De Bersiap-periode

De Bersiap-periode
De Bersiap-periode (‘Bersiap’ betekent ‘Weest Paraat’) loopt van 15 september 1945 tot 1 december 1946: en is de meest gewelddadige periode in de geboorte van de Indonesische Staat, als onderdeel van hun nationale revolutie.
De Bersiap-periode is de periode na de Capitulatie van Japan (15 augustus 1945) en na de Onafhankelijkheidsverklaring (17 augustus 1945), waarin de Pemoeda's een hoofdrol speelden.
Pemoeda betekent letterlijk jongeren.. De ‘Pemoeda Indonesia’ was een al in de jaren twintig van de 20ste eeuwdoor de Algemeene Studieclub te Bandoeng gestichte nationalistische jeugdorganisatie in toenmalig Nederlands-Indië.
Tijdens de Japanse bezetting speelden de Japanners in op de nationalistische gevoelens van de zogenaamde "pemoeda's": Die term werd inmiddels gebruikt als aanduiding voor verschillende jongerengroeperingen op Java.
Deze groeperingen stelden zich geleidelijk aan steeds radicaler en onafhankelijker op, en toen Japan op 14/15 augustus 1945 capituleerde verzetten de "pemoeda's" zich hevig tegen de terugkeer van de Nederlanders. Kort hierna riep Soekarno op 17 augustus 1945 onder druk van de pemoeda's de onafhankelijkheid van de Republik Indonesia uit.
De acties van de pemoeda’s waren gericht tegen alles wat Nederlands was of sympathiseerde met de Nederlanders. Hierbij werden vaak de Indo’s , die daar geboren waren en de taal van het volk spraken, maar de Nederlandse nationaliteit hadden, als verraders beschouwd.
Ook Batavia kreeg uiteraard met de Bersiap te maken.
De tegenstanders van de Pemoeda’s waren aanvankelijk strijdgroepen, bestaande uit oudere ex-KNIL-militairen, Indo-jongeren en Nederlandse jongeren.
Pas na de verschijning van luitenant-admiraal Conrad Emil Lambert Helfrich,( Semarang 11-10- 1886 – 's-Gravenhage 20-09- 1962), werd de strijd georganiseerd.
Helfrich keerde op 1 oktober 1945 terug in Nederlands-Indië, waar hij tot 24 januari 1946 het bevel over de Nederlandse strijdkrachten in Nederlands-Indië voerde.
Hij kon gebruik maken van vijf ingevlogen en ingevaren KNIL-compagnieën (ca. 1000 man), 100 mariniers van Hr.Ms. Tromp, een groeiend aantal ex-KNIL-krijgsgevangenen en Molukse ex-militairen.
De Britten voerden van 27 december 1945 tot 4 januari 1946 'Operatie Pounce' uit in Batavia, waarbij de meeste Pemoeda's werden verdreven of gevangengenomen. Nederlandse troepen dreven daarna Indonesische militairen steeds verder van het centrum weg, ondanks protesten van de Britten.
Het gebied van Pasar Senen was een brandhaard van nationalistisch verzet van de Indonesische vrijheidstrijders tegen het Nederlandse leger, dat als bezettingsleger werd gezien.
In Batavia werd het Xe Bataljon gevormd uit Indo-jongeren en Ambonezen.
Tegen Indonesische jongeren werd buitengewoon wreed opgetreden. Voor elke gedode Nederlander werden drie Indonesiërs doodgeschoten. Het geheel had de karaktertrekken van een verbeten burgeroorlog
Pas in de eerste maanden van 1946 werd eindelijk onderhandeld tussen Nederlanders en Republikeinen, onder zware Britse druk. De Indonesiërs begonnen met de evacuatie van Japanners uit hun zelfinterneringskampen, en van de geïnterneerden in de bersiap-kampen( waaronder mijn moeder, broer en ik) . De Japanse evacuatie was in juli 1946 afgehandeld, die van de geïnterneerden zou doorlopen tot mei 1947. Vanaf maart 1946 werden weer Nederlandse troepen toegelaten tot Java. De eigenlijke Bersiap is daarmee wel afgelopen.















