Geloof, inbeelding en verbeelding
|
Geloof, inbeelding en verbeelding J.B., Vrij naar Rembrandt, Tempelzegening (olie op doek,1999) Wat de hele geschiedenis van het christendom laat zien, is dat mensen soms bereid blijken om hun leven te geven in ruil voor de zekerheid dat ze er een eeuwig leven voor terugkrijgen maar in die gevallen moeten ze er uiteraard ook in slagen om te geloven dat dit überhaupt mogelijk is. Gesteld dat deze mensen dit om de een of andere reden geloven, dan is er niets bewonderenswaardig aan hun bereidheid om van hun geloof te getuigen door er voor te sterven, aangezien de uitkomst van de rekening die zij kunnen maken, dan sowieso in persoonlijk voordeel uitmondt: zij ruilen hun tijdelijk bestaan voor een eeuwig leven. Maar het is nu wel bijzonder moeilijk om nog te geloven in de verrijzenis - en wel te verstaan de verrijzenis van het vlees - omdat historisch onderzoek laat zien dat hier uiteindelijk geen harde bewijzen voor bestaan. Interpretaties die de verrijzenis niet zo heel letterlijk opvatten, zijn helaas altijd ten prooi aan fantasie of aan verbeelding en soms ook aan inbeelding. De mens Jezus van Nazareth heeft zeker en vast bestaan: het staat historisch vast dat hij gedoopt werd en gekruisigd, hoogstwaarschijnlijk omdat hij werd beschouwd als een ordeverstoorder in een door de Romeinen bezet gebied. Maar in die tijd werden in die streek tienduizenden ordeverstoorders gekruisigd: historici schrijven dat die kruisigingen doorgingen totdat er in de wijde omtrek geen boom meer overschoot om kruisen van te maken. Of de man in kwestie een rebel was, hangt wellicht van definities af maar alvast was hij een prediker en was hij bij de mensen bekend als een wijze. Maar ook wat dit betreft, was Jezus niet uniek: joodse en romeinse geschriften maken melding van meer wijze predikers, onder wie Jezus' tijdgenoten Johannes de Doper die aan zijn einde kwam door onthoofding na te zijn veroordeeld om politieke redenen, de oproerkraaiers en zelfverklaarde messiassen Simon van Perea en Athronges die het geweld niet schuwden, alsook Judas de Galileër, Theudas die predikte bij de Jordaan waar hij zich een tweede Mozes waande en die samen met zijn volgelingen werd onthoofd en de gelijkaardig grootsprakerige 'Egyptenaar' wiens bloed eveneens werd vergoten samen met dat van zijn aanhangers. Dat het einde van deze figuren tevens het einde van hun leer was, terwijl de geschiedenis van Jezus de tijd trotseerde en zijn navolging uitgroeide tot een na tweeduizend jaar nog steeds uitbreidende wereldreligie heeft alles te maken met het geloof in het verrijzenisverhaal dat, in contrast met de historiciteit van Jezus zelf, een verzinsel is gebleken. Er zijn weliswaar de opgetekende getuigenissen van de verschijning van Jezus na zijn dood aan zijn apostelen en aan nog andere mensen die hem hadden gekend maar die worden nu geïnterpreteerd als rouwvisioenen die worden veroorzaakt door diepe rouw bij ontelbaren. En wat betreft de verschijning aan zo'n vijfhonderd getuigen tegelijk, denkt men spontaan aan gelijkaardige vormen van massahysterie zoals in Fatima waar duizenden mensen het zogenaamde zonnewonder aanschouwden. Ter verdediging van het verrijzenisgeloof werd ook verwezen naar profetieën maar het addertje hier onder het gras is wel dat die verwijzingen pas gingen opduiken na de dood van Jezus: het gaat immers om specifieke interpretaties van profetieën, zoals men die ook aantreft naar aanleiding van de geschriften van Nostradamus of van de hier in verband met de figuur van de Antichrist aan te halen Rus Vladimir Solovjov. Inzake belangrijke gebeurtenissen wordt sowieso gezocht naar voorspellingen, als het ware om hun onvermijdelijkheid te bevestigen. Volgens zekere exegeten was de opstanding een verzinsel van de christenen om hun nederlaag te kunnen verwerken en men denkt hier spontaan aan de uitleg van Nietzsche in diens Genealogie der Moral ter verklaring van de (christelijk geïnspireerde) slavenmoraal: hardnekkige gelovigen rechtvaardigen hun geloof alsnog door het feit van de dood als een fictie voor te stellen en de wensdroom van de verrijzenis als een feit, zoals ook de slaven doen die wel niet anders kunnen dan hetgeen hen bevolen wordt, op te vatten als hun heilige plicht - het is een mechanisme ons welbekend uit het totalitarisme dat om zich te kunnen handhaven, feit met fictie verwisselt. Ter verzachting van de pijn van de koude douche die het licht van de rede op de gebeurtenissen laat schijnen, werd geprobeerd om het hele verhaal alsnog te redden door het figuurlijk te gaan interpreteren en weliswaar kan die wijze van benadering de leer redden omdat die sowieso poëtisch, mysterieus, mystiek en dus bijzonder hermetisch is. Maar die figuurlijkheid doet dan ook het openbaringskarakter en de uniciteit van het christendom verdwijnen: niet god zelf wordt in de geschiedenis geboren maar een mens met 'goddelijke' eigenschappen en de verrijzenis betreft dan niet het vlees doch zekere geestelijke aspecten van de mens. Talloze 'wijzen' hebben multi-interpreteerbare uitlatingen gedaan over allerlei zaken en die resoneren met een publiek dat daarvoor openstaat. Een voor de hand liggende illustratie van die vorm van zelfbegoocheling, gedragen door consolidatie en confirmatie, biedt ons de actualiteit in de vaststelling dat heel wat katholieken de robot van de A.I. nu gaan interpreteren als de manifestatie van de Antichrist. De waarneming van dingen die er op de keper beschouwd helemaal niet zijn - de selectieve waarneming -, gebeurt vaker ter ondersteuning van het eigen gelijk. Edoch, dit gezegd zijnde kan zich ook in deze het verschijnsel van de emergentie voordoen, en wel in die zin dat uit wat aanvankelijk tot mislukken leek gedoemd te zijn omdat het steunt op fabels, alsnog ware dingen voortspruiten die de fabels zelf in hoge mate overtreffen. In dat geval worden wij geconfronteerd met een toestand waarbij in een glazen bol alsnog waarheden worden ontdekt: niet omdat het glas de waarheid in zich heeft maar doordat de spiegel vleugels geeft aan de verbeelding en aan de creativiteit, zoals Rembrandt en met hem menig andere artiest echte figuren gaat herkennen in de vlekken op de muur of zoals de gesprekspartner van de wijze Socrates, de waarheid uiteindelijk opdiept uit zichzelf. (J.B., 11 oktober 2026)
|



