Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
de hondsdagen
-
het waren van die hondse dagen
toen de legers kwamen, de speren
schitteren nog verhelderend licht
de eens helmboswuivende velden
lagen er zwart geblakerd bij
en de wind het grijze zand
de assen keerden
de houten wagens kraakten
onder hun gewicht
te zwaar beladen
zoals dit gedicht
---
hij is een rede rijker
een billenkletser aan zijn dijen en torenhoog
het zwarte hoed syndroom, dat verder reikt
dan zeiken, men noemt hem een rederijker
een dijk van een vent dus, met zijn voeten
in een plompverloren laantje aan het water
en een kater op tijd en stond een mond vol
valse tanden, als hij op zijn pik getrapt wordt
ongeduldig
-
grof brood is zo gezond
gesneden in een bruine zak
die heb ik op de tafel
neergekwakt
de rijen aan de kassa
slenterden te langdurig
vandaag is mijn geduld
er blijven haperen
en de kas sloeg tilt
er had zich iemand vast gepind
het saldo ontoereikend
de rijen langzamer
en een woord te grof
---
contrasten
-
af en toe vind je nog
een wegwijs huis
dat besloten ligt
van hoge bomen houdt
van mosgroen tussen nat gras
knus aan de rand van het woud
waar je weg langs slentert
zelf woon ik in een huizenblok
een stenen hok, en de rotsen
waar de duiven lanterfanten
zijn betonnen kluizen
van een ouder fort
met schietgaten
weg, weg van hier
---
waterbevallig
een waterbaldakijn
te schitteren en de waterval
verkleurde
de vissen
hapten in het schuim
ze sprongen hoog de nevels in
er was dus water
in de lucht en omgekeerd
geen scheidingsvlak
geen spiegeling
geen trage lusten
onstuimig schuim
podiumervaring
de zaal zat te barsten vol van zichzelf
verwachtten ze en ik hoorde 't kraken
alsof het fluisteren was, ze praatten
hun verveling kuchte zich stemmig droog
en ze viel omhoog toen 't licht laag dimde
een podiumgrijns schoof gordijnen open
ik liet de spot over mij heen lopen tot hij
zich vastbeet en het barsten grimmiger
II.
langdradigheid is voor spinnen in de herfst
om wind te vangen en soms terug te keren
zo zwermen zij de dagen vol, ze zwerven
totdat zij een warme plek gevonden hebben
maar ik was hier dus eerst en kort van stof
heb ik een ragebol, mijn houten bek is wijd
genoeg om alle hoeken schoon te roepen
er is één spot nog in de zaal die mij belicht
die barsten heb ik stom verbaasd gemaakt
huizenrij
-
de huizen staan hier uitgespreid
in lange rijen langs een stenen straat
hun tuinen zijn als tanden ze bijten
groene stroken uit het achterland
waar wildgroei heerst, en struiken
het bos hebben opgeborgen met
ondoordringbaarheid, ze kruipen
langzaam achterwaarts, alleen de
tuinen groeien met een regelmaat
die nog dwingend is
---
herfstdraden
is voor spinnen
in de herfst
om wind te vangen
en zich te verplaatsen
zo houden zij
de dagen vol
met heen en weer
te reizen
totdat zij hun warme
plek gevonden hebben
nagedachten
-
even hardnekkig het verwijt
dat nog naslentert in
tot verwarring gebrachte regionen
van een trage hersenhelft
ik heb altijd mijn rechterkant
bezield gedacht
en wat moet ik ermee, de verwijten bedoel ik?
ik stam af van leraarsvolk dus betweters
en bedrijvige mensen dus cententellers
en schrijvers dus woordgekken
en van mijn moeder
die nog altijd haar hand
figuurlijk in aanslag houdt
om lief te kozen ook
zij verslindt mijn zinnen
en geeft ze met verbazing terug
zo was ook mijn vader
opgetogen en nu nog
tot rook en stof vergaan
hij blijkt mij aan te manen
altijd tot soberheid en
onverdachte woorden
verwijten heb ik al genoeg bedacht
die gooi ik op een hoop
alleen hun echo klinkt nog af en toe
---
boomcirkels
-
het is deze boom
zijn recht-vaardige stam
de takken die laag-hartig
de aarde ternauwer-nood
beroeren die ik herken.
hij verbergt het lommer
in het gras rondom
werd een zandpad uitgesleten
een cirkelvormige wonde in de grond
waar vele sporen hun doel hebben bereikt
maar verkregen wat ze niet wilden
een onbarmhartige middagzon
---
De oude stammen
in dit kunstig hout sterven traag
de stammen uitgedund worden ze
ingekort in het fatsoen gezet en
hun afvallige takken hebben
zij bijeen gevaagd zodat zaad
kan blijven tieren tot er geen
andere soorten zijn ze lijken op
elkaar als eenzaatsbomen
II. metamorfose
in kunstig steenwerk stervende
mensen worden ze ook genoemd
kalm gemaand en dagelijks opgedoft
en hun afvallige vruchten hebben
hen hier geplaatst zodat hun kroost
kan blijven tieren tot er geen
andere soorten zijn ze lijken op
elkaar met eenzaatswoorden
III. het lot
ze leven niet zo lang en groeien
ook veel korter dan die oude
bomen, hun doodstrijd duurt
dan ook niet lang
dichtoefening
het is deze boom, zijn knoestige stam, en de takken die laaghangig het gras ternauwernood beroeren die ik herken.
tussen het gras, rondom werd een zandpad uitgesleten, een cirkelvormige wonde in de grond, waar vele sporen hun doel hebben bereikt
een heer van stand (ode aan bommel)
-
als wel voldane heer van stand
doe je zoiets niet mijn waarde
daarmee bedoel ik dan dat uitgelaten
niet ons keurmerk is, dat is voor hondse
zaken of dames en heren aan het lijntje
je schrijft ook geen hartverscheurend
trillend blad aan stukken, je plooit het
eerst en plet de randen plat, pas dan
begint het snijden met een scherpe schaar
en zelfs verbetenheid, dat hoeft zo weet je.
Je pulkt geen wonden open, je schaaft
ze tot het bloeden wordt en dan giet je
de pure alcohol erover en mercuriumrood
het liefst met grote streken.
een heer van stand mag zich verdwazen
dat valt niet op in deze wereld, weet je
---
het dullig water
we praten er liefst niet over maar
doen het toch, zo dwars dat deze
mensen kunnen zijn, je houdt het
voor onmogelijk.
er is oliespiegel op het oppervlak
en kleuren van een regenboogvlag
ze waaieren aan tot kalmte en een
afgeleefd blik waar de oever vol
van is, daar loopt het roestig ijzer
dan wat rest nog af te kraken.
tegenstrijdig
-
het lijkt jou onverstandig om in te gaan tegen een heersende stroming
ben ik dan zo dom?
mijn laarzen, die worden voor de gelegenheid spijkerhard beslagen
meestal draag ik een harnas, want een stalen blik kijkt niet genoeg
zo lijk ik wel een vogel met een reuzegrote bek een pluimenbos om
op te vallen mijn handen houden wel van klauwen
ik draag een ladder dwars
en dan?
---
natuurlijke impressie
-
misschien tracht ik
wel telkens mezelf
te overtuigen
dat deze vijver
groen is
er vergetelheid klinkt
of
wezenloos
kalm
dan zie ik
de waterschaatsers schuiven
zou het te glad zijn hier?
---
Het oude bomenwoud
-
hier groeien d' oude bomen traag
ze worden jaarlijks opgeschoond
in een plantsoen en hun afgevallen
bladeren worden bijeen gevaagd
zodat het gras kan blijven tieren
hun schaduw is wat ons behaagt
er zijn geen andere soorten meer
van tel, het oude bos raakt stilaan
uitgedund, hier zien wij enkel nog
eenzaatsbomen staan en af en toe
een verzameling van oude stammen
hier sterven mensen oud en graag
worden ze jaarlijks opgevrolijkt
en hun plantsoen word dagelijks
aangevuld, ze leven niet zo lang
en groeien ook veel korter dan
die oude bomen, helaas
---
de watersnoodlaan
hij heeft zichzelf plompverloren in
de watersnoodlaan, waar hij zelfs
de bomen droogweg aan de kant
heeft laten staan, tot zijn eigen huis
geplunderd werd, door de horden
de watergolven en een stormvloed
die langsstreek maar amper raakte
hij weg en het vege lijf doorweekte
de daken lagen echter hoog genoeg
om in een hete zon langzaam uit
te drogen, en de dagen die telden
dit is pas hopeloos
dat ze wapens en legers vrijwilligers
zenden, de honger en het dorsten is
immers van geen tel, dat hoort erbij
zoals de watersnood bij de stormen
en de soldaten in de hel, want water
is alleen heel genadig en snel
---
hard en dwangmateloos
-
het dwingende werk
zo worden vragen genadeloos hard
een bloedig treffen
in het oog
werd rood
en trok de afweer op
met fronsen
't aangezicht golfde
gegroefd de rimpels weer dieper
en talrijk de loopgraven
met front
taal riep hij hard
hij schreeuwde
hou op! genoeg!
een dwingend ogenblik
lachte
hen even uitdagend uit
de vragen worden harder
de antwoorden ook
---


1 reactie op dit bericht
onopvallend
verder mooi gedicht