Naar de inhoud

't FRONT

1914-1918 & 1939-1945
seniorennet.beseniorennet.be
EERSTE & TWEEDE WERELDOORLOG

Archief

Museum Bevrijdende Vleugels

Museum Bevrijdende Vleugels
Sonseweg 39
5681 BH Best
Nederland
website;   www.wingsofliberation.nl

Museum Bevrijdende Vleugels is ontstaan uit een tijdelijke tentoonstelling, die ter gelegenheid van de 40 jarige herdenking van Operatie Market Garden door de heer Jan Driessen (1921 - 2010) in Veghel georganiseerd werd. Deze tentoonstelling was een dermate groot succes, dat besloten werd om zijn collectie onder te brengen in een museum onder zijn leiding. In de loop der jaren werd onder de bezielende leiding van Jan Driessen het museum steeds verder uitgebreid. Hierdoor was de beschikbare ruimte in Veghel op den duur niet meer voldoende en werd naar een nieuwe locatie uitgekeken. Defensie stelde toen het prachtige voormalig mobilisatiecomplex aan de Sonseweg in Best ter beschikking en in 1996 werd begonnen met de overhuizing. Op woensdag 17 september 1997 werd het museum in zijn nieuwe behuizing heropend in aanwezigheid van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard der Nederlanden. In 2007 achtte Jan Driessen de tijd gekomen om zijn museum over te dragen aan de huidige eigenaar. De naam van de eerste museumhal, de ‘Jan Driessen Hal’, is een blijvend eerbetoon aan hem.

869897-b5cf5e20eda87a3ff77e4a2d33828947.jpg

869897-10c4a583ccb72d42c58230673f592357.jpg

869897-9abb957a84dfbde7c94da3a37bd2b037.jpg

869897-c250d9415bd0049dc72c0561dda1b86b.jpg

869897-b3f041d7be54ffa5d1c806011a4fbab2.jpg

869897-fa8f7cc87d3abf2978fc7c2805a035a6.jpg

869897-8bc39a5f5eaa5bc60d83fe0eabf5028a.jpg

869897-e2abfbb81043fe33cef26c48e14bdb5d.jpg
Geschreven door DP om 07:34

Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945

Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945

Groesbeek (Nederland)

In dit museum is het verleden tot leven gebracht door middel van diorama's, typische jaren '40 geuren, muziek, originele filmbeelden en toespraken. U beleeft de indrukwekkende bevrijdingsgeschiedenis van het Rijk van Nijmegen, Nederland en Europa en dat kan op verschillende manieren.

 

http://www.oorlogsmusea.nl/artikel/39/Nationaal-Bevrijdingsmuseum-1944-1945.htm

 



868755-a267e9e3961262e032bd8ad3cc8bd004.jpg

868755-f015777eebefced3e397fefe3014a839.jpg

868755-cf7ad5ac713eb5730e5ab64c254e717c.jpg

868755-e14254fcde10535a5602e2b8255e2bd0.jpg

868755-403483944dbd96ee1893d6c49caf5f20.jpg

868755-3caa549187ac7c3c571b4d037500388b.jpg

868755-55c8dc328fb2aaceee224fb888eb45c7.jpg

868755-baf12ffa9c4d137515b41364f9f969bd.jpg

868755-270ee74b40f629ca6e9cfb84a1d07b43.jpg
Geschreven door DP om 15:15

Monument Generaal Gavin Groesbeek

MONUMENT GENERAAL GAVIN     GENERAAL GAVINSTRAAT  GROESBEEK

Het monument is een natuurstenen gedenksteen in de vorm van een ster. De tekst op de gedenksteen luidt: Uit gevoelens van dankbaarheid en respect van de Groesbeekse bevolking voor de 82ste Airbornedivisie die onder haar bevelhebber Generaal M James Gavin Groesbeek op 17 september bevrijdde van terreur en onderdrukking.

Tijdens operatie Market-Garden in September 1944 is General James Gavin de commandant van de 82nd All American Airborne Division en is hiermee de jongste generaal sinds de Amerikaanse Burgeroorlog.

James Maurice Gavin wordt in New York op 22 maart 1907 geboren hij is de zoon van een ongetrouwde Ierse immigrant. Wanneer hij  ongeveer twee jaar is  wordt hij geplaatst in een weeshuis van de stad New York. Uiteindelijk wordt hij geadopteerd door het mijnwerkersgezin Gavin uit Mount Carmel, Pennsylvania. In dit gezin leert hij  vooral wat hard werken en discipline is, zeker eigenschappen waar hij later voordeel zal uithalen.

Al vroeg in zijn jeugd beslist  Gavin  dat hij geen mijnwerker  willen worden en in 1924, op 17-jarige leeftijd, gaat hij dienst nemen in  het US ARMY. Hij begint zijn carrière als soldaat bij het 16th Coast Artillery Regiment en niet veel later is hij Corporal in het 2nd Coast Artillery Regiment. Zijn capaciteiten zijn veelbelovend en in 1925 wordt hij toegelaten tot de Militaire Academie van West Point. Na 4 jaar sluit Gavin deze scholing met succes af en tot in 1941 is hij bij verschillende legeronderdelen gestationeerd. In deze tijd verdiept hij zich in de militaire geschiedenis en ontwikkelt hij zich als  pleitbezorger van de mobiliteit in de oorlogsvoering.

Deze interesse in mobiliteit speelt zeker een rol bij zijn keuze om zich in augustus 1941 aan te melden bij de parachutisten. In Fort Benning volgt hij een opleiding para en wordt hij bij het 503rd Parachute Infantry Regiment geplaatst, als kapitein  krijgt hij er een compagnie onder zijn hoede. Maar al gauw komt Gavin bij het hoogste commando terecht,het stafkwartier van de Provisional Parachute Group, waar hij verantwoordelijk is voor de afdeling Planning en Training. Een functie waarin hij met zijn ideeën over mobiliteit kan uitproberen. Mede door deze functie staat Gavin ook aan de wieg van de vorming van de eerste luchtlandingsdivisie van het Amerikaanse leger, namelijk de 82nd Airborne Division.

In juli 1942 wordt hij commandant van het 505th Parachute Infantry Regiment van de 82nd Airborne Division,   dat onder leiding van Major General Matthew Ridgway staat. Eén jaar later, in juli 1943, maakt Gavin met dit regiment zijn eerste gevechtssprong of combat jump, dit tijdens operatie Huskey I, als onderdeel van de invasie van Sicilië. In september van dat zelfde jaar maakt Gavin met zijn regiment nog een haastig geplande sprong ter ondersteuning van de Amerikaanse 5th Army bij operatie 'Avalanche', de invasie van het vasteland van Italië in de baai van Salerno. 'Slim Jim' - zo genoemd vanwege zijn atletische gestalte - is zeer geliefd bij zijn mannen. Niet alleen vanwege zijn goed militair brein, maar ook omdat hij regelmatig voorin in de frontlinies terug te vinden is. Iets wat de gewone soldaat zeer  waardeert.

Op 10 oktober 1943 wordt Gavin benoemd tot assistent-divisiecommandant en verwerft de rang van Brigadier General. Tijdens de planning van de invasie van Normandië is hij Eisenhower's adviseur op het gebied van de luchtlandingstroepen en op 6 juni maakt Gavin zijn derde  combat jump met de 'All American'. Wanneer Ridgway, na de strijd in Frankrijk, het bevel krijgt van het Amerikaanse 18th Airborne Corps, wordt Gavin op 16 augustus 1944, door het bevel van de 82nd Airborne Division op zich te nemen, de jongste divisiecommandant van het Amerikaanse leger. In die hoedanigheid springt 'the jumping general' op 17 september 1944 boven Groesbeek onder de codenaam operatie 'Market Garden'. In oktober krijgt hij zijn tweede generaalsster,hij in nu Major General.

Wanneer de Duitsers met het Ardennenoffensief beginnen is Gavin als gevolg van Ridgway's afwezigheid naast divisiecommandant ook tijdelijk korpscommandant en worden ook zijn troepen ingezet om het tij te keren. Na de Duitse opmars tot stilstand te hebben gebracht, volgt de opmars door Duitsland. Gavin  beëindigt de oorlog  in Berlijn waar de 82nd Airborne Division als bezettingsmacht diendt. Zijn gelobby zorgt ervoor dat de 82nd Airborne Division niet ontbonden  wordt en als enige airborne divisie in het Amerikaanse leger zal blijven bestaan.

Na de oorlog blijft Gavin nog in dienst en is achtereenvolgens chef-staf van de 5th Army en van de geallieerde strijdkrachten in Zuid-Europa en bevelhebbend generaal van het 7th Army Corps in West-Duitsland. In 1955 wordt hij Lieutenant General en hoofd van de afdeling Onderzoek & Ontwikkeling van het Amerikaanse leger. Hij is een tegenstander van zijn vroegere collega Eisenhower, wiens verdedigingsbeleid volgens hem te veel afhankelijk was van nucleaire wapens. Na zijn pensioen wordt

hij , in de periode 1961-1963, onder president Kennedy ambassadeur in Frankrijk en wordt hij een prominent criticus van de Vietnamoorlog . Gavin zijn kritiek komt niet zozeer uit vredelievende overwegingen, maar is puur gericht op het gevoerde militair strategisch beleid. Op 23 februari 1990 overlijdt James Gavin, op 82-jarige leeftijd.

868734-bc68138a780695e6c4791abe1bc885bd.jpg

868734-bf89f981dccba9c22dbc5546324a29d0.jpg

868734-a1e724721b589e700f3303bd8e12be05.jpg

868734-d7f48c7c2ffeaab6448d8855856eefeb.jpg

868734-0468e1bc53bfe4b2326853eda793a50b.jpg

868734-86fb4641ff124d1ce141562b54298940.jpg
Geschreven door DP om 15:07

De gevechten in de regio van Saint Mihiel 14-18

De gevechten in de regio van Saint Mihiel 14-18

Saint Mihiel staat vooral bekend als vaderstad van beeldhouwer Ligier Richier (Saint Mihiel 1500-Geneve 1567). Zijn Vierge en pamoison (de Bezwijmde H. Maagd) in de aan Sint-Michiel opgedragen abdijkerk dateert uit 1531 doch zijn meest beroemd werk is het Sepulcre (of Heilig Graf), dat hij zelf niet heeft kunnen plaatsen want als protestant moest hij zich in ballingschap begeven. Dit werk is in de Sint-Stevenskerk ondergebracht. Deze beeldende kunstenaar was een waar genie. Hij was in staat het universele van een tijd aan te voelen en uit te beelden, aan al zijn scheppingen een intens leven en innige ontroering mee te geven. Zijn werk gaat het kader van de Renaissance in Lotharingen te boven en stelt de vraag van de eeuwige bestemming van de mens.

Saint Mihiel bezit een grote rijkdom aan bouwwerken uit de Renaissance en de klassieke periode. De stad heeft ook de belangrijke bibliotheek van de Benedictijnen van de Sint-Michiels-abdij. Het fonds is ter plaatse gebleven en wordt in een fraaie zaal op de eerste verdieping van het klooster bewaard. De collecties omvatten onder andere: handschriften met miniaturen, incunabelen en het eerste in de Hertogdommen (namelijk in Longeville devant Bar, in 1502) gedrukte boek.

 

De sector Saint Mihiel in augustus en september 1914, de gevechten om de Maasovergangen.

 

De nederlaag die de Fransen in de Frans – Duitse oorlog van 1870-1871 lijden heeft tot gevolg dat Frankrijk noordoost Lotharingen met de geheel Franstalige stad Metz, met Diedenhofen, evenals de Elzas met uitzondering van de vesting Belfort, moet overdragen aan Pruisen (Duitsland). Deze gebieden vormen samen de oostelijke Franse departementen Bas Rhin, Haut Rhin en Moselle. Deze gebieden hebben een oppervlakte van ruim 14 500 vierkante kilometer en tellen anderhalf miljoen inwoners, de meerderheid is Duitstalig.

Het inlijven van deze Franse gebieden maakt een revanche onvermijdbaar en vormt de kiem voor een toekomstig conflict. De bevolking accepteert de Duitse nationaliteit niet.  Dat blijkt uit het feit dat tussen 1875 en 1895 een derde van de inwoners de ingelijfde gebieden verlaat en naar Frankrijk terugkeert.  Velen ontrekken zich aan de Duitse dienstplicht. Alleen al tussen 1871 en 1874 zijn dit er meer dan honderdduizend, daarvan sporen de Duitsers ruim 27 000 man op. Van dit aantal is de helft lichamelijk ongeschikt om tot militair te worden opgeleid.

De nederlaag van de Franse troepen in de oorlog van 1870-1871 heeft het vertrouwen van de Franse bevolking in het leger en zijn bevelhebbers ondermijnd. De nieuwe Franse premier en bovendien minister van Oorlog De Fraycinet reorganiseert het leger en stelt de eerste volwaardige generale staf aan. Hij beseft dat het leger in deze opbouwfase niet offensief tegen een sterke Duitse tegenstander kan optreden.

De Franse Generale Staf beperkt zich dan ook in eerste instantie tot het opstellen van een defensief plan, het genaamde Plan 1.

In dit plan regelt men  de defensieve verdediging van de oostgrens.  Deze  is door het verlies van de versterkingen in o.a. de regio Metz  nu praktisch onbeschermd. De beroemde vestingbouwer, generaal Séré de Rivières, krijgt de opdracht om deze zeer kwetsbare grens te versterken. Dit gebeurt door het bouwen van forten en andere versterkingen nabij Verdun, Toul, Epinal en Belfort.

Nadat deze forten in 1887 grotendeels voltooid zijn worden er nieuwe plannen opgesteld maar nu is het hoofddoel de herovering van de verloren gebieden.

 

De gevechten in augustus - september 1914

Aan Franse zijde beginnen de vijandelijkheden met de uitvoering van het optimistische gedeelte van Plan XVII, de opmars in Elzas-Lotharingen. Na een eerste inval op 7 augustus wordt  Altkirch, in het zuiden van de Elzas gelegen, als eerste stad na 1871 herovert.  Op 8 augustus word Mulhouse weer voor één dag Frans bezit, op 14 augustus begint de Slag om Lotharingen. Behalve de aanval in het zuiden, door het Leger van de Elzas onder generaal Pau, is het hoofdoffensief geconcentreerd ten zuidoosten van Metz. Het Eerste Leger (generaal Dubail) en het Tweede leger (generaal de Castelnau) rukken op in de richting van Sarrebourg. Gezien de Duitsers volgens plan terugtrekken verloopt de opmars aanvankelijk vlot. De toppen en passen in de Vogezen worden door de Fransen bezet en Sarrebourg valt op 18 augustus in hun handen. 

Ondertussen is Mulhouse ook weer Frans geworden. De vreugde is echter van korte duur. Het Duitse Zesde Leger onder kroonprins Rupprecht van Beieren en het Zevende Leger, geleid door generaal von Heeringen zetten de tegenaanval in. Zij drijven de Franse legers terug. De Fransen lijden tijdens deze dagen zware verliezen. Tussen 20 en 23 augustus sneuvelen 40.000 Franse militairen, waarvan op de 22ste  maar liefst 27000 ( dat zijn de hoogste verliezen op één dag van het Franse leger gedurende WOI). 

Door de Duitse successen in Lotharingen geraakt de Oberste Heeresleitung in een euforische stemming. von Moltke geeft beide legers opdracht om het offensief voort te zetten, dit om de verdedigingswerken bij Nancy te veroveren. De niet langer defensief opererende linkervleugel zal zo kunnen bijdragen tot een reusachtige herhaling van de slag bij Cannae. De gehele vijandelijke strijdmacht zal omsingeld  worden in een gelijktijdige tangbeweging vanuit het oosten en het westen. Daartoe moet de zwakkere linkervleugel worden versterkt. Het Zesde en het Zevende Leger krijgen daarom reserves toegewezen die bestemd zijn voor de legers op de rechtervleugel. Doordat er legereenheden achtergebleven zijn voor de belegering van Antwerpen en Maubeuge en dat er twee legerkorpsen worden weggehaald voor de strijd in Oost-Pruisen, blijven er op de rechtervleugel van de oorspronkelijke zestien legerkorpsen nog elf over. De legendarische laatste woorden van Von Schlieffen: 'Macht mir nur den Rechten stark' zijn blijkbaar vergeten. Op het hoogtepunt van de nu volgende slag zullen er op de linkervleugel zelfs meer Duitse troepen strijden dan aan de rechterkant! 

Gelijktijdig met de grote confrontatie aan de Marne wordt ook in het noordoosten slag geleverd (4-13 september). Ditmaal opereert het Zesde Leger samen met het Vijfde Leger onder leiding van kroonprins Wilhelm. Deze probeert via de Argonne vanuit het noordwesten Verdun in te sluiten, dit terwijl de Beierse kroonprins Rupprecht tegenover Nancy aanvalt. Het leger van de Beierse kroonprins slaagt er echter niet in om de verbinding met de andere Duitse strijdmacht tot stand te brengen. Men blijft steken voor fort Troyon, dat weliswaar tot zwijgen is gebracht, maar dat niet kan worden ingenomen (9 september). Op 10 september ontruimen de Duitsers het tijdens de aanval bezette Pont-à-Mousson weer. Gedurende de nu volgende dagen proberen beide partijen zich langs het westelijke front te hergroeperen en zich aan te passen aan de nieuw ontstane situatie. 

Gelijktijdig neemt aan Duitse zijde generaal von Falkenhayn het opperbevel over van de gebroken von Moltke. De nieuwe bevelhebber is van mening dat de meeste kansen op een Duitse overwinning aan het westelijke front liggen. Het Zesde Leger vertrekt per trein naar het westen om daar deel te nemen aan 'De race naar de zee'.  In het noordoosten wordt er een nieuwe strijdmacht geformeerd onder generaal von Strantz. Deze blijft voortaan onder het oppercommando van het Vijfde Leger van kroonprins Wilhelm. 

Aan Franse zijde meent generaal Joffre dat er in de noordoostelijke regio geen nieuwe Duitse aanval te verwachten is. Daarom wordt een deel van het Tweede Leger met generaal de Castelnau aan het hoofd, verplaatst naar een bedreigde frontsector aan de Oise. Dit optimisme is echter niet gerechtvaardigd. Op 20 september worden de Fransen verrast! De Duitsers pogen om de Côtes Lorraines en de sperforten langs de Maas in handen te krijgen. 

De Duitsers boeken aanvankelijk snelle successen. De Côtes worden in een stormloop over een lengte van 20 kilometer genomen en op 24 september word Saint-Mihiel veroverd. De Maas is overschreden. Een dag later valt ook het nabijgelegen fort Camp des Romains in Duitse handen. De poging van het Vijfde Legerkorps om de forten Troyon en Liouville te nemen, strandt op fel Frans verzet. De Duitsers geraken in moeilijkheden! Ze geraken in de penarie door de zware verliezen op het slagveld en door de troepenverplaatsingen naar elders. Bovendien versterken de Fransen hun bedreigde posities aanzienlijk, zodat zij kunnen tegenaanvallen. Dit leidt tot het indeuken van de uitstulping in het front dat door het Duitse offensief is ontstaan, maar meer ook niet. Aangezien tot september 1918 geen grote verandering in deze situatie optreedt, wordt de saillant van Saint-Mihiel een begrip. Vanaf het najaar 1914 wordt ook in Noordoost-Frankrijk de loopgravenoorlog de manier van oorlog voeren. 

De gevechten in de periode september - november 1914

Nadat de Duitse opmars in september 1914 na de slag aan de Marne is vastgelopen en de hierop volgende Duitse terugtocht tot aan de Aisne is voltooid, begint er een stellingenoorlog. Beide tegenpartijen proberen door verwoede aanvallen veranderingen in de frontlijn te brengen.

Ten oosten van Verdun in de Woëvre-vlakte zoekt het Franse 3e Leger,onder bevel van generaal Sarrail,naar mogelijkheden om met een groot offensief het vastgelopen front weer in beweging te krijgen. Het Duitse 5e Leger,onder bevel van Kroonprins Wilhelm, wil dit ook uitproberen. De Woëvre-vlakte, die grotendeels uit leemgrond bestaat, is door de aanhoudende regen in de tweede en derde week van september vrijwel onbegaanbaar geworden. Het verplaatsen van zwaar materieel wordt een hele karwei. Toch slagen de Duitsers er in om langzaam op te rukken. Generaal Sarrail is verontrust en dat om twee redenen. De natte leembodem belemmert eveneens de bewegingen van zijn troepen. En tussen St. Mihiel en Chauvoncourt kunnen er geen noodbruggen over de sterk gezwollen Maas worden geslagen.  Die bruggen zijn een vereiste voor het snel opvoeren van versterkingen.

Generaal Sarrails troepen bezetten een sleutelpositie in het Franse front. Wanneer de Duitsers er in slagen om in de vestinggordel langs de oostoever van de Maas een bres te slaan, dan kunnen zij door hier de rivier over te steken de aanvoerroutes en spoorlijnen naar Verdun blokkeren. Indien dat lukt dan zal deze vesting van zijn toevoer worden afgesneden.

Achter de oostelijke Maasoever in de lijn Buzy - Saint Mihiel bevind zich de legerafdeling Von Strantz. Deze maakt deel uit van het 5e Leger van de Duitse Kroonprins. Dit leger is in eerste instantie samengesteld uit (van noord naar zuid):

·        Het Ve Legerkorps (V Lk) met onder bevel de 33e Reserve Divisie (33 Res Div) als algemene reserve en de Landwehr Divisie (Landw Div) von Waldow. Deze troepen zijn tussen 20 en 25 september tot de lijn Buzy - Combres - St Rémy - Seuzey - Lamorville opgerukt.

·        Het Beierse IIIe Lk, met later onder bevel de Beierse Elite Div, die enige weken later tot de lijn Senonville - St Mihiel - Apremont gaan oprukken.

·        De 10e Infanterie Divisie (10 InfDiv) en de Garde Elite Divisie in de lijn Laheyville - Regniéville - Pont-à-Mousson

·        Ten slotte de Beierse Cavalerie Divisie (Cav Div) ten zuidwesten van Chambley. Ze moeten verkenningen in het gebied van de Côtes Lorraines uitvoeren.

Begin september beveelt de Kroonprins om de sperforten die de Maashoogten en de overgangen over de Maas tussen Verdun en Saint Mihiel domineren, uit te schakelen. Dat wordt een opdracht voor de infanterie die zal ondersteund worden door sterke artillerie-eenheden. Sperforten zijn bolwerken die belangrijke opmarswegen voor vijandelijke troepen, met  de hulp van hun artillerie en hun infanteriebezetting, moeten blokkeren.

Generaal von Strantz krijgt de taak om de sperforten in te nemen, allereerst die van:

·       Troyon; Ligt ca. 10 km ten noorden van St. Mihiel op de oostelijke oever van de Maas.

·       Les Paroches; Bevindt zich enige kilometers ten noorden van de stad op de westoever van de Maas.

·       Camp des Romains; Ligt ca. 1 km ten zuiden van de stad. 

Vervolgens  moet hij met zijn troepen, tussen Toul en Verdun, een doorbraak afdwingen. Hij moet de Maas oversteken plus de bevoorradingslijnen vanuit het zuiden naar Verdun afsnijden.

Op 20 september beginnen de Duitse aanvallen op de oostelijke hellingen van de Côtes Lorraines. Ze willen deze strategisch belangrijke heuvelrug veroveren om zo de Maas te kunnen oversteken.

 

 

De aanvallers krijgen extra artillerie-eenheden ter beschikking dit zijn:

·       De1ste Afdeling 155mm houwitsers van het Beierse 3e Vestingartillerie Regiment.

·       De 2e Afdeling-155mm houwitsers van het Beierse 2e Reserve Vestingartillerie Regiment.

·        De 2e en 3e Afdeling 21cm houwitsers van het 18e Vestingartillerie Regiment

·       Twee batterijen 10cm kanonnen van het 8ste Reserve Vestingartillerie Regiment.

·       Een afdeling 155mm houwitsers van het 2e Reserve Vestingartillerie Regiment,

·       Drie 28cm houwitsers en twee 30.5cm houwitsers van de Oostenrijkse 2e Zware Houwitserbatterij.

De slecht verharde wegen naar de nieuwe voorwaarts gelegen stellingen voor deze artillerie zijn door de aanhoudende regen vrijwel onbegaanbaar. Het kost ruim 24 uur voor de nieuwe stellingen ingenomen zijn.

Tengevolge de massale Franse beschietingen en hun hardnekkige tegenstand vorderen de Duitsers niet snel en worden vele dorpjes totaal vernield.

Voor Sarrail komt dit offensief niet onverwacht. Dit omdat een aanval op Verdun door het XIIIe en XVIe Lk van het Duitse 5e Leger vanuit de lijn Varennes-Montfaucon is vastgelopen. En omdat Franse patrouilles op 16 september tussen Etain en Thiaucourt al gevechtscontact hebben gehad met sterke Duitse voorposten. Hij ziet in dat het zwaartepunt van de vijandelijke aanval naar de rechter Maasoever is verlegd. Daarom tracht hij het Franse 8eLk te versterken. Het 8ste LK  bevindt zich tussen de forten op deze Maasoever en het is opgerukt tot de rand van de Woëvre-vlakte.

De Duitse troepen rukken echter sneller op. Nog vóór deze Franse versterkingen de Maas oversteken drijven troepen van het Ve Duitse en het IIIe Beierse Lk de Fransen terug tot op de Maashoogten. 

Al eerder, op 9 september, is de Franse verdediging op de oostelijke oever van de Maas tussen Les Paroches en St. Mihiel bedreigd door Duitse voorhoede-eenheden die Chaillon bereikten. Vanaf deze plaats begint een in westelijke richting verlopende laagte door de hoge heuvelrug langs de Maas in de richting van deze rivier. Wanneer de Duitsers hierdoor oprukken in de richting van de plaatsen Banoncourt en St. Mihiel, beiden gelegen tussen de sperforten Troyon en Camp des Romains, dan bestaat het gevaar dat zij op deze plaats de Maas gaan oversteken. Dat zou het Franse 3e Leger in de rug zal bedreigen.

Een kleine Duitse patrouille, waarbij enige pioniers zijn ingedeeld, kunnen in de nacht van 9 september de Maas over zwemmen en de hierlangs lopende spoorlijn St. Mihiel - Verdun op één plaats opblazen, daarna keren ze ongezien weer naar hun eenheid terug.

Direct gaat Sarrail de troepen op de Maashoogten met nieuwe eenheden en met talrijke batterijen veldartillerie versterkken. Hij verwacht immers een nieuwe Duitse inspanning om de rivier over te steken. Dit wordt zekerheid op 20 september. De Duitse artillerie beschiet het tactisch belangrijke knooppunt Hattonchâtel. De beschieting  wordt gevolgd door een aanval uitgevooerd met drie legerkorpsen. Het Ve Lk  valt aan op de rechtervleugel, het Beierse IIIe Lk in het midden en het XIVe Lk op de linkervleugel.

De Franse troepen bevinden zich op de kam van de heuvelrug en controleren de vijandelijke bewegingen vanuit de regio Hattonchâtel. Geheel onverwachts vallen de Duitsers aan vanuit de bossen bij Harville, Beney en Thiaucourt, ze rukken op naar de lijn Fresnes - Wadonville - Hattonchâtel - Heu-dicourt - Essey - Limey.

Het Ve Lk  slaagt  er in om de Franse troepen, tussen 20 en 25 september, op de rechtervleugel via Wadonville en St. Maurice terug te dringen tot de lijn Les Eparges - St. Rémy. De voorhoedes van enkele Duitse eenheden geraken via de zeer steile helling aan de oostzijde van de Côtes Lorraines op de heuvelrug. Zij overschrijden de beroemde Tranchée de Calonne en bereiken het hooggelegen dorp Vaux-les-Palameix van waaruit ze het Fort de Troyon kunnen zien liggen en gadeslaan. Hier brengen de Franse troepen met de hulp van over de Maas aangevoerde versterkingen en met de nodige krachtige artilleriesteun de vijandelijke opmars op 25 september tot staan.

Het Beierse Ve Lk rukt vanuit Haumont en St. Benoit op naar Hattonchâtel en naar de weg van Heudicourt naar St. Mihiel. Bij deze opmars worden de dorpen Hattonville, Vigneulles en Hattonchâtel veroverd net als Heudicourt en Woin- ville. Hierdoor worden de Franse troepen teruggedrukt tot de weg Apremont - Loupmont – Xivray. Hier gaan ze zich ter verdediging organiseren en worden ondersteund door de kanonnen vanonder meer de forten Liouville en Gironville.

Het Duitse XIVe Lk op de linkerflank is op 20 september uit de omgeving van Thiaucourt en Essay in zuidelijke richting opgerukt. Het Lk loopt vast op de taaie tegenstand van de Fransen langs de weg D 958 vanaf het dorp Flirey via Limey naar Pont-à-Mousson.

 

Geschreven door DP om 12:30

Beierse troepen bij de gevechten in en bij de sector van Saint Mihiel

Beierse troepen bij de gevechten in en bij de sector van Saint Mihiel

 

Zoals al beschreven zijn de Duitse aanvallen op de oostelijke Maasoever bedoeld om een overgang over de Maas te forceren. Men wil zo de aanvoerlijnen voor de troepen in de vesting Verdun afsnijden.

Het Beierse IIIe Lk speelt een zeer belangrijke rol in deze gevechten. Deze vechtpartijen leiden tot de inname van St. Mihiel en het Fort Camp des Romains.

In de nacht van 21 op 22 september rukken eenheden van dit legerkorps op door de dichte bossen ten oosten van St. Mihiel. Zij bezetten hier de westelijke bosranden. Dat vanaf het Bois de Gaumont (op 3 km ten noordoosten van St. Mihiel) tot de Vieux Etaing Ferme (op 4,5 km ten oosten van de stad aan de weg naar Woinville). Dit heeft tot gevolg dat hun voorhoedes zich nu tegenover de forten Les Paroches en Camp des Romains bevinden, alwaar zij zich ingraven. Achter deze lijn wordt op 22 september zwaar belegeringsgeschut in stelling gebracht. Daaronder twee 30,5cm houwitsers van de Oostenrijkse 2e Zware Houwitserbatterij, de 2e en 7e Batterij 28cm houwitsers en enige batterijen 21cm en 15cm houwitsers. Het aanvoeren en in stelling brengen van al deze batterijen verloopt vlot.

De 11e Beierse Infanterie Brigade geraakt in een zware strijd verwikkeld. Op 22 september slaagt het hiertoe behorende 10e (BIR)  Beierse infanterie regiment er niet in om de Franse troepen uit Lamorville en van de hoogten ten noorden en ten westen van dit dorp te verdrijven. In tegendeel, want om 10.00 uur gaan de Fransen in de tegenaanval, dat gebeurt vanuit het smalle Belouse-bos bij Lacroix-sur-Meuse dat op 2 km ten noordwesten van Lamorville is gelegen, evenals aan beide kanten van de weg Lacroix - Lamorville (thans de D 162).

Deze aanval wordt door het 10e BIR afgeslagen. Ze worden ondersteund door kanonnen  van het 3e Beierse veldartillerie regiment en door eenheden van de 20e Infanterie Brigade van het V e Lk (uit Deuxnouds), de Franse troepen trekken zich terug.

In de nacht van 21 op 22 september nemen de Fransen weer hun oude posities in ten noorden van Lamorville en Spade en voeren versterkingen aan.

De Beierse commandanten besluiten om aan te vallen om zo een mogelijke Franse aanval te voorkomen. In de avond van 23 september vallen ze aan. Dit gebeurt met het 3e Bataljon van het 11e Regiment en het 1e Bataljon van het 6e Regiment. Zij lukken er in om de tegenstander van hoogte 294 (ten noordwesten van Spada en ten westen van Lamorville) te verdrijven en tot Rouvrois-sur-Meuse door te dringen. De Beierse militairen kunnen hier echter niet overleven want gedurende de gehele 24e september liggen ze onder moordend Frans artillerievuur en leiden hierdoor ernstige verliezen. Zij trekken zich terug naar hun uitgangsstellingen zuidoost van Spada. Daarna gaan de Fransen hun oude stellingen op de hoogten tussen Lacroix, Lamorville en Spada weer bezetten. Dus de situatie is weer gelijk als die op de avond ervoor.

Intussen is het zware belegeringsgeschut van het Beierse IIIe Lk in stelling gebracht.

 

De val van Fort du Camp des Romains en de inname van Saint Mihiel

In de ochtend van 23 september beginnen om 08u30 de kanonnen van het Beierse III e Lk versterkt met negen batterijen van het Beierse 8e veldartillerie regiment, bestaande uit zes batterijen met 7,7cm kanonnen en drie batterijen met 10,5cm houwitsers, aan de beschieting van de forten Les Paroches, Camp des Romains en Liouville. Dat doen ze vanuit hun stellingen in de bossen ten westen van Varvinay en Savonnières, ondertussen neutraliseert de zware artillerie van het Duitse Ve  Lk het Fort de Troyon.

De cadans van de granaatinslagen op Camp des Romains bedraagt zes schoten per minuut. Dus in de 44 uren durende beschieting is dit ongeveer 16.000 inslagen.

Al kort na de aanvang van de beschieting explodeert in het fort een munitiedepot. Het fort is net als Les Paroches en Troyon een gemetseld fort uit 1875. Het is niet bestand tegen de zware artilleriegranaten van het moderne Duitse en Oostenrijkse kanonnen.

De bewapening van Camp des Romains bestaat uit verouderde kanonnen met een kaliber van 9 en 12cm. Het zijn artilleriestukken van het type De Bange zonder rem- en vooruitbrenginrichting, ze hebben een lage vuursnelheid en een maximum schootsafstand van 8000 meter. Het fort heeft ook een dertigtal mortieren met een kleine dracht. Het gros van deze vuurmonden en mortieren

 

zijn zo goed als onbeschermd in de open lucht opgesteld en worden direct door het vijandelijke artillerievuur uitgeschakeld.

In de ochtend van 24 september verklaart de commandant van de Beierse zware artillerie, kolonel Niebann, dat het fort Camp des Romains murw is geschoten en bestormingklaar is. Er zijn grote bressen in de muren geslagen en de vuurmonden van het fort zwijgen. Hierop beveelt generaal Freiherr Von Gebsattel, de commandant van de Beierse 6e infanterie divisie, om het Camp des Romains in een stormaanval te veroveren. Ok St. Mihiel moet ingenomen worden en moet een bruggenhoofd over de Maas te vormen.

De aanval op Fort les Paroches op de westoever van de Maas wordt geannuleerd. De verbeten Franse weerstand  zorgt er namelijk voor dat het Beierse Lk en de 11e Infanteriebrigade de tegenover het fort gelegen Maasoever niet kan bereiken.

Het 11e  Beierse Infanterie Regiment (minus het IIIe Bataljon) moet het Fort Camp des Romains innemen. Het 6e Infanterie Regiment heeft de taak om de stad St. Mihiel te bezetten en er een bruggenhoofd over de Maas vormen

In de morgen van 24 september zet het 6e Beierse Infanterie Regiment de aanval op de stad in.  De Fransen schatten de tactische situatie foutief in. Daardoor zijn er vrijwel geen Franse troepen in de stad aanwezig om de brug over de Maas te verdedigen. Er is weinig Franse tegenstand wanneer het IIe en het IIIe Bataljon van het 6e Beierse Infanterie Regiment de stad binnen dringen. De Duitsers veroveren de brug en ze bezetten ook de hoogten op de westoever van de Maas ten zuiden van Chauvoncourt. 

De val van St.Mihiel heeft zeker een grote psychologische uitwerking op de Franse troepen die zich in de regio bevinden. Op 25, 26 en 27 september zijn er Franse tegenaanvallen. Ze hebben als doel de herovering van het bruggenhoofd, de attaques worden afgeslagen. Pas in september 1918 zal onder dreiging van een offensief door U.S. troepen tussen St. Mihiel en de Moezel, het bruggenhoofd ontruimd worden.

Het 11e Beierse Infanterie Regiment rukt  op langs de westrand van het Bois Pernosse ten zuiden van de Ferme Marsoupe op. Ze worden  ondersteund door de IIe Afdeling van het Beierse Veldartillerie Regiment. Zonder te zijn beschoten bereiken de troepen van het regiment tegen de avond van 24 september, Hoogte 332.  Deze hoogte bevindt zich 1 km ten oosten van het fort Camp des Romains.

Op 25 september om 04 uur in de morgen meldt een vooruitgeschoven verkenningspatrouille dat het fort, ondanks de zware  artilleriebeschieting, nog niet stormrijp is.  De verkenners vermoeden dat er nog een zeer sterke bezetting aanwezig is. Ze zien dat de prikkeldraadversperring op de buitenwallen ondanks alles slechts weinig schade geleden hebben. Deze berichten zijn in strijd met die van de zware belegeringsartillerie. Ondanks deze tegenstrijdige inlichtingen besluit de commandant van de Beierse 12e Infanterie Brigade om de aanval door te zetten. Zijn beslissing wordt ook mede beïnvloedt door het feit dat het fort tot op deze morgen nog geen ondersteuningvuur heeft gekregen van de Franse artillerie vanop de westelijke oever van de Maas. Er zijn op dit moment ook geen Franse troepen, dit zowel oostelijk als westelijk van de rivier, te zien. Hij vermoedt ook dat de situatie waarin het fort verkeert per telefoon is gemeld aan de autoriteiten in Toul en Verdun. Door deze veronderstelling verwacht hij Franse tegenaanvallen  als het fort niet onmiddellijk wordt veroverd.

In de loop van de nacht van de 24ste op de 25ste hebben de beide bataljons van het Beierse 11e Infanterie Regiment hun uitgangsstellingen ingenomen. Het  Ie  aan de noordzijde en het IIe aan de zuidzijde van het fort. Ondertussen hebben de bij deze eenheden ingedeelde pioniers van het 16e Pionierbataljon al doorgangen gemaakt in de prikkeldraadhindernissen.

Op 25 september om 05.30 uur zetten de acht compagnieën de aanval in. Elke compagnie wordt ondersteund door pioniers voorzien van  o.a. stormladders, rookpotten, handgranaten, enz…..

De fortbezetting is best onthutst, maar ze herstelt zich snel en de aanvallers worden er onthaald op een hevig mitrailleurvuur en geweervuur. Er wordt uit alle schietgaten, ingangen en granaattrechters gevuurd en in de droge fortgracht doen de revolverkanonnen hun werk. Ondanks de verliezen slagen de aanvallers er in om binnen een korte tijdspanne over de fortgracht te komen en om het fort aan de noord- en zuidzijde te beklimmen. Om de oostzijde wordt er nog verbitterd gevochten. Aan Duitse zijde wordt hier ook nog de mitrailleurcompagnie van het 11e  Beierse Infanterie Regiment ingezet.  Ook het snel aangevoerde III 3e  Bataljon van het 6e Regiment wordt in de strijd geworpen.  

Na een strijd van ruim drie uur, slagen de aanvallers er in de oostelijke bovenzijde van het fort te veroveren. Niet veel later dringen ze de hoofdingang binnen. Daarop volgend ontstaat er in de gangen, de galerijen en in de kazematten een verbitterd man tegen man gevecht. De overmacht van de aanvallers is te groot en één voor één worden de laatste Franse weerstandsnesten opgeruimd.

Om 08.30 uur geven de overlevenden zich over. Luitenant-kolonel Grignot, de fortcommandant ondertekent de capitulatie. Van de oorspronkelijke bezetting, bestaande uit 5 officieren en 453 artilleristen en infanteristen, zijn er 50 gesneuveld en 60 man gewond. Ruim 200 man zijn door allerlei andere oorzaken niet meer inzetbaar, zo zijn sommigen door instortingen  geïsoleerd geraakt van de rest van de fortbemanning.

In overeenstemming met de capitulatievoorwaarden wordt de gehele fortbezetting als krijgsgevangenen beschouwd. De officieren mogen hun sabel behouden, de exodus van de fortbezetting is voorzien in de namiddag tussen twee en drie uur. De uittocht gebeurt onder militaire eer want de Duitsers hebben achting voor het taaie Franse verzet. De fransen marcheren naar buiten en lopen tussen twee rijen in paradehouding opgestelde Duitse overwinnaars. De fort commandant verlaat als laatste het fort, hiervoor behelpt hij zich met een wandelstok. Wanneer de Duitse legerkorpscommandant, luitenant-generaal Höhn, hem de hand drukt kan Grignot, door emotie bevangen, geen woord meer uitbrengen.

In de hierop volgende jaren stabiliseert het front zich in deze saillant. Het front ligt op een lijn even ten noorden van de weg van St.Mihiel naar Apremont-le-Fôret. In dit gebied wordt er doorlopend gevochten, maar dat gebeurt zonder noemenswaardige terreinwinst maar wel met grote verliezen aan beide zijden. De Franse troepen in dit gebied o.a. in het Bois Brûlé en langs de beruchte Tranchée du Soif, worden ondersteund door vuur van het sperfort Liouville en het hier naast gelegen artilleriefort Ste.Agnant en de Franse veldartilleriebatterijen ten westen hiervan.

De Duitsers bouwen in dit gebied veel permanente met beton versterkte loopgraven, bunkers en onderkomens en dit in meerdere linies achter elkaar. Aan Franse zijde legt men doorgaans veel ondiepe loopgraven en eenvoudige aarden versterkingen aan, die hebben zelden een permanent karakter. Dit is het verlangen van het Franse opperbevel, de troepen mogen zich niet te veilig voelen, want dan gaat de offensieve geest verloren!

Tot op de dag van vandaag zijn de Duitse linies met hun betonnen bouwwerken, vrijwel intact. Tegenwoordig liggen ze in een dicht bos en zijn bij uitstek geschikt om een reconstructie van de hier plaats gevonden gevechten te maken.

Tot aan het Amerikaanse offensief in 1918 blijft dit front intact en dit ondanks de voortdurende aanvallen. Vooral de Fransen vallen veel aan. Ze willen de saillant van St. Mihiel op  ruimen om zo de spoorlijn van deze stad naar Verdun weer te kunnen gebruiken.

 

Geschreven door DP om 12:22

Meer van 't FRONT

↑ Terug naar de berichten