Het mooiste meisje van de school


Het mooiste meisje van de school
We schrijven 1954. Ik zat op de HBS van de Carpentier Alting Stichting aan de Lapangan Medan Merdeka (voorheen Koningsplein) in Jakarta (Batavia / Djakarta)
Ik hield me (nog) niet echt bezig met het vrouwelijk schoon. Of toch wel? Er was één meisje waar ik toch graag naar keek, Madeleine. Ze zat op de M.M.S. (Middelbare Meisjes School ), van dezelfde stichting. Het gebouw van de M.M.S. stond op hetzelfde terrein als de H.B.S., het Gymnasium en de MULO. Als we pauze hadden dan had Madeleine toevallig ook pauze en stond ze vaak te praten met vriendinnen. Ik stond dan ongeveer 5 meter bij hen vandaan met enkele klasgenoten (waaronder Herman Stam, Eddy Slamet, Fred Corporaal) te praten en ik ging meestal zo staan dat ik Madeleine goed kon zien. Wat was ze knap….
Uit de opmerkingen die ik van andere jongens hoorde maakte ik op, dat ik niet de enige jongen was, die haar knap vond. Ze was blijkbaar voor een heleboel jongens het mooiste meisje van de CAS!
Maar hoe kon ik haar benaderen?Ik had er geen enkele ervaring mee. Zou ik eerst een keer aan haar vragen of ik haar naar huis mocht brengen? Want ik wist dat ze altijd lopend naar school ging. Maar waar woonde ze eigenlijk?
Ik besloot om die middag, als de school uit was, haar als een soort detective te volgen om te kijken waar ze woonde. Ik was zelf op de fiets, maar die kon ik dan wel zo lang op school laten.
Ik vond het zelf een heel goed plan en toen de bel ging voor de hervatting van de lessen, ging ik opgewekt naar de klas. Geen les, hoe oninteressant ook, kon me uit mijn goede humeur halen.
Toen de school uitging zette ik mijn schooltas vast op de bagagedrager van mijn fiets zodat ik die niet hoef mee te sjouwen op mijn achtervolgingstocht. Ik zou de fiets dan later wel ophalen. Ik zag Madeleine zwaaien naar haar klasgenoten en met de tas over de schouder naar de uitgang van het schoolterrein lopen. Ik liep achter haar aan, niet te snel uiteraard om niet op te vallen en op een afstand, maar wel dicht genoeg om haar niet uit het oog te verliezen. Ze liep de poort uit en ging links af. Dus niet de kant op van het Waterlooplein ( Lapangan Banteng), zoals ik altijd moest fietsen om naar de wijk Kemajoran te gaan waar we woonden. Als het maar even kon, dan verschool ik me telkens eventjes achter een boom. Dit had ik afgekeken van de achtervolgingsscènes in detectivefilms. En bomen waren er toch genoeg….
Toen ik weer eens achter een dikke boom wilde duiken zag ik dat daar al een andere jongen stond, die kennelijk op hetzelfde idee was gekomen als ik, namelijk om Madeleine te schaduwen. Ik kende hem alleen van gezicht. Hij zat een klas hoger dan ik, was een good-looking-Indo, zo eentje met een rijzige gestalte, een lichte huid (koelit langsep), zwart haar en blauwe ogen, een type ‘filmster’, Roger Moore bijvoorbeeld…
Toen ik hem zag kwam ik tot de conclusie, dat ik bij het dingen naar de gunsten van Madeleine tegen deze ‘Roger Moore’ geen enkele kans maakte. Ik liep terug naar school. pakte m’n fiets en fietste naar huis. Adieu, Madeleine!


