
Portret van Cyriel Buysse 1924: olie op doek 55,5 x 46,5 cm. Cyriel Buysse werd geboren te Nevele op 20 september 1859. Zijn vader had te Nevele een chicoreifabriekje. Hij behoorde tot een welgestelde en ontwikkelde familie in de Leiestreek. Na zijn middelbare studies te Gent moest Cyriel er op het kantoor gaan werken met de bedoeling later de zaak over te nemen. Voor zijn zesentwintigste schreef hij niet. Op aanraden van zijn tante, de schrijfster Virginie Loveling, begon hij te schrijven. Toen vader Buysse op een dag vernam dat hij omgang had met een dochter uit een plaatselijk café werd hij thuis buitengezet. Opnieuw zijn tante raadde hem aan te emigreren naar Amerika. Tussen 1886 en 1893 stak hij verschillende malen de plas over maar kwam telkens weer met heel wat onaangename ervaringen die hij later beschreef in \"Twee werelden\". Tot de eerste wereldoorlog vond Cyriel Buysse zijn trouwste lezerskring in Nederland met o.a. het naturalistische (1) \"De Biezenstekker\". In die periode vond de schrijver bij de overwegend katholieke Vlaamse opinie alsook bij de faminganten weinig genade. Dit had als oorzaak zijn ontraditionele voorstelling van het Vlaamse volksleven en de Vlaamse idealen. Zijn eerste echte roman verscheen in 1893 : \"Het recht van de sterkste\". Bij de oprichting in datzelfde jaar van het tijdschrift \"Van Nu en Sraks\" zat Cyriel Buysse in de redactie, samen met Prosper Van Langendonck, August Vermeylen en Emmanuel De Bom. In 1896 huwde hij te Haarlem met jonkvrouwe Nelly Dyserinck. Van dan af woonde hij in de winter in Den Haag terwijl hij tijdens de zomer op zijn landgoed te Afsnee verbleef. Van zijn tweede vaderland Nederland is in zijn werken nauwelijks sprake tenzij in zijn oorlogsverhalen over uitgeweken Belgen tijdens de eerste wereldoorlog. Samen met o.a. Couperus richtte hij het maandschrift \"Groot Nederland\" op, waarvan hij redacteur bleef tot zijn dood. Tijdens de eerste wereldoorlog verbleef hij permanent in Nederland waar hij medewerkte aan het krantje \"De Vlaamsche Stem\". Na de oorlog keert hij terug naar Vlaanderen waar hij thans meer aandacht vindt dan in Nederland. In 1921 ontvangt hij de staatsprijs voor letterkunde. In 1930 wordt hij academielid. In 1932 wordt hij door koning Albert I verheven in de adelstand. Hij wordt baron, een opmerkelijk feit voor een Vlaams auteur, en dan nog wel de schrijver van \"Het Gezin van Paemel\" en verschillende andere werken waarin de draak wordt gestoken met \"mijnheer de baron\". Cyriel Buysse is onze bekendste naturalistische romancier (2) die met werken als \"Het
recht van de sterkste\", \"Het ezelken\", \"Tantes\", \"Te lande\", \"Van arme mensen\", enz... realistisch en soms ironisch (3) de wereld en het leven beschrijft zoals hij het ziet en meer sympathie en begrip vertoont voor de lagere sociale klasse dan de hogere. Zijn werk sloot aan bij het oudere Vlaamse realisme van o.a. Streuvels, maar was tevens beïnvloed door het Franse naturalisme van o.a. Zola en De Maupassant. Zijn schrijftrant was echter zeker niet overladen zoals die van vele naturalistische auteurs en werd met de jaren soberder, zodat zijn werk nog steeds niet verouderd aandoet en nog vlot leesbaar is.
Als pittig detail kan misschien nog vermeld worden dat Buysse één van de eersten was in Vlaanderen die zich een \"automobiel\" aanschafte.
Cyriel Buysse overleed te Afsnee op 25 juli 1932.




















