De toekang bami


De toekang bami
Ach, elke Indo kent hem wel, de toekang bami, die met zijn karretje laat op de middag of vroeg in de avond de straten afstruint, op zoek naar klanten.
En ik was een regelmatige klant. Niet dat ik thuis te weinig eten kreeg, maar zoals bijna elke Indo-in-de-groei had ook ik ’ s avond wanneer de schemering viel, zo’n ‘ trek in iets lekkers’.
En de toekang bami kon voor je een bordje ‘ iets lekkers’ bereiden voor het geld, dat je net die middag had verdiend door het verkopen van lege flessen aan de toekang botol. Geld moet rollen, ja toch? Is goed voor de economie van het land.
Dus, wanneer de schemering viel en in de kampong achter het huis de bedoek (grote trom) klonk en de gelovigen werden opgeroepen tot gebed, dan zat ik in de tuin op het bankje onder de cherryboom en wachtte….
Zodra ik in de verte het ‘ tok tok’ hoorde , wist ik dat hij in aantocht was. Het voor de toekang bami kenmerkend geluid dat ontstond door het slaan met een stokje op een uitgehold stuk hout deed je maag ‘ krioeken’ van de honger.
" Krioek, krioek" klonk het ter hoogte van je navel. Echt honger had je niet, dacht je, maar wat zo’ n geluid ( tok, tok) toch i je lichaam te weeg kon brengen….. Voer voor (liefst Indische) psychologen…….
Natuurlijk liep ik dan naar de poort en keek de straat in, want stel je voor dat de man ongemerkt je huis voorbijliep. Maar gelukkig, in de verte zag je in het schemerdonker al een bewegend lichtje naderbij komen en hoorde je weer wat luider dan daarnet het ‘ tok tok’. Ik wachtte hem op en wenkte naar hem. Hij knikte en parkeerde zijn karretje aan de kant van de weg, want in de Vliegveldlaan (Jalan Garuda) waar we woonden waren geen trottoirs.
Hij had onder zijn karretje een opklapbare poot uitgezet, zodat de kar nu stevig stond en ik deed mijn bestelling. " Bami goreng dengan oedang (garnalen)", want je kon ook bami goreng met kip bestellen, maar kip at ik al vaak, dus…..
De toekang bami zette zijn wadjan (wok) op het vuur waar hij nog even in porde en dan met een kipas (bamboe waaier) de vlam wat aanwakkerde en deed dan wat olie in de pan.
Ik had mijn bestelling geplaatst dus excuseerde ik me om snel even in huis een bord te halen. Maar ik was net zo rap weer terug want ik wilde niets missen van het hele bakritueel.
Toen de olie warm genoeg was deed de man wat voorgekookte garnaaltjes in de olie en wat fijngehakte knoflook. Het rook meteen zo lekker… Ik begon al te ‘ ‘ngiler’ (watertanden).
Daarna werd een handvol fijnesneden groenten (selderij, katjang polong, peultjes en taugé) toegevoegd en tenslotte tilde de toekang bami een deksel op dat in zijn kar een vierkant gat afsloot en verdween met zijn arm in dat gat om er met een handvol gekookte bami weer uit te komen en dat in de wadjan te gooien. Ik vraag me nu pas af hoe lang het geleden was dat hij daarvoor zijn handen had gewassen…., maar toen waren dat vragen die niet bij je opkwamen…..
Hij roerde de bami goed los en zorgde dat alles goed door elkaar werd gehutseld. Dan nog op smaak brengen met wat peper en ketjap asin. Ik gaf hem mijn bord waarop hij de bami schepte en het geheel nog lardeerde met bawang goreng ( gebakken uitjes) en rawit (kleine spaanse pepers) in zuur.
Ik gaf hem het geld en hij wenste me nog een " selamat makan" .
Nou, ik makande heel selamat op het bankje in de tuin onder de cherryboom en genoot van mijn bami goreng, van de schemering en van de straatgeluiden. Morgen maar weer lege flessen zoeken en verkopen aan de toekang botol……






















