NU DE STILTE


Nu de stilte uit de winter breekt
geluidloosheid zich roert,
sprankelt in de ogen van een kind
het vuur van lenteleven
aan de einder een blauwe stip
de eeuwigheid van altijd duren
daarin wentel ik mij
zoek naar de hartstochtelijke mildheid
naar een reden van bestaan
jij herlegt de grenzen die
zich weerspiegelen in kristal
bloedrood zijn ogen van winterslaap
in alle opwinding vind ik
een paternoster
en bid ik om geluk
Edith Oeyen










1 reactie op dit bericht
gedicht 02/12/06
ingrid