Naar de inhoud

Westendse Blik op Middelkerke

Persoonlijke Kijk op mijn Gemeente
akke.beakke.be

Archief

Deze week uitzonderlijk geen artikel

Beste bloglezer,

Tot mijn grote spijt moet ik het vervolg van mijn artikel over Lombardsijde-strand een week uitstellen.
Een oogoperatie en het overlijden van mijn zus beletten mij namelijk de gebruikelijke zorg aan mijn artikel te besteden. Jullie weten .... uitgesteld is niet verloren!!!
Tot volgende week, graag.

Geschreven door stammer om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Lombardsijde had ook een strand!! (deel 1)

,Bedankt!!!
In één van mijn vorige artikels heb ik mijn verzamelde gegevens over het Westends Sint-Laureinsstrand weergegeven, aangevuld met getuigenissen van Westendenaars die het allemaal vanop de eerste rij meemaakten. Ik wil nu hetzelfde doen over het strand van Lombardsijde met die verstande dat ik de vele (helaas op een sisser uitgelopen) initiatieven om van de badplaats een toeristische voltreffer te maken, niet kan negeren.
Jullie en dan denk ik daarbij in de eerste plaats aan de Westendenaars en de Lombardsijdenaars, kennen toch wel de boeken die daarover reeds geschreven werden door beter geïnformeerde en bevoegder auteurs?
Die zijn namelijk, in de eerste plaats van Marc Constandt en Eddy Viaene.
Marc schreef ‘Lombardsijde-bad in de Belle Epoque’, zoals hij dat ook deed voor Westende-bad en ‘Het toeristisch verhaal van Westende en Lombardsijde’.
Eddy Viaene is de auteur van ‘Lombardsijde zeven eeuwen historiek’.
Ik kan de drie boeken alleen maar aanbevelen.
Het ligt geenszins in mijn bedoeling te proberen deze beide bekwame mensen te overtroeven.
Ik ben integendeel dankbaar dat ik hier en daar een beroep heb kunnen doen op hun informatie, voor zover die handelde over Lombardsijde-bad en over het strand aldaar.
Wat jullie waarschijnlijk niet weten is dat ‘meester’ Jerome Coulier (1922-2004), veel van zijn belevenissen als zoon van de uitbaters Gaston en Marie Joye en later zelf uitbater van de ‘Cristal Palace’, neergeschreven heeft. Zijn pennenvrucht werd niet uitgegeven en ik bedank daarom zijn weduwe, Lisette Houthoofdt, omdat ze mij toeliet één en ander in te kijken en zelfs te kopiëren.
Wie Armand Coulier kent, weet dat hij de gave bezit om krantenartikels en foto’s over een bepaald onderwerp, die hij met volharding verzameld of zelf gemaakt heeft, op een uiterst verzorgde manier onder te brengen in een album. Hij deed dat eveneens voor de Cristal Palace en ook hem ben ik dankbaar dat ik daaruit mocht putten om mijn artikel vollediger te maken en op te smukken.

Lombardsijde tijdens de ‘Belle Epoque’
De belle époque is een benaming voor de periode 1870-1914 uit de Franse en bij uitbreiding de Europese geschiedenis. De naam werd geboren na de Eerste Wereldoorlog toen men, getraumatiseerd door de slachtingen, met nostalgie terugkeek op een schijnbaar gouden tijdperk vóór het uitbreken van de oorlog, een tijd waarin onbezorgdheid en grote ontdekkingen Europa in de ban hielden.
Zoals gezegd handelt het boek van Marc Constandt over die periode. Hij schrijft in zijn inleiding dat de meeste bronnen tijdens de eerste oorlog vernield werden en dat zijn relaas vooral gebaseerd is op de talrijke prentbriefkaarten, die in grote hoeveelheid teruggevonden werden.
Nochtans schrijft René Coulier, ex- gemeentesecretaris bij het begin van WO 1, in het voorjaar van 1959, op pagina 15 van zijn boek ‘Lombardsijde in de branding 1914-1920”: “De bevolkingsboeken, registers der beraadslagingen van de gemeenteraad, schepencollege en armbestuur, alsmede de waardevolle archieven van de gemeente werden in der haast en in bijzijn van de burgemeester, in oude eiken koffers gesloten en omhuld van een dikke laag stro weggedolven in een dikke zandberm in de moestuin van mijn ouders, alwaar zij bewaard bleven.”
Hij voegt er aan toe “deze schat werd door de burgemeester, die als vluchteling te Oostende verbleef, en mijn oudere broer, die te Oostende woonde, met toelating van de Duitsers en onder hun geleide in 1916 van uit haar schuilplaats weggehaald en overgebracht naar Oostende, ten huize van mijn broeder. Als bij wonder was alles onaangeroerd gebleven. Het nut en het gemak dat deze documenten na de bevrijding aan het gemeentebestuur verschaft hebben zijn van buitengewoon belang geweest”.

Waar of wanneer mogen die dan wel verdwenen zijn? In 1959 waren ze er nog! Toch niet vernietigd bij de fusie met Westende, zeker?

Het boek van Marc Constandt bevat dus inderdaad veel prentbriefkaarten en nogal weinig tekst, maar dat belet geenszins dat het een goed beeld geeft van wat zich in de ‘Belle Epoque’ in Lombardsijde, en dan vooral op de badplaats, afspeelde. De naam Crombez is daarbij de rode draad.

Wat er toen zo allemaal aangelegd en gebouwd werd
Benoit Crombez kocht in 1839 het duinengebied op de rechter IJzeroever. De dorpskern was sinds 1885 bereikbaar met de stoomtram vanuit Oostende en Veurne. Vooreerst liet Crombez een verbindingsweg aanleggen tussen bad en dorp: de ‘avenue Benoit’ of de ‘avenue de la Reine, de ‘Polderdreef’ en tenslotte de ‘Zeelaan’. Crombez wilde van Nieuwpoort-bad en Lombardsijde-bad één grote badplaats maken. Een brug over de IJzermonding zou beide verbinden.
Aan het einde van de Zeelaan werd in 1899 een villa gebouwd door Alfred Madoux (1838 – 1904), een brouwer en directeur van de liberale krant ‘L’ étoile belge’ . Er werd hier zelfs een straat naar hem genoemd en die bestaat nog steeds. Op het straatbord staat ‘stichter van de badplaats’. Dat is wat overdreven. Men kan hem wel 'de eerste toerist in Lombardsijde-bad' noemen omdat hij er als eerste een villa bouwde.

1921995-3142a90ae0390ccf8d71de69a5675638.jpg

26 april 1900 is een andere mijlpaal in de start van het toerisme. Toen keurde de gemeenteraad namelijk het reglement van de reddingsdienst goed. Jules Vanhille zorgde voor de veiligheid van de baders en voor 50 centiemen konden bij hem een badkostuum en een handdoek gehuurd worden.
De redder was uitgerust met een hoorn, een vlag en een reddingsgordel.
In 1904 kreeg Jules bij contract de stranduitbating toegewezen. Gregoor Vansteeger, één van de toonaangevende figuren in Lombardsijde in die tijd, bakker, schepen, eigenaar van vier huizen in de Dorpplaats en uitgever van prentbriefkaarten over Lombardsijde, stond borg voor zijn familielid Vanhille. Die verkocht ook in een ‘buvette’ met als opschrift ‘Café La Bienvenue aux Etrangers’ verfrissingen aan de strandgangers. Die barak was tevens het ‘Bureau des Coupons’ want de baders die in zee wilden gaan konden of moesten daar een kaartje kopen. Ja, dat was dus niet gratis!
Het gebouwtje was gelegen in ‘Lombardsijde Bains’. Alles in het Frans dus!!!
Vansteeger in het dorp en Vanhille op de badplaats, ze deden goeie zaken maar ze speelden daardoor beide ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van Lombardsijde..

1921995-b03c6b54fbe9d4de4d60d818843faa1b.jpg

Langs de Zeelaan werden in die periode nog verschillende andere villa’s gebouwd. Om er een bouwgrond te verwerven, moest Crombez je genegen zijn en uiteraard waren dat niet de armen die er bouwden. Ik wil ze niet allemaal opsommen noch foto’s ervan tonen. Die kunnen jullie trouwens bekijken in het boekje met oude postkaarten ‘Lombardsijde graag gezien’. Die prestigieuze villa’s gaven natuurlijk een bijzondere uitstraling aan de badplaats en ze speelden een grote rol voor de ontwikkeling en de bloei ervan.
Er was ook een Westendenaar, Pietje Rosseel, die dat inzag en die zette er in 1906 de ‘Patisserie Boulangerie bruxelloise’ neer, een bakkerij met verbruikzaal.

In 1910 installeerde de gemeente 34 cabines op het strand en in 1911 werd een houten trap gebouwd.

In 1908 startten Engelse specialisten in opdracht van Crombez met de aanleg in diens duinen van een golfterrein, bedoeld als bijkomende attractie voor Nieuwpoort-bad. In dezelfde omgeving stond al sedert 1881 een vuurtoren, die er vandaag nog steeds staat maar dan onder een andere gedaante, dit na twee vernielingen. Daar had Crombez ook al zijn villa gebouwd.
Na het in gebruik nemen van het golfterrein kwam het veerbootje heel goed van pas. Het meerde aan nabij het oosterstaketsel.

1921995-cf218c4986cf14750af3fd6b82df66cb.jpg

Dat was een groot succes en uiteraard dus een belangrijke bijdrage voor het toerisme.

1921995-261d188c34486b73bd9ff3cdc27d5603.jpg

Vóor het huis liep de ‘Blauwe Kassei’ vanaf de Zeelaan tot aan het staketsel. De baan was namelijk in blauwe klinkers. Ze wordt vandaag door de militairen in de kazerne nog steeds ‘De blauwe baan’ genoemd, hoewel ze nu uit beton bestaat.
Een hele vroege realisatie was ook de houten ‘Villa scolaire de la ville de Bruxelles’ die gebouwd werd midden in de duinen in Lombardsijde als schoolkolonie.
Er was een slaapkamer met 40 bedden, een speelkamer, een eetzaal en een keuken. 
Niet te verwarren met ‘Les Marçunvins’ die op het grondgebied van Westende stond/staat.

1921995-a97e2d3f92b9de29f30bbbd708120b8f.jpg

Die kinderen speelden natuurlijk niet enkel in de duinen, maar bezochten ook het strand van Lombardsijde-bad.

Lombardsijde tijdens de eerste wereldoorlog
Alhoewel dat buiten het betoog valt van mijn artikel over Lombardsijde-bad en over het strandtoerisme, wil ik hier toch het bovengenoemd boek van René Coulier aanbevelen. Het werd in maart 2003 uitgegeven door de Dorpsraad Lombardsijde. Het bevindt zich niet in de bibliotheek!!!
Hier wil ik nog aan toevoegen dat Lombardsijde-bad vanzelfsprekend ook een onderdeel was van de Atlantikwal. De ‘Heeres Küstenbatterie‘ 3/HKAA 823 bezette het terrein van de ex-camping Cosmos.
De site werd een tijdje geleden gerestaureerd.
Ter hoogte van de ex-camping Cristal Palace en van de militaire camping bevond zich het steunpunt ‘von Seeckt’. Ook daar treffen we nog enkele bunkers aan maar bij het opruimen van de camping Cristal Palace om er opnieuw een natuurgebied van te maken, vielen de meeste onder de sloophamer. In de militaire camping zijn nog slechts een paar bunkers bewaard gebleven.
Op de strook vóór de kazerne tot tegen de havengeul bevond zich de site ‘Ramien’, een andere Duitse eenheid.

Lombardsijde na de terugkeer van de gevluchte bevolking
Na WO 1 had Lombardsijde veel troeven in handen om op toeristisch vlak een belangrijke badplaats te worden. Dank zij de snelle wederopbouw van het dorp, kan men dus ook van een vlugge heropstart van het toerisme spreken. De toeristen, de ‘vreemden’ zoals ze werden genoemd, konden dan ook snel weer onderdak vinden.
Het waren meestal gegoede personen, uit de onderwijzerswereld, kolonialen, groothandelaars, renteniers en beursspeculanten, die hier één of twee maanden verbleven. Van betaald verlof van de ‘kleine man’ was er nog geen sprake! Trein en tram brachten de badgasten aan. Zeer weinigen beschikten over een auto.
De golf werd heraangelegd vanaf 1923 en heropend in juli 1929. Een nieuw clubhuis, tevens hotel-restaurant, werd gebouwd ten zuiden van de huidige blauwe baan ter hoogte van het natuurreservaat. In het dorp waren twee hotels, “A la Belle Vue’ en ‘Hotel de l’Yser’. De uitbater van dat laatste, Philibert Ramoudt, legde een busdienst in naar het strand met een autocar van de firma Ramoudt uit Oostende.
In 1927 liepen de geruchten dat de koning te Lombardsijde zijn zomerresidentie zou vestigen, wat zeker de aantrekking van gegoed cliënteel zou verhogen.

De eerste in gebruik genomen herberg na de oorlog, toen nog in de vorm van een barak, verscheen op de Dorpplaats en kreeg de naam ‘De Wedergeboorte’. René Coulier werd de eerste uitbater, maar na nauwelijks een jaar werd hij opgevolgd door zijn broer Gaston en diens vrouw Marie. De barak bleek echter niet bijster goed opgewassen tegen de verschillende weersomstandigheden. Maar Gaston bleef niet bij de pakken zitten. In 1924 werd het huidig gebouw opgetrokken, met achteraan een feestzaal voor dansavonden en toneelopvoeringen.

Barak 1
De Zeelaan liep van het dorp recht tot aan het strand. Aan het einde daarvan liet de waard van ‘De wedergeboorte’ in 1922 – 1924, al naargelang de bron, op het strand door de gebroeders Gunst eveneens een barak optimmeren, met zicht op zee. Die kreeg de naam ‘A La Renaissance’, gewoon de vertaling van de naam van de herberg van dezelfde eigenaar, in het dorp. In de volksmond sprak men van de ‘Brakke’. In het verder verloop zal dat ‘Barak 1’ genoemd worden. De opschriften in beide landstalen werden erop geschilderd door Charles Dufour.

1921995-c00e07c9aef3245b45ef86651c6a6e32.jpg
1921995-d96d0df462181ecd04e62f6739dbefac.jpg

Van Sinksen tot september deed zij dienst als herberg en als verhuurlokaal van ‘costumes de bains’.
Naast de dorstige laven moest men er ook de innerlijke mens sterken. Frieten werden er toen gebakken op een Leuvense stoof.. Later werd het menu uitgebreid met soep, boterkoeken, pistolets en boterhammen met hesp en kaas. Slaapgelegenheid was er niet maar een toerist die naar zee was afgezakt en geen slaapgelegenheid vond, kon er wel overnachten in een ligstoel of in open lucht tussen de strandcabines. Men kon er ook prentbriefkaarten kopen.
Vóór 14-18 stonden de cabines en zo’n barak beneden op ’t droge strand. Na de oorlog naderde de zee te dicht de duinvoet en de cabines werden dan maar op de eerste duinenrij geplaatst uit vrees weggespoeld te worden.
Wie niet rijk genoeg was om een eigen badhuisje te hebben kon zich omkleden in één van de zes gemeentehokjes met daarnaast zelfs een toilet.

1921995-8a2499f9432eeee8ad3938209cc8476c.jpg

Meer nog dan in het dorp moesten de uitbaters van de barak optornen tegen de weersomstandigheden.
De brakke kon de nijdige rukwinden bij storm moeilijk verdragen. Om scherven te vermijden, moesten de melkkannetjes regelmatig van de tafels gehaald worden. In zo’n geval was er ook al geen sprake van je sigaret op de boord van de tafel te leggen. De klanten hielpen soms de wankelende wanden rechthouden tot enkele steunpalen het ergste voorkwamen. Ook de dakbedekking liet lang te wensen over. De regen sijpelde soms hier en daar door de golfplaten. De klanten hielden dan maar een tafel of een stoel als paraplu boven het hoofd. Ze wachtten vrolijk en gelaten het einde van de bui af! Probeer dat nu maar eens!!!!!
Maar de grootste vijand was de noordwestenwind! Van uit het zeegat blies hij het zand het duin op en via de openingen van de golfplaten, het café binnen. De pintjes werden dan maar afgedekt tegen het stuifzand met bierkaartjes.
Voor de noenmalen moest een andere oplossing gevonden worden. De borden werden onderste boven op tafel geplaatst. Toen het eten klaar was om op te dienen, draaiden de klanten ze weer om. Tijdens de maaltijd hielden ze hun hoofd zoveel mogelijk boven hun teljoor. Zo werd de zandmiserie opgelost!!! En toch bleven de klanten trouw!
Proppen dagbladpapier stopten de gaten maar ze krompen bij regen en belandden op de vloer. De zandperikelen bleven voortbestaan tot in 1933-34.

Verlichting was er niet gedurende jaren en dus werden wel eens kaarsen gebruikt, zij het dan dat de ‘brakke’ tegen valavond gesloten werd.
Water was er genoeg ... maar drinkbaar water! De voorraad die de brouwer 1 maal per week bracht moest door de negenjarige Jerome in kruiken met de fietskar ’s morgens uit het dorp meegebracht worden.
De gegalvaniseerde golfplaten van ‘t dak lieten de zonnewarmte gemakkelijk door en alle dranken moesten dus uit de kelder komen, wilde men ze enigszins koel opdienen.
Die kelder, dat was eigenlijk een met schoppen uitgegraven put van twee meter op drie en anderhalve meter diep. Met houten palen en planken werd het instorten belet.

De zee wrat iedere winter de duinen aan. Daarom werden de cabines en de brakke afgebroken en ondergebracht in schuren, stallen of zolders, wachtend op de volgende meimaand.
Bij het terugplaatsen van de barak, moest die elk jaar wat meer achteruit geplaatst worden. Dat betekende tevens dat ook de kelder elk jaar opnieuw moest uitgegraven worden.

De ratten waren een ander niet te miskennen probleem. Ze waren in grote getale aanwezig en zaten zowel onder de strandcabines als onder de brakke. Aangetrokken door de reuk van droogvis en etensresten, knaagden ze gaten dwars door de plankenvloer. Hoeveel van de beestjes in Gaston’s klemmen ook het leven lieten, toch slonk hun aantal niet! En ‘rentokil’ bestond toen nog niet!
‘Kleine’ Jerome vertelt dat hij geen schrik had als er al eens een rat over hem liep in zijn slaap: “het volstond om even je been te bewegen en het beest was al weg’. (!!!!)

Diefstal met inbraak!
De barak was ’s nachts niet bemand. Dieven die eropuit waren sigaretten en drank of ook als eens een badkostuum te stelen, maakten daarvan gebruik.
Inbreken in de brakke was kinderspel. Het volstond een eternitplaat in te stampen om binnen te geraken. Meestal waren het de douaniers, op dienst tegen alcoholsmokkel van uit zee, die de eigenaars in ’t dorp gingen verwittigen.
Tot aan het einde van het seizoen werd dan een bord voor de opening getimmerd. De tienjarige (!!) Jerome Coulier moest dan, met zijn vaders matrak onder het hoofdkussen, enkele tijd in de barak slapen om de dieven af te schrikken.

“Lombardsijde en avant”
De villabewoners staken de hoofden bij elkaar. Er moest een oplossing gevonden worden om meer verstrooiing te bieden en de opkomende jeugd vooral over dag en bij slecht weer bezig te houden.
Ze richtten een vriendenkring op die ze ‘Lombartzijde en avant!’ noemden met ‘De Wedergeboorte’ als lokaal en Gaston Coulier als bestuurslid.
Van meet af aan kende dit clubje grote bijval met volgend programma:
-iedere voor- en namiddag zwemmen in groep op een vast bepaald uur
-strandspelen met prijzen ééns per week voor groot en klein
-samenkomst in de feestzaal bij slecht weer met spel-, en dansmogelijkheid bij de
   klanken van een tingeltangel

-twee fakkeltochten per seizoen: start in ’t lokaal, de Zeelaan op tot beneden strand,
  dansen en zingen en ontbinding in de brakke. De hele tocht werd opgeluisterd door
  accordeon, trom en trompet

-tenslotte nog een bal met orkest op elke zaterdag, uitsluitend toegankelijk voor de
  toeristen.

In 1929 uitte de vereniging haar ongenoegen ten opzichte van de naburige gemeente Westende. Het gedeelte tussen de Lombardsijdelaan en de Bassevillestraat, was toen grondgebied Westende. Het Westends gemeentebestuur gaf dit stukje weg de naam ‘Polderdreef’. Volgens Lombardsijde Vooruit zou dit de ‘reizigers afschrikken , welke den weg naar zee wenschten te vinden’.
‘Lombardsijde en avant’ is in de jaren dertig uiteengevallen bij gebrek aan nieuwe bestuursleden.
De ene na de andere villa-eigenaar verkocht zijn eigendom. Hun kinderen raakten immers uitgetrouwd. Het doel was bereikt!
Toch bleven Gaston en Jerome Coulier de strandspelen verder inrichten.

Strandkermis
Elke derde zondag van juli werd op het strand een kermis georganiseerd. Je kon er aan allerhande volkspelen deelnemen. De ‘haantjeskoers’ of ‘kiekenvangen’ boekte het grootste succes.
Op het strand kregen een aantal hennen, na dagenlange opsluiting in een duivenmand, hun vrijheid terug. Na vijf tellen konden de deelnemers van start gaan. Wie één der dieren bemachtigde, kon het behouden en kreeg het dubbele van het inschrijvingsgeld terug. Het werd een dolle achtervolging op het strand en in de duinen. Soms werd maar één kieken weer buitgemaakt of sukkelde tegen de avond een kiekenvanger doodop de barak binnen. Zo belandde eens Hector Deconinck tegen middernacht, goed aangeschoten, de ‘A la Renaissance’ binnen met een hen aan zijn knoopsgaten gebonden.

Worstelclub
Lombardsijde had een eigen worstelclub ‘De Verenigde Krachters (?)’. Ze trainden in ‘De Wedergeboorte’ onder de leiding van de Gentenaar Minnaert, kampioen van beide Vlaanderen. Met groot succes werden ook worsteldemonstraties in open lucht georganiseerd, op het strand. Ziehier een paar foto’s

1921995-8dc3ac2e16d3c1ae75764f1e67b3c936.jpg
1921995-6ceea6c3c1a101edb3a99280809beaf0.jpg

Zowel Lombardsijde als Westende hadden een lokale vedette, respectievelijk Charles Levecque (foto hierboven in 1937) en Medard Tottie.(foto hierboven rechts)
Op de foto links: Angèle Dierendonck met haar crèmekarretje.

Koninklijk bezoek!
Hiervoor laat ik Jerome Coulier aan het woord: (hij voegt er geen jaartal aan toe, maar koning Albert I stierf in 1934)
“Drie, vier tafels waren bezet door keuvelende mensen en kaarters en ‘k was van dienst.
Een kloek gebouwd persoon kwam binnen “Goeie dag, een grote fles limonade, aub”
De man betaalde en vertrok, iedereen groetend.
De kaarters, Brusselaars, draaiden het hoofd om: “Mais, c’est le roi!” riep er één verrast. Ongelovig legde elk zijn kaarten neer en oogden hem na. En zowaar, koningin Elisabeth stond hem buiten op te wachten! Ze namen elk een slok uit de fles en liepen het duin af naar zee toe.
’t Was laagtij. Koning Albert nam zijn vrouwtje in zijn armen en waadde door de kellen zonder zijn schoeisels uit te doen. Hand in hand wandelden ze verder richting staketsel.
“Tu vois” stelde een der klanten vast “même le roi adore notre plage!””

'A la Renaissance' wordt 'Cristal Palace'
In 1932 wordt vastgesteld dat er minder Franse toeristen komen maar meer Engelse. Die vergelijken 'De Brakke' met 'Crystal Palace', een glazen gebouw ontworpen voor de wereldtentoonstelling van 1851 in Hyde Park (Londen). Het was gebouwd in Victoriaanse stijl en bestond uit hout, gietijzer en glassegmenten.
De barak krijgt dan maar de nieuwe naam 'Cristal Palace'.


Er komt een nieuwe buur: een militair kamp!
In 1934-35 heerste een koortsachtige bedrijvigheid op de onteigende gronden van de huidige kazerne. Er werd een betonnen schietstand gebouwd en zolang de kazernegebouwen niet voltooid waren, logeerden de artilleristen tijdens de schietperioden in tenten.
Gaston Couler besloot zijn Cristal Palace vijftig meter meer achteruit te plaatsen om er 's winters en 's zomers te kunnen blijven. De soldaten bleken immers goede klanten zowel voor wat drank als eten betrof.. Hij trok met zakken bier en limo de duinen in om de dorstige werklui te laven. Tijdens zijn vrije dagen loste zijn zoon Jerome hem af.
De rust van de toeristen werd wel erg gestoord door ’t ratelen van de mitrailleusen of ’t gebulder van de kanonnen, die mikten op de ‘zak’ van een ronkende vlieger. Maar ze bleven toch naar hun geliefd “Lombardsijde-Bains” komen. 
Cristal Palace kreeg natuurlijk wel concurrenten: Alex Maene, Vercnocke, Lucien Hessel plaatsten ook een brakke of een frietkraam maar iedereen had toch het hele jaar zijn handen vol.
Zelfs na zonsondergang bleef de barak open want toen waren de militairen vrij van dienst. Er werden een paar petroleumlampen opgehangen en de tafels van de kaarters werden verlicht met kaarsen. Werd het kouder, dan werd een grote kolenkachel in ’t midden van ’t café geplaatst. 

De laatste dagen van Cristal Palace I
1940! WO II brak uit. De familie Coulier vluchtte over de IJzer naar Oostduinkerke. Tien dagen later – reed Jerome naar de Cristal, maar hij mocht van de Duitsers niet meer binnen! Geen maand later was er van de brakke niets meer te zien: de gevelpanelen overdekten smalle loopgraven, waar bovenop ‘vaderlanders’ (zandzakjes) gelegd werden.
’t Cristal was van de aarde weggeveegd!, tot zijn groot verdriet.

(Wordt vervolgd)


Bronnen
CONSTANDT M., Het toeristisch verhaal van Westende en Lombardsijde, Middelkerke, 1988.
‘Lombardsijde graag gezien’ De Oudste prentkaartenuitgegeven door ‘De klaproos’ en verzameld door Jules en Berthe Callenaere-Dehouck en Siegfried Debaeke postkaarten 55,70
‘Lombardsijde-bad in de Belle Epoque’ door Marc Constandt
‘Toeristisch verhaal van Westende en Lombardsijde’ door Marc Constandt
100 jaar toerisme ‘Een eeuw vakantie in West-Vlaanderen’ door Marc Constandt
‘Lombardsijde in de Branding’ 1914-1920 door René Coulier
‘Lombardsijde – 7 eeuwen historiek’ door Eddy Viaene
Wikipedia

Geschreven door stammer om 09:43 1 reactie Reageer op dit bericht

Fusioneren? Geen sprake van!

In een nieuwe studie van het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving aan de KU Leuven (Vives) wordt een voorstel naar voren geschoven om het aantal Vlaamse gemeenten te verminderen van 308 tot 152. In West-Vlaanderen zouden er nog 27 overblijven van de 64.
Een gemeente met minder dan 15.000 inwoners zou volgens de studie van VIVES moeten fuseren/ fusioneren met een grotere, zeker als er veel mensen uit die kleine gemeente gaan werken naar de grotere buurgemeente. VIVES maakte gebruik van data over het aantal pendelaars om te berekenen hoeveel en welke gemeenten zouden kunnen fuseren.
De gemeenten in onze regio zijn bijna allemaal tegen een fusie. Enkel de burgemeester van Oostende en natuurlijk die van Koksijde met zijn klassieke onmetelijke drang naar expansie, zijn er voorstander van. Deze laatste vindt zelfs dat de studie nog niet ver genoeg gaat. Hij zou ook nog Nieuwpoort willen inpalmen.

Zo zouden de gefusioneerde gemeenten er uitzien.

1880829-6eea101ea0c2a07724ebe18d182fd88e.jpg

Groot-Middelkerke
Het ‘kleine’ Nieuwpoort zou dus opgeslorpt, geannexeerd, ingelijfd moeten worden door het ‘grote’ Middelkerke. Toch staan ze ook hier niet te springen voor het idee. "We zijn wel voorstander om nauwer samen te werken met Nieuwpoort, maar we zijn niet overtuigd dat een fusie kostenbesparend zou werken", zegt burgemeester Janna Rommel-Opstaele.
Dat verwondert mij wel een beetje, gezien de tomeloze eerzucht die ze gewoonlijk koestert.
Ziehier hoe de nieuwe gemeente er zou uitzien.

Inwoners
   2015
Oppervlakte
      km²
Middelkerke  19.302      75,5
Nieuwpoort  11.411      31,0
Groot-Middelkerke  30.713    106,65

Ziehier een voorsmaakje: mijn voorstel voor een logo van de fusiestad. Misschien wordt dat wel de ‘torenstad’!

1880829-11673038c32c60c65de9c5fcf2643af1.jpg

Wat wil de Vlaamse regering eigenlijk juist?
De Vlaamse Regering streeft naar sterke lokale besturen. Schaalvergroting van gemeenten is een manier om dat te realiseren. Lokale gemeenten die vrijwillig willen fuseren worden gestimuleerd en ondersteund. De krijtlijnen voor dit beleid werden vastgelegd in een conceptnota die goedgekeurd werd op 17 juli 2015.
Die krijtlijnen werden nu verankerd in een voorontwerp van decreet (eerste principiële goedkeuring) waarin volgende stimuleringsmaatregelen worden uitgewerkt:
• een fusiebonus onder de vorm van een schuldovername ten belope van 500
  euro schuld per inwoner voor gemeenten die fuseren op 1 januari 2019 met een
  maximum van 20.000.000 euro

• een uitbreiding van de waarborgregeling van het Gemeentefonds zodat de nieuwe
  gemeente niet minder zal ontvangen dan de som van de aandelen van de samen te
  voegen gemeenten;

• de mogelijkheid om tijdelijk een groter aantal schepenen te voorzien voor de
  fusiegemeente.

In juli 2016 moeten er reeds politieke beslissingen vallen over concrete fusies. In september van datzelfde jaar starten de lokale voorbereidingstrajecten. In oktober 2018 zijn er de gemeentelijke verkiezingen en in januari 2019 starten de eerste fusiegemeenten.
Wensen jullie daar meer over te lezen?
     Conceptnota van 17 juli 2015
     Voorontwerp van decreet houdende de regels voor de vrijwillige samenvoeging van gemeenten (eerste
         principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering op 18 december 2015)
    Memorie van toelichting bij het decreet houdende de regels voor de vrijwillige samenvoeging van
         gemeenten
    Toelichtende nota
    Bestuurskrachtmonitor en ondersteuningsaanbod


Hebben hun pogingen enig resultaat opgeleverd?
Van het dertigtal gemeenten dat geïnteresseerd was in een zelfevaluatie, kregen er negentien een brief in de bus. 
Zij kregen groen licht om deels op kosten van de Vlaamse regering de komende weken en maanden grondig geëvalueerd te worden. Die evaluatie moet de voordelen aantonen van een verregaande samenwerking of eventuele fusie met de buurtgemeenten. Het is met andere woorden de eerste concrete aanzet naar een mogelijke vrijwillige gemeentefusie in de toekomst.

Deze 19 gemeentes zijn Schilde, Sint-Katelijne-Waver, Essen, Heist-op-den-Berg, Wijnegem, Borsbeek, Puurs, Ranst, Hemiksem (Antwerpen), Zutendaal, Meeuwen-Gruitrode (met Opglabbeek), Neerpelt (Limburg), Kaprijke, Eeklo, Knesselare, Wachtebeke (Oost-Vlaanderen), Tienen. Londerzeel (Vlaams-Brabant), Diksmuide
Diksmuide is dus de enige West-Vlaamse.

Resultaten in het ‘Gemeenterapport’ over fusies na bevraging van Middelkerkenaars en Nieuwpoortenaars (in %)

Middel-
kerke 
Nieuw-
poort

Wil u uw gemeente laten fuseren?
Ja, met grotere gemeentes
Ja, met kleinere gemeentes
Neen, NIET fuseren


Redenen tegen fusie

  10,1
    2,5
  59,7

    2,8
    5,2
  64,6
Mijn gemeente/stad is reeds groot genoeg  61,7  60,8
De identiteit van mijn (deel)gemeente/buurt zal verloren gaan door de fusie  35,3  17,0
Een kleine gemeente heeft beter zicht op de problemen op het terrein  26,1  30,8
Bovenlokale samenwerking moet aangemoedigd worden in plaats van fusie  25,4   6,1
Er zijn nu al veel problemen die niet worden aangepakt, wat gaat dat zijn als we nog groter worden?  22,0  12,8
De stem van de inwoners van mijn buurt zal minder belangrijk worden in een groter geheel  21,6  29,6
We gaan ons verder moeten verplaatsen voor bepaalde dingen  21,2  21,4
Fusies van gemeentes zal enkel leiden tot meer conflicten  15,7  27,6
Andere reden  12,8  11,8
We gaan niet meer meetellen in een groter geheel

Redenen voor een fusie
 12,1  15,9
Een grotere gemeente kan beter de problemen aanpakken  60,9  22,9
Er zal een grotere organisatie ontstaan die meer kwaliteit kan bieden  52,8  33,9
 Provincies kunnen afgeschaft worden als de gemeentes groter worden  50,5  22,9
We zullen meer meetellen als we een grotere gemeente /stad zijn  39,7   0
Het zal helpen om het aantal ambtenaren te verminderen  28,8  18,9
We zullen als burger meer waar krijgen voor ons geld  26,7  22,9
Fusie zal zorgen voor meer budgetten voor de nieuwe gemeentes/steden  23,6  54,2
Mijn gemeente/stad mag groter worden    5,2  43,2
Andere reden    5,2  35,3

Als je de cijfers op een gele achtergrond bekijkt, zou je haast denken dat men in Middelkerke wel een fusie wenst!

Wat stellen wij vast na 39 jaar fusie tussen Middelkerke en Westende?
De fusie Middelkerke - Westende heeft duidelijk gemaakt wat er na een fusie zo allemaal gebeurt.
Alle gemeentediensten zijn gecentraliseerd in Middelkerke. Dat geldt niet enkel voor het gemeentehuis, maar ook voor de politie, het OCMW met rusthuis ‘De Ril’, het gemeentepark, de brandweer, de technische diensten en het containerpark.
Men kan rustig stellen dat de centralisatie algemeen is. Neem nu de sport: de sportinstallaties (zwembad, sportpark ‘De Krokodiel’, zaal ‘De Branding’), sportploegen (zoals jeugdvoetbal, volleybal, enz, sportmanifestaties (zoals Noordzeecross, proloog en start Driedaagse)

Ook de cultuuractiviteit speelt zich vooral in de kerngemeente af: de bibliotheek (luxegebouw in Middelkerke tegenover kleine aanhangsels in de deelgemeenten) en de culturele centra (toneel, zangkoor, muziekschool, stripfestival, feestzaal, …).

Ook de private dienstverlening situeert zich in de kern: de markten (donderdagmarkt en boerenmarkt op zaterdag), kind en gezin, de postdiensten (enkel nog een kantoor in de kerngemeente), de shoppingzone en -centra uitgezonderd een Okay en een Delhaize), grote firma’s, ….

Op Janna na (Leffinge) zijn de opeenvolgende burgemeesters (Inghelram, Desseyn, Verlinde, Landuyt) steeds van Middelkerkse oorsprong geweest. De politici van de deelgemeenten, veel minder in aantal, kunnen niet optornen tegen de overmacht van de talrijke Middelkerkenaars (bovendien ook nog een familieclan!) en wensen/ durven dat vaak ook niet.
Het is moeilijk om daar verandering in te brengen … als de politici van deelgemeenten geen gunstiger plaats krijgen op de lijst!

Er bleef dus na de fusie niets over in de deelgemeenten! Zo gaat het meestal!

Welke zijn de voor- en nadelen van een fusie? (verzamelde meningen van internet gehaald, die niet reeds of onvolledig aangehaald werden in gemeenterapport
Voordelen
1. De hogere overheid kan beter een kleiner aantal gemeenten beheren. Er kunnen meer
    bevoegdheden van Vlaanderen naar de gemeenten overgeheveld worden.
    De provincies zouden kunnen afgeschaft worden.

2. Er zijn minder intergemeentelijke samenwerkingsregelingen nodig.
3. De spreiding van de kosten van diensten of processen over meer burgers, doet de
    kosten per eenheid dalen.

4. Meer budget betekent meer ruimte voor bestuurlijke ambities. Het wegennet, ook in
    de schaars bevolkte landelijke gemeenten, kan verbeterd worden.

5. De bestuurlijke drukte in een regio neemt af doordat minder gemeenten aan tafel
    zitten.

6. Grotere lokale overheden kunnen meer gewicht in de schaal leggen. De kans dat je als
    grote stad wordt gehoord in ‘politiek Brussel’ is groter.

7. Het totaal aantal bestuurders neemt af wat de bestuurslasten doet dalen.
8. Het aantal ambtenaren op een afdeling stijgt waardoor ook een betere
    arbeidsverdeling mogelijk wordt. Vervanging bij afwezigheid bij verlof en ziekte is
    soepeler. De diensten blijven continu verzekerd.

9. De vorming van het personeel kan verbeterd worden. Specialisatie wordt mogelijk.
    De capaciteit en de competentie zullen stijgen. Daardoor kan een betere en
    efficiëntere dienstverlening aangeboden worden.

9. Nieuwe of complexere opdrachten en uitdagingen, die tijdens de afgelopen jaren
    ontstonden, kunnen doeltreffender vervuld worden. Denk bijvoorbeeld aan de
    organisatie van kinderopvang, cultuur, jeugd, sport, mobiliteit, erfgoed,
    duurzaamheid, ontwikkelingssamenwerking, vergrijzing, enzovoort.

Nadelen
1. Een gemeentebestuur kan beter een kleiner aantal deelgemeenten beheren.
2. Deelgemeenten zijn na de fusie minder of zelfs niet vertegenwoordigd in de gemeenteraad
3. Aangehechte gemeenten verliezen aan belang en uitstraling.
4. Een groot stuk van de fierheid die de inwoners vroeger koesterden voor hun gemeente valt
    weg.

5. Intergemeentelijke samenwerking, bijvoorbeeld voor brandweer, huisvuilverwerking en
    politie, 
zodat op die vlakken hetzelfde kon bereikt worden als bij een fusie.
6. Fusies doen de bestuurlijke ambities alleen maar stijgen.
    Stijgende ambities kunnen na fusie uitlopen op bestuurlijke grootheidswaan. Het maatgevoel
    daalt. 
Fusies leiden vaak direct tot de roep om een nieuw, meestal duur gemeentehuis.
7. Fusies zijn niet kostenbesparend, in het beste geval verbetert enkel de kwaliteit
8. Een financieel gezonde gemeente heeft geen fusie nodig om zich te verbeteren.
9. Fusie leidt niet tot belastingverlaging voor burgers of dalende ambtelijke kosten. Er wordt
    niemand 
ontslagen.
10. Schaalvergroting brengt een zeker democratisch probleem met zich mee. De afstand burger
      – 
bestuur neemt toe en velen vrezen dat hun stem niet meer gehoord zal worden.
      De inwoners voelen 
zich in een grote gemeente minder betrokken. Het vertrouwen in het
      gemeentebestuur daalt. 
Er bestaan minder contacten omdat men elkaar niet kent.
11. Het is een bekend gegeven dat voorbij 30.000 inwoners de politieke participatie van burgers
      daalt

12. Fusies leidt tot een rupsje-nooit-genoeg syndroom: gemeenten blijven na fusie ook weer te
      klein 
voor bepaalde kwesties (en te groot voor een ander). De ene goede schaal bestaat
      namelijk niet. 
Fusie is per definitie een ‘Unvollendete’. Na fusie zullen nieuwe pleidooien
      voor fusie volgen.


Nog enkele persoonlijke reflexies
Er wordt gezegd dat er best een goede basis voor een fusie bestaat tussen twee kandidaat-gemeenten en dat beide best nu reeds verbonden zijn door een druk werkverkeer.
Dat is zeker niet het geval tussen Middelkerke en Nieuwpoort. Men zou zelfs kunnen zeggen dat het elkaars tegenpolen zijn, op veel gebieden: geschiedenis, mentaliteit, politieke voorkeuren, erfgoed, …

Stel u voor ‘u woont in de Simili in Nieuwpoort-bad en u moet naar het gemeentehuis in Middelkerke!!!!!' Een klein reisje!

Kunnen jullie zich de markt in Nieuwpoort voorstellen zonder stadhuis?

Werd er rekening gehouden met het feit dat de bevolkingsaantallen van Middelkerke en Nieuwpoort in de zomer en steeds meer ook tijdens de schoolverloven en de weekends vermenigvuldigd worden?

Wordt Middelkerke dan ook een stad als er een fusie komt met de stad Nieuwpoort?

Ik hernieuw mijn voorstellen voor een volgende fusie
Westende, Lombardsijde, Mannekensvere, Sint-Pieterskapelle en Schore zouden bij Nieuwpoort kunnen aansluiten terwijl Middelkerke , Wilskerke, Slijpe en Leffinge bij Oostende kunnen gevoegd worden.
Dat is een fusie die rekening houdt met de intenties van de Vlaamse regering maar ook met de fouten van de vorige fusie en die meer inspeelt op factoren zoals affiniteit tussen inwoners, afstand naar kern.
Waarom Groot-Middelkerke en NIET Groot-Nieuwpoort? Of anders de naam veranderen in Middelpoort of Nieuwkerke-aan-zee? Het centraal gelegen Westende zou toch minstens in de naam moeten opgenomen worden. Wat denken jullie van Westmiddelpoort?

Besluit
Ik heb het onderwerp bewust wat luchtig opgevat. Het zal jullie wel duidelijk zijn dat ik een hevig tegenstander zou zijn van een gebeurlijke fusie Middelkerke - Nieuwpoort.

Mijn vorige artikels over het onderwerp
14.3.2010 “Koude oorlog tussen Westende en Lombardsijde, gevolgd door fusie in 1971”
24.7.2010 ‘Waarom mocht Westende in 1976 niet zelfstandig blijven?’
22.8.2010 ‘Kunnen we na 33 jaar spreken van een gelukkig huwelijk tussen Middelkerke en Westende?


Bronnen
Artikel van LEEN BELPAEME, TIMMY VAN ASSCHE: ‘FUSIONEREN? GEEN SPRAKE VAN” http://www.arnokorsten.nl/PDF/Bestuurskracht,%20Gemeente/Voordelen%20en%20nadelen%20van%20fusie.pdf
http://feb.kuleuven.be/VIVES/publicaties/briefings/BRIEFINGS/briefing-10072014.pdf

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is: vinkenzetting in Lombardsijde

Een vinkenzetting? Al veel over gehoord maar nog nooit meegemaakt! Jullie wel? Toen ik vernam dat er één zou gehouden worden op een boogscheut van mijn voordeur, mocht ik die gelegenheid niet missen. Op 14 ,15 en 16 mei 2016 organiseerden de paradijsvogels uit Veurne namelijk 3 vinkenzettingen in Lombardsijde.


Wat houdt dat eigenlijk in?
Een vinkenzetting, kortweg zetting genoemd, is een wedstrijd waarbij de vinkeniers (vinkenhouders) gedurende een uur het aantal liedjes van de vink tellen.
Deze wedstrijden worden in de periode tussen 1 april en 31 augustus georganiseerd. Dan zingen de mannetjes namelijk om het hardst om zo hun territorium te verdedigen en wijfjes (de "popjes") te lokken. Het liedje duurt maximaal vijf seconden en de mannetjes herhalen het gemakkelijk tot tien keer per minuut.
Bij het begin van een vinkenzangwedstrijd, wordt met een vlag gezwaaid als signaal: “Teken de geldige zangen!”. Een uur later wordt opnieuw met de vlag gewapperd om aan te geven dat de wedstrijd beëindigd is.
De zetting zelf verloopt volgens een bepaald stramien. Eerst brengen de vinkeniers hun gekooide vinken ‘in reke’. Dat betekent dat ze de kooien met de vogels op een rij zetten op een afstand van ongeveer 2m40 van elkaar, de vinkenier telkens dat mogelijk is, kijkend naar de zon, wind in de rug. Bij een wedstrijd is het de bedoeling dat een vink zoveel mogelijk geldige fluitsignalen (liedjes) laat horen. Telkens de vogel een liedje zingt, maakt de zetter met een krijtje een aantekening op een zwarte houten telstok, die ook wel de ‘regel’ wordt genoemd en die 800 streepjes kan bevatten.

1917042-f8253727f04f7416d065c48950b8542a.jpg

De vinkenier gaat voor de kooi zitten rechts van zijn eigen vogel, luistert en noteert de geldige zangen. Hij moet dus de slagen van de vink van zijn gebuur noteren. Alhoewel alles gebaseerd is op vertrouwen, heeft hij/zij tezelfdertijd een zekere controle over het tellen van de liedjes van zijn/haar eigen vogel.
De vink die in 1 uur tijd de meeste liedjes zingt, wint de wedstrijd. Enkel liedjes die op de juiste manier gezongen worden, zijn geldig. Het gezongen lied moet volledig zijn en eindigen op suskewiet (dit gedeelte wordt de vinkenslag genoemd).

1917042-cc4300a1cefaf52b5fc2e8055cb1c40c.jpg


Aan sommige wedstrijden nemen meer dan 1000 deelnemers deel. Dergelijke wedstrijd kan dan ook erg indrukwekkend zijn en voor buitenstaanders een bevreemdend schouwspel vormen. Met de zetting is geen winstbejag gemoeid. Het winnen van een felbegeerde titel in de vinkensport brengt weinig, of zelfs geen geld in het laatje. De vinkenier gaat meestal met een ruiker of een beker naar huis. Er wordt dus vooral om de eer gespeeld. Een titel geeft de zetter wel aanzien bij de andere vinkeniers. Bovendien is het uniek dat er in de eerste plaats op vertrouwen wordt gespeeld. De deelnemers moeten er van uitgaan dat hun concurrenten niet vals spelen. Vriendschap staat hier dan ook hoog aangeschreven. De buitensporige bedragen die bijvoorbeeld in de duivensport neergeteld worden, komen in deze sport niet voor. Vinkeniers kweken hun vinken zelf of kopen ze voor een klein bedrag. Soms worden er ook vinken geruild.

Geschiedenis
De vinkensport is een Vlaamse volkssport met een eeuwenlange traditie.
Ze is ontstaan uit de vroegere vogelvangersgilden uit de Middeleeuwen. Om (roof)vogels te vangen werden goede lokvogels ingezet. Buiten het vangseizoen werden deze in gevangenschap gehouden tot de volgende vangstperiode. De vogelvangers startten met het houden van wedstrijden om te bepalen welke lokvogels het snelste konden zingen. De eerste grote vinkenzettingen in Vlaanderen vonden plaats in de 16e eeuw en werden slechts eenmaal per jaar gehouden. Eén van de vroegste vermeldingen dateert uit 1593 over een vinkeniersgilde in Ieper .

Vanaf de 17de eeuw nam het aantal vinkeniers sterk toe. Vinkeniersgilden waren aanvankelijk vooral een stedelijk fenomeen, omdat het vangen van vogels op het platteland sterk aan banden lag. Vanaf de 19de eeuw werd de vinkensport ook op het platteland zeer populair. Veel vogelsoorten (spreeuwen, leeuweriken, enz.) werden vroeger enkel gevangen om op te eten. Met de vinken was dat echter niet het geval: de gilden vingen ze uitsluitend om vinkenzangwedstrijden te kunnen houden. Met de populariteit van de vinkensport nam ook het aantal vinkenierslokalen sterk toe vanaf de 19de eeuw. Velen waren traditioneel verbonden aan volkscafés.

De vinkensport vandaag
De vinkensport valt onder het ministerie van cultuur en van de cel cultureel erfgoed
De sport is vooral populair in West-Vlaanderen en delen van Oost-Vlaanderen. Naar schatting zijn er nog zo’n 13.000 vinkenzetters actief. Vooral A.Vi.Bo (Koninklijke Nationale Federatie Algemene Vinkeniersbond) behartigt de belangen van de vinkeniers. Ze stellen uniformiteit in hun sport voorop. Sommige verenigingen, die een lokale variant van de vinkensport beoefenden, konden zich niet vinden in de reglementering die Avibo opstelde. Zo kwam er in de jaren 1970 een afsplitsing, Vi.Mi.Bel (Vinkeniers Midden-België), die zo’n 700 leden telt. .De individuele vinkenzetters zijn gegroepeerd in vinkenlokalen of maatschappijen. Sommige van die verenigingen bestaan al sinds de 19de eeuw. Voorbeelden daarvan zijn “Verheugd in de Zang” uit Aarsele (°1838), “De Lustige Zangers” uit Ardooie (°1897), “Niet Rijk Maar Recht” uit Meulebeke (°1849) en “De Paradijsvogels” uit Veurne (°1840). De verenigingen staan in voor de organisatie van de wedstrijden. De vinkeniers hebben via de vereniging contact met elkaar en blijven na de vinkenzetting vaak nog wat hangen om bij te praten en ervaringen uit te wisselen.

1917042-6116f80c96014bfd0408a2386b2c5fcf.JPG

Hoe zien de vinken eruit?
De vink (Fringilla coelebs), die de grootte heeft van een mus, wordt ook wel botvink, boekvink of charlotte genoemd. Het is een zangvogel die bekend staat om zijn strijdlust.
Je kan twee verschillende groepen botvinken onderscheiden. Enerzijds is er de inheemse boomgaardvink, anderzijds de trekvink. Die laatste zoekt in de herfst vanuit de stamgebieden in Noorwegen, Zweden, Rusland, Finland, Denemarken en Duitsland warmere oorden op. Het opmerkelijkste verschil tussen de twee groepen ligt in de zang. Het liedje van de boomgaardvink eindigt steevast op "sieskewiet" of "suskewiet". Een vink wordt daarom in de volksmond ook wel een ‘suskewiet’ genoemd.
Alle vinken zijn gekenmerkt door een dubbele witte vleugelband en witte buitenste staartpinnen.
Mannelijke vinken zingen het mooiste lied en hebben ook de mooiste kleuren. Ze hebben een blauwgrijze kop en roodbruine wangen. De onderzijde is wijnrood, de achterhals en een deel van de zijhals zijn leiblauw en het voorhoofd is zwart.

1917042-ad5e066e9c9f6f611c2744bd7a244624.jpg

Het vrouwtje is bruiner en de onderzijde is licht grijsbruin, de rug is olijfbruin.

1917042-caee8b56afb446af0a2832359f55d4c4.jpg

De liedjes van de vink
Trekvinken hebben een gezang dat eindigt op "weeuw" of "beeuw". De zang van de inheemse boomgaardvink wordt door de vinkeniers ook wel "Vlaamse zang" genoemd. Alles wat daarvan afwijkt, wordt "Waalse zang" genoemd. "Waals" verwijst hier niet naar Wallonië, maar naar het Oudnederlandse woord voor alles wat vreemd en uitheems is.
Jonge vinken kunnen het liedje leren door te luisteren naar een ervaren oudere vink. Heel wat vinkeniers leren de liedjes echter aan door een compact disk met het liedje te laten afspelen in de nabijheid van de kooien.

Blinde vinken
Vanaf de 19de eeuw tot aan het begin van de 20ste eeuw werden wedstrijdvinken doorgaans blind gemaakt, omdat er van uit gegaan werd dat ze dan beter konden zingen. Het blinden van vinken gebeurde door de oogleden van de dieren dicht te schroeien. De ingreep was meestal omkeerbaar, maar allesbehalve diervriendelijk. In 1920 maakte de overheid dan ook een einde aan dit gebruik. Het verbod werd ingegeven door protest van oud-strijders, die tijdens WOI blind waren geraakt bij gasaanvallen aan het oorlogsfront.

Vinken vangen
Het vinkenzetten was traditioneel verbonden aan het vangen van vinken. Dat heeft niet alleen met de zangwedstrijden op zich te maken, maar ook met het feit dat vinken kweken geen sinecure is. Ieder jaar moesten er dus nieuwe vinken uit de natuur komen om verder te kunnen kweken. Lange tijd mochten de vinkenbonden Avibo en Vi.Mi.Bel vinken vangen volgens bepaalde quota. Om te kunnen kweken, moesten er vooral voldoende vrouwelijke vinken gevangen worden. Sinds 2003 is de vinkenvangst verboden. Om het aantal vinken op peil te houden en zo de vinkensport te behoeden voor de teloorgang, worden er nu kweekprogramma’s voor vinken opgezet.

Kooi
Een vinkenier zorgt er voor dat zijn vinken thuis in een volière over voldoende bewegingsvrijheid beschikken. Enkel tijdens de wedstrijden wordt een vink tijdelijk in een kleine kooi of ‘renne’ opgesloten. Na het verbod op het blinden van de vinken kwam er een nieuw kooitype in gebruik, dat tot op de dag van vandaag in gebruik is. Die kooi is geblindeerd door melkglas zodat de vink er enkel licht en donker in kan onderscheiden en niet afgeleid wordt. In het duister kan het diertje zich ongestoord volop toeleggen op het zingen van zo veel mogelijk liedjes. (in de volkstaal wordt dit ook wel kwinkelen, schuifelen of vedelen genoemd Er wordt ook voor gezorgd dat er voldoende luchtcirculatie in de kooi is. ).

1917042-b18eed4b7383ac520582a5e526072738.jpg

Op onderstaand filmpje zien jullie een gekooide vink en kunnen jullie talloze liedjes beluisteren.
https://www.youtube.com/watch?v=cTzSRKrKB_w

Vinkenzetten: een passie
Het vinkenzetten is een intensieve bezigheid: een vinkenier moet eerst heel wat tijd en moeite in zijn vinken investeren voor hij de vruchten van zijn arbeid kan plukken. Eerst moeten de dieren gekweekt, goed gevoed en ‘opgeleerd’ worden. Net zoals in de duivensport besteedt een vinkenier veel aandacht aan de verzorging van zijn vogels en geeft hij ze een naam. Pas na enkele jaren zingt een vink op volle kracht om te kampen in de wedstrijden. Vinkeniers raken in die tijd dan ook echt gehecht aan hun dieren. Vroeger werden er soms zelfs overlijdensberichten geplaatst in het contactblad van de vinkeniers als een goede zangvogel stierf.

Familietraditie
Vaak is het houden van vinken en het spelen met vinken een familietraditie. De meeste vinkenzetters leerden het vinkenzetten als kind en geven de kennis en de passie vandaag door aan hun eigen kinderen of kleinkinderen. Omdat vinkenzetten geen kracht of uithouding vergt, vinden vele actieve ouderen/gepensioneerden het een aangenaam tijdverdrijf. Net zoals in de meeste volkssporten zijn vrouwen ook bij het vinkenzetten in de minderheid, al neemt hun aantal en invloed wel toe.

De paradijsvogels uit Veurne organiseerden in Lombardsijde
De zettingen vonden plaats in de Bamburgstraat te Westende. Inschrijven kon in de voetbalkantine van SC Lombardsijde.
Ziehier het volledig programma
Zaterdag 14 mei: zetting om 9 uur, inschrijving vanaf 07u15.
Prijzen:
Kleine attentie voor iedere deelnemer bij de inschrijving
100 euro vooruit + de inleg en ongeveer 50 euro natura
Onder de leiding van Alain Calcoen, voorzitter van ‘De Paradijsvogels’ met Belgische vlag in de hand, trotseerden 29 dappere vinkeniers, waarvan één uit Westende-bad en één uit Lombardsijde de ijzige koude en de wind. Er waren er zelfs die op geen kilometer keken om deel te nemen, namelijk uit Wervik, Roeselare, Meulebeke, Denderhoutem, Jabbeke, Zerkegem, Lebbeke, …Er waren ook twee vrouwelijke deelnemers.
Natuurlijk durfde ik geen kik geven om de vogels niet te storen in hun gezang. Alain keek daar trouwens streng op toe.

1917042-16040664e6c0f6a7cd3452c3c24aced3.JPG

De trofee werd uitgereikt door schepen Bart Vandekerckhove.

Zondag 15 mei om 16 uur: de grote prijs ‘Jean-Marie Dedecker en Alain Calcoen’.
Prijzen: 150 euro vooruit + de inleg en 350 euro natura..
Winnaar ontving een trofee uit handen van Jean-Marie Dedecker.
Na de zetting werd de innerlijke mens versterkt.

1917042-d3171a6407c2f4b16b8cf3d986e1a081.JPG


Maandag 16 mei om 9 uur: grote prijs ‘Gebroeders Chris en Lucien Niville uit Westende’.
Prijzen:
100 euro vooruit + de inleg en 50 euro natura.
Winnaar ontving een trofee uit handen van de Niville Brothers.
Elke dag ontving de eerste vrouw een prachtig juweeltje terwijl er tevens een prijs voorzien was voor de eerste jeugdspeler met eigen speelkaart.
Er werd een globale rangschikking opgemaakt van de 3 zettingen. De winnaar van de driedaagse was Daniël Pieters uit Oostduinkerke. Eerste Middelkerkenaar was Arthur Coopman. De eerste 5 van die rangschikking ontvingen een prijs. Men was niet verplicht om met dezelfde vogel deel te nemen.

Het bestuur van de paradijsvogels Veurne dankte het gemeentebestuur van Middelkerke en het bestuur van voetbalclub SC Lombardsijde en alle sponsors: Jean-Marie Dedecker, Immo S Westende, Bart Vandekerckhove Middelkerke, Sanitair Eddy Deroo Middelkerke, gebroeders Niville Westende, Ressen Nelly Genk, Argenta Lombardsijde, Jan Gebert Middelkerke, Coopman Arthur en dagbladhandel Laetitia Lombardsijde.


Bronnen
http://www.lecavzw.be/tradities/rituelen/vinkenzetten
Facebookpagina Alain Calcoen

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Middelkerke: Mogen wij onze mening nog uiten? Is ‘democratisch’ handelen nog wel aan de orde? Krijgt de burger inspraak?

Er gebeuren de laatste tijd rare dingen! Ik hoorde althans allerlei klachten over ‘doofpotoperatie’, ‘geen inspraak’, ‘ondemocratisch’, ‘… Er hebben zich inderdaad enkele incidenten voorgedaan die tot diep nadenken stemmen en die zouden moeten leiden tot een ernstig gewetensonderzoek door onze politici. Zowel op federaal, Vlaams of gemeentelijk vlak. Dat is natuurlijk geen verschijnsel van deze tijd alleen. Machtsmisbruik, miskenning van minderheden en andere ‘fraaie’ houdingen ten opzichte van oppositieleden hebben zich natuurlijk al altijd voorgedaan en zullen zich zo goed als zeker altijd blijven voordoen.
In het ene land natuurlijk wat meer dan in het andere, maar … wij doen goed mee … en Middelkerke doet in Vlaanderen voor niemand onder.


Een slechte start van de Open VLD begin 2001
De Open VLD kwam begin 2001 aan de macht en hun start was een knaller. Ik geef toe dat de vestiging van een asielcentrum in ‘Zon en Zee’ een harde eerste noot was om te kraken.
Michel Landuyt en zijn volgelingen hebben zich van meet af aan gemanifesteerd als arrogante bestuurders die weigerden te luisteren naar de Westendenaars die een resem aan bezwaren van allerlei aard hadden tegen dat asielcentrum. Er bestond nochtans geen enkele twijfel over dat het verdwijnen van een bloeiend vakantiecentrum zware, misschien zelfs onoverkomelijke, gevolgen zou hebben voor de toeristische aantrekkelijkheid van Westende-dorp en dus ook voor de bloei van de lokale handel. Het ging niet alleen over miskenning van een paar duizend inwoners maar in hun arrogantie en aangevoerd door een advocaat, die toch beter had moeten weten, weigerden ze te erkennen dat de vestiging van zo’n centrum in een zone voor verblijfsrecreatie onwettelijk was.
Ik heb mij verschillende jaren afgevraagd waarom het gemeentebestuur niet eens het initiatief nam om samen te gaan zitten met het actiecomité om na te gaan welke stappen konden gezet worden om de woede van de inwoners te temperen en tegemoet te komen aan enkele verzuchtingen van de actievoerders. IJdele verwachting!
Ze hadden schrik om uit de boot te vallen als minister Johan Vande Lanotte geschenken zou uitdelen en daarom verkozen ze diens mouw te vegen en onder één hoedje te spelen met de al even arrogante en daarom door velen gehate directrice, goeie vriendin trouwens van Johan.
Het eerste optreden als verantwoordelijke partij van de Open VLD kan dus niet anders genoemd worden dan ‘mislukt’, ‘tegendraads’, ‘onsympathiek’ en ‘weinig goeds belovend’.


En daar bleef het inderdaad niet bij
Je zou kunnen en moeten denken dat ze nu wel hun lesje geleerd hadden en dat ze iets goed te maken hadden, maar neen …
Ze volhardden in de ‘boosheid’ en dat hebben we in de voorbije 15 jaar menig keer aan de lijve ondervonden.
In een eerste legislatuur was er slechts een nogal lauwe oppositie die op de klassieke uitzonderingen na, weinig weerstand bood en die het niet erg in zich had om tegen te spreken, kritiek uit te oefenen of klacht in te dienen.
De twee schepenen van het Progressief Kartel die van 2001 tot 2006 deel uitmaakten van het college, zullen misschien nog diegene geweest zijn die het meeste weerwerk boden. Ze zijn er niet voor beloond geweest en hun initiatieven mochten slechts op weinig steun rekenen van hun college-collega’s.
In de tweede legislatuur is de oppositie van een heel andere aard.
De lijst Dedecker (7 zetels) en het Progressief kartel (2 zetels) en af en toe de onafhankelijken (2 zetels), dat zijn in totaal 11 zetels, moeten natuurlijk optornen tegen een Open VLD – CD&V meerderheid van 14. Het hemd is altijd nader dan het rokje, natuurlijk, en een oppositie krijgt nooit geschenken. Om hun onafhankelijkheid te bewaren mogen ze er volgens mij ook niet voor solliciteren. Maar dat doen ze ook niet!
Vooral de lijst Dedecker maar ook het Progressief Kartel werpen zich vaak op als ‘waakhond’.


Hierna vinden jullie een aantal agendapunten waarop tegenstemmen van de oppositie volgden die echter genegeerd werden. Er zijn er zeker nog meer.
--achterstallige taksen op de automatische spelen te betalen door de concessiehouder 
       van de 
casino
-huren tussentijdse locatie casino in ‘kasteel Middelkerke’
-verzelfstandiging van de gemeentelijke verenigingen
-verdwijnen van ‘Zomerhit’
-de beslissing om het ambt van OCMW-secretaris niet open te stellen maar te laten
     invullen 
door de gemeentesecretaris
-erfpacht van de Calidris
-vraag om de gemeenteraden te streamen
-onregelmatige toewijzing van de uitbating van de Westendse kerstmarkt
-verkiezing van het bestuur en van de leden van de vzw Toerisme
-overtreding tegen artikel gemeentedecreet of tegen huishoudelijk reglement
-goedkeuren huishoudelijk reglement
-niet bijeenroepen van commissie algemeen beleid
-postregistratie
-weren van mensen met grote expertise in commissie ruimtelijke ordening
-oprichten van nutteloze interlokale vereniging CollaboRegio
-goedkeuring uitvoeringsplan bedrijfsterrein
-toekenning van subsidies
-gemeentelijke administratieve sancties
-retributiereglement op uitgevoerde opdrachten van brandpreventie door
         ‘Hulpverleningszone 
West-Vlaanderen’
-goedkeuren van betwist verslag gemeenteraadszitting (sporadisch)
-kerkfabrieken en Prot Baptistenkerk: negatief advies rekeningen en meerjarenplannen
-wie moet kosten voor kerken betalen (overheid, religies?)
-instelprijs bij 2e poging verkoop pastorie Lombardsijde
-opmerking bij examens voor gemeentelijke functies
-leasing overtollig geoordeeld voertuig politie
-kritiek op één of ander RUP (vb Ontwerpplan RUP nr2 Zeedijk-Tennis)
-uitbating van ‘De Kwinte’
-afkeuren van pop-up stores wegens concurrentie met vaste handelszaken
-gratis optreden als VIP van mandatarissen op ‘Noordzeecross’

De meerderheid weet het altijd beter en geeft zelden een duimbreed toe.
Bij een eerder zeldzame gelegenheid komen ze achteraf met een uitleg, die de opmerkingen van de oppositie wegwuift en uitzonderlijk hebben ze ook wel eens gelijk. Voorstellen van de oppositie kunnen meestal niet of nooit op de steun rekenen van de meerderheid. ‘Wat wij niet bedacht hebben, kan niet goed zijn’.

Maar de laatste tijd loopt het de spuigaten uit
In de voorbije weken hebben zich enkele incidenten voorgedaan die wijzen op een ongezonde verhouding meerderheid – oppositie. Janna Opstaele heeft het zelfs over ‘negatieve ingesteldheid van de oppositie’ ‘
Vooreerst was er de tussenkomst van CD&V - schepen Francine Ampe – Duron in een poging om de aankoop van een huis door haar zoon en zijn vriendin ongedaan te maken door het huis onbewoonbaar te laten verklaren. In haar hoedanigheid van schepen, vindt de oppositie maar ‘een persoonlijke aangelegenheid’ volgens de meerderheid. Een schoolvoorbeeld van een ‘doofpotoperatie’! Met de nodige leugens die bij zoiets ‘horen’!
Jullie kunnen er (bijna) alles over te weet komen door mijn artikel ‘Middelkerke: ging een schepen/moeder haar boekje te buiten?’ te lezen in de map ‘Gemeentebestuur’


De oppositie vindt dat ze gemuilkorfd wordt
Tot op de zitting van de raad van 14 april 2016 voorzag het huishoudelijk reglement van de gemeente dat op het einde van een zitting van de gemeenteraad mondelinge vragen mochten gesteld worden door de raadsleden. Dat is ook voorzien in het gemeentedecreet (artikel 32). Het is het moment bij uitstek voor de raadsleden om zich te laten horen.
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de klassieke agendapunten, waarover gestemd wordt, en de vragen ( = interpellaties) en antwoorden waar dat niet het geval is.
Op de zitting van april werd aan de raad voorgesteld om de regeling van het vragenrecht aan te passen. "Dit om de procedures te verduidelijken, de regeling eenvoudiger te maken en in het kader van kwaliteitszorg”.
In wezen komt het erop neer dat er nog twee soorten vragen zijn. Op schriftelijke vragen zonder directe relatie met een raadszitting wordt schriftelijk geantwoord en vragen die behandeld worden tijdens een raadszitting worden vooraf, 48 uur op voorhand, schriftelijk ingediend zodat er voldoende voorbereidingstijd is om de antwoorden correct en volledig te formuleren.
De meerderheid bedoelde daarmee eigenlijk dat ze niet langer verrast wenste te worden bij de onaangekondigde tussenkomsten van de oppositie. Natuurlijk heeft het indienen van een schriftelijke vraag bijlange niet het zelfde effect als een mondelinge, maar anderzijds kan ik er wel inkomen dat de meerderheid verkiest om de antwoorden goed voor te bereiden.
De vraagstellers hebben er ook geen voordeel bij als de burgemeester, de voorzitter of een schepen steeds antwoorden, dat ze het ‘zouden moeten opzoeken’ en dan bij een volgende zitting een antwoord geven.
De oppositie moet wel erg ontgoocheld zijn over deze wijziging aan het huishoudelijk reglement. Daarvan getuigen hun ‘straffe uitspraken’.
Geert Verdonck (Progressief kartel): “Het toont duidelijk hoe bang ze zijn van de oppositie. Niet moeilijk als je merkt hoe pover het schepencollege zijn dossiers voorbereidt. Maar ik zal mij hier niet aan houden. Dit is ronduit het faillissement van de democratie in Middelkerke. We worden doodleuk gemuilkorfd”.
En de raadsleden namen dit dan ook letterlijk, want nadat ze even de zaal verlieten, kwamen ze terug met een pleister op de mond.

1913753-40389489e95f05a4f6a64e43b023b8fa.jpg 1913753-fd525a7e88c53961290c1b35457f542b.jpg

Jean-Marie Dedecker sprak de voorzitter tijdens het verder verloop van de zitting aan als ‘Erdogan’ en dat is toch een autoritair man, een dictator eigenlijk die de pers censureert, die met geweld optreedt tegen betogers, en nog veel andere ‘heldendaden’ op zijn kerfstok heeft.
Zowel Dedecker als Verdonck overdreven natuurlijk fel, want eerst en vooral wordt Landuyt te veel eer aan gedaan als men hem beschouwt als iemand waarmee de democratie staat of valt, terwijl anderzijds natuurlijk heel wat ergere voorbeelden van ondemocratisch handelen kunnen aangehaald worden dan het verbieden van mondelinge vragen op een zitting zelf.

Dulden onze gemeentelijke politici dan misschien inspraak van de bewoners?
Titel I artikel 3 van het gemeentedecreet voorziet dat de gemeente zoveel mogelijk de inwoners bij het beleid moet betrekken.’
Wat betekent ‘inspraak’ eigenlijk? Dat is noch min noch meer de mogelijkheid om je mening te geven over iets waarbij je betrokken bent, wel te verstaan dat er ook eens rekening mee gehouden wordt.

Worden er dan misschien soms inspraakavonden georganiseerd waar de mening van de inwoners gevraagd wordt? Wordt er dan echt geluisterd naar hun wensen? Neen! Michel zei namelijk ooit dat hij daar niet van houdt omdat dit echte ‘praatbarakken’ zijn.
Worden dan misschien referenda georganiseerd? Natuurlijk zijn die nergens bindend maar als de overgrote meerderheid van de bevolking kiest voor een bepaald standpunt, worden ze dan gevolgd? Neen! De tramroute wordt toch verplaatst niettegenstaande Lombardsijde er (destijds) tegen was.
Ik hoor jullie al zeggen dat de bevolking toch geraadpleegd wordt of moet ik ‘geïnformeerd’ schrijven als er wegenwerken in hun straat of omgeving zullen uitgevoerd worden. Dat klopt, maar kan iemand mij een voorbeeld geven van een geval waarin een betrokkene VOORAF zijn mening mocht geven over het algemeen concept.

Je kunt er zelfs niet op rekenen dat je e-mails beantwoord worden. Rechtstreekse vragen aan de gemeentelijke diensten staat de secretaris niet toe. Alles moet langs hem passeren.
Toegegeven, op mijn laatste vragen kreeg ik snel een antwoord.
Is er in de gemeenteraad nog een vragen-halfuurtje voor de inwoners voorzien? Ik zie er nergens geen spoor van!


Bronnen
Artikel in de ‘Krant van West-Vlaanderen’ van Matthias Feyen: ‘Opnieuw animo op gemeenteraad Middelkerke: "Michel Landuyt is precies Erdogan"’
Artikel van Dany Van Loo in ‘Het Nieuwsblad’ “Dit is het einde van de democratie’

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Natuurlijk volg ik mijn artikels op! Zou de gemeente dat ook doen?

Als iets mij onregelmatig of verkeerd lijkt,  of als ik iets zie dat in slechte toestand verkeert, dan schrijf ik daar meestal over … als het belangrijk genoeg is.
Alhoewel ze dat al vaak ontkend hebben, heb ik al meerdere keren kunnen vaststellen dat mijn ‘schrijfsels’ toch gelezen worden door het gemeentebestuur. Ik zeg wel ‘gelezen’, niet ‘goedgekeurd’ en zeker niet ‘in dank aanvaard’. Natuurlijk maak ik mij geen illusies. En het hoeft ook niet!
Betekent dat nu dat mijn opmerkingen in dovemansoren vallen? Zouden zij echt altijd doen alsof hun neus bloedt of wordt er ook al eens positief op gereageerd? Ik weet het niet! Let wel, daarvoor schrijf ik mijn artikels niet, maar als ik iets aanklaag dan doet het niettemin plezier als de gemeente in actie schiet om het euvel te verhelpen, bijvoorbeeld door iets te (laten) herstellen of op te (laten) kuisen, bijvoorbeeld aan het wegdek.

Verbeterde weg

Maar … laat mij niet langer rond de pot draaien. Op 7.3.2016 verscheen op mijn blog in de map ‘Pleinen en straten – staat en netheid’ het artikel ‘Het grootste bouwproject ooit in Westende-dorp’.
Ik schreef toen over de omleidingen die moeten gevolgd worden: ‘de wegen verslijten veel rapper door het drukker verkeer. De boorden van de asfaltwegen breken af en laten scherpe uitsteeksels achter. Als er een tegenligger afkomt moet je, gezien de beperkte breedte van de weg, in de berm gaan rijden. Als je daarna weer op de weg wil komen, krijgen de banden het hard te verduren vanwege die scherpe asfaltpinnen.
Het zou me dus niet verwonderen als de gemeente straks enkele eisen voor schadevergoeding binnenkrijgt. Hieronder zien jullie drie foto’s van de toestand van de Bamburgstraat. Ik had er zo wel 20 kunnen opnemen in mijn artikel.’

1910770-eab677ac400301b4b83d2804f800e7cf.jpg

Welnu, ik weet niet wie het werk precies uitvoerde maar de bermen werden voor een groot deel opgevuld met grind, keien of steenbrokjes.Of mijn artikel enige invloed gehad heeft, dat zullen jullie mij niet horen beweren.
  In elk geval: Proficiat! Ze zien er nu zo uit:

1910770-6f04d9b6dd081fee98f8e20446d21ad3.jpg

Een hele verbetering, toch? Maar er is nog werk, hoor! Ook in de Steenstraat!

Ik feliciteer de verantwoordelijken voor de grote wegenwerken omdat zij die zo draaglijk mogelijk maken. Aan de kruispunten van de Westendelaan met de Heidestraat en de Langestraat is alle verkeer mogelijk (althans op 8 mei 2016 en in één richting, spijtig genoeg elkaar niet aanvullend want beide in dezelfde richting) Volgens de (mobiele) verkeerstekens mag je trouwens de Heidestraat niet inrijden als je van Lombardsijde komt maar wel als je van Middelkerke komt.
Aan de Hofstraat en de Steenstraat kunnen fietsers en voetgangers gebruik maken van een voor hen speciaal aangelegd pad.

Bovendien staan overal borden die de weg naar het dorp aanduiden.

1910770-b8c7e832ffe75267219a8a10eff185b2.jpg


Hondenpoep is geen kattepis

Het is mijn gewoonte als ik een nieuw artikel op mijn blog zet, te verwijzen naar mijn vorige artikels over hetzelfde onderwerp:. Dat doe ik nu ook weer; Hier zijn ze.:

18.8.2014 Zomerse vuiligheid in Westende … en niet alleen hier, zeker?
04-11-2013 Map Milieu ’t Is maar dat jullie weten wat er roert in Middelkerke en Westende
15-04-2013 Deelgemeente Middelkerke gaat in zijn eentje voor de zoveelste keer een verwoede strijd aan tegen hondenpoep
11-04-2010 De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens!
26-09-2007 Hondendrollen en Paardenvijgen

Ik weet het, dat is geen verheven onderwerp, maar het Middelkerks gemeentebestuur blijft maar nieuwe maatregelen uit de hoed toveren omdat sommige hondenbezitters maar geen gehoor willen geven aan de smeekbede van de goedmenende overheid.

En … wat houdt de nieuwe campagne deze keer in?
Onderstaande leuke affiches worden overal verspreid.

1910770-7641773f975696c03676080848afe195.jpg

Er zullen ook mobiele hondenpoepborden ingezet worden.
Burgemeester Janna Opstaele: "Inwoners die hondenpoep in hun buurt willen aanklagen, kunnen dit signaleren via een mailtje naar onthaal@middelkerke.be en het mobiele hondenpoepbord aanvragen. Het bord zal dan veertien dagen aan het gevraagde adres worden geplaatst en bovendien zal de preventiedienst de buurt extra in de gaten houden. We willen hiermee inwoners sensibiliseren dat hondenpoep op straat veel mensen stoort. Trouwens, wie hondenpoep niet opkuist, riskeert een boete tot 350 euro"

Daar zijn ze weer met ‘riskeert’! Ik herhaal mijn vraag uit vroegere artikels: ik zou graag eens weten hoeveel gasboetes al uitgedeeld werden door de gemeente aan hondenliefhebbers zonder poepzakje of aan diegene die zich niets aantrekken van alle inspanningen die door de gemeente op dat gebied geleverd worden. Er moet toch eens een einde komen aan de ‘preventie’!!

Nu we het toch over ‘pis’ hebben. Na één van mijn vorige artikels over hondenpoep, merkte één van de lezers op: “Eén item werd door u niet behandeld. Inderdaad, de hondenplas. Te pas en te onpas zie je honden plassen tegen muurgevels van huizen, appartementen en zelfs op voedingswaren die worden uitgestald door handelszaken, ook is het triestig hoe het werk van gemeente -werklieden niet wordt gewaardeerd, plassen in de mooi aangelegde bloemen en of plantenparkjes. Mijn hond heeft niet de kans te plassen op mijn muurgevel, dus kan het ook niet op de gevel van iemands anders.”.

En dan blijft er natuurlijk de paardenpoep. Ben ik dan de enige die vindt dat die paardendrollen op straat ook niet zo’n mooi zicht opleveren?

1910770-a50d85fd10247daf9a1295fd0f91fa3a.jpg

En tover nu maar een glimlach op jullie gezicht want hier volgt geen ‘vuile’ maar een ‘vieze’ mop: Twee vliegen zitten op een hondendrol. Zegt de ene ‘ik ken een leuke mop’. En de andere: ‘vertel op, als het tenminste geen vieze is, want ik ben aan het eten’.

Bronnen
http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-middelkerke/gemeente-zet-mobiele-hondenpoepborden-in-a2691338/
Artikel van BPM met foto in ‘Het Laatste Nieuws’: ‘Gemeente zet mobiele hondenpoepborden in’

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Westende aan de Belgische kust was ooit een van de meest mondaine badplaatsen van Europa. Nu haalt de elite er zijn neus voor op. Zo niet redacteur Bart van Oosterhout, die er al bijna zijn hele leven komt.

24 april 2016 was dus in België ‘Erfgoeddag’. Ik heb het daar verleden week uitvoerig over gehad.
Ter herinnering: het thema van de dag was ‘Rituelen’. Dat houdt onder andere 'een opeenvolging van handelingen in een bepaalde volgorde en op een welbepaalde plaats’ in.
Nu ontdekte is toch wel op het internet een deel van de jeugdherinneringen aan Westende-bad door Bart van Oosterhout uit Amsterdam, Manager Publishing, Hoofdredacteur ‘Uitkrant’, A-mag, AMS.
Zeker de moeite waard om die souvenirs, met zijn toestemming uiteraard, hier te publiceren. Vele onder ons hebben het ook allemaal meegemaakt ... en uiteraard is de tekst goed geschreven.

Ik wil trouwens ook een paar boeken aanbevelen die gelijkaardige souvenirs behandelen.
‘De villa in de duinen’: een jeugdverhaal van Anneriek van Heugten, Nederlandse schrijfster van jeugdboeken, die ‘Les Zéphyrs’ betrekt in haar verhaal waarin ze het heeft over de rijke familie die de zomers in Westende doorbrengt.
‘'Aan zee. Taferelen uit de kinderjaren’ door Eric de Kuyper. Hij beschrijft hoe een Brusselse familie jaren naeen de zomer doorbrengt in Oostende.

                                                                  *
Het is juni 1967. Ik ben vier jaar en ik zit in mijn favoriete gele trapauto met zijspan, omringd door mijn broer en mijn tweelingzusjes. We rijden een blokje rond de flats aan de grote boulevard van Westende. Het is een van mijn oudste vakantieherinneringen. De vergeelde foto hangt nog steeds bij me thuis. Vorig jaar heb ik mijn vrouw en mijn zoon op dezelfde plek gefotografeerd. Ik hoopte misschien dat ik er een bepaalde betekenis aan kon geven, maar dat kan ik niet. Behalve misschien dat je niet aan je verleden kunt ontsnappen.

1908240-341f857769d29582eda9b99030176159.jpg


Kwallen meppen
'67 was het eerste jaar dat we naar Westende op vakantie gingen. Toen ik de foto's er weer bijhaalde, zag ik dat we het jaar ervoor in Duinbergen waren geweest. Maar toen waren mijn tweelingzussen er nog niet bij, dus dat telt niet. In mijn herinnering was het altijd Westende.
De skelters kon je er overal langs de boulevard huren bij bedrijfjes als Bernadette, Louise of Diane. Voor twintig franc mocht je een half uur wegblijven. Voor meisjes had je ze in de vorm van paardjes of ijscokarretjes. Mijn broer en ik hadden altijd snelle driewielers. De brede boulevard was de ideale racebaan, de madammen achter hun kinderwagens waren de obstakels en de rand van de dijk waar nog geen hek stond, was het grootste gevaar. Je kon er zo met je kar naar beneden kieperen, en dan zat je klem tussen de dijk en de badhuisjes.
Zo'n badhuisje huurden we net als ieder gezin voor de hele zomer. Je kon je er verkleden, maar ze dienden vooral als opslagplaats voor windschermen, vliegers, ballen, emmers en tennisblokken. Tennisblokken waren zware houten blokken met een lang elastiek waar een tennisbal aan zat. Zo kon je in je eentje tennissen op het harde gedeelte van het strand.
Soms lag het strand met eb vol met doorschijnende kwallen, die gemeen staken als je er op trapte. Na verloop van tijd droogden ze uit, maar voor het zover was, gingen wij ermee tennissen. Dan was je racket een fritessnijder: na een paar keer heen en weer slaan veranderde de kwal in vierkante blokjes.

1908240-2e84d9fe64976ae353b87d4a9d1de888.jpg

Soepwagen
Op sommige dagen was ik de hele dag in de weer met mijn garnalenschepnet, een lange stok met aan het eind een dwarslat waar een netje achter hing. Je moest hem geduldig voor je uitduwen en na verloop van tijd had je dan een handvol halfdoorzichtige grijze garnalen in je net. Vooral in de buurt van de 'pieren', de golfbrekers van dikke blokken basalt, zaten er veel. Als je geluk had zat er ook een zeester bij. Ik stopte de garnalen in een emmertje en 's avonds kookte mijn moeder ze tot ze roze en eetbaar waren.
We aten warm tussen de middag.
Om twaalf uur reed de 'soepwagen' klingelend met zijn bel door de straat, en togen de moeders met grote pannen naar beneden. Je had kervelsoep, tomatensoep en dagsoep. We aten de soep met grijs brood, zo heet bruinbrood hier, dat we besmeerden met gezouten hoeveboter. De soepwagen rijdt er nog steeds.
Alle vaders bouwen zandkastelen voor hun kinderen. De onze bouwde sphinxen. Hij maakte eerst met zijn schop een ovaal in het zand, waar de gracht kwam. Wij schepten het zand in het midden en hij boetseerde daar een sfinx van. 'Finks', zeiden wij. Wat een sfinx was, wisten we niet, maar dat deerde niet, want we hadden het grootste bouwwerk van het strand. Je moest ze 's ochtends bij eb bouwen. Als de vloed kwam opzetten, liep de gracht vol en zaten we op een sfinxeiland. 'Dit jaar bouwde ik zes sphinxen!' schreef mijn vader in het album van 1967.

1908240-1e7069555c939c176ab36b08e028bd8b.jpg

Hippodroom
In mijn familiegeschiedenis speelt Westende een belangrijke rol. Mijn Belgische opa en oma van moederszijde kwamen er al, zegt mijn vader. Dat was vóór de oorlog, toen het nog een mondaine badplaats was. In het midden lag de chique tennisclub, kortweg 'Le Tennis'. Op de foto's uit die tijd die mijn vader nog bewaart, zie je dames in lange witte rokken en mannen in lange broek, met strohoeden tegen de zon. Het Westende Palace hotel stond er nog in volle glorie bij. Er werkten toen nog piccolo's en eindeloos veel kamermeiden. Op een foto uit 1937 is te zien dat er voor het hotel zelfs dancings in de openlucht werden gehouden.
Het hotel was in 1924 compleet herbouwd nadat het oorspronkelijke Westend'Hôtel uit 1898 volkomen in puin was geschoten in la Grande Guerre. Want dáárvoor al was Westende een vakantieoord. De Brusselse industrieel Edouard Otelet had er een dijk laten aanleggen en statige villa's met trapgevels in Brugse stijl. In de kelders huisden de dienstboden die met de familie meereisden vanuit Brussel, Gent of Brugge. Er was een verwarmd zwembad, 'Le Lac aux Dames', vlakbij het strand en zoals in alle grote badplaatsen in die tijd was er een Kursaal waarin een balzaal, een theater en een casino huisden.
De Kursaal van Westende is allang verdwenen. Maar Middelkerke en Oostende hebben er nog steeds een. Onze ouders namen ons soms mee naar een Duitse avond met operette en komische sketches. Nog later gingen we wel eens met het hele gezin spelen in het casino. Met honderd franc moesten we de hele avond doen. Dat lukte makkelijk. Een keer won ik vijfhonderd franc. Ik zette het geld in bij de 'bookies' op het 'hippodroom', de paardenrenbaan van Oostende waar vader ons 's zondags mee naartoe nam. Je moest door een tunnel onder de koninklijke loge door naar de overkant, waar de staanplaatsen voor het gewone volk waren. De bookmakers waren oude mannen met petten en sigaren in hun mond, die geheimzinnige tekens kregen vanaf de chique tribune aan de overkant. Daar zaten de heren in linnen pak en dames met hoeden in Ascot-stijl.


Plage tatouage
1937 was meteen het laatste jaar voor het mondaine Westende. Er kwamen bunkers en luchtafweergeschut in de duinen, waarmee steeds vaker geoefend werd. De rijke gasten verhuisden naar plaatsen als Knokke en Blankenberge en 't Zoute ('t zoete zeggen ze hier). Daar komen de rijke gasten nog steeds. Mijn oudere broer is net als mijn vader gehuwd met een Belgische van goede komaf. Zij bewonen er in de vakantie het appartement van haar ouders. Daar hebben de jonge gezinnen nog altijd hun eigen badhuisje en gaan de kinderen gekleed in Le Petit Bateau. Daar nemen ze kreeft met vin blanc tussen de middag in plaats van dikke frieten met bier, zoals bij ons in Westende. Westende is van het volk. Plage tatouage, zeggen ze in Knokke. De madammen met hun schoothondjes zijn er dikker en lelijker dan elders. Je ziet er echtparen in unisex joggingpakken met paarse en roze motieven. De mensen praten plat West-Vlaams. Ze slikken er al hun medeklinkers in. 'Da hao nie haon' (dat gaat niet gaan) zeggen ze als iets niet kan. En de pastoor in de kerk zegt 'de geilige geer' in plaats van de heilige Heer. En als mijn zus en ik voor de gezelligheid meegaan naar de kerk, stoten we elkaar nog steeds aan als hij het gaat zeggen.

1908240-7327286eeaf118b141cff821d4899da6.jpg

Lelijkste kust ter wereld
Twee jaar na onze eerste vakantie in Westende kochten mijn ouders er een appartement aan de oostzijde van het tennispark. Ik weet nog dat we het gingen bezichtigen toen het in aanbouw was. Ik speelde in de kelder met mijn broer en zus, waar later de keuken van restaurant Nelson zou komen. Ik keek door het kelderluik naar boven, precies onder de rok van mijn Antwerpse tante Jet, die daar juist met mijn moeder, haar zuster dus, stond te praten. Blijkbaar was dat heel erg, want mijn tante was in alle staten. Zij en haar man Jef kochten er later ook een appartement aan het tennispark, net als de oudste zus van mijn moeder, tante Ria. Nu komen hun kleinkinderen er.
Het Westende Palace Hotel aan de overzijde stond er eind jaren zestig nog, maar was al ernstig in verval. Een tweede restauratie in 1950 had niet mogen baten, de internationale beau monde keerde er niet meer terug. Toen wij er tegenover kwamen te wonen, was het al niet meer in gebruik en eind 1972 werd het afgebroken. Er zou een grandioos nieuw gebouw verrijzen dat de naam Westende Palace waardig zou zijn, volgens de folder. Mijn vader besloot meteen dat we daarheen moesten verhuizen. Hij kocht de nieuwe flat met ondergrondse garage op papier. Het werd een ruim appartement met drie slaapkamers 'op 't vierde verdiep'.

1908240-11ebd0f958ceffd57b8c808bc9ac28bf.jpg

Glazen gevels
In die jaren werden de meeste oude villa's langs boulevard en tennispark afgebroken en vervangen door lelijke flats met glazen gevels. Geen een is er gelijk, een welstandscommissie schijnen ze in België niet te kennen. Later kwamen er de lawaaiige speelhallen bij en werd Le Tennis grotendeels vervangen door een speelplein voor de kinderen, met draaimolens en een skelterbaan. Zo veranderde de Belgische kust in een Atlantikwal van het nieuwe toerisme en werd ze de lelijkste ter wereld.
Wij brachten het jaar erop de zomervakantie voor het eerst door in Spanje, maar we bleven jaarlijks naar 'de flat' terugkeren. Mijn zusters werkten er 's zomers als serveerster op een van de vele terrassen, om wat bij te verdienen. En met Pasen komen we er nog altijd met de hele familie bij elkaar. Dan gaan we naar de mis in het kleine kerkje in Middelkerke, waar de paashaas na afloop vanuit de kerktoren chocolade eieren over de hoofden uitstrooit die we opvangen in paraplu's. Maar ik ben er ook graag in de winter, als alle winkels dichtgetimmerd zijn omdat er toch geen toeristen zijn en de middenstanders 's winters in de visserij werken.
Alles komt terug. Onze kinderen zijn de vierde generatie in mijn familie die hier schelpjes zoekt en verloren loopt tussen de families achter hun blauw-witgestreepte windschermen die allemaal op elkaar lijken. Overdag bouwen we een sfinx. Om een uur of vier zetten we ons aan het kriekenbier of een Grimbergen in de zon aan het terras van Bar du Soleil, dat hier al onafgebroken zit van voor de oorlog. En om zeven uur schuiven we aan in restaurant Nelson voor mosselen of tong. Westende mag dan de lelijkste kust ter wereld zijn, het is wel onze kust

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Erfgoed is mij zeer dierbaar…

De jaarlijkse Erfgoeddag en Open Monumentendag zijn twee evenementen die vet in mijn agenda ingeschreven staan. Ik schenk er ook telkens heel wat aandacht aan in mijn blog en zelden werd ik ontgoocheld door wat er op die dagen aan de deelnemers of bezoekers aangeboden werd. Jullie vinden voor de voorbije jaren het relaas in de map ‘Erfgoed’.

Welk verschil is er tussen ‘Erfgoeddag’ en ‘Open Monumentendag’?
Nogal wat mensen verwarren wel eens ‘Erfgoeddag’ met ‘Open Monumentendag’.
Daarom eerst nog even het onderscheid tussen beide.
OPEN MONUMENTENDAG is de feestdag van het onroerend erfgoed: archeologie, gebouwen, monumenten en landschappen en valt steeds in september.
Men noemt het ook materieel erfgoed. We onderscheiden daarin roerend en onroerend erfgoed. Deze laatste categorie bestaat uit tastbaar maar niet verplaatsbaar erfgoed, zoals archeologische sites, landschappen en monumenten. Ook varend erfgoed is onroerend. Objecten die tastbaar en verplaatsbaar zijn, zoals archiefstukken, museale objecten of historische voorwerpen, noemen we roerend erfgoed.

ERFGOEDDAG is in Vlaanderen de feestdag van het cultureel erfgoed. Dat is een verzamelbegrip voor alles wat we van vorige generaties overerven en wat we het bewaren waard vinden. We nemen het over, dragen er zorg voor en zullen het weer doorgeven, omdat wij er als gemeenschap of persoon belang aan hechten. Erfgoed vertelt ons iets over de huidige maatschappij en over onszelf. Het geeft onze identiteit mee vorm.voorwerpen, foto’s, oude postkaarten, documenten, feesten, tradities, een theaterkostuum, het recept van oma’s befaamde hutsepot, een processie, de lokale reus, stoere zeemansliederen…
Men noemt het ook ‘immaterieel erfgoed’. Cultureel erfgoed omvat echter ook het materieel roerend erfgoed.
Erfgoeddag valt steeds op een zondag einde april (16de editie op 24 april 2016).

1906018-d9580b33c139a8521cac9e64ff9253a3.jpg

Waarom twee erfgoedfeestdagen, vraagt iedereen zich af.
Om die vraag te beantwoorden moet ik verwijzen naar de manier waarop onze samenleving georganiseerd is. We onderscheiden daarin het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap.
In het algemeen kan je zeggen dat de Gemeenschappen vooral bevoegdheden hebben die samenhangen met personen (onderwijs, cultuur, welzijn, jeugd, sport,...) terwijl de Gewesten vooral bevoegdheden hebben die samenhangen met een territorium (ruimtelijke ordening, openbare werken, openbaar vervoer,...).
De Vlaamse Regering beheert zowel de bevoegdheden van het Gewest als van de Gemeenschap. De bevoegdheden over het Erfgoed hoeven dus eigenlijk niet meer gescheiden te zijn, maar de scheiding heeft  volgens sommige het voordeel dat het erfgoed twee zondagen in de belangstelling staat.
Anderzijds pleit Middelkerke er al jaren voor om afwisselend een ‘Open Monumentendag’ en een ‘Erfgoeddag’ te organiseren. Men vindt dat het voor eerder kleine gemeenten niet altijd evident is om tijdens hetzelfde kalenderjaar een programma te maken over beide onderwerpen.
Erfgoeddag is een organisatie van FARO, het Vlaams Steunpunt voor Cultureel erfgoed. Dat heeft als opdracht het aansturen van de publieke beeldvorming over cultureel erfgoed. Elk jaar tekenen honderden musea, archieven, erfgoedbibliotheken, heemkundige kringen en talloze andere erfgoedorganisaties en –instellingen present.


Voor het eerst onder de koepel van de vzw Kusterfgoed
Kusterfgoed is een jonge erfgoedcel, opgericht in 2015 om het culturele erfgoed van de kustregio veilig te stellen voor toekomstige generaties.
Dit is het eerste jaar dat er een intergemeentelijk samenwerkingsverband bestaat voor het erfgoed van onze kust. De vzw Kusterfgoed wordt gevormd door Oostende, Middelkerke, Blankenberge en De Haan. Kan men dan echt spreken over ‘Kust’? Neen, natuurlijk niet, want slechts 4 badplaatsen maken er deel van uit!
Sommige spreken van ‘Middenkust’. Dat is het deel van onze kust tussen de badsteden Middelkerke en Wenduine. Dus eigenlijk hoort Blankenberge daar niet bij. Bredene wenst er geen deel van uit te maken! Het schepencollege vindt dat ze te weinig zekerheid hebben over de uitvoering en over de deelnameprijs. Bovendien is er in Bredene maar een beperkt aanbod aan erfgoed en daarom vindt men dat dit al voldoende aan bod komt met een eigen erfgoedwandeling.

Ik heb op 14 april 2016 aan het bestuur van de erfgoedcel de vraag gesteld waarom De Panne, Koksijde, Nieuwpoort, Zeebrugge en Knokke-Heist niet deelnemen.
Omdat ik geen antwoord kreeg op mijn vraag, wat ik wel enigszins begrijp omdat het misschien vertrouwelijk is, heb ik dan maar de vraag gesteld aan de lokale cultuurdiensten.
De gemeente Knokke-Heist is nooit uitgenodigd geweest om deel uit te maken van de erfgoedcel Kusterfgoed. Er is nu wel contact tussen de cel en de gemeente. De voor- en nadelen zullen na één jaar werking bekeken worden en daarna kan een eventueel lidmaatschap besproken worden.
De gemeente De Panne legt uit dat de werking van een erfgoedcel pas mogelijk is na het indienen bij de minister van cultuur van een aanvraag tot het afsluiten van een erfgoedconvenant samen met een beleidsplan. De initiatiefnemers van de erfgoedcel kust hebben geen contact gehad met De Panne, maar dit is niet echt abnormaal, omdat ‘Achthoek’ (samensmelting van de intergemeentelijke culturele projectverenigingen ‘5-art’ (Alveringem, De Panne, Koksijde, Nieuwpoort en Veurne) en ‘Hout- en Blooteland’ (Diksmuide, Houthulst en Lo-Reninge) van de gemeenten/steden zelf van plan waren een erfgoedconvenant aan te vragen voor hun regio. Gezien de besparingen kunnen momenteel evenwel geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend.
Koksijde beweert sinds ettelijke jaren inspanningen te doen om een goed onderbouwd erfgoedbeleid te voeren, zowel met betrekking tot onroerend als roerend erfgoed. Verleden jaar heeft dat geleid tot de erkenning als 'onroerenderfgoedgemeente. Het bestuur acht het daarom niet nodig om deel uit te maken van een overkoepelende intergemeentelijke organisatie.
Koksijde maakt wel deel uit van Achthoek, een intergemeentelijk cultureel samenwerkingsverband  http://www.5-art.be/over-achthoek.

De gemeente Nieuwpoort bevestigt grotendeels die uitleg van De Panne maar voegt eraan toe dat het intergemeentelijk samenwerkingsverband 5-art/Achthoek een aanvraag ingediend heeft bij de Vlaamse Overheid maar dat dit werd afgekeurd. Ondertussen zijn hiervoor geen subsidies meer voorzien waardoor een nieuwe poging tevergeefs zou zijn.

Mogen we daaruit nu besluiten dat er toch wat hapert aan de samenwerking tussen de verschillende kustgemeenten op het gebied van cultuur/erfgoed?
Betekent dit nu dat de andere kustplaatsen van de Westkust (Nieuwpoort, Koksijde en De Panne) en van de Oostkust (Zeebrugge en Knokke-Heist) niet deelnemen aan Erfgoeddag 2016? Helemaal niet! Ze hebben allemaal een min- of meer uitgebreid programma voorzien.


De financies van de erfgoedcel
De vzw Kusterfgoed krijgt vijf jaar lang jaarlijks 246.946 euro van de Vlaamse overheid in het kader van een erfgoedconvenant. De centen dienen voor de oprichting van een kusterfgoedcel, die vooral werkt rond het unieke roerend en immaterieel erfgoed aan onze kust.
Daarnaast draagt elke gemeente jaarlijks 0,30 euro per eigen inwoner bij. Dat betekent voor Middelkerke een jaarlijkse bijdrage van 19.300 x 0,3 = 5.790 euro. Samen tellen de vier gemeenten iets meer dan 120.000 inwoners wat neerkomt op een jaarlijkse totale bijdrage van 36.508 euro. Alles samen een fors bedrag waar er heel wat mee kan gebeuren.
Is die vzw wel nodig?
Er zijn in onze kustgemeenten veel verenigingen, instellingen en personen die zich als vrijwilliger of beroepsmatig inzetten als lokale erfgoedspelers. Sommige spelers beheren een eigen collectie, andere concentreren hun werking rond een bepaald thema of een erfgoedaspect.
Men kan zich dus afvragen waarom die absoluut moeten afhangen van een vzw Kusterfgoed.
De organisatie geeft daarvoor volgende argumenten
1. Naast het lokale erfgoedveld zijn er ook heel wat bovenlokale spelers met een bepaalde expertise of interessante websites waar je als erfgoedvereniging of -organisatie bij terecht kunt voor advies over diverse thema’s zoals archiefwerking, behoud en beheer, digitalisering, educatie, ontsluiting en communicatie.
2. De erfgoedcel zelf is een rots in de branding waar verenigingen, instellingen en individuele personen terechtkunnen voor ondersteuning op inhoudelijk, financieel en logistiek vlak.
3. De erfgoedcel is een podium: vernieuwende projecten (voorbeeld graag?) plaatsen het lokale culturele erfgoed in de kijker en geven iedereen de kans om het erfgoed te ontdekken en door te geven.
4. Er werd een erfgoedconvenant afgesloten met de Vlaamse Gemeenschap om het lokale erfgoed zichtbaarder te maken en een erfgoedbeleid te ontwikkelen op maat van de kustregio.
Wat dat laatste juist betekent, dat weet ik niet.

Het jaarlijks thema
Elk jaar wordt een thema vooropgesteld. Dat betekent niet dat de verschillende organisatoren zich daar strikt moeten aan houden.
In één van mijn vorige artikels over dit onderwerp, namelijk ‘Erfgoeddag 2012: Middelkerke doet wel mee deze keer … en hoe!!’ heb ik eens teruggezocht welke thema’s sinds 2002 aan bod kwamen.
In 2016 werd gekozen voor ‘Rituelen’ met volgende verklaring vanwege de organisatoren: “Een ritueel is een opeenvolging van handelingen in een bepaalde volgorde en op een welbepaalde plaats. Een ritueel is het product van een cultuur. Veel rituelen zijn tot stand gekomen in religieuze gemeenschappen. Ongeacht de specifieke verscheidenheid van sociale rituelen en hun diversiteit in tijd en ruimte, lijkt het bestaan van dergelijke praktijken universeel te zijn. Rituelen worden gekenmerkt door de nadruk op de vorm (de exacte uitvoering van een handeling is belangrijk), herhaling (het is pas een ritueel als het meermaals wordt opgevoerd) en symbolisme (rituele handelingen hebben symbolische betekenis).”

Wat bood de vzw kusterfgoed allemaal aan op Erfgoeddag?
Een uitgebreid gamma aan middelen werd ingezet om de Vlaming ertoe aan te zetten aan de geplande activiteiten deel te nemen: filmpjes, brochures, sociale media, …

1906018-ab8b824ffe44d0c009bf22f83178ca6f.jpg

Op https://www.youtube.com/watch?v=xrHMQqRdi3s&feature=youtu.be kan je ook een filmpje bewonderen.

Wie naar de kust kwam, kon in elke badplaats een aanbod naar zijn gading vinden.
Werd het lokale erfgoed daardoor zichtbaarder? Wordt er echt een beleid op maat van de ganse regio ontwikkeld? Of gaat men ervan uit dat het volstaat de verschillende websites van de kustgemeenten te raadplegen?
Men kon alvast het volledige programma van Erfgoeddag eenvoudig doorzoeken via de website http://erfgoeddag.be/programma . Via de kaart kon je snel zien wat er bij jou in de buurt te beleven viel. Of je kon het programma doorzoeken aan de hand van een zoekterm. Dit kon de naam van een gemeente zijn of de naam van de organistie, instelling of vereniging. De geselecteerde Erfgoeddagactiviteiten kon je dan bundelen in je persoonlijke Erfgoeddagbrochure.
Men kon ook rechtstreeks naar de website http://www.erfgoeddag.be/sites/default/files/bijlagen/Kusterfgoed.pdf surfen waar in 20 onderdelen de bezienswaardigheden van de vier deelnemende gemeente vermeld worden. Dezelfde informatie kon je ook vinden in een handig programmaboekje met identiek dezelfde tekst.
Men kan zich de vraag stellen of een kusttoerist die bijvoorbeeld vanaf 10 uur de activiteiten in Oostende bezoekt, zich daarna nog naar Middelkerke zal begeven waar hij/zij nog de tijd heeft om tot 18 uur hetzelfde te doen.
Of zal de toerist één gemeente uitkiezen en dan nakijken op de website wat er allemaal aangeboden wordt?
http://www.oostende.be/thema.aspx?id=5369
http://www.krantvanblankenberge.be/nieuws2016/krantvanblankenberge_01404.html
http://www.visitdehaan.be/nl/doen/evenementen/erfgoeddag/2568/

En Middelkerke?
Hoewel ze vermeld staan op de website van de vzw Kusterfgoed, wil ik toch nog even de in onze gemeente aangeboden bezienswaardigheden aanhalen.
Om 11 uur was er een wandeling met gids aan het Arthur Degreefplein. Ik reserveerde daarvoor bij Littoralis, een organisatie die wandelingen organiseert.
Spijtig genoeg was de opkomst met elf deelnemers eerder mager te noemen. Maar ja, wie geïnteresseerd was moest echt opbotsen tegen een hevige ijzige wind en regen, ja zelfs een hagelbui, trotseren.
De voortreffelijke vrouwelijke gids leidde ons langs villa Cogels, de mess officieren, het oude postgebouw, het gemeentepark met zijn twee ingangszuilen, garage Omnia, het beeld 'Tegen de wind in' van Liliane Vertessen, het casino, de Duinenweg, de vlakte van de vroegere tennis en tenslotte naar de kapel Sint-Theresia. Het is niet altijd gemakkelijk 'rituelen' en 'onroerend erfgoed' te scheiden omdat heel wat gebouwen een belangrijke rol speelden in die rituelen.

Het museum ‘Kusthistories’ was geopend van 0900 – 12u30 en van 13u15 – 17u.
Ziehier hoe de uitnodiging van de organisatie letterlijk luidde:
“Heb je al gehoord van het koffieritueel? Ken je het verhaal van de lokale reus? Wil je meer weten over het bijgeloof van de vissers? Kom naar Kusthistories en ontdek de favoriete rituelen. Je vindt er een interactief touchscreen met korte filmpjes waarin verschillende erfgoedspelers je op hun manier een lokaal ritueel vertellen.”

Wie dat museum nog niet kende, zoals ikzelf, zal in een statig gebouw zeker onder de indruk komen van de prachtige inrichting. Misschien iets te weinig lokale geschiedenis, maar veel foto's en teksten zijn natuurlijk representatief voor alle kustplaatsen. 
Om 15 uur hield Erik de Kuyper, auteur van ‘Aan zee. Taferelen uit de kinderjaren’, er een lezing over een Brusselse familie die de zomer in Oostende doorbracht.
Ik maakte van de gelegenheid gebruik om zowel het museum te bezoeken als de spreker te beluisteren.

Besluit
Er kan onmogelijk beweerd worden dat de promotie van Erfgoeddag ondermaats gebleven is. Misschien is de propaganda zo uitgebreid en de hoeveelheid activiteiten zo talrijk dat je er wel eens het overzicht zou kunnen over verliezen.

Dat geldt echter niet voor Middelkerke op zich, maar voor het ganse programma.
Als je dan ook weet dat van 22 april tot 8 mei ook nog de ‘Week van de Zee’ gehouden wordt, dan wordt dat misschien allemaal wat van het goede te veel.

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Waar naartoe als je oud EN hulpbehoevend bent?

We worden allemaal ouder en spijtig genoeg in veel gevallen ook hulpbehoevend. Er wordt naar gestreefd om de bejaarden zolang mogelijk in hun vertrouwde omgeving te laten. Zolang de betrokkenen nog alleen kunnen of mogen blijven, kan men een beroep doen op thuiszorg. Gaat dat niet meer, dan moet uitgekeken worden naar één van de dure en bovendien zeldzame beschikbare plaatsen in een rust- en verzorgingscentrum. Laat ons eens nagaan hoe een ouder mens ertoe kan komen om in zijn laatste levensjaren toch nog te genieten van de nodige verzorging en hoe zijn of haar sociaal leven toch nog enigszins in een aangepaste redelijke plooi kan vallen.
Omdat ik in het voorbije jaar zelf daarmee geconfronteerd werd, wil ik jullie op de hoogte brengen van mijn ervaringen. Ik heb mij namelijk ontfermd over een bejaard familielid en ik heb kunnen ondervinden dat daar heel wat bij komt kijken. Misschien komt mijn verhaal voor jullie zelf, een ouder, broer of zuster nog van pas.

Zo begint het ….
Misschien hebben jullie ook wel een bejaard familielid dat al jaren in een eigen huis woont met alle nodige voorzieningen, weliswaar lijdend aan kleine of grotere ouderdomskwalen, genietend van een pensioen. Misschien is dat laatste wel (te) klein, maar de behoeften van een bejaarde nemen elk jaar af. Als er geen huishuur te betalen valt en er wat spaarcenten zijn, dan zou men kunnen stellen dat er geen financieel vuiltje aan de lucht is. Maar niet iedereen is zo gelukkig...
En dan komt een dag dat je op de hoogte gesteld wordt dat de bejaarde in huis gevallen is en naar de kliniek afgevoerd werd. Daar blijkt dan dat er eigenlijk sprake is van ondervoeding omdat alle levenslust en ook eetlust verdwenen was. Alle vriendinnen waarmee ze al eens een uitstap deed of waarmee ze wekelijks samenkwam, zijn gestorven en het hoeft dus voor haar ook niet meer!!!
Ze wil sterven! Moet men de zieke, waarvan men houdt, oppeppen of gewoon laten gaan?
Ik heb voor het eerste gekozen.

Wat doen als zij/hij weer naar huis mag?
Als leek in zo’n situatie kan je in eerste instantie een beroep doen op de sociale dienst van de kliniek en van het ziekenfonds. Kan de patiënt nog steeds alleen thuisblijven?
Als iemand om fysische, psychische of sociale redenen niet meer in staat is om normale dagelijkse activiteiten uit te voeren, maar met de nodige hulp toch nog goed bevonden wordt om alleen thuis te blijven, dan kan een beroep gedaan worden op de thuiszorg.
Het ziekenfonds werkt hiervoor samen met professionele thuiszorgdiensten. De bejaarde kan genieten van de derdebetalersregeling voor de terugbetaling. Zo gebeurt de afrekening rechtstreeks met het ziekenfonds zodat de bejaarde niets hoeft voor te schieten.

Hiervoor is echter de tussenkomst van een dokter nodig die moet oordelen of de zelfredzaamheid of het vermogen van de patiënt om voor zichzelf te zorgen voldoende laag is om die hulp te rechtvaardigen. Op https://www.cm.be/diensten-en-voordelen/handicap/inkomen/integratietegemoetkoming/zelfredzaamheidsgraad.jsp kunnen jullie de beoordeelde punten en de berekening vinden.
Trappen opgaan lijkt niet meer mogelijk of aangewezen en daarom kan de uitleendienst van het ziekenfonds (tegen betaling uiteraard) een hospitaalbed plaatsen op het gelijkvloers van de woning. Ook een mobiel toilet lijkt aangewezen (aan te kopen!) als het huistoilet meer dan enkele stappen verwijderd is.
Iemand kan eveneens langskomen om advies te geven over de schikking van de woning, om de veiligheid en het comfort te verbeteren.
De taken van het verzorgend personeel, in blokken van 4 uur/week, bestaan uit de persoonsverzorging (wassen, aankleden, eten en drinken, …) en huishoudelijke hulp (schoonmaak en karweihulp o.a. boodschappen doen, wassen, strijken, gezelschap houden, hulp bij verplaatsingen, verstelwerk, …)
Een verpleegster komt één of twee maal per dag langs en regelt de inname van de voorgeschreven medicatie.
Warme maaltijden worden thuisgebracht door het OCMW of door een zelfstandige traiteur. Je moet rekenen op ongeveer 7 euro voor een maaltijd.
Voor het geval dat de bejaarde plots iets overkomt, installeert het ziekenfonds een draadloos alarmsysteem met een drukknop die de bejaarde goed bereikbaar op de borst draagt en waarmee een centrale kan bereikt worden, die één van drie opgegeven contactpersonen oproept.

Tijd om te denken aan een woon- en zorgcentrum (WZC)
Ondanks de voortreffelijke hulp van het thuiszorgpersoneel, wordt de bejaarde toch geconfronteerd met eenzaamheid en ogenblikken waarop ze op zichzelf aangewezen is. Gezien haar hoge leeftijd, de verminderende mobiliteit, de aankomende alzheimer of dementie en de eventuele incontinentie, is het moment gekomen om te denken aan de opname in een woon- en zorgcentrum. Is er wel ergens plaats? Wil de betrokkene dat wel? Zal het verlaten, na zoveel jaren, van de eigen woning met eigen meubels en al die herinneringen om haar intrek te nemen in het onbekende rusthuis, niet te zwaar vallen en haar depressie niet verergeren? Daar komt dus wel wat overtuigingskracht bij te pas. Er bestaan gelukkig twee mogelijkheden voor kennismaking voorafgaand aan de definitieve opname: het dagverblijf en het kortverblijf.
Het centrum voor dagverzorging heeft tot doel de thuissituatie van een zorgbehoevende te ondersteunen door overdag de zorg over te nemen. Dat biedt de mogelijkheid om langer thuis te blijven wonen. Het richt zich vooral tot mensen die te kampen hebben met fysieke, psychische of sociale problemen.
Het centrum voor kortverblijf biedt een tijdelijke oplossing voor de gebruiker en/of familie voor vakantieverblijf, weekendopvang, nachtopvang, tijdelijke ontlasting van de familie en opvang en/of revalidatie na ziekenhuisopname.

Welk rust- en verzorgingscentrum kiezen?
Heel wat factoren kunnen de keuze van een rusthuis bepalen
- alleen voor eigen inwoners of voor iedereen (eventueel mits meerprijs)?
- beschikbare kamers?
- al dan niet in de eigen woonplaats: misschien verblijven er meer bekende?
- OCMW of privaat?
- katholiek of niet?
- prijs van de kamer?
- ligging voor wie nog goed uit de voeten kan?
Het is niet mogelijk de rusthuizen uit onze streek op elk gebied en onder tabelvorm met elkaar te vergelijken. Daarom beperk ik mij tot het verwijzen naar hun websites die alle informatie weergeven.

Middelkerke
'De Ril'     http://www.ocmwmiddelkerke.be/deril.Asp        OCMW
'Haerlebout'      http://www.vzwmsi.be/Haerlebout/Woonzorgcentrum.html
'Tara'      https://www.woonzorgweb.be/rusthuizen/west-vlaanderen/wilskerke/tara
'Westduin'       http://www.armonea.be/nl/voorzieningen/westduin

Nieuwpoort
'De Zathe'      http://www.nieuwpoort.be/nieuwpoort/view/nl/nieuwpoort/ocmw/wzc_de_zathe
                                                                                                                                OCMW
'Ten Anker'     http://www.tenanker.be

Oostende
'Godtschalck'       http://www.woonenzorgcentrum.com
'Sint-Jozef'       http://www.vzwmsi.be/StJozef/StJozef.html
'De Boarebreker'       http://www.oostende.be/product.aspx?id=10778
'De Duinpieper'        http://www.duinpieper.be/index.htm
'Sint Elisabeth'        http://www.sint-elisabeth-oostende.gvo.be/
'Sint-Monica'        http://www.st-monica-oostende.be/documents/home.xml?lang=nl
'Het Verhaal'    https://www.woonzorgweb.be/rusthuizen/west-vlaanderen/oostende/het-verhaal
'A. Lacourt'       http://www.oostende.be/product.aspx?id=10968
'Home Les Etoiles’       http://www.lesetoileswzc.be/
'Ons Geluk' *      http://www.wzconsgeluk.be/
'James Ensor'         http://orpea.be/NL/residentie/james-ensor.html
'Solidariteit voor het Gezin'          http://www.solidariteit.be/Woonzorg_Zorghotel.aspx

• Raversijde

Serviceflats
Aan de meeste woon- en verzorgingscentra zijn ook serviceflats verbonden. Dit zijn enerzijds woningen die aangekocht kunnen worden door begoede bejaarden maar op veel plaatsen kunnen die ook gehuurd worden. De bejaarde heeft of behoudt er zijn/haar eigen plek met alle comfort maar kan er volop genieten van een waaier aan activiteiten en diensten, van het naastgelegen dienstencentrum.

Hoeveel kost het verblijf in een woon- en zorgcentrum?
We mogen aannemen dat een éénpersoonkamer in een WZC per dag tussen 50 en 57 euro kost met een klassieke  (private) uitzondering van 69 euro. Enkele tehuizen laten ook niet-inwoners van de gemeente toe en rekenen daarvoor 3 à 4 euro meer.
Laat ons voor de rest van het artikel een maandbedrag van 1600 euro hanteren.
Daarin zijn volgende kosten inbegrepen, een kleine (zeldzame) afwijking van één of ander tehuis daargelaten: incontinentiemateriaal, verzorgingsmateriaal, bedlinnen + was, alle verzorging, maaltijden en de daarbij behorende drank, onderhoud van de kamer, animatieactiviteiten, tv- en radiodistributie, elektriciteit, water en verwarming, internetaansluiting

Komt er nog bij: medicatie, dokter, kinesist, persoonlijke was, persoonlijke telefoonkosten, kapper/kapster, vervoer naar hospitaal, uitstappen. Je moet daarvoor toch allicht op 200 à 300 euro per maand rekenen. Bijna al deze bijkomende kosten moesten weliswaar ook gedragen worden toen de bejaarde nog in haar/zijn huis verbleef. Daarbij staan er enkele niet-verplichte uitgaven terwijl de dokterskosten gedeeltelijk terugbetaald worden door de ziekenkas.

Ook in de basisprijs van 1600 euro zijn een aantal kosten begrepen die thuis eveneens moesten betaald worden: elektriciteit, internetverbinding, gas, water, maaltijden, (eventueel warme thuisgebrachte), dranken, telefoon.
Ook enkele belastingsbedragen vallen weg, zoals provinciebelasting, polderbelasting, milieubelasting, zakken voor restafval, onroerende voorheffing, …

En dat allemaal met dat pensioen(tje)?
De bedragen van ontvangen pensioenen zijn natuurlijk zeer uiteenlopend. Laten we even uitgaan van een bedrag van 1.200 euro. Daarmee kunnen de hierboven aangehaalde kosten voor verblijf in het rusthuis dus niet betaald worden.
Gelukkig zijn er een aantal premies en tegemoetkomingen.
Vooreerst is er de zorgverzekering. Dat is een initiatief van de Vlaamse overheid dat zwaar zorgbehoevende personen die thuis verzorgd worden en rusthuisbewoners financieel steunt. Zij krijgen maandelijks een vast bedrag als tegemoetkoming in de niet-medische kosten (gezinszorg, poetshulp, aankoop hulpmiddelen, mantelzorg, verblijfskosten in rusthuis of instelling, …).
De financiering van de zorgverzekering is gebaseerd op het principe van solidariteit. Alle inwoners van Vlaanderen ouder dan 25 jaar dragen hun steentje bij met een jaarlijkse bijdrage. Daarnaast wordt ook belastinggeld aangewend om de zorgverzekering te betalen.
Ieder lid betaalt een bijdrage van 50 euro. Wie in aanmerking voor een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering, dat zijn personen met een laag inkomen, betaalt 25 euro. Ongeacht de hoogte van het pensioen bedraagt de ontvangen tussenkomst 130 euro per maand. Daarvan gaat één keer per jaar 25 euro af voor de eigen bijdrage.

Vanaf de leeftijd van 65 jaar kan een persoon met een handicap een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden krijgen. Een erkenning als gehandicapte is niet nodig.
Deze bijstand wordt toegekend op grond van welomschreven criteria, zoals: de leeftijd, de nationaliteit, de woonplaats, de inkomsten (inclusief die van de persoon waarmee hij een huishouden vormt), de mate van zelfredzaamheid. Dat laatste wordt doorgaans vastgesteld in een medisch onderzoek. Op basis daarvan wordt het bedrag van de tegemoetkoming berekend waarop de persoon met een handicap aanspraak kan maken.  
Op http://www.belgium.be/nl/gezondheid/handicap/uitkering_bejaarden/#sthash.tEiOT1Ny.dpuf vinden jullie de bedragen waarop een bejaarde recht kan hebben in functie van de graad van redzaamheid en van de inkomsten.

Wie voldeed aan de voorwaarden voor zelfredzaamheid om opgenomen te worden in een rusthuis, zal alvast minstens deel uitmaken van categorie II of III en zal dus minimum 312,28 of 379,68 euro per maand ontvangen. Het kan ook nog oplopen tot een maximum van 550 euro als het nog slechter gesteld is met de zelfredzaamheid.

Dat geeft een totaal van 130 e + 312,28 e = 442,28 euro of 130 e + 379,68e = 509,68 euro

Samen met het door mij fictief vooropgesteld pensioen van 1.200 euro zou dat dus 1642,28 of 1.709,68 euro zijn. In het geval van de door mij vooropgestelde kosten van het verblijf in het WZC (1.600 euro basis + 300 euro bijkomende kosten) volstaat het ontvangen bedrag nog niet.

En nu?
Wie spaargeld op de bank heeft, zou daarvan dus nog 200 à 250 euro per maand moeten bijleggen.
Wie niet over de nodige reserves beschikt, kan terecht bij het OCMW dat een oplossing zal zoeken.
Moeten de kinderen misschien bijleggen?
Alles daarover wordt haarfijn uitgelegd in http://www.elfri.be/onderhoudsplicht-tegenover-ouders-het-rusthuis of in http://www4.vlaanderen.be/dar/svr/afbeeldingennieuwtjes/welzijn/bijlagen/2011-03-14-onderhoudsplicht.pdf
Ik kan wel al zeggen dat bepaalde OCMW’s beslist hebben niet meer over te gaan tot terugvordering vanwege de kinderen.

Besluit
De fictieve bedragen voor rusthuisverblijf en voor pensioen die ik in mijn artikel gehanteerd heb, vormen natuurlijk maar één voorbeeld. Er zijn er natuurlijk talloze andere, minder gunstig of gunstiger.
Ik hoop nochtans een idee gegeven te hebben van alle facetten die gepaard gaan met de thuiszorg en met de opname van een geliefd familielid in een rusthuis.

PS Graag wil ik de sociale dienst van 'Ten Anker' bedanken voor het nazicht van mijn artikel op fouten of tekortkomingen. Ik stelde dezelfde vraag aan de sociale dienst van 'De Ril' maar ik mocht spijtig genoeg geen antwoord ontvangen.

Bronnen
https://www.thuiszorgzakboekje.be/site/zoeken.asp?nid=23&cid=13&rid=s_18_175&srid=-1
http://www.cm.be/diensten-en-voordelen/ziekte-en-behandeling/specifieke-regelingen/verhoogde-tegemoetkoming/voorwaarden.jsp
http://www.handicap.fgov.be/sites/5030.fedimbo.belgium.be/files/explorer/nl/brochure-thab.pdf

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Middelkerke: ging een schepen/moeder haar boekje te buiten?

Vijfde schepen Francine Ampe-Duron (CD&V) is eigenlijk een weinig opvallende figuur. Hoe kan het ook anders, in de schaduw van ‘tenoren’ als Michel, Janna en Liliane? Ze heeft nochtans heel wat belangrijke bevoegdheden:
• Landbouw
• Milieu en energie
• Groendienst
• Duurzaamheid
• Poetsdienst
• Milieuvergunningen
• Ontwikkelingssamenwerking
• Bibliotheek

1899736-8b62c4154b9d682bf6cdc188e362869a.jpg

Onverwacht verschijnt ze nu in het volle licht van de schijnwerpers. Helaas voor haar is dat niet door één of ander uitstekend initiatief. of door een opvallende verwezenlijking. 
Wat er dan wel gebeurd is?

Het betreft de aankoop, eind oktober 2015, van een woning in de Dorpplaats 24 van Lombardsijde (zie foto hieronder) door haar zoon Pieter en zijn vriendin Anaïs.

1899736-e9921527c7e5231fee4683f5975134a3.JPG

Om de één of andere reden was dat niet naar de zin van de schepen en zij zou alles in het werk gesteld hebben om de verkoop tegen te houden. Zij zou zelfs aan de burgemeester gevraagd hebben om de woning onbewoonbaar te laten verklaren. Ja, welke redenen kan een moeder daarvoor hebben? Heeft zij ruzie met haar zoon en wil ze hem op alle mogelijke manieren dwarsbomen? Of vond ze dat haar zoon een beter huis verdiende?
Volgens Het Laatste Nieuws zou er een meningsverschil bestaan tussen moeder en zoon. Dat gaat eigenlijk niemand aan, ware het niet dat…

Hoe verliep de verkoop?
Aangezien zij geen kat in een zak wilden kopen, brachten Pieter en Anaïs logischerwijze verschillende bezoeken aan de toen nog verhuurde woning. Daarna, op 31 oktober 2015, brachten zij hun aankoopbod uit.
Dezelfde dag feliciteerde de bemiddelaar Eric Markey van Broker hen daarvoor. Hij aanvaardde het bod waarna de verkoopovereenkomst getekend werd.
De kopers bedankten via het e-mailadres van Anaïs en onderstreepten dat zij supertrots waren over hun aankoop.
Boeken dicht dan maar? Neen hoor!

Toen dacht Francine: “Als ik dat huis nu eens onbewoonbaar liet verklaren?”
Een woning die niet aan de minimale kwaliteitsnormen voldoet, kan inderdaad onbewoonbaar verklaard worden, maar hoe en door wie?
Elke betrokkene, die er een wettelijk belang bij heeft, (eigenaar, huurder, buur) kan daartoe bij de burgemeester een aanvraag indienen. Ik zie de moeder van de eigenaar daar niet bij staan.
De aanvrager moet zich kenbaar maken en een document ondertekenen.
Volgens de gemeentelijke administratie wordt nooit zomaar een inspectie uitgevoerd. Dat gebeurt enkel op basis van een klacht.
Daarna voert een gemeentelijke ambtenaar een inspectie uit van de woning. Hij stelt een advies op en bezorgt het aan de burgemeester. Als dat ‘ongeschikt’ of ‘onbewoonbaar’ luidt, zal de burgemeester de eigenaar of verhuurder uitnodigen op een gesprek. Op dit gesprek kunnen bijvoorbeeld afspraken gemaakt worden om de gebreken op te lossen. De burgemeester zal ook de nodige tijd geven om de werken uit te voeren.
Uiteindelijk neemt de burgemeester een beslissing.

Francine sprak dus Janna aan om te bekomen dat de woning onbewoonbaar zou verklaard worden. Tijdens de gemeenteraad van 25 februari verklaarde de burgemeester dat de enige aanleiding tot de inspectie een telefoon was van schepen Ampe-Duron die stelde klachten te hebben gekregen betreffende de onbewoonbaarheid van de bewuste woning.
Dat gebeurde dus niet schriftelijk en er werd geen document ondertekend.
De burgemeester stuurde er op 4 november via de bevoegde gemeentedienst ‘dringend’ een gemeenteambtenaar op los. Daarbij viel de naam van de schepen Ampe-Duron. Je zou dat kunnen verstaan als ‘want het is voor de schepen’. De ambtenaar was van plan die opdracht om 15 uur uit te voeren, na een andere inspectie die al om 14 uur gepland was.

Op 4 november in de voormiddag contacteerde de schepen telefonisch de heer Eric Markey. Zij zou zich eerst bekend gemaakt hebben als schepen van Middelkerke en ze zou ook gezegd hebben dat de verkoop moest geannuleerd worden. Markey antwoordde daarop dat dit niet kon aangezien de koop rechtsgeldig afgesloten werd. Hij voegde er tevens aan toe dat bij een dergelijke ontbinding een schadevergoeding van 10% verschuldigd was. Ampe zou hem vervolgens verzekerd hebben er alles aan te zullen doen om de verkoop toch tegen te houden. Ze zou aangekondigd hebben dat zij ervoor zou zorgen dat er een ambtenaar zou langs komen om de woning onbewoonbaar te verklaren waardoor de verkoop ontbonden zou moeten worden. Volgens Markey sloeg Ampe daarbij een bitse en onbeschofte toon aan.


Op dezelfde 4 november richtte Anaïs aan het makelaarskantoor een aangetekend schrijven en een e-mail vanaf het e-mailadres van schepen Francine Duron. Ze wilde daarmee haar bod tot aankoop intrekken met als reden dat ze nog steeds geen akkoord ontving vanwege de verkoopster.
Dat lokte natuurlijk een hevig protest uit vanwege een bijzonder boze Markey. Kort na de middag belde hij de burgemeester op om ‘het reinste machtsmisbruik’ van de schepen aan te klagen. Hij noemde de bewering van de schepen dat zij een ambtenaar zou sturen om de woning onbewoonbaar te laten verklaren en er alles zou aan doen om de verkoop tegen te houden, een echte bedreiging.
Na een pittige discussie besloot Markey dat hij het daar niet zou bij laten en dat hij klacht zou indienen bij de bevoegde instanties.
Werd de grond onder de voeten van de burgemeester te warm? Je zou het denken want rond 14u15 haastte ze zich opnieuw naar het bevoegd diensthoofd met de bedoeling de bevolen inspectie te doen annuleren. Maar … pech!!!
De inspecterende ambtenaar had zijn beide opdrachten omgewisseld waardoor de inspectie in de Dorpplaats als eerste uitgevoerd werd om 14 uur. Het annulatiebevel kwam dus te laat!

Je moet het maar meemaken als huurder: je krijgt een ambtenaar van de gemeente aan de deur om je huis op te meten, om 40 foto’s te nemen, om de elektriciteit en de verwarming te keuren en dat allemaal met de uitleg “Ik ben gestuurd door de burgemeester omdat we woningen zoeken voor vluchtelingen”. En dat alles zonder toestemming van de eigenaar!!
Uiteindelijk is er van onbewoonbaarheid geen sprake en de ambtenaar vond het niet eens de moeite om een dossier op te stellen over zijn bezoek.

De Lijst Dedecker en het Progressief Kartel klagen aan
Op de gemeenteraad van 11 februari 2016 bracht Tom Dedecker het verhaal in de openbaarheid.
Ook volgens LDD getuigt de handelwijze van de schepen van ‘je reinste machtsmisbruik’.
“Het kan niet dat een openbaar ambt wordt aangewend voor familiale aangelegenheden.
Dat er daarbij flagrant gelogen wordt, maakt het nog erger.
Ze spreken over onbewoonbaarheid terwijl de zoon van de schepen de woning verschillende keren had bezocht en een bod had uitgebracht dat ook aanvaard werd.
Het zomaar binnenvallen in de privé bij mensen zonder enige aanleiding, er is immers geen klacht bij de gemeente, hoort thuis in totalitaire regimes en niet in een democratie. Er bestaat ook nog zoiets als huisvredebreuk.”

Dat men de ambtenaar niets kwalijk neemt, daar kan ik inkomen, maar dat ze opvallend mild blijven ten opzichte van de rol van de burgemeester, dat begrijp ik niet. We zullen verder in dit artikel zien dat zij hun mening daaromtrent inderdaad zullen wijzigen.
Dedecker overweegt alvast om klacht in te dienen bij de gouverneur en strafrechtelijk voor machtsmisbruik. "Ik hoop voor de schepen dat ze de eer aan zichzelf houdt zolang het onderzoek loopt", aldus Dedecker.
Daarmee alludeert hij op de corruptiezaak in Eernegem waarbij een in opspraak gekomen schepen beslist heeft voor de duur van het onderzoek zijn bevoegdheden af te staan aan een collega om de goede werking en de sereniteit te behouden.
Hoe schijnheilig men toch kan zijn: op de gemeenteraad reageerde burgemeester Janna Rommel Opstaele verrast op de aantijgingen en liet weten dat ze het zou onderzoeken!!!!

En wat zegt de schepen van die klacht?
Ze vindt het vanwege Dedecker ‘beschadigingspolitiek’ aangezien de beschuldiging geuit werd tijdens haar afwezigheid, waarvoor ze zich vooraf verontschuldigd had. Ze kon, volgens haar, niet aanwezig zijn, omdat ze herstellend was van een zware ingreep enkele dagen ervoor.
Volgens de burgemeester mocht ze niet aanwezig zijn, omdat de gemeentewet het verbiedt.
Ze heeft het waarschijnlijk over artikel 27 &1 1°.
Maar… daar is enkel sprake van ‘aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.’
De burgemeester gaat er natuurlijk van uit dat het hier een persoonlijke aangelegenheid betreft, omdat dit beter in haar kraam past. Volgens mij gaat het hier echter over ‘gebruikmaken van uw invloed als schepen’ en dus moet het toch mogelijk zijn haar daarvoor ter verantwoording te roepen. Waarvoor dient een gemeenteraad anders?
Wat de beschuldigingen zelf betreft, de schepen vertoont niet het minste schuldinzicht en betwist formeel een foutieve of ongeoorloofde handeling gesteld te hebben. Betekent dit dat ze de telefonische verklaring aan het immobiliënkantoor ontkent? Dat ze de burgemeester niets gevraagd heeft?
Echt bedenkelijk!!
Tijdens de laatste gemeenteraadszitting op 10 maart 2016 zou ze dan toch toegegeven hebben dat ze het immobiliënkantoor opbelde.

Er wordt beweerd dat ontkennen van een verkeerd gestelde daad door een politicus de beste manier is om te ontsnappen aan een afzetting of veroordeling. Tenzij de waarheid later toch aan het licht komt. Dan worden de leugens dubbel zo zwaar aangerekend maar spijtig genoeg leidt dat niet altijd tot de zwaarste en logische sanctie.
Kijk maar naar Bill Clinton, kandidaat ‘first man’ in het Witte Huis.
Die verklaarde ooit: “I did not have sexual relations with that woman, Miss Lewinsky.
I never told anybody to lie, not a single time; never.
Dat verhaal staat bekend als ‘Monicagate’ of ‘Lewynskigate’.
Krijgen we hier nu ook een ‘Francinegate’ of ‘Durongate’?

Vervolg van het verhaal met een extra-gemeenteraad op 25.2.2016
De oppositie bleef vasthouden aan hun overtuiging dat hier iets gebeurd was dat niet door de beugel kan. LDD en Progressief Kartel zorgden voor een extra zitting en dienen een klacht in bij de bevoegde instanties voor de schending van de onafhankelijkheid van een gemeentedienst en van een ambtenaar en voor het misbruiken van haar machtspositie om privéredenen.
De extra raad kende heel wat belangstelling. Zo'n twintig mensen moesten zelfs rechtstaand de zitting volgen. Bij aanvang las voorzitter Michel Landuyt een brief voor waarin stond dat de publieke zitting meteen zou worden geschorst en de zitting achter gesloten deuren verder zou gaan omdat het hier ging over een dossier met privépersonen: “Deze aangelegenheid betreft bovendien geen handelingen van een mandataris in de openbare, maar wel in de persoonlijke levenssfeer. Er wordt in de klacht verwezen naar familieleden en er bestaat geen twijfel waarover het gaat.”
Als men opnieuw absoluut wil volhouden dat het hier gaat over ‘een persoonlijke kwestie’, dan heeft hij natuurlijk gelijk volgens het gemeentedecreet artikel 28 &1 1°
Absurder kan het eigenlijk niet! De oppositie zal een schepen toch niet ter verantwoording roepen voor iets dat strikt persoonlijk is!!!!Het was dus duidelijk: de schepen moest dus beschermd worden en dus aanblijven en dat kon best door het geval in de doofpot te stoppen.

De oppositie, de pers en het publiek werden dus verzocht de raadzaal te verlaten. Dat was niet naar de zin van een ontketende Jean-Marie Dedecker, die recht stond en het publiek vroeg te blijven zitten. "Dit is een onvervalste doofpotoperatie en een duidelijk bewijs van de schuld van de schepen. De waarheid mag niet uitkomen.”, brulde hij volgens de ene bron, volgens de andere riep hij dat.. Er kwamen uiteindelijk zes agenten en de politiecommissaris in persoon aan te pas om het publiek en Dedecker de zaal uit te leiden.
"Dit is een echte schande. De burgemeester misbruikt haar macht, de schepen misbruikt haar macht en de politie helpt hen nog een handje. Bende zakkenvullers", klonk het bij Jean-Marie Dedecker, die fel van leer trok. "Noteer mijn naam maar, commissaris. Schrijf maar een proces-verbaal op voor Dedecker."
Er volgde toen een tumult van jewelste. Een agent nam zelfs foto’s, waarschijnlijk voor het gemeentelijk zwartboek.
De meerderheid verwierp tenslotte de motie van wantrouwen tegen de schepen. Opvallend: de nochtans blauwe Natacha Lejaeghere onthield zich bij de stemming. Het zou natuurlijk zeer interessant zijn te weten waarom ze dat deed.
Heeft zij misschien connecties met de kopers en weet zij precies hoe de vork aan de steel zit? Weet zij daardoor misschien dat de schepen een loopje neemt met de waarheid?

Tom Dedecker is niet te spreken over de gang van zaken. "Wij zijn verontwaardigd dat de betrokken schepen zich niet heeft durven vertonen. Zij had vandaag alle kansen om zich te verdedigen, maar heeft dat blijkbaar niet aangedurfd. Dit krijgt een vervolg."

Reactie van Lode Maesen, Progressief Kartel
Op Facebook zegt Lode Maesen dat hij veel vragen krijgt over de speciale gemeenteraad en dat hij ook heel veel onjuistheden of beschuldigingen leest.. Volgens hem werden de beschuldigingen op de vorige gemeenteraad zeer duidelijk, chronologisch weergegeven, met niet te ontkennen feiten en gestaafd met getuigenissen van betrokkenen.
“De schepen was er die vergadering niet en kon dus niet antwoorden op de beschuldigingen. Vandaar dat de oppositie een nieuwe gemeenteraad bijeenriep. Op die manier kon de schepen alles proberen te weerleggen. Mijn opvoeding leerde dat er altijd 2 kanten aan een verhaal zijn en dat er moet geluisterd worden naar alle partijen vooraleer te oordelen.
Gisteren dus die gemeenteraad. Voor de oppositie kon dit gerust openbaar gezien het niet echt over de persoon gaat maar over het openbare ambt van schepen. Daarbij kan bij een openbare vergadering ook de bevolking duidelijk ingelicht worden en de pers. Helaas deze meerderheid koos ervoor om het volk met politie buiten te zetten om alles achter gesloten deuren te laten doorgaan, jammer, een gemiste kans. De bewuste schepen echter stuurde haar kat. Nog een gemiste kans. Iedereen deed z'n verhaal, de oppositie met duidelijke argumenten, feitelijkheden en de meerderheid met een voorgeschreven tekstje die ze braafjes voorlazen en waarin alles ontkend werd echter zonder de feiten te weerleggen.
Kort samengevat zei de meerderheid: het is allemaal niet waar. Dan moest er nog gestemd worden over het vertrouwen in de betrokken schepen. Wij vroegen de geheime stemming maar plots moest het niet meer zo geheim van de meerderheid. Ze weigerden een geheime stemming omdat ze uiteraard bang waren dat er gemeenteraadsleden uit de meerderheid zouden kunnen meestemmen met de oppositie. Bij een openbare stemming durven ze dat uiteraard niet behalve 1 moedige onthouding. Na de stemming, meerderheid tegen minderheid, verliet de meerderheid de vergadering waardoor de oppositie geen vragen meer kon stellen, een democratie onwaardig. Stemmen werden wel eens verheven maar getierd werd er niet, iemand van de oppositie buitengezet al helemaal niet. Het was beschamend van deze meerderheid, ik was beschaamd politieker te zijn in Middelkerke. Middelkerke verdient beter dan deze VLD (open is ze dus niet) en CD&V.”

En willen jullie ook het vervolg kennen?
De woning werd uiteindelijk aangekocht door de grootouders van Anaïs Sinty om hun kleindochter te behoeden voor een financieel ‘débacle’ nu er 10% schadevergoeding (=14.500 euro) diende te worden betaald bij ontbinding van de verkoop. Pieter Ampe en Anaïs Sinty gaan de ‘onbewoonbare’ woning ook effectief  bewonen. Eigenlijk logisch nu er van onbewoonbaarheid geen sprake is, spijts alle pogingen van een schepen in functie.

Reactie van de burgemeester
Na de zitting van de speciale gemeenteraad zei burgemeester Janna Rommel-Opstaele dat er onvoldoende informatie was om een oordeel te vellen en dat de oppositie geen enkel bewijsstuk kon voorleggen.
Tom Dedecker beweert nochtans: ‘Ik heb bewijsstukken verzameld waaruit overduidelijk blijkt dat de schepen haar macht heeft misbruikt om een zeer persoonlijke zaak te regelen.’
Telefoongesprekken werden waarschijnlijk niet opgenomen. De feiten zoals ik ze hiervoor aanhaalde, lijken mij wel voldoende bewijskracht te hebben. Er zijn natuurlijk de e-mails tussen de schepen en haar schoondochter en de heer Markey. Deze zal mogelijk zelf nog een klacht neerleggen. Hij is tevens bereid een schriftelijke verklaring af te leggen en zelfs te getuigen onder eed.
De burgemeester: “"Ik wil nog benadrukken dat ik heb gehandeld zoals ik voor iedere burger zou doen als ik dergelijke vraag krijg. Ik ben verantwoordelijk voor de woonkwaliteit en de veiligheid van mijn burgers en die verantwoordelijkheid neem ik op."

Besluit
Wat vinden jullie van dit staaltje doofpotoperatie? Eerst zeggen ‘Mein Name ist Hase, ich weiss von nichts’, dan alles ontkennen en dan het gemeentedecreet interpreteren in je voordeel om de oppositie monddood te maken. Is dat niet wraakroepend? Mogen die gasten zich dan alles permitteren?

Bronnen
Artikel van 13.2.2016 in ‘Het Nieuwsblad’ Incl foto van Dany Van Loo
(http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20160212_02125449)
http://ikgabouwen.knack.be/bouwen-renovatie/nieuws/wanneer-kan-men-een-woning-onbewoonbaar-verklaren/article-normal-442819.html
http://www.woonplus-lww.be/woonplus/5914-www/6141-www.html
http://www.lddmiddelkerke.be/
Artikel in ‘Het Laatste Nieuws’ van 13.2.2016, door Paul Bruneel en Leen Belpaeme: ‘Schepen onder vuur voor machtsmisbruik’
Artikel in ‘Het Laatste Nieuws’ van 26.2.2016 van BPM: ‘Politie moet publiek en oppositie uit raadszaal zetten’ http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-middelkerke/politie-moet-publiek-en-oppositie-uit-raadszaal-zetten-a2628848/
Artikel in ‘Het Nieuwsblad’ van 26.2.2016 door Dany Van Loo: “Dedecker schreeuwt dat waarheid niet aan het licht mag komen”

Geschreven door stammer om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Westendse Blik op Middelkerke

↑ Terug naar de berichten