Terug naar Batavia

Terug naar Batavia
Na het verblijf in het Bersiapkamp in Cheribon (zie het artikel “in het kamp” op deze weblog) werden wij (mijn moeder, broer en ik) op 26 april 1946 per trein onder begeleiding van leden van de RAPWI (Recovery of Allied Prisoners of War and Internee) geëvacueerd naar Batavia waar we aankwamen op het station Manggarai.
In Batavia werd ons gezinnetje door bemiddeling van het Rode Kruis weer herenigd met vader Johan, die heelhuids uit de Japanse internering was teruggekeerd.
Bij aankomst in Batavia kregen we wit brood met aardbeienjam. Naar ik later vernam was dit brood gebakken van inferieure ‘oorlogsmeel’, maar in mijn beleving was dit, na al die tijd in het kamp waterplanten en stijfsel te hebben gegeten, het lekkerste brood dat ik in heel mijn leven heb gegeten.
We kregen tijdelijke woonruimte aan de Tjemaralaan, op nr. 25, waar al een gezin woonde, een echtpaar en een zoon, Wim. Een oudere zoon, David studeerde in Delft De heer des huizes vond het kennelijk maar niets dat er nog een gezin in het huis werd ondergebracht. Hij probeerde ons weg te pesten door elke dag een emmer water, waarin hij hondenpoep had geroerd onder de deur door naar ons woongedeelte te gooien, dit tot groot ongenoegen van zijn vrouw, die mijn ouders elke keer weer haar verontschuldiging aanbood, waarna ze iedere keer weer door haar man werd uitgescholden.
Mijn broer en ik gingen toen in die tijd naar de Lagere school op de Javaweg 66. Ik kwam in een zogenaamde normaal-klas en mijn broer in een herstel-klas (vanwege de achterstand die hij toch nog had opgelopen door de kampperiode ).
Op uitnodiging van de toen in Batavia heel bekende Hans Oosterhof ( Suhandi) werd er vanuit deze school ook wel eens klassikaal een bezoek gebracht aan het radiostation van de Wereldomroep aan het Koningsplein (later Lapangan Merdeka) waar ten behoeve ven het (Nederlandse ) thuisfront onder begeleiding van een piano Vaderlands liederen werden gezongen, zoals ‘Neerland vlag, je bent mijn glorie’, ‘Waar de blanke top der duinen’’ en ‘Wier Neerlands bloed door de aderen vloeit, van vreemde smetten vrij-ij-ij… (gezongen door kinderen waarvan méér dan 80% gemengd bloed had!)
Op deze school deed ik ook aan het eind van de 6de klas het schriftelijk en mondeling eindexamen, ook in de taalvakken Engels en Frans. Ik werd toegelaten tot de HBS (Hogere Burgerschool), die een A- en een B-kant kende . Ik koos de B-kant. De HBS volgde ik op de CAS ( Carpentier Alting Stichting) aan het Koningsplein.
Mijn broer zat toen al op de S.M.P.( Sekolah Menengah Pertama), vergelijkbaar met de toenmalige MULO (Middelbaar Uitgebreid Lager Onderwijs), waar het B.I. ( Bahasa Indonsia) de voertaal was. Op de CAS was de voertaal het Nederlands. Het Bahasa Indonesia was daar één van de verplichte taalvakken.
Op 11 april 1947 (toen we nog op Tjemaralaan 25 woonden) werd zusje Yvonne Louise geboren. Ik was toen 8 en broer Johan ( voor mij: Boengke= broer) 10 jaar.








