KLARA BLIJFT DE GOEDE MUZIEK PROMOTEN

BREDE OPKLARINGEN DEZE WEEK ....
WEEK VAN 16 TOT 20 AUGUSTUS
Norbert Rosseau (1907-1975) …debuteerde als dirigent toen hij 12 was. Rosseau had op dat moment ook al muziek voor viool en piano op zijn conto staan. Hij was een wonderkind. En meer nog, hij was een ambitieus wonderkind, want later zou hij ook nog eens orgel leren spelen.
Vanaf 1932 trad hij afwisselend in België en Italië op, maar in 1940 moest hij na een kwetsuur noodgedwongen de viool aan de haak hangen.
Rosseau, altijd bereid om bij te leren, ging in 1962 naar Darmstadt om zich onder te dompelen in de “nieuwe muziek”. Op het einde van zijn leven doceerde hij aan het Koninklijk Conservatorium van Gent.
August De Boeck (1865-1937)….
was een van de belangrijkste Vlaamse componisten van zijn generatie. Zijn muziek is lyrisch, spontaan en ietwat ironisch.
Hij werd organist in Merchtem, later organist in verschillende kerken zoals de Karmelietenkerk in Brussel. Hij was directeur van het conservatorium van Mechelen en later doceerde hij aan de conservatoria van Antwerpen en Brussel.
August De Boeck werd beïnvloed door de grote Russische componisten, vooral door Rimski-Korsakov en introduceerde het Impressionisme in Vlaanderen.
Marinus De Jong (1891-1984) ….werd geboren in Nederland maar kwam in Vlaanderen wonen en kreeg de Belgische nationaliteit. Als pianovirtuoos toerde hij door Europa en de VS.
Hij werd professor piano, contrapunt en fuga aan het Antwerps Conservatorium maar gaf ook les aan het Lemmensinstituut in Mechelen.
Marinus De Jong maakte knappe en gevarieerde muziek Het is duidelijk dat hij de techniek prima onder de knie had. Hij was weinig flexibel en het is dan ook niet te verwonderen dat hij zich niet op sleeptouw liet nemen door modeverschijnselen. Hij ging zijn eigen weg in het grensgebied tussen oud en nieuw, tussen romantiek en modernisme.
Peter Benoit (1834-1901) …
wou vooral het Vlaamse muziekleven naar het Europese niveau van toen tillen.
In 1867 richtte hij in Antwerpen de eerste Vlaamse Muziekschool op waarvan hij zelf directeur was. Op korte tijd werd de school heel belangrijk in de moeilijke strijd voor Vlaams muziekonderwijs en voor de culturele ontwikkeling van de Vlamingen. Zijn inspanningen werden beloond door de Belgische Overheid die de school niet alleen erkende maar ze in 1898 ook de status van Koninklijk Vlaams Conservatorium gaf, met dezelfde rechten als de Franstalige conservatoria in Belgiê.
Peter Benoit was een leraar met internationale allure. Zijn conservatorium was in die tijd erg progressief. Hij wou niet in de eerste plaats virtuozen vormen maar wel “denkende” mannen en vrouwen die midden het volk staan. Hij voerde gemengd onderwijs in.
Benoit voelde ook aan dat er een Vlaams Muziektheater nodig was en richtte in Antwerpen het Nederlands Lyrisch Toneel op dat later de Vlaamse Opera werd. Zijn ideeën en structuren blijven
Henry G. D’Hoedt (1885-1936) …
was amper 14 toen hij aan het Koninklijk Conservatorium van Gent ging studeren. Na een intermezzo als fagottist bij verschillende orkesten in Frankrijk, keerde hij terug naar zijn Gentse leerschool. Hij werkte er als repetitor notenleer en adjunct-leraar harmonie. Buiten deze verplichtingen dirigeerde hij ook het mannenkoor Zang en Vermaak en organiseerde hij de jaarlijkse conservatoriumconcerten in Leuven.
Zijn laat-romantische composities zijn duidelijk geïnspireerd door het impressionisme en het expressionisme. Hij componeerde veel, zowel symfonische gedichten als orkestmuziek, kamermuziek, koormuziek en liederen.
Tot aan zijn dood was hij directeur van het Stedelijk Muziekconservatorium van Leuven.

Jan Blockx (1851-1912) …
François-Auguste Gevaert (1828-1908) …
Arthur Meulemans (1884-1966) …
















