermoed,
bezit of verlangt, vreest of looft, door middel van een persoonlijk
woordgebruik uit te drukken. Wie zijn werk meelevend en
meescheppend leest, zal onder de bekoring van zijn levensechtheid
en drang naar waarheid en schoonheid komen.
André Demedts
Ps: Maryflor (Flor vanlerberghe) is veel te vroeg van ons heengegaan.




















