Naar de inhoud

Westendse Blik op Middelkerke

Persoonlijke Kijk op mijn Gemeente
akke.beakke.be

Archief

Middelkerke heeft nu toch een gemeentevlag!

Telkens ik vlaggen zie wapperen in Middelkerke, word ik er helaas opnieuw mee geconfronteerd: de huisstijlvlaggen. Niet dat die in mijn weg hangen, maar ik mis een echte gemeentevlag. Ik heb daarover op 26 juli 2009 al een artikel geschreven met als titel “Huisstijlvlag maar geen gemeentevlag in Middelkerke!’ Jullie vinden het in de map ‘Gemeentediensten’.
Hebben jullie dat misschien gelezen? Dan weten jullie dat ik dat initiatief afgekeurd heb, alle mogelijke intenties van het gemeentebestuur ten spijt. Waarom? Omdat het een toeristische vlag is, geen officiële!
Met ‘huisstijl’ wordt bedoeld dat die vlag visueel de symbolische identiteit van de gemeente zou moeten uitstralen. Dat is nu reeds het tweede model. Jullie zien ze beide hieronder. Het eerste, de witte met het logo, werd later vervangen door een oranje - blauwe waarop volgens de ontwerpers de zee en het strand centraal staan. Negen blokjes zouden de negen deelgemeenten voorstellen, drie blauwe voor de badplaatsen Middelkerke, Westende en Lombardsijde en zes gele voor de deelgemeenten in het hinterland. De golvende lijn stelt de duinen, de kust, het strand en de zee voor en moet een dynamische input aan het logo geven. Samen met de blokjes vormt ze een vlieger, een ‘speels element’, wat het kindvriendelijk karakter van de gemeente zou beklemtonen. Onder de gemeentenaam ’Middelkerke’ staat het woord ‘gemeente’.
Dat zou duiden op ‘het gezellige, het vriendelijke, het sociale en het mensvriendelijke karakter (naast de grootsteden(??) in de buurt).’ Je moet het maar kunnen uitleggen!

1311109-4da80c6ccd4b2db3cb21593994b82be6.jpg 1311109-a0b48539d8a3b1b5f3cc3c68e6797bfa.jpg

Ik vind dus nog steeds dat deze huisstijlvlag onmogelijk kan doorgaan voor de officiële vlag van de gemeente. .
Er bestaat namelijk een decreet van 27 april 2007 van de Vlaamse gemeenschap, waar in artikel 2 §1 voorzien is dat elke gemeente een wapenschild en een vlag moet hebben. En die worden niet zomaar gekozen. Een gemeentelijke vlag moet verwijzen naar de kleuren van het wapenschild en moet ‘heraldisch verantwoord’ zijn. De vlag moet samen met het wapenschild een symbool zijn voor de gemeenschap van al de burgers die men ‘gemeente’ noemt. Die heeft dus niets met de toerist te zien.
De vlag moet goedgekeurd worden door de gemeenteraad en door de Vlaamse Gemeenschap.
Ziehier het wapenschild van de gemeente, dat goedgekeurd werd door de gemeenteraad na de fusie van 1977.

1311109-1cd6fc689212a4f5ce58b91a8e7c9419.jpg

Het is een samenvoeging van het schild van Camerlinx Ambacht in het Brugse Vrije, links, en rechts het schild van Lombardsijde, omdat dit geen deel uitmaakte van het Camerlinx Ambacht.

Zelfs de heemkundige kring ‘Graningate’ speelde het spel van de gemeente mee
Toen de heemkring enige tijd geleden, in samenwerking met de dienst Erfgoed, een tentoonstelling * organiseerde over verenigingsvlaggen (en een aantal officiële) zouden veel mensen het een gemis gevonden hebben dat de officiële Middelkerkse vlag er niet bij was. De cultuurdienst zou er nochtans één gezocht hebben, maar zou er geen deftige gevonden hebben. Zie je wel?
De voorzitter van ‘Graningate’ had het toen in zijn toespraak over de vlag en de symboliek daarvan. “Vlaggen zijn belangrijke stukjes erfgoed voor verenigingen en voor de hele gemeenschap. Ze vertellen een kleurrijk verhaal over de geschiedenis, de waarden en de inspiratie van een vereniging.”
Hij sprak over ‘de vlag van de vereniging’ waar de leden achter staan en van ‘de vlag van de gemeente’.
Ik blijf dus bij mijn mening dat men die huisstijlvlag gewoon beschouwde als de gemeentevlag.
De pers kondigde die destijds ook als dusdanig aan. Waarom zou die anders aan het gemeentehuis gewapperd hebben, naast de Belgische driekleur en de provinciale vlag en met de Vlaamse vlag aan de kerkzijde?

Ook Wikipedia gaapt de gemeente na
Jullie moeten maar eens de volgende link aanklikken:
 
http://nl.wikipedia.org/wiki/Middelkerke
Dan zullen jullie kunnen vaststellen dat de fameuze huisstijlvlag daar als de ‘vlag van Middelkerke’ voorgesteld wordt en dat de officiële gemeentevlag hen niet bekend is.

Een nieuwe ontwikkeling
Mijn verwachting is nog nooit geweest dat één van mijn artikelen in de gemeente iets zou losmaken, dat men naar mij zou luisteren. Als dat dan toch gebeurt, zelfs al is dat toevallig, dan vind ik dat een goeie zaak.
De cultuurdienst van de gemeente heeft mij nu nieuwe informatie en foto’s bezorgd, die erop wijzen dat er wel een gemeentevlag bestaat in Middelkerke of tenminste ooit bestaan heeft.
De officiële Middelkerkse vlag zou toegekend zijn in 1987 (volgens het ministerieel besluit van 26 mei 1987). Daarin wordt, zoals het ook hoort, verwezen naar het wapenschild.
Een officiële voorstelling vinden jullie hier:
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/geheel/20192
Het zilver van het wapen is in de vlag vervangen door wit, overeenkomstig de heraldische kleurregels.

Waarom wordt die vlag dan niet gebruikt?
In tegenstelling tot het wapen – dat vervat zit in het gemeentezegel – gebruikt Middelkerke zijn officiële vlag zelden. Maar er is een periode geweest dat het bestuur het wel intensief gedaan heeft…
Daarvan getuigen de volgende foto’s.

1311109-547c3b6f432790023237afb32d6eb8be.jpg 1311109-ba6db325e27112828491ed98ad864a26.JPG

In de periode vóór de officiële (1987) en de huisstijlvlaggen (2003) werden blauwwitte vlaggen gebruikt.

1311109-e65e12ee2862ac1cb8fdf5f7f12eabbf.jpg

Dat was eveneens het geval in Westende maar hier was de vlag diagonaal ingedeeld in een blauwe en een witte helft. Ik heb er helaas geen afbeelding van gevonden. Is iemand misschien in het bezit daarvan?
Ondertussen heeft de gemeentelijke cultuurdienst, in samenwerking met de dienst Informatie, een nieuw ontwerp gemaakt en zijn er twee exemplaren in productie: één om in de raadzaal te zetten en een andere die kan meegedragen worden bij allerhande plechtigheden.

Ik zou graag eens de mening kennen van de lezers van deze blog. Ik ben toch niet de enige verdediger van de echte gemeentevlag, zeker? In de rechtse marge onderaan vinden jullie een keuzevenstertje. Bedankt bij voorbaat voor jullie medewerking!

Aanvulling
De dienst 'Cultuurbeleid' van de gemeente, met name Stijn Van Loock, stuurde mij een foto waarop de vroegere vlag van Westende nog gebruikt werd naast de officiële vlag van de gemeente.
Onderstaande foto dateert van 2003.

VlagWestendeNaastOfficiele2003.jpg

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Middelkerke: verdient wijlen Andreas Inghelram, oud-burgemeester en veroordeeld wegens collaboratie tijdens WO2, dat een pleintje naar hem vernoemd wordt?

Het kind moet toch een naam hebben
Uittredend schepen Lode Maesen heeft het voorstel hernieuwd om het nog naamloos plein voor CC de Branding te noemen naar voormalig burgemeester en oorlogsburgemeester in 1943 en 1944 Andreas Inghelram.
Laten we eens nagaan wat in het voordeel maar ook in het nadeel van dat voorstel spreekt.

Wie was André Inghelram?
Andreas Inghelram werd geboren in Middelkerke op 20 september 1901 en overleed er op 24 november 1997. Hij kreeg een vorming als onderwijzer aan de normaalschool van Torhout.
In de eerste wereldoorlog zou hij als vrijwilliger actief geweest zijn. Dat moet dan wel helemaal op het einde geweest zijn aangezien hij pas dertien jaar was toen die oorlog uitbrak.
Hij trad in dienst in de gemeenteschool van Westende vanaf 1 januari 1924.

1306980-6f5c025aef0352db954cf3d649eca890.jpg

Wat stelde de Vlaamse beweging voor tijdens de eerste en de tweede wereldoorlog en tijdens het interbellum?
De Vlaamse Beweging tijdens WO1 was in twee groepen verdeeld: een groep die niet bereid was samen te werken met de Duitsers en die zo mogelijk naar Nederland vluchtte (de passivisten) en een groep die actief wilde collaboreren (de activisten). Ook aan het IJzerfront kwam het tot hevige taalconflicten: de meerderheid van de soldaten was Vlaams, maar ze kregen bevelen in het Frans. Zij richtten Vlaamsgezinde kringen op, die evenwel verboden werden in 1917. Daarna kwam het echter opnieuw tot een radicalisering en er ontstond een illegale ‘Frontbeweging’ die contacten zocht met de activisten.
In 1919 ontstond de ‘Frontpartij’, die in de jaren twintig op groeiend succes kon rekenen. Het was de erfgenaam van de Frontbeweging en van het activisme. De Vlaams-nationalisten legden de klemtoon op de taalgrieven en eisten amnestie.
In de Frontbeweging werd ook de basis gelegd van ‘VOS’, aanvankelijk ‘Vlaamschen Oudstrijdersbond’, later veranderd in ‘Verbond der Vlaamsche Oudstrijders’. Vlaamse soldaten wilden een einde maken aan het militarisme en aan de achterstelling van de Vlamingen. Na de oorlog richtten zij het ‘verbond VOS’ op met als doelstellingen de verdediging van de Vlaamse zaak, het antimilitarisme en de behartiging van de belangen van de oudstrijders.
Dat was oorspronkelijk een Vlaams - bewuste, Open pacifistische en Sociaal bewogen ledenvereniging die aan sociaal-cultureel volwassenenwerk deed.
Andreas Inghelram werd in Westende secretaris van die Vlaamse Vredesvereniging, kortweg VOS.

Inghelram in de politiek en lid van het VNV
Inghelram ging in Middelkerke in de politiek en bij de gemeenteraadsverkiezingen van 9 oktober 1932 kwam hij voor het eerst op met de Vlaams-nationalistische lijst "Elk Zijn Recht". De lijst behaalde ongeveer 10% van de stemmen, maar geen zetel en de liberalen bleven aan de macht. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 trokken de katholieken en Vlaams - gezinde met een lijst naar de verkiezingen, als tegengewicht voor de liberalen. De lijst telde hoofdzakelijk katholieken, naast Inghelram en een andere VNV - er. Ditmaal nam echter ook een socialistisch lijst deel. De liberalen wonnen weer de verkiezingen, maar Inghelram haalde nu wel een zetel.
Op 8 oktober 1933 richtte Staf de Clercq het ‘Vlaamsch Nationaal Verbond’ (VNV) op, een rechts-radicale (ook soms als fascistisch bestempelde) Vlaams-nationalistische partij.
Het VNV koos al snel de zijde van de bezetter.
Inghelram werd er lid en tevens afdelingschef van.
De geüniformeerde afdeling van het VNV, de ‘Zwarte Brigade’ werd aangezien als een partijleger, als de voedingsbodem voor het Vlaams Legioen, een militaire eenheid bestaande uit Vlaamse vrijwilligers die aan de zijde van de Duitsers tegen het Sovjetleger (tegen het bolsjevisme) vochten.
De ‘Dietse Militie – Zwarte Brigade’ (DM/ZB) was voor de VNV-leiding een belangrijk instrument ten gerieve van de propagandaslag. De geüniformeerde ‘politieke soldaten’ konden beter dan wie ook de macht van het VNV demonstreren.
De DM/ZB was de grootste Middelkerkse organisatie die militair collaboreerde.
Inghelram was daarvan het kopstuk. Hij was hopman en gebiedspropagandaleider. Binnen de organisatie had hij de rang van eerste luitenant. Jullie zien hieronder onderdelen van zijn uniform. (sorry voor de kwaliteit van de foto’s – betere kon ik niet vinden)

1306980-52d50018ac700e8f9f437a50409c5bfd.jpg 1306980-71f9511a2c48106b7f3616e6229fb467.jpg

Als kenteken of eenheidssymbool had de DM-ZB een zogenaamde wolfsangel. (zie mouw hierboven)
De naam ‘zwarten’ of ‘zwarte brigade’ is afgeleid van de kleur van het uniform.
Na de Duitse inval werd de VOS gepaaid door het Duitse militaire bewind en door VNV-leider Staf De Clercq zich in te schakelen voor een welvarend en vredelievend Vlaanderen dat zich een plek zocht in het Germaanse Groot- Duitsland. Aanvankelijk werd daarop ingegaan.
Tijdens de tweede wereldoorlog vluchtten verschillende politici of werden uit hun ambt ontzet door de Duitsers en Duits- en Vlaams - gezinde werden aangesteld. Van september 1943 tot de bevrijding van september 1944 werd Inghelram als vertrouweling van de Duitsers, oorlogsburgemeester van Middelkerke in de plaats van de gevluchte Simon Beheyt. Na de oorlog werd Beheyt weer aangesteld als burgemeester.

Toen begon de repressie
Oorlogsburgemeester Andreas Inghelram werd na de bevrijding aangehouden en naar Oostende gebracht, daarna naar een school in Veurne en uiteindelijk naar Sint-Kruis. waar hij verbleef tot 20 september 1947.
Na vijf maand internering begon zijn administratief epuratieonderzoek. Op 9 maart 1945 werd hij vervallen verklaard als burgemeester van Middelkerke. Hij diende op 26 april 1946 een aanvraag in tot invrijheidsstelling, maar deze werd niet ingewilligd. Hij werd in totaal 36 maanden opgesloten. Tijdens zijn proces bij vonnis van 24 mei 1947, zat hij in de gevangenis te Brugge. In zijn vonnis werd hij veroordeeld tot vijf jaar gewone hechtenis, tot de militaire degradatie, tot de kosten van het geding, belopende vijfenzeventig frank en tot van rechtswege levenslange ontzetting uit zijn rechten zoals bedoeld bij toepassing van art 2 der BW van 6 mei 1944, zijnde artikel 123sexties SWB, gewijzigd door art 10 der BW van 19 september 1945.
De uitspraak werd als volgt gemotiveerd: “militair zijnde, verraad te hebben gepleegd 1) door met kwaad opzet vijandelijke propaganda te hebben gevoerd 2) door wetens vijandelijke propaganda te hebben gevoerd als lid en afdelingschef van het VNV, als Hopman en gebiedspropagandaleider van de DMZB, als lid van de Zwarte Brigade met de graad van eerste luitenant, 3)door zijn deelname aan manifestaties, optochten en vergaderingen in uniform 4) door het houden van spreekbeurten voor het VNV 5)door publicatie van artikels in dagbladen met Duitsgezinde strekking zoals de Nationaal Socialist 6)door het aanvaarden van het burgemeestersambt.”

Hij werd niet gestraft voor de klacht tegen mogelijke verklikking van Jan Cools, onderwijzer te Middelkerke of andere mensen. Andreas Inghelram heeft geen beroep willen aantekenen tegen zijn straf. Hij zei zelf dat hij tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld werd.

Was oorlogsburgemeester Inghelram werkelijk een collaborateur?
Daar moet vanzelfsprekend volmondig JA op geantwoord worden.
Over het burgemeesterschap van Inghelram is weinig geweten. Tijdens zijn bestuur van elf maanden werden geen documenten gevonden waaruit bleek dat hij de Duitse overheid tegenwerkte maar ook het tegendeel was niet het geval. Hij zou zijn boekje niet te buiten gegaan zijn tijdens zijn burgemeesterschap en dat werd hem inderdaad niet ten laste gelegd door de krijgsraad.
Oud-burgemeester Beheyt bevestigde dit: “Ik kan betreffende zijn optreden als burgemeester geen bepaalde laakbare feiten aanhalen.”
Ook de politiecommissaris (maar was dat niet zelf een VNV – er?) bevestigde dit: “Hij was sedert vele jaren bekend als vurige Vlaams - nationalist en VNV - er. Hij was nochtans niet gevreesd door zijn medeburgers.”
Als bewijsvoering is dat natuurlijk een beetje mager!
Als burgemeester zou hij geen onrechtvaardig gedrag vertoond hebben jegens de bevolking. Integendeel, hij zou zijn invloed gebruikt hebben om bij de Werbestelle of bij de Kreiskommandant te onderhandelen om de vrijlating van verdachte verzetslieden of verplichte tewerkgestelde te bekomen. Een van de personen die vrij kwam dankzij Inghelram was Camiel Pylyser. Hij tekende zijn levensverhaal op in een boek. Hij werd opgepakt als werkweigeraar, maar kwam vrij door de bemiddeling van de burgemeester: “… We mochten geen woord spreken tegen elkaar, en zo vooruit naar Brugge. Daar werden we met honderden per klas in een school gestopt, in afwachting, tot er genoeg waren, om een konvooi in de trein te stoppen, met bestemming; het land van belofte. Met de vroege morgen trok mijn vrouw naar Middelkerke, tot bij André Inghelram, toen oorlogsburgemeester. Zodra hij haar zag, waren zijn woorden: “Maar Emerance het is toch niet waar zeker? Is Camiel er ook bij?” Al wenen knikte zij, het was alles wat ze toen kon zeggen.“ Troost u” zegde hij, “ik zal mijn best doen voor u, ik zal hem trachten terug te halen.” Ongeveer 11 uur in de voormiddag. Mijn naam werd afgeroepen, ik meldde mij aan, en ik werd op de speelplaats gebracht, en die daar stond, was onze burgemeester. Regelrecht ging ik naar hem toe, die zegde: ik kom u halen. Hij bracht mij voor in een bureel, en die officier daar tegenwoordig vroeg mij enkel niets te ondernemen tegen het Duitse leger, en met die belofte was ik vrij. Dank André, want hetgeen ge deed, was niet voor mij alleen, maar ook voor veel anderen. Ik eerbiedig uw gedacht, elk is vrij van gedachte in ons democratisch land, maar ik veracht die verraders, die men ook aantrof onder de walen. Gans mijn leven, was ik u dankbaar en zal het blijven tot ter dood. Dat u een gedienstig, eerlijk en goed mens geweest zijt, bewijst dit genoeg als het verkiezing is.”

Toen begon het ‘eerherstel’
Na zijn gevangenschap was Inghelram medeoprichter van een plaatselijke Volksunie - afdeling in Middelkerke, maar hij mocht nog niet deelnemen aan de verkiezingen. Uiteindelijk kreeg hij zijn burgerrechten terug De auditeur-generaal te Brussel schreef dat Inghelram in eer hersteld werd door het Hof van Beroep te Gent op 3 maart 1970.
Zijn naam staat echter reeds vermeld in de kiezerslijst van 1964.
Hij stichtte toen een verzekeringskantoor en werd ook plaatselijk voorzitter van het Davidsfonds.
Hij keerde terug in de gemeentepolitiek en bij de verkiezingen van 1970 werd hij lijsttrekker van de lijst de “Stem van het Volk". De lijst telde enkele katholieken en enkele VU - politici. “Stem van het Volk” won de verkiezingen en haalde vijf zetels, waarvan er vier naar Vlaams - nationalisten gingen. Inghelram behaalde 800 voorkeurstemmen. Men maakte een coalitie met de CVP en Inghelram werd burgemeester. Omdat er eerst nog weerstand was tegen zijn aanstelling wegens zijn oorlogsverleden, werd hij pas na negen maanden aangesteld. Bij de verkiezingen van 1976 werd de CVP de winnaar, maar Inghelram werd weer burgemeester toen zijn lijst een coalitie aanging met “Gemeentebelangen”. Bij de verkiezingen van 1982 werd hij lijstduwer. Lijsttrekker Julien Desseyn werd de nieuwe burgemeester en Inghelram stopte met politiek.

Geschorst als onderwijzer
Toen ik in 1943 mocht overstappen van de kleuterschool bij de nonnen naar de gemeentelijke jongensschool, waren er drie onderwijzers benoemd aan de school. De eerste, August Dewulf, benoemd in 1914, was op 1 augustus 1920 schoolhoofd geworden. De tweede was Albert Bloes, in dienst gekomen in 1935 en de derde was André Inghelram. Hij gaf er echter geen les meer want hij werd in het schepencollege van 23 december 1941 als ‘ziekelijk’ vermeld.
Zoals hierboven beschreven, belette hem dat wel niet een zeer actieve rol te spelen in het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) van onderwijzer Staf de Clercq en zelfs oorlogsburgemeester van Middelkerke te worden. Door een besluit van het schepencollege van 30 juli 1943 werd hem een verlof toegekend van 1 jaar tot 3 augustus 1944. Ik heb hem dus nooit gekend als leerkracht, want hij is daarna nooit meer als dusdanig naar Westende teruggekeerd. Na opeenvolgende schorsingen werd hij bij beslissing van het college van 14 september 1943 (en bekrachtigd in de gemeenteraad van 27 september 1944) afgezet.
Die afzetting werd als volgt gemotiveerd.
“Hij heeft zich tijdens de ganse duur van de bezetting op onwaardige wijze gedragen. Hij bekleedde een leidende positie en was een hevig propagandist voor groeperingen die onvaderlandsche en antinationale doelen nastreefden. Hij heeft zich in het openbaar vertoond in het uniform van een dergelijke groepering. Hij heeft de belangen van het openbaar onderwijs over het hoofd gezien en zich daadwerkelijk ten dienste van de vijand gesteld door het ambt van burgemeester in Middelkerke uit te oefenen in de plaats van de wettelijk benoemde en door de bezetter afgestelde titularis.”

Dit werd niet goedgekeurd door de Gouverneur zolang het gerechtelijk onderzoek lopende was. Er werd toen besloten om Inghelram te schorsen vanaf 28 september 1944 voor twee maanden.

Veel leerkrachten geloofden tijdens de tweede wereldoorlog in een nieuwe orde. Zoals Inghelram en Baeckelandt in Middelkerke, hadden we in Westende August Dewulf en Albert Bloes. Ook zij werden geschorst. Zij zouden ‘een onvaderlandsche houding aangenomen hebben, antinationale doelen nagestreefd hebben en propaganda gevoerd hebben ten gunste van de vijand’.

Waarom wil schepen Maesen het plein vernoemen naar Inghelram?
Lode Maesen heeft een grote bewondering voor de oud-burgemeester. Zijn grootvader was ook een actief Vlaams - nationalist.
Hij verdedigt zijn voorstel met volgende argumenten.
Inghelram was burgemeester van 1971 tot en met 1982. Het plein ligt niet ver van de scholen en Inghelram was onderwijzer. Cultuur was voor hem heel belangrijk, waardoor de link gemaakt kan worden met het cultuurcentrum ‘de Branding’. Onder zijn burgemeesterschap werd het zwembad op het plein gebouwd. Hij was bovendien de burgemeester die de gemeente de grote fusie in heeft geleid: “Geen gemakkelijke opdracht met negen deelgemeenten”.

In de laatste jaren kreeg ereburgemeester Julien Soetaert van Westende zijn straat in de deelgemeente Westende. Roger Muyllaert kreeg als ereschepen, maar vooral door zijn heldhaftige daden, een pleintje in Leffinge, ex-burgemeester Valentin Coulier (1953 – 70) kreeg op 8 maart 2012 zijn straat in Lombardsijde en ereschepen Willy Declercq kreeg zijn straat in Westende. Maesen vindt dus dat zijn voorstel niet meer is dan het verder zetten van deze traditie.

Origineel is zijn voorstel echter niet. Op 19 maart 2012 schreef ‘Het Laatste Nieuws’ dat Jan Lacombe van het Vlaams Belang gevraagd had dat bij een volgende straatnaamgeving ook eens zou gedacht worden aan Andreas Inghelram. Die vraag staat wel niet vermeld in het verslag van de raadszitting van 8 maart.
Waarom werd daar toen niet op ingegaan? Omdat het voorstel van het Vlaams Belang kwam? Of was dat de voorbode van een nieuwe weigering om in te gaan op het voorstel van Lode Maesen?

Blijft het oorlogsverleden van Inghelram een struikelsteen?
Het spreekt vanzelf dat het burgemeesterschap van Inghelram tijdens de oorlog en zijn nauwe relatie met de Duitse bezetter geen reden zijn tot fierheid.
Afgezet worden als onderwijzer is al evenmin prijzenswaardig. Zijn houding kan in geen geval goed gepraat worden, zelfs al was die ingegeven door idealisme. Ik begrijp nochtans wel dat wie tijdens de eerste wereldoorlog uit eigen ervaring meemaakte dat 80% van de Belgische militairen in de loopgraven Vlamingen waren terwijl er nauwelijks een Vlaams - sprekend officier te bekennen viel (“pour les Flamands la même chose!”), dat vanzelfsprekend als onrechtvaardig moet ervaren hebben.
Hij heeft ervoor gekozen in het interbellum activist te worden en deel uit te maken van Vlaams - nationalistische verenigingen en partijen. Hij werd daarvoor veroordeeld en heeft zijn straf uitgezeten.
Hij werd later in eer hersteld.
Hij bleef wel een Vlaams - nationalist en werd tenslotte toch gedurende 12 jaar burgemeester van Middelkerke. Moeten we dat uitleggen als zou de bevolking hem zijn verleden vergeven hebben?
Als ik lees in de scriptie van Stefaan Inghelbrecht, wat een merkwaardig werk is voor wie meer wil weten over wat zich tussen de twee wereldoorlogen en tijdens de tweede in Middelkerke afspeelde, dat het VNV in Middelkerke tijdens de oorlog 158 leden telde, zijnde 4,4% van de 3.588 inwoners, dan is het natuurlijk mogelijk dat heel wat afstammelingen daarvan tot de aanhang van Inghelram bleven behoren.
Hij had schijnbaar wel verdiensten zowel als oorlogs- of als vredesburgemeester. Heel wat Middelkerkenaars en niet in het minst Julien Desseyn hebben er jaren mee samengewerkt.
Schijnheiligheid is hier dus niet op zijn plaats!
Ik besef maar al te goed dat sommige inwoners er geen goed woord over kunnen horen, vooral diegene die persoonlijk slachtoffer waren van de collaborateur Inghelram. Laten we echter, samen met diegene die vergevingsgezinder blijken te zijn, ertoe besluiten de spons te vegen over het oorlogsverleden van Andreas Inghelram en laten we hem dat pleintje gunnen.
En laten we toch maar niet vergeten dat dieper ingaan op de verdiensten van alle personen die in Groot-Middelkerke hun naam gaven aan een straat of een pleintje, ook wel eens tot verrassingen zou kunnen leiden.

Bronnen
Artikel in ‘Het Nieuwsblad’ van 24 december 2012 door Dany Van Loo
http://www.ethesis.net/middelkerke/middelkerke_inhoud.htm Inhoud, scriptie Stefaan Inghelbrecht
http://www.ethesis.net/middelkerke/middelkerke_hfst_6.htm Collaboratie, scriptie Stefaan Inghelbrecht
http://nl.wikipedia.org/wiki/VOS_-_Vlaamse_Vredesvereniging
Interview van Petra Gunst met Andreas Inghelram. 10-5-90
http://www.dbnl.org/tekst/weve009gree01_01/weve009gree01_01.pdf
http://www.cegesoma.be/docs/media/Berichtenblad/med38_dossier.pdf Repressie (wet van 6 mei 1944)
Verslagen gemeenteraadszittingen Westende van 13.02.1924 (aanstelling Inghelram als onderwijzer), 23.12.1941 (ziek)
http://www.nieuweorde.be/groeperingen/vlaams-legioen

http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/000/907/729/RUG01-000907729_2001_0001_AC.pdf stoottroepen DM/ZB
http://wo2forum.nl/viewtopic.php?f=18&t=13665&start=0

Geschreven door stammer om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Middelkerke en Westende: kunst steunen of verspilling?

Bloembakken op het marktplein?

“Gedrochten”, “afschuwelijk”, “veel te groot”, “verschrikkelijk duur” geven zowat de omschrijvingen in de volksmond weer van de 25 bloembakken die op het luxe marktplein van Middelkerke geplaatst werden.
Ik heb in een vorig artikel een getrukeerde boom in één van de bakken geplaatst en daarmee een schrikbeeld opgeroepen van wat de omwonenden nog meer te wachten stond naarmate de bomen groter zouden worden.
De gemeente heeft het dan anders opgelost: er werden bloemen in de bloembakken geplaatst zodat deze nu echt hun naam eer aandeden. Het waren Afrikaanse lelies (geleerde naam: Agapanthus).
Zo zag het er dan uit:

<ALIGN="CENTER">1302737-f037526d9cdad502df0f223e014aaefa.jpg> <ALIGN="CENTER">1302737-a7556f437b9cb78021e67281bf091d61.JPG> <ALIGN="CENTER">1302737-886df4167e4366d7a8d32cc2d8cd41cb.JPG>

Er zijn ook bakken met een fonteintje. Heeft zo’n klein fonteintje echt zo’n grote bak nodig?
Op 12 juli 2012 las ik op http://www.focus-wtv.be/middelkerke/city-1184688917007.htm dat er in het najaar tamariskenboompjes in de bakken zouden geplant worden.
Wat er ook van is, de bloembakken blijven omstreden. Het is niet omdat enkele mensen op de facebookpagina ‘Bruisend Middelkerke’ beweren dat het mooi is, dat Janna Opstaele mag verklaren dat “de positieve reacties op gang zijn gekomen.” Ze zegt ook dat men het eindresultaat moet afwachten. Ze heeft dus nog altijd niet begrepen, of ze wil niet begrijpen, dat het niet enkel gaat om de schoonheid van de bakken als ze met de juiste boompjes of bloemen beplant zijn, maar ook over de grootte, de hoeveelheid en de kostprijs van de bakken. Dat fietsende kinderen op het voetpad mogen rijden en dat daarvoor te weinig plaats is en dat enkele exemplaren misschien beter op een andere plaats in de gemeente zouden kunnen opgesteld worden, daar heeft ze ook geen oren naar. Ze blijft erbij dat haar ‘pronkstukken’ à 3.336 euro per stuk, er voorlopig zullen blijven staan, maar toch beweert ze bereid te zijn “om alles naar de toekomst toe te evalueren”.
Als ze voor elk probleem zoveel tijd nodig heeft om in te zien wat er niet klopt en om de nodige maatregelen te nemen zoals voor dit ‘onnozel’ probleem, dan is de toekomst van Middelkerke weer verzekerd voor enkele jaren.
Maar ja, “ ‘t is moeilijk bescheiden te blijven voor meiden met zoveel ‘…’”
De laatste ‘oplossing’, ‘het eindresultaat’, de evaluatie naar de toekomst heeft nu het resultaat hieronder opgeleverd. Daar kan mijn ‘schrikbeeld’ dat ik opriep nog niet aan tippen!
Ik ben verbaasd dat er nog geen enkele bewoner van de Populierenlaan het in zijn hoofd gehaald heeft om zijn zaag boven te halen. Ik weet dat het afgezaagd klinkt, maar dit loopt de spuigaten uit.
Wat vinden jullie?

1302737-5f8c6c8f1c18e3294725cc3cfcf810c3.jpg                                                                                    Foto’s Alain Calcoen

De struiken zijn van het type ‘Osmanthus of Schijnhulst’. Het is een groenblijvende heester met talloze kleine, zeer sterk geurende kleine melkwitte bloemen, die aan het eind van de lente verschijnen. Deze struik is makkelijk te snoeien, ongemoeid kan hij uitgroeien tot 2 meter hoogte. De donkergroene bladeren zijn 2-4 cm lang, eirond tot elliptisch en enigszins gezaagd en leerachtig. Aan de bovenzijde zijn ze glanzend donkergroen terwijl de onderzijde meer lichtgroen gekleurd is.

Beaufort evolutie

Beaufort, de driejaarlijkse tentoonstelling van moderne kunst, is één van mijn geliefkoosde onderwerpen. Vaak heb ik al één of meer van de tentoongestelde kunstwerken bewonderd en bewierookt, maar ik spaar soms ook mijn kritiek niet. Eén van de minder rooskleurige aspecten van het project, er zijn er nog andere, vind ik de totale kostprijs en de zeer hoge bijdrage die de gemeente daarvoor levert.
Inderdaad! Alleen al voor Beaufort 04 liep die op tot 85.737,44 euro. Het schepencollege besliste op 21 december 2011 dat het bedrag als volgt zou ingedeeld worden: een eerste schijf van € 23.815,96 in de begroting van 2010, een tweede schijf van € 26.198 in die van 2011 en tenslotte een derde schijf van € 35.723,48 in die van 2012.
Als investering in het kunstpatrimonium van de gemeente, wordt verder driejaarlijks (behalve in 2006) één van de in Westende tentoongestelde werken, door de gemeente aangekocht.
Voor de eerste editie in 2003 was dat ‘Caterpillar 5bis’ van Wim Delvoye, mooi van constructie maar zo roestig dat meteen ook de zeedijk meters in de omtrek roodgekleurd is. De prijs ken ik niet, maar dat zal niet goedkoop geweest zijn. Gelukkig kon daarvoor gerekend worden op de Vlaamse overheid die betaalde met hetzelfde geld als de gemeente, namelijk het onze. Het werk is opgesteld op de dijk tussen de Rotonde en de Krokodil als symbool voor de zeewering.
In 2012 was het ‘I can hear it’ van Ivars Drulle, twee hoornen die staan op het strand rechtover de ‘Rotonde’. Het heeft 85.000 euro gekost.
Waar ik het echter speciaal in het huidig artikel over wou hebben, is het kunstwerk dat Middelkerke verwierf in 2009.

Lichtinstallatie ‘Salacia’
Het gaat om een lichtinstallatie die geplaatst werd in de belvedère van de watertoren aan de wijk 'Krokodil'. Het is een werk van de Nederlandse kunstenares Tamar Frank.
De beschrijving ervan die verspreid werd, is de volgende:

“Het is niet zomaar een verlichting. Het moet een artistieke meerwaarde geven aan de toren, waarvan de kroon om de zeven minuten een andere kleur krijgt en omgetoverd wordt van watertoren naar vuurtoren. Het ruisen van de zee en het suizen van de wind worden vertaald in een subtiele beweging en langzame kleurschakering van de lichtstralen. Frank gebruikt daarbij ragfijne nylondraad, gespannen om de twee centimeter. De gekleurde draden worden overdag beschenen door de zon en ’s nachts uitgelicht. Dat spel moet een magische sfeer creëren.”

Over kleuren en smaken wordt niet geredetwist, wordt beweerd.
In 2009 kocht de gemeente het werk voor het bedrag van € 38.000. Ik heb niet teruggevonden of de gemeenteraad daar zeggenschap over gekregen heeft, maar ik vrees dat dit niet het geval was.
Schepen voor cultuur Carine Dejonghe beweert nochtans dat alles ‘eerlijk verlopen is’. We zullen haar maar geloven, zeker?
Dejonghe: 'De bewoners van de wijk waren al langer vragende partij om iets te doen met hun toren en dit is een prachtige gelegenheid hiertoe’.

1302737-3593f064028963231fc28c6ac952319d.jpg

Defecte installatie
Op 9 februari 2011 meldde de cultuurdienst dat de lichtinstallatie defect was.
Op 16 maart 2012 werd een nieuwe panne vastgesteld. Bij nazicht bleek dat 7 defecte armaturen moesten vervangen worden. De LED lichten konden niet afzonderlijk vervangen worden, omdat ze verwerkt zitten in de printplaat verbonden met de armatuur.
Met een nieuwe editie van Beaufort van 31 maart tot 30 september 2012 in het vooruitzicht, moest daarop zeker gereageerd worden. En dan nog hoogdringend!
Maar … er was daarvoor geen budget voorzien! Wat nu? Gelukkig (?) is daar artikel 157 van het gemeentedecreet, dat zegt: “ De gemeenteraad kan zonder voorafgaande budgetwijziging voorzien in uitgaven die door dwingende en onvoorziene omstandigheden worden vereist, op voorwaarde dat hij daartoe een met redenen omkleed besluit neemt. In dezelfde omstandigheden en als het geringste uitstel onbetwistbare schade zou veroorzaken, kan het college van burgemeester en schepenen op eigen verantwoordelijkheid in de uitgave voorzien.”
Het hangt er maar van af wat je ‘onvoorzien’ en ‘dwingend’ noemt.
Om de werking van de gehele installatie te waarborgen moesten de armaturen zo dicht mogelijk de oorspronkelijke benaderen. In 2009 werden die geleverd door de firma Ledpro &, Exposé, Nederland, en deze firma gaf aan dat hun aanbieding voor 90% identiek was aan de armaturen van de vorige levering.
Hun offerte was bovendien de goedkoopste en dat voor een bedrag van € 4.479,73 (BTW incl).
Dus, bestellen maar!
Maar … de Tussengemeentelijke Maatschappij der Vlaanderen voor Watervoorziening (TMVW) wil nu toch wel in 2014 die watertoren afbreken, zeker! Die zou vervangen worden door een pompsysteem.
Maar niet getreurd, die RGB gestuurde* armaturen kunnen later nog wel ergens van pas komen als belichtingsmateriaal voor de centra De Branding en De Zwerver of als sfeerverlichting voor het zwembad en bij evenementen. Ze hebben tenslotte maar 38.000 + 4.479,73 = 42.479,73 euro gekost en we hebben er, op de periodes waarin ze defect waren na, toch bijna drie jaar deugd van gehad, of hoe je het ook wil noemen.
De moraal van het verhaal? Zet geen kunstwerken op andermans eigendom en ga spaarzaam om met centen … ook als het de uwe niet zijn!

*Een manier om kleuren uit te drukken door een combinatie van de drie primaire kleuren Rood, Groen en Blauw.

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Middelkerke: nieuwe meerderheid … nieuwe bevoegdheden schepencollege

Open VLD en CD&V zullen vanaf 2 januari 2013 de nieuwe bestuursmeerderheid uitmaken in Middelkerke. De verdeling van de bevoegdheden tussen beide partijen maakt natuurlijk deel uit van het bestuursakkoord dat afgesloten werd. Wie heeft het leeuwenaandeel naar zich toe getrokken?
Hebben ze goed werk geleverd? Laten we dat eens nagaan.

Verkiezing van de voorzitter van de gemeenteraad
Sinds de vorige verkiezingen van 2006 is de burgemeester niet meer automatisch de voorzitter van de gemeenteraad. De vergadering kan ook worden voorgezeten door een schepen of een raadslid.
Volgens de cijfers van het voorjaar 2012 zou in 121 van de 308 Vlaamse gemeenten de burgemeester niet langer voorzitter zijn van de gemeenteraad.
Naar verluidt zou dat bij ons Michel Landuyt worden. Dat wordt mij onder voorbehoud gemeld, want de voordracht moet nog ingediend worden bij de gemeentesecretaris en dat ten laatste op 24.12.2012, namelijk uiterlijk acht dagen vóór de installatievergadering op 2.1.2013.
Om voorgedragen te worden, heeft een kandidaat de handtekeningen nodig van meer dan de helft van de verkozen personen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Dat zijn VLD (9) + CD&V (5) + LDD (7) + Progressief kartel (2) + N-VA (2). Het benodigd aantal is dus 13/25 en de meerderheid telt 14 zetels, dus geen probleem! Ze hebben ook nog de steun nodig van een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen (= 5/9 slaafse Open VLD’ers).
Dus evenmin een probleem!
De raadsleden moeten op de installatievergadering van 2.1.2013 overgaan tot de verkiezing. Kan/ Zal het nog iemand anders worden? Natuurlijk niet! De oppositie zal er maar bijzitten voor spek en bonen.
Aangezien de stemming geheim is, weet je natuurlijk maar nooit, maar laten we maar ernstig blijven.
Men kan zich afvragen waarom de andere partijen niemand voordroegen, maar dat zou dus weinig zin gehad hebben, als de meerderheid dat al gedaan heeft.
Eigenlijk vind ik dat wel beter ook. De leden van de minderheid kunnen en moeten zich, volgens mij, beter toeleggen op het voeren van oppositie, eerder dan te proberen de kerk in het midden te houden tijdens de debatten in de raad.

Waarom wordt Michel Landuyt voorgedragen?
Het feit dat een burgemeester ook de gemeenteraad voorzit, is niet altijd een garantie op een diepgaand debat. Hij / Zij voelt zich vooral geroepen om het eigen beleid te verdedigen en heeft minder aandacht voor het mogelijk maken van een goed debat, waar ook de oppositie voldoende ruimte krijgt.
Aangezien het hier een kopstuk betreft van dezelfde partij als de burgemeester, zal die sowieso ook dat eigen beleid verdedigen. Het is dus een illusie te denken dat er meer en beter debat zou komen bij ons. Daarvoor werd de maatregel ook niet genomen. Landuyt leidde namelijk in de vorige legislatuur ook al de vergaderingen, toen nog als burgemeester.
Persoonlijk vind ik dat de burgemeester persoonlijk de leiding van de beraadslaging in handen moet houden. Dat het Michel wordt, is nochtans absoluut geen verrassing voor mij. Ik heb dat trouwens al een paar keer voorspeld in vorige blogartikels. Daar zijn verschillende redenen voor.
De voornaamste zou, volgens welingelichte bronnen, zijn dat Janna daar niet toe in staat zou zijn. Dat verwondert mij niet na het debat van de lijsttrekkers in ‘De Branding’.
Er wordt ook gezegd dat het de bedoeling is om de politieke verhouding tussen Janna en Michel in evenwicht te brengen. Dat is hier zeker het geval. Vanaf het ogenblik dat ik las dat niet Michel maar Janna lijsttrekker zou worden op 14 oktober 2012, heb ik mij daarover al vragen gesteld. Hoe kan een burgemeester zomaar akkoord gaan om zijn plaats af te staan, niettegenstaande het feit dat hij in 2006 de meeste stemmen behaalde? Janna wou toen al, zoals jullie weten, onterecht burgemeester worden.
De vrede moest echter bewaard worden en de toekomstige oplossing houdt wel compensatie in en komt daar voor een groot deel aan tegemoet. Janna draagt de sjerp zonder al te belangrijke bevoegdheden maar Michel zit de raad voor als tweede schepen met behoud van de portefeuille van Financiën.
De functie van voorzitter van de gemeenteraad mag geenszins onderschat worden.
Volgens het gemeentedecreet is die voorzitter, onder andere, bevoegd voor de volgende handelingen.
Hij leidt de installatievergadering. Hij roept de gemeenteraad bijeen. Hij stelt de aanvullende agenda voor de gemeenteraad vast. Hij ondertekent de notulen van de gemeenteraad, samen met de secretaris.
Hij ondertekent, samen met de gemeentesecretaris, reglementen, verordeningen, beslissingen, akten van de gemeenteraad en alle andere stukken of briefwisseling die specifiek betrekking hebben op de gemeenteraad.
Hij neemt de voordrachten voor lidmaatschap van gemeenteraadscommissies in ontvangst.
Hij start de tuchtonderzoeken op, stelt het tuchtverslag en het tuchtdossier samen als de gemeenteraad als tuchtoverheid optreedt, behalve wanneer dat tegen de secretaris gericht is.
Het bekleden van dat voorzittersambt krikt ook het imago van de titularis op en in dit speciaal geval hier maakt het misschien de val van burgemeester naar tweede schepen voor Michel minder pijnlijk.
Op financieel gebied brengt het hem geen voordeel bij. Daar waar een gewoon raadslid door het bekleden van het ambt zijn presentiegeld zou verdubbeld zien, is dat niet het geval voor een schepen. Deze mag inderdaad volgens artikel 70 paragraaf 3 van het gemeentedecreet, buiten zijn wedde, niet genieten van presentiegelden ten laste van de gemeente.

Verkiezing van de schepenen en hun bevoegdheden
Schepenen worden verkozen door de gemeenteraad, onder de gemeenteraadsleden, op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaten, die ondertekend werd door minstens de helft van de gemeenteraadsleden. De mening van de rest is slechts bijzaak.
Dat was ooit wel anders toen de stemming nog geheim was. Het gebeurde toen wel eens dat een lid van de meerderheid niet stemde voor de door de partij voorgedragen kandidaat. Om ontvankelijk te zijn moet die gezamenlijke akte van voordracht voor elk van de kandidaat-schepenen tevens ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst werden verkozen als de voorgedragen kandidaten.
Aangezien de uitslag van de ‘democratische’ verkiezing al op voorhand gekend is, kan nu reeds gezegd worden dat volgende schepenen zullen deel uitmaken van het college:
1e schepen Liliane Pylyser-Dewulf, 2de schepen Michel Landuyt 3de schepen Johnny Devey, 4de schepen Bart Vandekerckhove en 5de schepen Francine Ampe-Duron plus de OCMW - voorzitter Dirk Gilliaert.

Intern werd, onder voorbehoud, in het gemeentehuis een nota verspreid waarin de bevoegdheden van de verscheidene schepenen werden vermeld. Het voorbehoud heeft te maken met het feit dat het “nieuwe” college nog geen beslissing heeft genomen … en niet met de mogelijkheid dat de verkiezingen eventueel moeten over gedaan worden. De klacht van Dedecker werd ondertussen trouwens ongegrond verklaard.

Bevoegdheden van het schepencollege: (tabel later)

Ik had een mooie vergelijkende tabel voorzien over drie legislaturen. Was die te groot? Ik weet het niet, maar ‘Seniorennet’ aanvaardt die schijnbaar niet. Ziehier dus de verantwoordelijkheden voor de komende legislatuur alleen.
 

Janna Rommel-Opstaele: Algemene Coördinatie, Archief, Bescherming en Preventie op het werk,

Besturen (ondergeschikte, nevengeschikte: kerkfabrieken, autonoom gemeentebedrijf,
            OCMW),
Gelijke Kansenbeleid, Burgerzaken, Concessies, Informatica, Inname openbaar
            domein,
Parkeerbeheer, Participatie, Personeel, Secretariaat, Veiligheid (Politie en
            Brandweer)

Liliane Pylyser-Dewulf: AGB, Erfgoed, Mobiliteit, Openbare werken, Patrimonium, Ruimtelijke

            Ordening,

Michel Landuyt: Citymanagement, Cultuur, Financiën, Juridische zaken, Musea, Toerisme,

            Verzekeringen, Vrede en Europese samenwerking

Johnny Devey: Afvalbeheer, ICT, Markten en Foren, Reinigingsdienst, Sport, Strandvisserij

Bart Vandekerckhove: Dierenwelzijn, Evenementenbeheer, Jeugd, Kinderopvang, Onderwijs,

            Onthaalgezinnen, Overheidsopdrachten,

Francine Ampe-Duron: Bibliotheek, Groenbeleid, Landbouw, Ontwikkelingssamenwerking, Milieu
            en 
Duurzaamheidsbeleid Incl Vergunningen, Poetsdienst

Dirk Gilliaert: OCMW, Armoedepreventie, Buurthuiswerking, Huisvesting, Senioren, Sociale zaken,

            Toegankelijkheidsbeleid, Volksgezondheid


Wat stel ik vast?
Een aantal sociale bevoegdheden, vroeger bij het progressief kartel, werden niet meer opgenomen in de tabel: samenlevingsopbouw, preventie en straathoekwerking.
Er werden schijnbaar enkele bevoegdheden toegevoegd om de pil van de degradatie van Michel Landuyt nog wat te verzachten. Hij wordt namelijk bevoegd voor citymanagement (= profileren van de gemeente naar buiten) en voor punten in verband met ‘Vrede en Europese samenwerking’.
Grote woorden! Volledig in de lijn!

Is dat een logische verdeling van de verantwoordelijkheden?
De CD&V heeft waarschijnlijk, gezien zij nodig waren voor een meerderheid, hoge eisen kunnen stellen aangezien zij onder andere OCMW, openbare werken, ruimtelijke ordening en mobiliteit in handen krijgen.
Hun positie in het schepencollege is dus steviger dan die van het progressief kartel in de voorbije legislatuur. Zij zullen ook drie schepenen hebben tegenover nu twee voor het progressief kartel. Er wordt gezegd dat zij, om hieruit ook daadwerkelijk voordeel te puren, eerst zullen moeten proberen aan hetzelfde zeel te trekken. Naar het schijnt zou het uitverkoren CD&V - trio niet bepaald beste maatjes zijn. Dat wordt dus ongetwijfeld nog een hele klus.
Ik mis in de tabel de verantwoordelijken in de volgende domeinen: Pers & externe betrekkingen, Lokale handel en economie, Aankoopdienst, Bevolking en burgerlijke stand, Huisstijl, Economaat, Emancipatie, Grondbeleid, Landschapspark, Monumentenzorg, Muziekschool, Onderhoud gebouwen, Dorpskernvernieuwing… Zijn die misschien niet meer nodig? Of zijn ze ondergebracht bij een ander domein? Dan zou dat wel duidelijk moeten vermeld worden.
Maken de bibliotheek en de muziekschool dan geen deel uit van de portefeuille ‘Cultuur’?
Mogen we zeggen dat Janna belangrijke bevoegdheden heeft? Ik vind dat hoegenaamd niet! Zij heeft uiteraard als burgemeester de bevoegdheid over de politie, maar verder zie ik enkel Secretariaat en Personeel, maar de secretaris zal daar wel de hoofdrol spelen.

Hoe zien de gemeenteambtenaren die verdeling?
Het lijkt me ook nog nuttig te vermelden dat op 10 oktober aan de respectieve lijsttrekkers een ‘verlanglijstje’ werd bezorgd, opgesteld door een managementteam van leidende gemeentelijke ambtenaren.
Volgende gewenste combinaties stonden daarop vermeld:

1 toerisme en locale economie (incl. landbouw)
2 sport en jeugd (incl. kinderopvang, onthaalouders,…)
3 cultuur, musea, erfgoed, bibliotheek, onderwijs
4 openbare werken, groen, mobiliteit
5 stedenbouw, ruimtelijke ordening,huisvesting, milieu, duurzaamheid (incl. reinigingsdiensten)
6 welzijn en samenleven (incl. OCMW)
7 veiligheid (politie, brandweer, reddingsdiensten) en handhaving (incl. Preventie), veiligheid

Het managementteam voegde er verder nog aan toe:
‘daarnaast is het ook sterk aan te bevelen om bijzondere aandacht te besteden aan een aantal ondersteunende functies en bevoegdheden: personeel, financiën, evenementenbeheer, gebouwenbeheer, facility (incl. informatica). Het managementteam is tevens van oordeel dat bepaalde dossiers met algemene reikwijdte zoals gebouwenbeheer,… best gedragen worden door de burgemeester. Het zou ook goed zijn dat een aantal taken en functies die nu bestaan, zowel binnen de gemeente als bij het OCMW, evolueren naar één centrale functie of dienst (overheidsopdrachten, personeel,…)

Wat baten kaars en bril als de uil niet zien en wil!
Behalve voor de bevoegdheden van Dirk Gilliaert werd er weinig of geen rekening gehouden met die – onderbouwde – voorstellen. Waarom eigenlijk niet? Een leek, zoals ik, denkt dan al rap dat het komt door het feit dat verschillende schepenen eerder aan hun eigen belang denken dan aan goed bestuur van de gemeente? Maar … de uitleg is nog meer verfoeilijk, alhoewel ze wel niet geldt voor alle schepenen.
Ik verneem namelijk, uit welingelichte bron, dat Dirk Gilliaert alles al voordien bedisseld had met Michel Landuyt en dat de andere schepenen niets in de pap te brokken hadden en dus allerminst tevreden zijn met die verdeling van de bevoegdheden.
Neem nu Francine Ampe-Duron. Ze wou ‘huisvesting’ omdat ze al jaren bezig is met deze dossiers in de sociale huisvestingsmaatschappij ‘Woonwel’. Maar neen, Gilliaert moest en zou dit krijgen. Heel wat projecten die voorbereid werden door Geert Verdonck, zullen nu uitvoering krijgen. Komt dat Gilliaert misschien goed uit en is dat de verklaring?
Francine Ampe-Duron, weliswaar een beetje gulzig, wou ook toerisme en lokale economie. Maar Landuyt nam dat voor zijn eigen rekening. Dat maakte ook dat Devey razend kwaad was/is op Landuyt want ‘zijn’ toerisme, dat hij toch al twee legislaturen beheerde, werd hem nu ontnomen.
Zoals ik vroeger al schreef had Dirk Gilliaert als CD&V - lijsttrekker met de meeste stemmen in zijn partij de functie van eerste schepen moeten opnemen. Dat interesseerde hem echter niet en aangezien Landuyt zijn wensen vervulde…
De toekomstige burgemeester Opstaele had graag meer bevoegdheden gekregen
of anders gezegd meer van haar vroegere bevoegdheden behouden. Dat was echter buiten Landuyt gerekend. Die kon zichzelf toch maar moeilijk die mooie verantwoordelijkheden toe-eigenen, nietwaar? Daarom verkocht hij die dan nog liever aan de CD&V ten voordele van de eerste schepen, Liliane Pylyser-Dewulf.
Het schijnt dat deze laatste nu verklaart dat ze er eigenlijk alleen maar zit om het de toekomstige burgemeester moeilijk te maken.
We kunnen dus, zonder overdrijven, schrijven dat Landuyt zijn volgelingen verkocht en dat Dirk Gilliaert een mes in de rug van zijn getrouwen stak. En nu maar alles ontkennen!!

Wat wordt dat toch een boeiende legislatuur! Ik hoop dat ik het allemaal nog mag meemaken.

Bronnen
Uittreksel uit de pocket Gemeentedecreet ontleed (11e editie)

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Over dure projecten maar verwaarloosde wijken en/of straten en dijken in Middelkerke en Westende …

De huidige en de toekomstige burgemeesters beroemen zich altijd en bijna uitsluitend op wat ze in de voorbije twaalf jaar gepresteerd hebben op het gebied van openbare werken.
Ze hebben inderdaad wel wat gedaan om hun prestige op te krikken. Helaas is de toestand niet zo rooskleurig als zij dat voorstellen. Ziehier een aantal voorbeelden.

Met de groeten van de bewoners van de Golfbrekerslaan in de Miami-wijk
Op 6 maart 2011 schreef ik op deze blog ‘Miami, paradijselijk oord in Florida en ploeter- en puttenwijk in Middelkerke’. Jullie vinden het in de map ‘Pleinen en Straten’.
Aanleiding daartoe was een artikel van de hand van Dany Van Loo in ‘Het Nieuwsblad’ op 2 maart 2011. Hierin kwam een inwoner van de Golbrekerslaan, Fred Vandenbussche, aan het woord. Hij beklaagde zich erover dat de wegen en de riolering in zijn wijk al 35 jaar in dezelfde slechte toestand verkeren.
Omdat toen één en ander beloofd werd aan de inwoners, wou ik wel eens weten hoe de toestand is op het einde van het jaar 2012.
Ik laat daarvoor liever Fred Vandenbussche zelf aan het woord. Hij is oud-journalist en wie zou dus beter de ‘vooruitgang’ in de Miamiwijk kunnen beschrijven?
Zijn artikel draagt de titel ‘Groeten uit de Golfbrekersbeek’ (en dat belooft!)
“Volgend jaar komt dat allemaal dik in orde”. Dat is wat de inwoners van de Golfbrekerslaan (Miamiwijk of in ’t Middelkerks an de Krokodille) nu al zo’n veertig jaar te horen krijgen. En al die tijd is er geen steen verlegd, alleen maar wat gelapt en getapt en afval gedumpt in de diepste plassen. Nu het najaar weer eens erg nat is, zijn er eindelijk plannen om de zaak pijnloos op te lossen. We herdopen gewoon de Golfbrekerslaan in Golfbrekersbeek. Dan weet iedereen meteen hoe de werkelijkheid eruit ziet in deze villawijk (officieel) of achterstandsbuurt (in realiteit).
En het gaat echt niet alleen over de “kwaliteit” van het wegdek, maar ook bijvoorbeeld over de toestand van de elektriciteits- en kabelleidingen. Die hangen met spuug en ijzerdraad vast aan de palen die verkwijnen onder het betonrot.
En het gaat ook over de zogenaamde riolering: een buisje dat al het afvalwater van de wijk onder woningen en andere privé-eigendommen door transporteert naar een open gracht in het veld, alwaar de natuur geacht wordt zelf voor de reiniging in te staan.
Zo is de toestand nu al sinds mensenheugenis – en er verandert niets, hoewel einde de jaren… ’70 van de vorige eeuw een Bijzonder Plan van Aanleg met veel toeters en bellen is goedgekeurd. Wanneer wordt dit dus bijna veertig jaar oud plan uitgevoerd? Antwoord: volgend jaar, zoals men morgen ook gratis blijft scheren.
De bewoners van de Golfbrekerslaan zijn vroeger in 2012 samengeroepen om deze plechtige gelofte nog eens te aanhoren – ze rolden om van het lachen toen ons aller Janna zonder verpinken weer dat magische “volgend jaar” liet horen. Ze lachten minder toen ze hoorden dat de grond in de straat onteigend wordt tegen de formidabele prijs van… zestien euro per vierkante meter – in dezelfde straat nota bene waar bouwgrond nu tussen drie- en vierhonderd euro kost.
En ja, van tijd tot tijd komen personeelsleden van allerhande ontwerpers en nutsbedrijven langs om de huidige toestand op te meten, want in het gemeentehuis weet blijkbaar niemand nog waar de buizen en leidingen precies lopen. Na al die jaren dat de renovatie van de straat voor volgend jaar geprogrammeerd staat, moet blijkbaar zelfs de meest essentiële informatie nog bijeengebracht worden in een bruikbare inventaris. U ziet van hier dat het inderdaad weer voor volgend jaar zal zijn, nu de notarissen zelfs nog niet eens begonnen zijn met de akten voor gebiedsafstand en onteigening. Toch ziet de Golfbrekerslaan vooruitgang. Ze put troost uit de gedachte dat Janna nu van de zaak zal moeten afblijven. Ze is twaalf jaar lang keihard blijven liegen over de vernieuwing en dat is meer dan genoeg. De nieuwe schepen van Openbare Werken zal tijd nodig hebben om het vertrouwen te herstellen tussen de lokale overheid en de Golfbrekersbekenaars.

Hieronder vinden jullie foto’s die aantonen hoe schandalig de toestand wel is. Eerst zien jullie er één van de plaats waar de buis die alle vuiligheid uit de woningen afvoert, in de beek terechtkomt en vervolgens één die illustreert hoe vuil en stinkend dat water wel is. In de volksmond wordt de beek de ‘enige beek in Middelkerke waarin ook bij zeer droog weer nog water stroomt’ genoemd. (maar dan zeer vuil water!)

1293149-211502898b297fdea071b67024e4d476.jpg 1293149-5105186772b929228cb485508de0cb7d.jpg 
                                                 Foto’s Alain Calcoen

De toestand van veel wijkstraten grenst aan het ongelooflijke. In een tijd waarin men 1 miljard oude Belgische francs uitgeeft voor een marktplein met ondergrondse parkeerplaatsen, mag zoiets eigenlijk niet meer bestaan. Ziehier wat ik bedoel.

1293149-3aaa1e8bbf6d49507fad7d9d112a3b9c.jpg               Foto’s Alain Calcoen

En er zijn nog veel andere straten in slechte staat
De Miamiwijk is niet de enige met slechte straten.
Ligt het aan de crisis of heeft ons gemeentebestuur andere prioriteiten?
Je zou redelijkerwijze aannemen dat onze bestuurders in tijden waarin over niets anders gesproken wordt dan over ‘besparingen’ en ‘nieuwe belastingen’, ook tot bezinning moeten komen en er angstvallig op moeten letten dat de gemeentelijke schuld niet meer aangroeit. Maar neen, ze willen liever een pier bouwen, een jongensdroom (!!) van (ex-)burgemeester Michel Landuyt. Ze dromen verder ook over een verbreding van de zeedijk met een uitbouw aan het casino.
Ik heb al zo vaak geschreven dat er volgens mij geen nieuwe projecten meer mogen ‘uitgevonden’ worden zolang de meest elementaire werken aan een aantal van onze lanen, straten en dreven niet uitgevoerd werden.
Ziehier een kleine opsomming die geen voorrangsorde inhoudt.
Men wil ’s zomers van de Distellaan en de Meeuwenlaan in Westende – bad wandelstraten maken maar de wandelaar moet goed uit zijn doppen kijken om niet om de paar passen over een uitstekende klinker te struikelen. (niet a, e, i, o, u!!)
Dat is het geval in de Distellaan vanaf de Meeuwenlaan tot aan de Priorijlaan en in de Meeuwenlaan vanaf de Oorlogsinvalidenlaan tot aan de dijk.
In de Strandjuttersdreef zijn een caravanpark, een golfterrein, een visvijver en een camping gelegen. Dat zouden dus toeristische troeven moeten zijn. Hoe smal de dreef ook is, ze wordt druk bereden door auto’s en fietsers en druk bewandeld (ook door eenden!).
Ze verkeert echter in zo’n abominabele staat dat het schaamrood naar de wangen van de Westendenaar stijgt als hij/zij daarmee door een toerist geconfronteerd wordt: afgebrokkelde straatranden, opgestoken asfalt door boomwortels, grote waterplassen bij regenval, …
Ziehier een foto van 1 september 2011 en één van 18 november 2012.
Er zijn nog veel andere straten in een gelijkaardige slechte staat verkeren. Ik hoop dat ze dat tenminste ook weten op het gemeentehuis en dat ze toch minstens van plan zijn om er ‘volgend jaar’ iets aan te doen. Misschien kunnen we anders eens samen gaan kijken naar de parking langs de Strandlaan, vóór de Calidris? Of naar de Sint-Laureinsdijk? Liliane, neem je mijn uitdaging aan?

1293149-98a9968032e6c9e2ef9f32a17a98c700.JPG 1293149-87673a810a659ce176e5c6312e8c6954.JPG

Sint-Laureinsdijk: hier ben ik alweer!
Ik begin me stilaan wat onwennig te voelen. Naast mijn veelvuldige klachten over de slechte staat van de asfaltweg op onze dorpsdijk, heb ik nu al een viertal keer mijn beklag gemaakt over het feit dat de zitbanken op de dijk volledig onder het zand zaten. Nadat ik er zeer lang op aandrong dat deze toestand onwaardig was voor een strandpromenade, werd er dan toch eindelijk actie ondernomen. De 20 banken waarvan er nog slechts 8 bruikbaar waren omdat de overige bedolven waren onder het zand en overwoekerd werden door onkruid, werden nu per twee opgesteld.
Deze nieuwe opstelling vormt echter nog steeds geen bevredigende oplossing.
Wat ik daar nu nog op aan te merken heb?
Ik ben eerst en vooral van mening dat die banken daar staan om de wandelaars toe te laten om even uit te rusten en daarbij uitzicht op iets te hebben. Van op de naar binnen gedraaide bank zie je natuurlijk de auto’s, caravans, fietsers en wandelaars voorbijkomen. Maar wat zie je van op de tweede bank? Een duin of een struik of een boom op anderhalve meter afstand!! Geen mooi zicht alleszins!
De banken staan nog steeds te dicht bij de duinen en zijn alweer aan het verzanden.
Mijn oplossingen?
Eerste mogelijkheid: zet de banken twee aan twee dwars op de dijk zoals in Westende-bad maar dan een paar meters verwijderd van de duinen en liefst vóór een struik waar geen over en weer geloop is.
Tweede mogelijkheid: zet de banken twee aan twee naast elkaar, ook op voldoende afstand.
Derde mogelijkheid: zet één bank van elk paar aan de andere zijde van de wandeldijk, zodat men er hetzelfde zicht heeft op de dijk.
Vierde mogelijkheid: zet de twee banken rug aan rug in het midden van en dwars op de dijk.
Vijfde mogelijkheid: wissel de vorige vier mogelijkheden af, zodat de wandelaar kan kiezen.
Wat denken jullie?
Beide onderstaande foto’s moeten de nieuwe verzanding en het slecht zicht duidelijk maken. En dat is maar één voorbeeld van elk!

1293149-8ccc07ffa0de479619cbc9084198ba37.jpg 1293149-e94124a68aaec7dd207ffde23def982c.jpg

Geschreven door stammer om 10:11 1 reactie Reageer op dit bericht

Sinterklaas met de amfibieboot naar Middelkerke

Nog drie dagen!! Hebben jullie al een brief geschreven naar sinterklaas? Zijn jullie wel degelijk braaf genoeg geweest? Staat jullie schoentje al klaar?
Oh, jullie weten al wie sinterklaas is! Zeker?
Ik dacht daarom dat ik misschien eens honderden jaren moest teruggaan in de geschiedenis en ook eens moest nagaan welke de gebruiken van vandaag zijn en of je die nog kunt vergelijken met deze uit mijn kindertijd.

De intrede van sinterklaas in Middelkerke
Onze gemeente mocht natuurlijk niet achterblijven! Zoals in een aantal steden en dorpen gelegen aan zee of langs een waterloop, zoals Antwerpen, Oostende en Nieuwpoort, moest de stoomboot uit Spanje ook onze gemeente aandoen. Wat was er toch weer druk zeevaartverkeer op de sinterklaasroute! Spijtig genoeg hebben wij geen haven! Ik wil onze bestuurders natuurlijk niet op slechte gedachten brengen, want ze zijn in staat om naast een pier en een uitbouw aan het casino, ook nog een haven aan te leggen.
Weken vooraf, veel te vroeg volgens mij, op 18 november 2012 al, was het dan zo ver! Rond 14 uur legde een amfibieboot aan, ter hoogte van het casino (kant West) met aan boord de heilige man met zijn zwarte pieten.
Ik heb dat niet meer zo gevolgd omdat ik al een tijdje weet wie sinterklaas is. Ik laat me daaraan dus niet meer vangen.
Ik stond bijgevolg het gezelschap niet op te wachten en ik kan er jullie dus ook niet veel over vertellen.
Waarschijnlijk was dit zijn eerste bezoek aan Middelkerke, want de sint maakte eerst een rondrit door de gemeente (op zijn witte schimmel of met de amfibie?) terwijl de huisstijlvlaggen al heen en al weer waaiden. Om 14u30 werd hij ontvangen op het gemeentehuis door de burgemeester en de schepenen, aan wie hij waarschijnlijk een grote zak geld overhandigde omdat hij toch zeer goed weet hoe spaarzaam die daarmee zullen omgaan.
Of dat alles opgenomen werd door de VRT of door VTM weet ik ook niet, maar in de grote steden is dat wel het geval. Misschien een ideetje voor volgend jaar? Publiciteit is altijd meegenomen. Maar ja, dat moet ik onze lokale politici niet vertellen!
Om 15 uur startte dan een show met randanimatie in ‘De Branding’ waarop alle kinderen van de gemeente met hun ouders gratis mochten aanwezig zijn.
De showorganisatie berustte in handen van de adviesraad lokale economie en alle brave kinderen mochten van sinterklaas, gesponsord door de zeven Middelkerkse handelaarsbonden, een geschenk in ontvangst nemen.
Ja, ja, daar staat wel degelijk ‘dienst lokale economie’ en niet ‘jeugddienst’. De schepen van lokale economie is namelijk Janna Opstaele. Wil ze zich nu ook nog voordoen als de gulle schenker en weldoener voor alle kinderen? Vroeger was dit toch (logischerwijze) een opdracht voor de jeugddienst en niet voor het feestcomité?
Had de jeugddienst niet geoordeeld dat er al zoveel (teveel) sinterklaasbijeenkomsten waren, dat de kinderen nu reeds overstelpt werden met geschenken en dat een extra feest door de gemeente eigenlijk niet meer gewenst was? Had ik ook niet gehoord dat ze het te commercieel vonden en dat in twijfel getrokken werd of het wel de taak van de gemeente is om te concurreren met de feestjes in de private sector?
Ik vind persoonlijk dat sponsoring van de gemeente door de handelaars niet kan. Zeg nu zelf, jullie kennen toch ook de wijze spreuk ‘voor wat, hoort wat?’

Maar ja, als Janna iets in haar hoofd haalt, …

Wie was die sinterklaas eigenlijk?
Sinterklaas werd als Nicolaas geboren in het jaar 270 in Pataras, een streek in het zuiden van het huidige Turkije.
Hij is dus nu 1742 jaar oud. Nicolaas was het enige kind van rijke ouders, die heel jong stierven. Hij erfde dus alles maar hij hield het geld niet voor zichzelf, maar hij deelde het uit aan arme mensen. Toen hij ouder was, werd Nicolaas bisschop van de stad Myra. Vanwege zijn vele goede daden werd hij op 6 december 342 heilig verklaard. Vanaf toen heette hij ‘Sint-Nicolaas’. In de loop der eeuwen is dat ‘sinterklaas’ geworden.

Vragen die jullie reeds lang eens wilden stellen

Komt sinterklaas echt uit Spanje?
Spanje en Nederland vochten van 1568 tot 1648 de tachtigjarige oorlog uit. Spanje was in die tijd een land dat rijk was aan goud en zilver, aan luxezaken en aan lekkere dingen. De Nederlanders bleven toch nog handel drijven met hun vijanden en ruilden de Spaanse artikelen voor kruiden en sinaasappels ('appeltjes van Oranje'). De mensen dachten daarom dat ook sinterklaas uit Spanje kwam.
Bovendien is Nicolaas ook de beschermheilige van de zeevaarders, die toen natuurlijk met hun boten de handelswaar uit Spanje haalden en dus door hem werden beschermd.
Waarom rijdt sinterklaas op een schimmel?
De oppergod van de Germanen Wodan reed op een groot wit paard. Vroeger vonden hoge heren dat voornaam en apart. En aangezien Sint-Nicolaas ook een voornaam persoon was…
Welke kleding draagt de heilige man?
Sinterklaas is/ was dus een bisschop maar zijn kleding wijkt soms, om praktische redenen, af van die van zijn collega’s. Zo draagt hij soms, om paard te rijden, een tot broekrok vermaakte tabberd in plaats van een lang paars priesterkleed. Daarover komt een met kant afgezette albe, die eindigt tussen knieën en enkels en daar bovenop een rode stola, die met een koord met kwastjes rond zijn middel op zijn plaats gehouden wordt. Over alle kledingstukken heen draagt de sint een rode koormantel, meestal met een kap met gouden franjes, die vanaf de schouders tot bijna op de grond hangt en die aan de voorkant vastgemaakt wordt met een ketting en twee haakjes. De mantel is aan de binnenkant goudgeel of wit en is versierd met goud en band. Bisschoppen dragen eigenlijk een witte mijter maar die van sinterklaas is rood Beide mijters verschillen ook van vorm.
Ook de staf van sinterklaas heeft een duidelijk andere vorm dan die van een bisschop: de krul is groter en steekt aan beide zijden van de staf uit. De krul is een symbolische slang, teken van wijsheid en oneindigheid, die uitloopt in een verticale lijn naar beneden, de afdaling van geest of wijsheid naar aardse sferen.
Verder draagt hij meestal zwarte schoenen en lange witte handschoenen, soms paarse. Een gouden bisschopsring met een robijn siert zijn ringvinger. Deze hoort traditioneel om de rechterringvinger, maar vaak draagt sinterklaas hem links opdat hij niet in de weg zou zitten bij het handen schudden.
Een man van zijn leeftijd heeft natuurlijk een lange witte baard van ongeveer 40 centimeter. Als die langer wordt, moet hij naar de kapper. Zijn snor en hoofdhaar werden ook al een tijdje niet meer afgesneden of –afgeschoren.

1288047-9ad28a984a0e21bb0e69a7b4e6ef87ac.jpg> 1288047-c7119457940b5f2c96e4e835c7a915fe.jpg> 1288047-219b5dcc110aaab9e9b629e9c583c77f.jpg>

Waarom draagt zwarte piet dat eigenaardig pak?
De kleding van zwarte piet is die van een 16e-eeuwse page. Pages waren de persoonlijke dienaren van hooggeplaatste heren zoals hertogen en prinsen.

1288047-b07a4e601cdc56e9b8baab829e1f4bae.jpg


Waarom zetten kinderen hun schoen?
Omdat ieder kind zijn of haar eigen schoen heeft, kan piet zich nooit vergissen bij het uitdelen van de pakjes of geschenken.
Waarom wordt sinterklaas geholpen door een zwarte piet en niet door een blanke of gele?
Piet is door al die jaren schoorsteenvegen zo zwart van het roet geworden dat niemand meer weet welke huidskleur hij oorspronkelijk had.
Wanneer komt de sint nu eigenlijk?
Ja, daar kan ik niet op antwoorden want hij is nu al weken in ons land maar zijn huisbezoeken via dak en schoorsteen, legt hij pas af in de nacht van 5 op 6 december. Waarschijnlijk logeert hij al die tijd op zijn stoomboot.

Sinterklaas in mijn kindertijd
Volgens mij leefden wij veel intenser naar het feest van Sint - Niklaas toe dan de kinderen van vandaag.
De komst van de sint werd nochtans heel eenvoudig gehouden. Wij waren niet veel gewoon en de kleinsten onder ons geloofden heilig dat de brave man met de stoomboot uit Spanje kwam en dat wie braaf was lekkers kreeg en wie stout was de roe. Wij twijfelden er niet aan dat in dat grote boek al onze goeie en slechte kanten beschreven waren en dat de meester op school en onze ouders een goed woordje voor ons zouden doen opdat de sint toch maar onze deur niet zou voorbijgaan.
Wij waren echt bang van zwarte piet! Zijn zak was voor ons de hoogste verschrikking.
Grotere broers en zussen werden in de periode op het hart gedrukt dat ze zeker niets mochten verklappen aan hun kleinere broer of zus. Sommige konden echter moeilijk zwijgen maar ze werden daarvoor erg streng berispt. Sommige slimme kleintjes lieten natuurlijk niet blijken dat ze op de hoogte waren en wachten daarmee tot de sint voorbij was.
Op school schreven wij een brief, die door de meester aan de sint bezorgd werd.
De brave man kwam elk jaar alle klassen bezoeken en ons gedrag werd telkens nagekeken in het grote boek.
Wie de slimme wou uithangen en in de figuur van de sint een gekend persoon meende te herkennen, werd streng de mond gesnoerd.
We leerden menig liedje om de ‘sint blij te maken’. Die liedjes hebben de tand van de tijd wel doorstaan en ‘Zie ginds komt de stoomboot’, ‘Zie de maan schijnt door de bomen’, ‘Sinterklaas, brave baas’, ‘Sinterklaas kapoentje’ en vele andere hebben menige generaties overleefd en zijn nog steeds populair.
Daags voor 6 december werd de schoen klaargezet bij de schoorsteen. Langs die weg zouden de sint en zwarte piet immers de huiskamer binnenkomen met hun speelgoed en hun lekkers. Om de weldoeners gunstig te stemmen of om ze te bedanken werd een op school gemaakte tekening, een wortel, hooi of suikerklontjes voor de schimmel in de schoen gelegd.

Sinterklaas vandaag
Het grootste verschil met vroeger is natuurlijk de commercialisering van het feest. Vele weken vooraf liggen bergen speculaas (‘speculoos’ is in Vlaanderen ook lekker), marsepein, chocoladefiguren en duur speelgoed tentoongesteld in de grote warenhuizen waar ook sinterklazen, gezeten op een troon, kopers met kinderen moeten aantrekken. Daarna moet iedereen op de foto. De kinderen zien massa’s brave mannen op zich afkomen, allemaal verschillende en toch wordt hen wijsgemaakt dat er maar één sinterklaas is.
Reclame op de televisie, in de reclameblaadjes en in de dagbladen doet er nog een schepje bovenop.
Er zijn tegenwoordig sinterklazen die zich specialiseren en ’s avonds bij de kinderen aan huis gaan. De ganse familie wacht hem daar op. De sint krijgt ‘onopvallend’ de geschenken in de handen geduwd. Daarna wordt op de blijde gebeurtenis een druppel of een pint gedronken. Dat is niet eenvoudig met die snor en die lange baard. Na enkele adressen wordt de brave man alsmaar vrolijker en blijkt hij niet in staat om nog op een dak te klimmen, laat staan langs de schoorsteen andere huiskamers te betreden.
Elke vereniging wil een feest voor zijn leden met kinderen. Soms ontmoeten de sinten elkander op straat. Ik las in ‘De Sirene’ dat in het Dienstencentrum van het OCMW op 19 november een sinterklaasbingo, met geschenk voor de ouderen, ingericht werd… omdat niet enkel de kinderen moeten verwend worden.
Dat is natuurlijk een afbreuk aan de tradities en dat vind ik eerder het werk van de kerstman. Spijtig!
Het valt op dat de sint tegenwoordig niet één maar meerdere personeelsleden heeft. Zijn er meer of zwaardere geschenken uit te delen of meer snoepgoed rond te strooien of is dat een moderne manier om de werkloosheid op te lossen?
Sommige scholen richten heuse sinterklaasfeesten in maar sommige beperken zich tegenwoordig tot een bezoek aan de klassen, zoals vroeger.
Zo komt sinterklaas op donderdag 6 december om 14u30 uur in de sporthal te Lombardsijde voor alle leerlingen van de gemeenteschool “’t Lombartje”.
Nadat alle kinderen gezongen en gedanst hebben voor hun ouders en grootouders, worden ze daarvoor door de sint beloond met speelgoed … als ze tenminste ook nog braaf geweest zijn.
Hebben sommige sinten nagelaten hun bezoek mee te delen aan de gemeente? Ik zie alleszins geen spoor van dat feest van de gemeenteschool in de gemeentelijke nieuwsbrief van 28 november, noch in de evenementenkalender op de gemeentelijke website, noch in die van de ‘Sirene’.
In de vrije school Sint-Lutgardis is er een feest op 3 december bij de KVLV – vrouwen.
De IBO’s (kinderopvangcentra) kopen elk jaar rond sinterklaas nieuw speelgoed aan. Zij zetten dat rond 6 december in hun lokalen en zeggen dan dat de sint gekomen is. Ook zij hebben al ingezien dat er een overaanbod is aan optredens van de sint.
Wie een persoonlijke brief wil schrijven naar de heilige, kan daar de dag van vandaag een beroep voor doen op bpost. Deze hebben een sintsecretariaat opgericht om alle (ongefrankeerde) brieven op te vangen en te bewerken.Vanaf 8 november tot en met 6 december 2012 kunnen kinderen en klassen naar de sint schrijven. Kenden jullie zijn adres niet? Dat is natuurlijk “Sinterklaas, Spanjestraat 1, 0612 Hemel”.
Elk kind dat een brief schrijft of een tekening naar de sint opstuurt, krijgt een brief en een cadeautje terug: een kleur/werkboekje waar het sintverhaal van de postbode Pol wordt verteld. Ook klassen kunnen een brief schrijven. Er volgt dan een globaal antwoord met een 20-tal kleur/werkboekjes bij.
Een modern probleem voor de sint is wel dat er tegenwoordig veel huizen zonder schoorsteen zijn. De schoen wordt dan voor de verwarming, bij de voordeur of bij de achterdeur gezet.
Er moet dan wel opgelet worden voor valse sinterklazen en toch moet het huisalarm afgezet worden.
Sinterklaas ‘spelen’ is geen gemakkelijke opgave. Men moet inderdaad geloofwaardig over komen, goed van de tongriem gesneden zijn om het vertrouwen te winnen van de kinderen en ze op hun gemak te stellen. Ik vraag jullie het niet verder te vertellen aan oningewijde, maar onze schepen voor de jeugd Lode Maesen schijnt al enkele jaren een veelgevraagde brave man te zijn. Hij leent zich daar graag toe ‘als het maar niet commercieel is en als het om een echt kinderfeest gaat’. Dat hoor ik graag, Lode!

De harde concurrentie voor sinterklaas door de kerstman en door Sint-Maarten
Sinterklaas is niet de enige die lekkers en speelgoed uitdeelt aan de kinderen.
Enkele jaren geleden kwam de stoomboot uit Spanje reeds op 11 november aanmeren in Antwerpen. Dat was natuurlijk ongepast want op die dag wordt de feestdag van Sint-Maarten gevierd. De kinderen wisten niet meer waar ze het hadden. Twee heiligen die tegelijkertijd om hun aandacht vroegen!
Drie weken na de sint wordt de kerstman gevierd. En die wil ook steeds vroeger in de belangstelling komen van de media en van de handelszaken die de klanten moeten verleiden. Maar te veel is te veel!
Je zou dan gaan denken dat er regels moeten opgelegd worden die bepalen wanneer het kerstseizoen mag worden ingezet.
De Belgische FEderatie van de DIStributie-ondernemingen (FEDIS) beweert dat die er niet zijn. De sector heeft wel zelf de afspraak gemaakt dat er geen sinterklaasreclame, gericht op kinderen, gemaakt wordt vóór 1 november terwijl dit voor de kerstperiode op 1 december vastgesteld is. Ik vrees dat dit een dode letter gebleven is.
De strijd tussen de sint en de kerstman blijft hard en ongelijk.
In 1931 voor het eerst voorgesteld door Coca-Cola als een goedlachs dikzakje, moest de kerstman niet enkel de kinderen maar ook de volwassenen verleiden. Hij lijkt daar aardig in geslaagd te zijn.
Hij dreigt niet met de roe en deelt zijn geschenken uit in de verlofdagen van de kersttijd, wanneer iedereen daarvoor open staat. Hij wint dan ook veld ten opzichte van de sint, die een veel kleiner marktpotentieel heeft en niet beschikt over zo’n grote propagandamachine. De sinterklaasliedjes kunnen niet optornen tegen de familiefilms waarin de kerstman uitpakt met ‘Jingle bells, jingle bells, jingle all the way’ en met zijn slede, getrokken door rendieren, door de sneeuw glijdt. Exotisch! Dat wel!
Toch blijf ik meer van sinterklaas houden.

1288047-70ca56d0f898203c7f927c5d8d4839b8.jpg

Hoe lang kunnen we de huidige sinterklaascultuur nog in stand houden?
Misschien vinden jullie dat wel een rare vraag, maar er komt meer en meer kritiek op de katholieke figuur van sinterklaas. Op Antwerpse openbare scholen mag hij al niet meer verschijnen met een kruis op zijn mijter omdat het een religieus symbool is dat de moslims in de klas kan choqueren. In Amsterdam staat al enkele jaren geen kruis meer op de mijter.
Een multiculmijter, zoals hieronder rechts afgebeeld, heeft natuurlijk geen zin aangezien het gaat over een katholieke traditie.
De mijter is niet het enige twistpunt. Het gegeven dat de pieten van de sint zwart zijn, zou volgens sommige discriminerend zijn omdat de oorsprong ervan zou te vinden zijn in slavernij en racisme.
Ook het bisschopsgewaad ligt onder vuur. Bovendien zou dat ‘te travestiet’ zijn. De baard van de sint zou dan weer te terroristisch zijn! Waar halen ze het toch allemaal?

1288047-eb6ac01a6b88dba84ced77af54b69e41.jpg1288047-408c701332f6cdf85ef0172767fd8461.jpg

Besluit
Ik hou van tradities. Is dat ouderwets? Misschien wel!
Moeten we betreuren dat de viering van het sinterklaasfeest de hierboven beschreven weg opgaat?
Ik vind van wel!
Wat vooral tegen de borst stoot is de commercialisering van wat eigenlijk gewoon een kinderfeest zou moeten blijven. Een kinderhand is rap gevuld, zegt men. Waarom moet onze kinderen en kleinkinderen dan bedacht worden met zo’n overvloed aan geschenken met het gevolg dat ze die nog nauwelijks waarderen, zeker als ze niet groot en duur genoeg zijn.
Ja, ik vrees vanzelfsprekend ook dat we dat niet meer kunnen stoppen. Zo gaat natuurlijk alles teloor! Jammer toch?

Bronnen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Sinterklaas
http://www.klaasje.be/foto.html
Artikel ‘Analyse. Waarom sinterklaas zoveel concurrentie krijgt. Zijn knecht staat groen te lachen’ in ‘De Standaard’ van 15 november 2004 door Marc Reynebeau

Geschreven door stammer om 11:03 3 reacties Reageer op dit bericht

Koken en/of eten op kosten van de regering? Schuif maar aan!!

Op 18 december 2011 verscheen mijn artikel ‘Hoe lekker kan men eten in Middelkerke?’ (zie map Horeca).
Ik ging daarvoor, onder andere, te rade bij de Michelingids, bij de Gault Millaugids en bij de Bib Gourmandgids van Michelin.
Ik zocht daarin naar de Middelkerkse restaurants en ik maakte tevens een vergelijking met de andere badplaatsen.
Ik wou dit jaar eigenlijk gewoon eens kijken of er veranderingen waren in de Middelkerkse toestand en ik zou die niet de moeite waard gevonden hebben om er nogmaals een volledig artikel aan te wijden, ware het niet dat dit jaar tegelijkertijd enkele artikels verschenen over de kostprijs van een menu in de verschillende niveaus van restaurants en over de ‘grote moeilijkheden’ die sterrenrestaurants zouden hebben om het hoofd boven water (of moet ik schrijven ‘wijn’?) te houden.

Geen echt ‘Middelkerks’ artikel, dus, maar van één van ‘alle plaatsen’!

De evolutie van de toestand
Er is nauwelijks evolutie aangezien alle Middelkerkse restaurants in 2013 dezelfde beoordeling kregen als in 2012. De Mange-Tout kreeg er wel een koksmuts bij ( = onderscheidingsteken van Gault Millau)

Restaurant

          Gault Millau

         Michelin

    Bib Gourmand


Mange-tout
Eat & Sea
Marquize
Renty
La Tulipe
De Vlasschaard

*1 koksmuts
** 2 koksmutsen

   2012          
     15*
     13
     13

    
10
     10

    2013  
     15**
     13
     13

     10
     10

    2012           -
       -
       -

       -
       -

   2013    -
    -
    -
    -

     -
     -

2012



x

2013



x
















Ter herinnering voor Gault Millau:
15: brengt een bijzondere keuken
13: goede, verzorgde tafel, betrouwbaar en soms origineel
10: aanbevolen
Bib Gourmand: al die restaurants (en het zijn er 138 in 2013) serveren een lekker menu (voorgerecht, hoofdgerecht en dessert) voor een maximumprijs van 35 euro. De prijs- kwaliteitverhouding is er uitstekend.

Er wordt ook telkens een beoordeling in tekstvorm bijgegeven. Jullie kunnen die lezen op de website van Gault Millau.(zie ‘Bronnen’)

1283402-e9ac95454a5bf84f9231c5319be6941d.jpg> 1283402-d39a6cea96080b9ee9d50d186cfc8554.jpg> 1283402-855ab3489c2cc5b2d3cc4fedfefcf0a4.jpg>

Hoeveel kost een etentje in een sterrenrestaurant?

Driesterren
Wie gaat eten in het ‘Hof van Cleve’, het restaurant van Peter Goossens in Kruishoutem, betaalt 190 euro per persoon voor het goedkoopste menu en 345 euro voor het duurste menu, drank inbegrepen. In ‘Hertog Jan’ moet men tussen de 85 en 300 euro neertellen voor een menu (drank inbegrepen) en in ‘De Karmeliet’ tussen de 85 en 200 euro (dranken niet inbegrepen).

Twee sterren
Een menu kost gemiddeld tussen de 77 en 129 euro per persoon. In ‘Le Fox’ van Stéphane Buyens in De Panne is dat tussen 85 en 105 euro.

Eén ster
De prijzen voor een menu variëren tussen de 59 en 93 euro gemiddeld. Voor een lunchmenu betaalt men gemiddeld 38 euro.

De door Gault Millau gelauwerde in Middelkerke (zonder dranken)
Mange-tout : tussen 30 en 70 euro
Marquize : tussen 52 en 70 euro
Eat&Sea : tussen 30 en 47 euro
La Tulipe : tussen 25 en 69 euro
De Vlaschaard : tussen 30 en 50 euro
Renty : tussen 35 en 50 euro

Deze prijzen geven een idee maar ik zou er maar niet al te veel belang aan hechten. Ze zijn namelijk functie van wat in elk van die restaurants aangeboden wordt: welk menu (degustatie-, markt-, lunch-, maand-, aantal gangen), interieur, ligging, bediening, …

Je kunt er natuurlijk ook nog ‘à la carte’ eten!

Topchef Peter Goossens slaat alarm: de regering moet zijn keuken redden
Gelukkig zat ik neer toen ik in mijn krant las dat de chef van het hoogst gequoteerde en duurste restaurant van België, het Hof van Cleve, op een internationale meeting van topkoks in Monaco aan de alarmbel getrokken had: “onder de huidige omstandigheden is de Belgische gastronomie niet houdbaar wegens een te hoge lastendruk. De regering moet ons helpen of anders verdwijnt de gastronomische keuken.”
Ongelooflijk, toch?
Hij wordt in zijn mening natuurlijk ondersteund door zijn collega’s - sterrenkoks.
Volgens één van hen zou het nodig zijn andere dingen te doen als men zijn restaurant wil laten groeien: meerdere restaurants en/of ernaast een hotel uitbaten, boeken uitgeven, advies verstrekken bij kook- en wijnlessen, lesgeven in koksscholen, meewerken aan tv – reportages, producten promoten, … Het zou echt heel moeilijk zijn om alleen met de omzet van een sterrenrestaurant goed je brood te verdienen.
Goossens staaft zijn oproep aan de regering met het argument dat de gastronomie niet enkel deel uitmaakt van het Belgisch bruto nationaal product maar ook van ons patrimonium.

Hebben de sterrenkoks gelijk?
Een eerste argument is de crisis waardoor ook de restaurants getroffen worden. ‘s Middags zouden er minder klanten komen dan vroeger.
Zijn de loonlasten te hoog? Een sterrenrestaurant heeft inderdaad meer en beter personeel nodig. Als men meer wil, kan en mag verwachten van zijn personeel, dan moet dat ook beter betaald worden, dus hogere loonlasten. Als men meer kwaliteit wil bieden aan de klant, dan is daar meer personeel voor nodig, in de keuken om de schotels een beter uitzicht te geven, in de zaal om beter aan de wensen van de klanten te kunnen voldoen.
De chefs zien ook wel dat er steeds meer kwaliteitsvolle restaurants bijkomen waardoor de concurrentie feller wordt en waardoor nog meer van het personeel moet geëist worden.
De restaurants zouden ook meer dan vroeger onderworpen worden aan sociale controles, aan btw controles of aan economische inspecties / voedingsinspecties.
De prijzen van de voedingswaren en dranken zouden in België hoger zijn dan in de ons omringende landen.
Angelo Rosseel van ‘La Durée’ in Izegem, zojuist bekroond met een tweede Michelinster, haalt ook nog de strengere fiscaliteit aan als reden waarom het steeds moeilijker wordt voor de restaurants. De bedrijven kunnen tegenwoordig moeilijker kosten voor restaurantbezoek inbrengen.
Volgens hem zou de regering moeten inzien dat net op restaurant zaken gedaan worden, die dan weer de economie ten goede komen.
Al die redenen maakten dat professor Ghislain Houben van de Universiteit Hasselt in een studie twee jaar geleden al tot de conclusie kwam dat de Belgische restaurants structureel onrendabel zijn wegens de hoge loonlasten en de harde concurrentie als gevolg van overaanbod.
En overaanbod is er alleszins! In Vlaanderen zijn die ‘onrendabele restaurants’ echt als paddestoelen uit de grond gerezen! Er zijn er nu 71 waarvan 26 in West-Vlaanderen, waarvan 8 in Brugge en 5 in Knokke. ‘Ons’ dichtstbijzijnde toprestaurant is ‘Le Fox’ van Stephane Buyens, die begrijpelijkerwijze zeer tevreden is dat hij in De Panne afgezonderd is van de rest.
Als die allemaal voldoende cliënteel hebben, mij goed, maar dan is er ook geen reden tot klagen.

En wat vindt de ‘gewone mens’ daarvan?
Het artikel van Renout in het “Nieuwsblad’ lokte bijna honderd reacties uit van boze mensen die ongelovig kennis genomen hadden van de uitspraken van de sterrenkoks. Ik maak er hier een resumé van en ik kan niet anders dan me voor een deel bij hen aansluiten.
Veel lezers vragen zich af hoe die heren het in hun hoofd halen om steun te vragen aan een regering die weliswaar boven zijn stand leeft, maar nu toch door de crisis gedwongen wordt om besparingen uit te voeren in alle sectoren? Veel bedrijven danken personeel af of moeten dat doen. Om te overleven? Om hogere winsten te maken? Het zal wel dat laatste zijn, aangezien er massaal verhuisd wordt naar landen met een lagere loonkost.
Dat betekent in elk geval verlies van banen in Vlaanderen!
Veel (kleinere) zelfstandigen komen in de problemen en verdienen die steun eerder dan de luxesector van de gastronomie. Ze vinden dat ‘gedoe van die rijkelui’ in volle crisisperiode wansmakelijk terwijl alle dagen gewone mensen hun arbeidsplaats verliezen en meer en meer in de armoede geraken. Ze zijn van mening dat die ‘kerels’ met hun goedgespekte bankrekeningen beschaamd zouden moeten zijn of tenminste toch ‘hun bek zouden moeten houden’ in plaats van nog een beetje te komen lachen met het werkvolk.
Steun vragen aan de regering, zeggen andere, dat betekent dat de goegemeente straks weer zal opdraaien voor een minderheid, die deze dinertjes bereiden en aanbieden aan rijken die zich deze gastronomische hoogstandjes kunnen permitteren en ze wellicht ook nog als zakendiner kunnen inbrengen en aftrekken van hun belastingen. Dat alles terwijl er straks weer maaltijden zullen moeten bedeeld worden aan daklozen en andere armoe lijdende?
Ze vrezen dat werknemers die maandelijks hun loonafrekening bekijken weinig medelijden zullen voelen voor de horecasector: en dat de regering er maar eerst moet voor zorgen dat de burgerkeuken betaalbaar blijft. Met het bedrag dat gespendeerd wordt aan één menu bij Goossens moeten veel gezinnen met kinderen een maand lang ‘gastronomie’ op tafel toveren!
Dat geldt natuurlijk evenzeer voor veel gepensioneerden. Iemand vraagt zich af of hij met zijn maandpensioen van 870 euro zou toekomen als hij eens bij Peter Goossens wil gaan eten.
Veel lezers zijn van mening dat de regering al genoeg maatregelen genomen heeft om restaurants leefbaarder te maken. Zo werd de btw verlaagd van 21 naar 12 procent, maar de rekeningen bleven even hoog en er werd niet meer gelegaliseerd personeel aan het werk gesteld. Nu zou ook nog de invoering van een beveiligde kassa, om zwartwerk tegen te gaan, uitgesteld worden. Deze sector krijgt dus officieel toelating om 'nog even' verder in het zwart te werken...
Iemand haalt nog enkele andere voordelen aan waarvan toprestaurants kunnen genieten: het gebruik van GRATIS stagiairs en van GRATIS personeel van de hotelscholen om hun dure banketten op te dienen.
Een andere vraagt zich af waarom de chef van Peter Goossens ontslag neemt en zelf een restaurant begint als de vooruitzichten toch minder rooskleurig worden. Die ‘onzekere toekomst’ zou, volgens hem, sommige uitbaters ook niet beletten om op zondag hun deuren te sluiten en tijdens de eindejaarsperiode op skivakantie te gaan.
‘Snobisme’ en ‘dikke nek’ zijn veelgebruikte woorden in de reacties. Zowel over de koks als over de klanten. Iemand vindt dat ‘Meneer Goossens’ het te hoog in zijn bol heeft! Een andere drukt dat nog oneerbiediger uit: “het probleem is niet de crisis, de loonkost of de fiscaliteit, het probleem is de NEK van de kok.”
En over de klant: “het draait niet om wat men er kan eten, neen, het gaat om 'er geweest' te zijn. Die zogenaamde 'kenners' eten zelfs daar hun bord niet leeg. 'Men is wat men eet'!”

Voorstellen om de gastronomiesector te helpen
Er zijn ook lezers die met oplossingen komen aandraven, tenminste wat zij als oplossingen zien.
Een eerste mogelijkheid is het verhogen van de prijzen.
Iemand heeft gehoord dat men in een sterrenrestaurant weken op voorhand moet bestellen en is dus van mening dat de uitbaters gerust een paar honderd euro meer kunnen vragen aan die 'gasten', die er zeker tegen kunnen.
Een andere gaat nog verder omdat hij van mening is dat het rijk cliënteel, zonder zich pijn te doen, de gevraagde prijzen kan betalen met de opbrengst van hun vermogens waarop ze, nog steeds, geen belastingen hoeven te betalen.
In een tweede voorstel van de lezers worden bezuinigingen vooropgesteld. In tegenstelling met de koks zelf die vinden dat nevenactiviteiten uitoefenen het enige middel is om te overleven, stellen zij voor dat ze juist meer tijd aan hun eigen restaurant zouden besteden waardoor ze misschien een loon kunnen uitsparen. Iemand is van mening dat heel wat bezuinigingen mogelijk zijn: zelf de was doen en zelf het restaurant onderhouden, geen contracten afsluiten met brouwers, de zaak enkel openen als deze vol kan zitten (dus meer sluitingsdagen), beperktere menukaarten.

Sommige van die maatregelen zullen enerzijds waarschijnlijk niet in overeenstemming zijn met de status van een chef en anderzijds zal niemand ze durven nemen als de concurrent ze ook niet neemt.

Besluit
Yves Mattagne, chef van een tweesterrenrestaurant, ziet de toekomst van de haute cuisine in België somber in. Hij voorspelt: ‘Je krijgt straks alleen nog restaurants waar de chef werkt met zijn vrouw en twee of drie werknemers.’ Maar, misschien is dat juist de oplossing. Er zijn er zoveel van die soort waar men uitstekend kan eten en waar de bediening voorkomend en vriendelijk is en waar de prijzen betaalbaar blijven. Ik zie dat echter nog niet zo vlug gebeuren aangezien dat heel wat ontslagen zou meebrengen.
Het zou, ook volgens mij, moeten uitgesloten zijn dat de regering op gelijk welke manier deze luxe – gastronomische restaurants ondersteunt. Misschien zijn sommige van de hier boven aangehaalde reacties wat overtrokken, maar de uitbaters kunnen, door wat bescheidener te zijn en mits wat meer verbeelding, zeker zelf de nodige besparingsmaatregelen nemen om deel te blijven uitmaken van ‘ons patrimonium’.

Bronnen
http://www.gaultmillau.be/nl/
Artikel van Frank Renout in “Het Nieuwsblad” van 19.11.12
Artikel van Cris Snick in “Het Nieuwsblad” van 20.11.12
http://www.activum-boekhouders.be/restaurantkosten-2012-uit-eten-kan-nog-steeds

Geschreven door stammer om 10:23 Reageer op dit bericht

Middelkerke: “Hoezo, dat mag niet volgens het geldend ruimtelijk uitvoeringsplan? Dan veranderen we dat plan toch! Geen probleem!”

Allerlei verhalen over een kasteel
Eén van de lezers van deze blog (en hij zal ongetwijfeld de enige niet zijn!) stelde zich reeds menigmaal, tijdens zijn wandelingen, de vraag wat het indrukwekkend pand ‘tussen de ‘karting De Kegel X-treme’, en het parcours waar het veldrijden van Middelkerke plaatsvindt, daar staat te doen.
Ik heb daarover al een artikel geschreven in mijn blog van 27 april 2008 met als titel “Middelkerke heeft nu ook zijn kasteel”. Jullie vinden het in de linkse kolom in de map ‘Monumenten’.
Er deden ondertussen al heel wat geruchten de ronde over dat majestueus gebouw dat ik destijds inderdaad als eerste een ‘kasteel’ noemde. Er was van bij het begin sprake van een privé wellnesscentrum. Het gebouw zou later ook voor die functie aan de gemeente aangeboden geweest zijn, maar zou door de burgemeester geweigerd zijn. Hoe het aangeboden werd en waarom het aanbod afgewezen werd, weet ik niet.
Niet zo heel lang geleden deed zelfs het gerucht de ronde dat het gebouw afgebroken zou worden.
De gemeente beweert echter nooit iets over een sloping vernomen te hebben.
Maar toen zag iemand plots licht aan het einde van de tunnel.
Daarom schreef Dany Van Loo op 6 oktober 2012 in ‘Het Nieuwsblad’ een artikel met de titel “Onafgewerkt ‘kasteel’ wordt nu toch sporthotel”.

Waarom heeft dat allemaal zo lang geduurd?
Nog even herinneren: op 18 mei 1999 leverde het college van burgemeester en schepenen, onder de leiding van Frank Verlinde bijgestaan door Pol Vermander, Luc Dedecker en Jean Levecque een bouwvergunning af aan Eddy Gryson, een bouwpromotor uit Aartrijke voor het oprichten van een fitness- en sportcentrum op nummer 94 van de Westendelaan, kadastrale omschrijving 2e afdeling, sectie C, nummer 280 c.
Onder artikel 10 van de beslissing van het college vinden we ‘zeer duidelijk’ vermeld “De werkzaamheden of handelingen waarvoor vergunning is verleend, mogen niet langer dan … tot – (er staat niets ingevuld!) in stand blijven.”
De ruwbouwwerken gingen vrij vlug van start, maar daarna bleef het complex jarenlang quasi onaangeroerd, buiten het plaatsen en aanpassen van omheiningen en poorten en het zaaien van gras.
We zijn nu meer dan dertien jaar na het afleveren van de vergunning en het gebouw ligt er nog steeds onafgewerkt. Werd er misschien niets ingevuld om de tijd oneindig te kunnen rekken? Niet te verwonderen dus dat sommige inwoners begonnen te spreken van een ‘spookkasteel’.
De bestemming van het terrein is volgens het gewestplan ‘Oostende – Middenkust’ van 26.01.1977 ‘gebied voor dagrecreatie’. Dagrecreanten zijn mensen die hun activiteiten uitoefenen buiten de onmiddellijke omgeving van hun woning maar die niet overnachten op die plaats. Over het gebied bestaat eveneens een bijzonder plan van aanleg BPA MIAMI.
Toen zweefde plots een euroteken voor de ogen van de initiatiefnemer. Waarom op zo’n groot en goed gelegen terrein geen sporthotel bouwen? Hij wist ook wel dat dit niet kon, gezien de geldende stedenbouwkundige voorschriften, maar wie weet kon er wel iets geregeld worden. Er zijn nu al vele mooie jaren voorbijgegaan en wat er juist schortte met de aanpassing van dat ruimtelijk uitvoeringsplan, dat weet ik niet, maar er kwam maar geen schot in de zaak.
En nu, toevallig een week voor de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2012, heeft het gemeentebestuur toch een vergunning afgeleverd voor de afwerking en de uitbreiding van ‘het kasteel’ in de Westendelaan tot sporthotel. De wijziging van de stedenbouwkundige plannen werd dan uiteindelijk goedgekeurd door de provincie en door het gemeentebestuur.

Groter hotel is nodig, volgens de burgemeester
Wat heeft die plotse ommekeer veroorzaakt?
De overheid heeft eindelijk ingezien dat de private sector zwaar investeerde in de aankoop van de gronden.(!!) Och heere, die arme bouwpromotor uit Aartrijke! En bovendien, … maar ik laat liever burgemeester Michel Landuyt(Open VLD) zelf aan het woord: ‘Er was een absolute noodzaak aan een groter hotel in Middelkerke om grotere groepen te laten overnachten. Gelet op het beperkte aantal hotels in Middelkerke is dit project bijzonder waardevol.’
Hij wordt daarin bijgetreden door schepen van Ruimtelijke Ordening Janna Rommel: ‘Het is het eerste project dat ruimte voorziet voor een dergelijk initiatief. We willen in de toekomst nog meer ruimtelijke plannen herzien zodat ook op andere locaties hotels mogelijk zijn.’
Fred Vandenbussche reageert daarop in ‘Het Nieuwsblad’: “Zo gaat dat dus in Middelkerke: de vriendjes van de blauwe baronnen mogen bouwen wat en waar ze willen, achteraf wordt toch alles 'geregeld'. In normale gemeenten worden gebouwen aangepast aan de stedenbouwkundige plannen. In Middelkerke worden de plannen aangepast aan wat het de bevriende promotoren belieft te bouwen...”
Waar ze plots die wijsheid halen, dat weet ik niet. Of is de vraag naar hotelkamers plots zo gestegen?
In de voorbije 12 jaar hadden ze het toch voor het zeggen? Is die behoefte toen nooit opgevallen?
De plannen lieten het niet toe? Laat me niet lachen!
Ik heb daaraan al eens een artikel gewijd op 30 januari 2011 met als titel ‘Denken jullie dat er een behoefte bestaat aan meer en grotere hotels in Middelkerke? (zie map ‘Horeca’)
Ik kan daar eigenlijk nog weinig aan toevoegen: Middelkerke bevindt zich op het gebied van bestaande kamers in de middenmoot van de kustgemeenten. Een bevraagde hotelier vond dat de hotels hier nu al moeilijk vol geraken, behalve op de topdagen.
Maar goed, beter een hotel dan een leegstaand pand!
Jullie zien het gebouw hieronder op 13 augustus 2010 en op 1 oktober 2012.

<ALIGN="CENTER">1279118-03e9730aeebe9621ecfa270562a3f029.JPG> <ALIGN="CENTER">1279118-8fd74603ca2819ab70c78015d9a9d779.jpg>

Promotor Gryson wil het complex nu gevoelig uitbreiden. Naast het bestaande hoofdgebouw met onder meer een wellnessruimte, zwembad, feestzaal, restaurant, ‘zen bamboetuin’ en zestien kamers, komen er nu ook nog twee zijgebouwen met respectievelijk 112 en 80 kamers. De uitbreidingswerken starten nog dit jaar en het is de bedoeling dat het hoofdgebouw en een eerste zijvleugel tegen eind 2013 afgewerkt zijn.

Landuyt, Rommel-Opstaele en Devey zijn schijnbaar bijzonder fier op hun verwezenlijking, te zien aan de foto uit ‘Het Nieuwsblad’ waarop ze poseren samen met de bouwheer Eddy Gryson en de architect.
Ze schamen zich nergens meer voor!

Maar, wie is die Eddy Gryson eigenlijk?
Gryson behoort tot een familie uit Aartrijke, die in Torhout enkele firma’s heeft, zoals Gryson Immobilière CVBA, Gryson J&C Zakenkantoor en Gryson Building Company BVBA. Hij is natuurlijk niet die arme man uit ‘de privésector die toch zoveel geld heeft moeten besteden aan de grond.’
Integendeel!
Hij is de eigenaar van heel wat panden en gronden in onze provincie, bijvoorbeeld van ‘Het Duynenhuis’ in Nieuwpoort en van een stuk grond van 5.200 vierkante meter naast het Belgacomgebouw in Brugge, waarop een home voor meer dan 100 studenten gebouwd wordt. En dat is niet zijn enige project in Brugge.
Zo heeft hij ook het oude Grand Hotel ‘Du Sablon’ gekocht op de hoek van de Noordzandstraat met de Kopstraat, met de bedoeling om daar een exclusief winkelcentrum en een hotel met een dertigtal kamers te vestigen.

Toen ik vier jaar geleden aan mijn eerste artikel over ons kasteelgebouw begon, wilde ik natuurlijk graag weten waarom de werken stilgelegd waren. Ik probeerde toen contact op te nemen met Eddy Gryson en met enkele ondernemingen die hun bordje hadden opgehangen aan de omheining rond het gebouw: bouw Martin HOLLEVOET BVBA Eernegemstraat 10 uit 8480 Ichtegem en DELRUE Metaal uit Ichtegem en aluminiumramen SOETE uit Boezinge (zie http://www.soetealuminium.be/images/photolib/121.jpg). Tevergeefs echter, niemand bleek bereid mij een antwoord op mijn vragen te geven.
Was er een bankroet in het spel? Ik kan mij niets anders voorstellen want het zal wel niets te zien gehad hebben met de onmogelijke hotelbestemming. Een eigenaar/ bouwpromotor laat toch geen stuk grond met die oppervlakte en met zo’n groot gebouw zo lang ongebruikt liggen aan de Belgische kust!
Dat heeft mij geïntrigeerd tot vandaag en dat zal het blijven doen tot iemand daar meer klaarheid over schept.

Een pand dat meer dan tien jaar leegstaat, dat moet opbrengen voor de gemeente
Zo’n leegstaand, onafgewerkt pand in een badplaats, is natuurlijk geen mooi zicht.
Als ik het woord ‘leegstaand’ hoor of lees, dan denk ik aan ‘taks op leegstand’. Een gebouw dat dertien jaar onbewoond en ongebruikt blijft, moet dus in mijn ogen al een mooie som opgebracht hebben voor de gemeentekas.
Het leek me dus logisch dat ik mij afvroeg of er taks betaald wordt op dat leegstaand gebouw.
Daarom stelde ik enkele vragen aan de lokale dienst huisvesting. Zoals steeds kreeg ik een duidelijke uitleg en waar mevrouw Ravestyn niet kon of mocht antwoorden, deed de sectorfunctionaris dat. Bedankt!
De Vlaamse overheid vaardigde het decreet van 19 april 1995 uit om het kader te bieden aan de acties tegen langdurige leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Het voorziet in een heffing voor leegstaande bedrijfsruimten van minimaal 5 are en in een subsidie voor projecten die leegstaande sites nieuw leven inblazen. Tevens wordt het bewuste pand in een leegstand - inventaris opgenomen. De gemeente moet de nodige informatie doorsturen naar de Vlaamse overheid.
Dat gebeurde dus meer dan 17 jaar geleden.
Na verloop van tijd werd de Vlaamse heffing volledig uitgehold. Er waren zodanig veel vrijstellingsmogelijkheden dat eigenaars pas jaren na een eerste opname effectief belast werden.
 '
Ons kasteel’ werd om onbegrijpelijke redenen nooit onderworpen aan die heffing!
‘Om korter op de bal te kunnen spelen’, voerde ons gemeentebestuur in 2007 een eigen gemeentelijke heffing in, die echter geen retroactieve werking mocht hebben.
Het bestuur beriep zich op de gemeentelijke fiscale autonomie. Dit had tot gevolg dat panden op twee verschillende inventarissen konden opgenomen zijn (gemeentelijke en Vlaamse) en dus twee maal heffingsplichtig waren.
In 2009 werd het decreet op het grond- en pandenbeleid goedgekeurd, dat gefaseerd in uitvoering ging.
Nu werden de gemeentebesturen verplicht een eigen gemeentelijke inventaris van leegstand bij te houden, maar die had Middelkerke al sinds 2007. Deze inventaris dient 1 maal per jaar doorgestuurd te worden naar de Vlaamse overheid.
Het gemeentebestuur mag geen panden in de gemeentelijke inventaris opnemen, wanneer deze onder de toepassing van het decreet op de bedrijfsruimten vallen. Dat is het geval voor ‘ons kasteel’.
Het pand waarover wij het hier hebben werd voor het eerst in de inventaris opgenomen in 2009.
Toen werd door de houder van het zakelijk recht (eigenaar) een administratief beroep/verzoek tot vrijstelling ingediend en toegestaan door de bevoegde commissie, op basis van een renovatieschema. Daar het daaropvolgende inventarisatiejaar de nieuwe reglementering van toepassing was, mocht het pand niet meer opgenomen worden en werd het dan ook geschrapt.
De heffing kan inderdaad opgeschort worden als een gedetailleerd renovatieschema voorgelegd wordt, waaruit blijkt dat de eigenaar renovatiewerken gaat uitvoeren.
Ik kom daar nu wel niet elke dag voorbij maar ik heb daar nooit iets opgemerkt dat geleek op een renovatie.
Dat betekent dus dat Eddy Gryson, in plaats van enkele tienduizenden euro’s leegstandtaks te betalen, nooit ook maar één enkele euro moest neertellen.

Zijn er onder jullie die ooit al eens die taks moesten betalen? Ja, jullie zullen ook wel al lang weten dat de ene wat meer kan/ mag dan de andere, hé!

Bronnen
http://www.middelkerke.be/page2604335616.aspx Reglement
http://www.middelkerke.be/page2010146.aspx Gemeentelijke heffing
http://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Subsidies/subsLeegstandBedrijfsruimten/tabid/14028/Default.aspx

Geschreven door stammer om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Wapenstilstand op 11 november: zegt jullie dat nog iets?

De Wapenstilstand op het einde van de eerste wereldoorlog wordt elk jaar herdacht op 11 november.
In 1918 werd op die dag om 5 uur 'sochtends inderdaad de Duitse capitulatie in een treinwagon op het westelijk front in Rethondes (Bos van Compiègne) getekend door MaarschalkFoch en de Duitse delegatie. De wapenstilstand ging eigenlijk pas in om 11 uur.
De wereld werd eindelijk uit de nachtmerrie van de Grote Oorlog verlost. De wapens van de oorlogvoerende partijen zwegen na vier jaar strijd. Wapenstilstand is sindsdien de dag om alle oorlogsslachtoffers, burgers en militairen, te herdenken, ook de slachtoffers van oorlogen die nadien volgden. Ik zal me in het huidig artikel echter beperken tot de Grote Oorlog.
De Eerste Wereldoorlog, zoals we de Grote Oorlog tegenwoordig noemen, betekende immers oorlogsvoering op een tot dan toe ongekende schaal.
We mogen gerust van een ‘moordende en onzinnige’ oorlog spreken. De dodenteller stond stil op een geschatte negen miljoen. Onder de slachtoffers waren zowel militairen als burgers. Franse, Belgische, Duitse, Britse, Australische, Amerikaanse, Canadese en zelfs Afrikaanse en Aziatische (koloniale) troepen hadden aan het front gevochten en grote verliezen geleden. Grote delen van Europa lagen in puin, er heerste politieke chaos en veel mannen die moesten meevechten raakten gewond of gedood.
Wapenstilstand wordt tot op de dag van vandaag op heel wat plaatsen in de wereld herdacht. Net zoals in België zijn er een groot aantal landen waar Wapenstilstand een nationale feestdag is. De Britten noemen die dag “Remembrance Day” of “Armistice Day” of “Poppy Day”. In Frankrijk en Wallonië wordt van “jour du Souvenir” of “jour de l' Armistice” gesproken. De Verenigde staten kennen 11 november als “Veterans Day”.

Waarom dit artikel?
Ik verbaas me er soms over als in bepaalde quizprogramma’s gevraagd wordt of 11 november het einde van de eerste of van de tweede wereldoorlog betekende, dat sommige kandidaten dan het antwoord schuldig moeten blijven.
“Dat was voor mijn tijd”, zei er eens één. Wordt dat niet meer onderwezen in de lessen ‘geschiedenis’?
Ik vind in elk geval dat een oorlog waarin miljoenen militairen en burgers stierven, nooit mag vergeten worden. Van de Belgische slachtoffers, waren er 65 tot 80% Vlamingen, al naargelang de bron.
De Vlaamse soldaten werden weliswaar bevolen door Franstalige officieren, hetgeen later aanleiding gaf tot het ontstaan van de frontbeweging en van het Vlaams bewustzijn.
Allemaal belangrijk genoeg om er een blogartikel aan te wijden, vond ik.

De klaproos als symbool voor de eerste wereldoorlog
In het Vlaams wordt de klaproos soms ‘kollebloem’ (toverkol of kol =heks) genoemd. Een andere naam is natuurlijk ook ‘papaver’ of in het Engels ‘poppet’.
In onze kinderjaren spraken wij van de ‘kankerbloem’. Toen kregen wij steeds weer te horen “Niet aankomen, dat zijn giftige bloemen”.
Sommige klaprozen, die gerekend worden tot de papavers, worden gebruikt omopium en morfine van te maken; morfine is een sterk verdovend middel dat vaak werd gebruikt om de pijn van gewonde soldaten te stillen, soms voor eeuwig.
Klaprozen bloeien als andere planten in de buurt dood zijn. De zaden kunnen jarenlang op de grond liggen en pas beginnen te kiemen als de nabije planten en struiken weg zijn, bijvoorbeeld als de grond werd omgewoeld en vervuild. Dat was uiteraard het geval met de grond rond de loopgraven die grondig 'omgespit' en besmet was door de gevechten en bombardementen.
De aanblik van de bloem is vervuld vansymboliek, niet alleen zijn de blaadjesrood zoals hetbloedvan de gevallenen maar het binnenste is ook nog zwart, kleur van rouw. In het hart van de bloem is ook eenkruisvormte zien,christelijksymbool van lijden en verlossing bij uitstek.

1274809-0f9a568118a651a95c01c199537b854c.jpg>

Klaprozen zijn met name in het Verenigd Koninkrijk’ en in andere landen van het Gemenebest het symbool van de eerste wereldoorlog omdat ze op de slagvelden in Vlaanderen overvloedig bloeiden, zoals de Canadese militaire arts John Mc Crae het in 1915 in Boezinge beschreef in zijn gedicht ‘In Flanders fields’.
Het gedicht beschrijft de gruwelen van de oorlog, die hij zelf niet overleefde.

Ziehier de originele tekst met daarnaast een vertaling.

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

“In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen
Tussen de kruisen, rij aan rij
die onze plek aangeven; en in de lucht
vliegen leeuweriken, nog steeds dapper zingend
ook al hoor je ze nauwelijks te midden van het kanongebulder aan de grond.
Wij zijn de doden. Enkele dagen geleden
leefden we nog, voelden de dauw, zagen de zon ondergaan
beminden en werden bemind en nu liggen we in Vlaanderens velden
Neem ons gevecht met de vijand weer op:
Tot u gooien wij, met falende hand
de toorts; aan u om haar hoog te houden
Als gij breekt met ons die sterven
zullen wij niet slapen, ook al bloeien de klaprozen
in Vlaanderens velden.”

De laatste verzen We shall not sleep, though poppies grow / In Flanders fieldsduiden op de verdovende werking van morfine.

1274809-1b30bd06e83798ee4976ec274db96022.jpg>

Enkele cijfers
Het aantal Belgische gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog ligt volgens meerdere bronnen tussen de 10.000 en 40.000. Patrick De Wolf verricht al lange tijd onderzoek naar het werkelijk aantal Belgische oorlogsdoden.
Zijn bestand ‘Belgian War Graves’ bevat ondertussen 35.368 namen van Belgische militairen. Hiervan hebben 19.738 een bekende Belgische militaire of burgerlijke begraafplaats; 23.548 met een gekende geboortedatum en 33.197 met gekende overlijdensdatum.
Op de Belgische militaire begraafplaatsen liggen in totaal 19.478 bekende en onbekende Belgische militairen begraven. Op Belgische burgerlijke begraafplaatsen liggen er nog eens 260. Daarnaast zijn in Nederland 378, in Groot-Brittannië 299, in Frankrijk 3.813, in Zwitserland 50 en wereldwijd op CWGC begraafplaatsen 292 Belgische militairen begraven. In het totaal is dat dus 24.310.
Aangenomen wordt dat ongeveer een derde van het aantal oorlogsdoden begraven werd als onbekende, een derde een bekend militair graf heeft en een derde overgebracht werd naar zijn woonplaats na de wapenstilstand. Dit zou het totaal aantal Belgische oorlogsdoden dus op ongeveer 24.000 + 12.000 = 36.000 brengen.
Volgens De Wolf komen die cijfers dichter bij de werkelijkheid dan de 10.000 die regelmatig opduiken:
“Ons aandeel (Belgisch leger) wordt nogal dikwijls eens genegeerd ten voordele van de grootmachten. Ik vermoed dat dit wel het nadeel zal zijn van een klein, opgesplitst en weinig chauvinistisch land.“

In Westende vinden we op het kerkhof de graven van 5 onbekenden, waarvan één de vermelding 7de Linie draagt. Dat was een regiment dat in november 1914 meestreed in de slag bij Lombardsijde.

Herdenkingsmonumenten
In ontelbare dorpen en steden werden na de Eerste en de Tweede Wereldoorlog herdenkingsmonumenten ter ere van de oorlogsslachtoffers (militairen, burgers, verzetsstrijders of gedeporteerden) opgericht. Dergelijke herdenkingsmonumenten boden de rouwende een kader om hun dierbaren te herdenken: net na de oorlog was het leed diep en kon in veel gevallen niet getreurd worden bij een individueel graf.
Zowel in Westende (tegen de kerkmuur) als in Lombardsijde (in de Oude Nieuwpoortlaan) staat een herdenkingsmonument. Er wordt vaak gesproken over het ‘Monument van de gesneuvelden’. Dat is verkeerd natuurlijk, want sneuvelen betekent eigenlijk “Op het slagveld, in de strijd gedood worden” terwijl er ook veel burgers onder de oorlogsslachtoffers waren. Op de lijsten hierboven vinden jullie ook vrouwennamen. Hieronder links het ‘Monument voor de Oorlogsslachtoffers’ van Westende, dat verplaatst werd bij de heraanleg van het kerkpleintje. Rechts dat van Lombardsijde, eveneens verplaatst na de afbraak van het gemeentehuis.

1274809-b01f72c2d01ee1bdffc5f17d9cb09604.JPG 1274809-40e3c89947dac327ad6b40812f1c85cb.JPG

Langs de Grossettilaan ter hoogte van de oude Relais-du-Lac staat ook nog een oorlogsmonument opgedragen aan de 42ste Franse divisie die op 23 en 24 oktober 1914 aan de zijde van de Belgische militairen streed.

1274809-ca5f0bc69981cbe6344302d14a8b6141.jpg>

De slachtoffers van Westende
Ziehier de 27 namen die op onderstaande foto’s te zien zijn:

Eerste kolom: Henri BOYDENS, Emiel COPPENS, Theodoor CORTEEL, Alexis DALLE, Sabin DEDRIE, Henri
                        DEWULF en
Emiel LEVECQUE
Tweede kolom: Leopold PYNTE, Jeroom ROYE, Camiel VALLAEYS, Leopold VANCASSEL, VANDECASSERIE, 
                        
VANDECASTEELE en Celestin VANNECKE
Derde kolom: Henri BORDON, Sophie BOUVRY, Albert DALLE, August DALLE, Henri DALLE , August
                        DECAT, en Karel
GHEERAERT
Vierde kolom: Eugenie OLLIEUZ, Basiel OSAER, Jan ROBERT, Isidoor ROSSEEL (14 jaar, omgekomen bij
                         bombardement op
Lombardsijde 20 – 23.10.1914), VANDENBERGHE, VANWASSENHOVE.

Het monument is goed onderhouden. De voornamen van diegene met een lange familienaam zijn niet vermeld.

1274809-b5311fddc35d53801d5d587d2c4f1394.JPG> 1274809-0e5176e1d890611c52914a56e2b8cee9.JPG>

en van Lombardsijde
Het monument is wel goed onderhouden (=proper), maar veel namen en datums zijn onleesbaar.
Hier is ook de datum vermeld van het overlijden. Ziehier wat ik ervan heb kunnen maken. Hier en daar heb ik al wat aangevuld.

Links:
Ces DAELE 5-8 -1914, Ch CLOET 18-8-1914, Hen DEWULF 22-8-1914, Jos COULIER 10-1914, Germ GODDERIS 19-10-1914, R VANDECASTEELE 18-10-1914, Alfr UREEL 3-4-1916, Leop VANCASSEL 4-10-1916 (ook op monument Westende), Fer DEWULF 16-5-17, Hen MINNE 8-8-1917, Al DALLE 18-8-1917 , Art VERCOUILLIE 12-5-1918, Med BEDERT 26-5-1918, Al DIERENDONCK 1-7-1918, Osc VERSLYPE 25-9-1918, Cam DEVRY 28-9-1918, Art COOPMAN 4-10-1918, Hen DEWULF 5-10-1918.

Rechts
Fr DALLE 20-10-1914, K DALLE 20-10-1914, Is(idoor) GHEWY 20-10-14 (30 jaar), Am DELANGHE 21-10-1914, Pel(agie) VERSLYPE 21-10-1914 (20 jaar), Clem(ence) VERSLYPE 25-10-1914 (75 jaar), Pieter MORTIER 28-10-1914, Ivo DECONINCK 30-10-1914, Bertha BERTELOOT 10-5-1918, God BERTELOOT 10-5-1918, Eug COGGE 10-5-1918, Jean VYNCK 10-5-1918, Maria VYNCK 10-5-1918, Leo SINNESAEL 1-7-1918, K BERTELOOT 1-7-1918, Ivonne DEWULF 5-9-1918, Lucie DEWULF 5-9-1918, Pol DEVRY 20-10-1918.

De eerste zes zijn omgekomen bij een bombardement op Lombardsijde.
Ik zal proberen om in een volgende bijdrage meer informatie te geven over de omstandigheden van het overlijden van de 36 slachtoffers.

1274809-2fbf4e707cfd7e4dc323135e2c318db2.JPG> 1274809-48d74652f93e3bfc7e7d01bf1a9a84c7.JPG>

Erepark op de kerkhoven
Op de kerkhoven van Westende en Lombardsijde is ook een zone voorbehouden als erepark. Daar krijgen
oudstrijders hun laatste rustplaats, dus niet enkel de gesneuvelden van beide wereldoorlogen. Ik heb op deze blog ooit geschreven dat het park van Lombardsijde beter herkenbaar was omdat er een lage omheining met de Belgische driekleur rond stond. Ik zag nu echter dat die weggenomen is.
Beide ereparken zijn nog slechts te herkennen aan de Belgische en Vlaamse vlag en aan een steen opgedragen aan alle overleden oudstrijders.

Oud-strijdersverenigingen
Elk dorp had vroeger ook zijn oudstrijdersvereniging, die aangesloten was bij de Koninklijke Vereniging Nationale Strijdersbond van België (NSB).
Dat is een vaderlandslievende belangenvereniging, vzw, opgericht in 1919 en sedert 1967 aangesloten bij het Nationaal Eenheidsfront der Oud-strijders en Veteranen vzw (NEFOSV/FUNACV). Ze behartigt de fysieke en morele belangen van de oudstrijders en wil een boodschap uitdragen van vrede, verdraagzaamheid en vaderlandsliefde.
De organisatie heeft geen politieke, godsdienstige of ideologische banden, is financieel onafhankelijk en ontvangt van niemand geld of schenkingen, behalve van haar leden. Maandelijks krijgen die leden Het Strijdersblad toegestuurd.
Na een oorlog of een militaire missie houden strijdmakkers vaak contact. Onder de veteranen waren er dan ook veel vrienden voor het leven. Veteranen hadden immers een gemeenschappelijk (oorlogs)verleden, dat ze vaak met niemand anders konden delen. Als soldaten hadden zij elkaar in barre omstandigheden erg goed leren kennen en een tijdlang lief en leed gedeeld. Oud-strijdersverenigingen namen traditioneel deel aan militaire optochten, herdenkingen e.a. Binnen sommige verenigingen werden soms ook groepsuitstappen georganiseerd of werd aan liefdadigheid gedaan.
Op 11 november 2012 was het 94 jaar geleden dat de wapenstilstand gesloten werd. Niet te verwonderen dus dat er geen oudstrijders van de eerste wereldoorlog meer in leven zijn. Ik las op internet dat de laatste Britse oudstrijder stierf in 2009. Hij moet dus minstens 109 jaar oud geworden zijn.
Noch in Westende, noch in Lombardsijde vinden we nog een oudstrijdersvereniging. Volgens de verenigingengids van de gemeente bestaat er enkel nog één in Leffinge en in Middelkerke, uiteraard dus van oudstrijders 1940-45. Dat lijkt me logisch als elke lokale
vereniging nog slechts een handvol leden telt.
Waar is de tijd dat in elke deelgemeente, naast de oudstrijders met vlaggen en opgespelde eretekens, de burgerlijke, militaire en geestelijke overheden hulde brachten aan de oorlogsslachtoffers na het bijwonen van een eredienst in elke kerk? Ook de schoolkinderen, onder leiding van hun ‘meesters’, waren daarbij aanwezig. Nadat een eenzame trompetter een emotionele ‘Last Post’ liet horen, werd iedereen in het gemeentehuis uitgenodigd, waar eretekens uitgereikt werden en waar daarop een glas geheven werd.

Ook in 2012 vond er op 11 november een herdenking plaats aan het oorlogsmonument aan de kerk van Middelkerke om 11 uur. Ze noemen dat tegenwoordig niet meer ‘Wapenstilstanddag’ maar ‘Vredesdag’ (!!!!). Spijtig genoeg kon ik die plechtigheid niet bijwonen.
Er ging een goed gevuld programma mee gepaard. Het bestond immers uit een voormiddag in Middelkerke, gevolgd door een namiddag in Lombardsijde.

08.45 u.: Gratis ontbijt in gemeenteschool de Zandloper
10.40 u.: Vertrek in stoet aan centrum De Branding naar het oorlogsmonument
11.00 u.: Hulde aan de oorlogsslachtoffers
11.30 u.: Gemeentelijke receptie in De Branding
14.00 u.: Afspraak aan de gemeenteschool van Lombardsijde voor een begeleide wandeling naar
              de beschermde bunkersite De Bamburg
15.30 u.: Pauze in de sporthal De Bamburg, met mogelijkheid tot bezoek aan de
               tweedehandsboekenbeurs, gevolgd door een drankje in de cafetaria De Bamburg
17.00 u.: Cultuurcafé in de bovenzaal van 't Lombartje, waar Toon Hillewaere het programma 
              'Een  graf in Gravelines' brengt. Dat is het relaas van de schrijnende en gruwelijke
               ervaringen van de Nieuwpoortse familie Osaer tijdens WO II, op basis van de originele
               teksten uit het dagboek van Roland Osaer
20.00 u.: Afsluiten Vredesdag met een optreden van Grupetto in de Onze-Lieve-Vrouwe-  
               Bezoekingkerk in Lombardsijde, die 'In Flanders Fields' brengt. Een indringend, maar
               positief muzikaal portret met een mooie verzameling 'traditional trench songs' en klassieke
               stukken die hommage brengen aan de soldaten van Wereldoorlog I.

Op naar de herdenking van de honderdste verjaardag van het begin van de grote oorlog
Er bestaan grote plannen om in 2014 het begin van de eerste wereldoorlog, honderd jaar vroeger, te herdenken, ik las ergens ‘te vieren’ wat natuurlijk onfatsoenlijk is.
Misschien had men moeten wachten tot in 1918 zodat dan het einde van de oorlog kon gevierd worden.
Ex-gouverneur Breyne zal Commissaris-generaal van de herdenking zijn. Overal steken nu al initiatieven de kop op, in zoverre zelfs dat gevreesd wordt dat er geen geld genoeg zal beschikbaar zijn om ze allemaal te subsidiëren.
Waarom krijg ik toch de indruk dat het sommige initiatiefnemers meer te doen is om het toerisme te bevorderen?
Ook de VRT, samen met de provincie West-Vlaanderen, zal vanaf december 2013 uitpakken met een nieuwe televisiereeks ‘In Vlaamse velden’ dat WOI als thema heeft.
'De provincie West-Vlaanderen zorgt voor 400.000 euro directe financiële steun en voor één miljoen euro aan materiële steun', zegt gedeputeerde Dirk De fauw (CD&V).

Bronnen
http://www.wereldoorlog1418.nl/statistieken/dewolf.html
http://www.tradities.be/tradities_detail.php?id=52

Aanpassing 13 november 2012
Vandaag zag ik dat een bloemtuil neergelegd werd aan het monument in Westende, in naam van het gemeentebestuur.

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Westendenaar in dienst van het vaderland …

Toen bestond de dienstplicht nog …
Mijn vader werd op 29 mei 1903 geboren. Aangezien het destijds de regel was dat men in het jaar dat men 20 jaar werd zijn legerdienst moest vervullen, maakte hij deel uit van de lichting 1923.
Hij werd opgeroepen om zijn plicht te vervullen in het 2de Linieregiment 2de Bataljon 6de Compagnie, dat gelegerd was in de Leopoldskazerne in Gent en dat deel uitmaakte van de 12de Infanteriedivisie.
De diensttijd was kort daarvoor teruggebracht tot 10 maanden door de militiewet van 1921. Vier jaar Duitse bezetting en strijd aan de IJzer hadden daartoe geleid.
Na zijn actieve periode onder de wapens, mocht de milicien naar huis en werd hij onderdeel van de reserve. Hij was dan met zogenaamd onbepaald verlof. Vervolgens moest hij met een zekere regelmaat deelnemen aan wederoproepingen. Zo'n ‘rappel’ duurde meestal een dag of tien en vond elke twee tot drie jaar plaats in één van de grote oefenkampen Brasschaat, Beverlo of Elsenborn. De eerste wederoproepingen werden vaak volbracht bij dezelfde actieve eenheid waar de dienstplicht volbracht werd.
Daarbuiten had de milicien-reservist maar weinig met het leger te maken. Hij moest zijn uniform in goede staat thuis bewaren en bij elke adreswijziging zijn militair zakboekje netjes laten afstempelen op het gemeentehuis. Om naar het buitenland te reizen voor een lange periode of om te verhuizen was toestemming nodig van de militaire overheden. Ook was het tot het einde van de jaren '20 de gewoonte dat hij zich om de paar jaar, op een vooraf bepaalde dag in de maand augustus, in uniform moest aanmelden bij de plaatselijke Rijkswacht die dan ook weer een stempel plaatste in het militair zakboekje.

En toen vielen de Duitsers ons land binnen
Op 1 september 1939 vielen Duitse troepen Polen binnen. Dat betekende meteen ook de start van de tweede wereldoorlog.
Drie dagen later, de dag nadat Frankrijk en Engeland de oorlog hadden verklaard aan Duitsland, werd het Belgisch leger gemobiliseerd.
In 1937 had men de slagorde ervan in oorlogstijd gereorganiseerd. Naast de gevechtseenheden was er een territoriaal commando dat onder andere vier bataljons omvatte met elk vier compagnies wachtfuseliers ‘Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen’. Zoals dat toen (en nog veel later) wel meer het geval was, werd de Franse benaming Gardes de Voies de Communications et Etablissements (GVCE) gebruikt.
De Belgische neutraliteitspolitiek bestond er in om bij een vijandelijke inval uit het oosten het veldleger terug te trekken tot op de KW-stelling of KW-linie. Dat was een antitankversperring tussen Koningshooikt en Waver, in hoofdzaak langs de rivier Dijle. Ze bestond uit een aaneenschakeling van gevechtsbunkers, communicatiebunkers, anti-tankgrachten en stalen bouwwerken. Daar zou men met de gevechtseenheden de hulp van de geallieerden afwachten en zo nodig de invaller het hoofd bieden.
Om de vitale verkeerswegen en infrastructuur in het gebied ten westen van deze linie te helpen beveiligen, zou gebruik gemaakt worden van de Wachters die in hun eigen woongebied statische bewakingsopdrachten moesten uitvoeren om saboteurs en luchtlandingstroepen te snel af te zijn.
De manschappen voor deze wachtbataljons werden geput uit de oudste reservisten. De meeste manschappen waren tussen de 35 en 45 jaar oud.
Mijn toen 37 – jarige vader werd ingedeeld bij het IIIde bataljon Wachters 2de compagnie, ‘Nieuwpoort’ genaamd.
De meeste van die bataljons werden slechts midden januari 1940 onder de wapens geroepen. Dat lot viel ook mijn vader ten deel op 14 januari 1940.
De uitrusting van die eenheden was eerder beperkt en bestond uit verouderde wapens en oorlogsbuit uit de vorige wereldoorlog.
De oorlogservaringen van de Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen lopen sterk uit elkaar maar kunnen vaak worden samengevat tot een stapsgewijze terugtocht naar Vlaanderen, vaak zonder precieze instructies van de militaire overheid en in de meeste gevallen zonder bevoorrading of geldmiddelen, gevolgd door de inname van kantonnementen in het achtergebied van het veldleger tot het einde van de veldtocht.

Op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen België, Nederland en Luxemburg aan en daarmee schonden ze de Belgische neutraliteit. De algemene mobilisatie werd een feit waardoor nu 600.000 militairen onder de wapens waren, 8 % van de Belgische bevolking.
Ondanks het feit dat ons leger nooit een groter effectief kende, vertoonde het veel zwakke punten. De eenheden hadden te weinig kader, de training van de infanterie-eenheden liet soms te wensen over en het leger was helemaal niet voorbereid op een luchtoorlog. Bovendien had de lange mobilisatieperiode en een gebrek aan reactie van de militaire overheden het moreel en de tucht van de troepen ondermijnd.
Het Belgisch leger vormde dus geen partij voor het goed getraind, gedisciplineerd en machtig Duits leger en kon slechts gedurende een heel korte periode weerstand bieden.
Op 28 mei 1940 capituleerde België. De “18-daagse veldtocht” was gestreden. Maar daarmee was de tweede wereldoorlog niet afgelopen. België werd bezet door Duitse troepen.
De rest van de Belgische troepen die zich nog in Vlaanderen bevonden, werd gevangen genomen. Het ging hier om bijna 150.000 militairen.
Ik ken de omstandigheden niet waarin het gebeurde, maar mijn vader viel in handen van de Duitsers op 2 juni 1940 in Oudenburg.

1270694-71b783e6d963c8440fde7171eb789327.jpg>

Wie beroepsofficier of -onderofficier was, vloog in regel meteen naar Duitsland om er vijf jaar gevangenschap in een Stalag of Oflag door te brengen.
De Duitsers hadden echter meer aandacht voor de nakende gevechten met de Engelsen en de Fransen dan voor de gevangen genomen Belgische soldaten. Daarom konden sommige van deze laatste wegvluchten en trokken ze gewoon naar huis of naar Engeland. Reeds op 5 juni 1940 vaardigde de Duitse overheid een richtlijn uit om de Vlaamse miliciens en bepaalde beroepscategorieën onder de Waalse miliciens naar huis te laten gaan. Dat order werd echter niet consequent uitgevoerd en het gros van de Vlaamse militairen belandde toch nog voor enige maanden in Duitsland. Nochtans maakte die richtlijn deel uit van de Duitse Flamenpolitik (Vlamingenbeleid) dat de Vlaamse bevolking moest overtuigen om zich aan de zijde van de Duitsers te scharen en zo de greep op het bezette België te vergroten.
Hiertoe maakten ze gebruik van de spanningen tussen Franstaligen en Vlamingen en het wantrouwen van deze laatste jegens het verfranste Belgische bestuur.
Toen de Belgische militairen, waaronder mijn vader, uiteindelijk in groepen van vijftig in treinwagons gestopt werden, waren ze er eigenlijk van overtuigd dat ze naar huis mochten. Ze kregen een militair brood per vijf man en moesten zich als drank tevreden stellen met de inhoud van hun drinkbeker (‘gourde’ in het Vlaams). Sanitaire haltes waren niet voorzien. Twee en een halve dag later kwamen veel Belgen, in plaats van in hun geliefde thuishaven, via Berlijn, in het station van Stablack aan. Jullie zien dat hieronder.

1270694-b274e331447dbb8f3da59342095362c5.jpg>

Het krijgsgevangenkamp ‘Stalag Ia Stablack’ (Stammlager voor Onder-Officieren en Manschappen)
Stalag Ia was gelegen op ongeveer 50 kilometer van Kalinigrad dat toen nog Königsberg heette en dat jullie rechts bovenaan onderstaand kaartje kunnen terugvinden. Het was een kamp met houten barakken bedekt met een cementlaag, dat in de herfst en de winter van 1939 gebouwd werd door Poolse krijgsgevangenen.

1270694-51c3a28cf0cf06f1556b059db4bcc9e7.jpg>

Hieronder zien jullie de ingang van het kamp.

1270694-8deee51fe48c4e5dd899466a3e74eddf.jpg>

Het was het grootste kamp waar Belgen verbleven (zo’n 23.000), tegelijk het verst verwijderd van België maar tevens ook het meest noordelijk gelegen, ter hoogte van Denemarken. Dit is geen overbodig detail, want daar was het dus ijzig koud en aangezien er een groot tekort was aan steenkool …
Veertig logementbarakken à 500 plaatsen, konden dus 20.000 krijgsgevangenen herbergen.
De capaciteit van het kamp was bovendien verhoogd door het opstellen van tentoonstellingstenten op de vrije ruimtes.
Verder omvatte het kamp ook dienstbarakken: infirmerie, stortbaden, ateliers voor kleermakers en schoenmakers, kantoren, keukens, postkantoor, ontluizingsbarak, enz… Het geheel werd omgeven door een dubbele afsluiting met prikkeldraad en het werd bewaakt vanaf miradors uitgerust met schijnwerpers en automatische wapens.
Elke barak was ingedeeld in 2 grote kamers, 25 meter lang en 8 meter breed, gescheiden door een wasgelegenheid. Ziehier hoe zo’n kamer er uitzag.

1270694-ce500298e0bc094cc3c55ff7f1c66ee1.jpg>

Het leven in het krijgsgevangenkamp
Mijn ouders zijn beide op 49 – jarige leeftijd overleden op een ogenblik dat ik als kind nog niet geïnteresseerd was in de voorbije oorlog. Ik heb mijn vader dus nooit gevraagd hoe het dagelijks leven in Stalag Ia verliep en ook mijn moeder heeft mij dus nooit kunnen vertellen hoe het leven op het thuisfront er uitzag tijdens de 11 maanden afwezigheid van mijn vader.
De tekst die jullie hieronder kunnen lezen is dus samengesteld op basis van wat ik in de Westendse gemeentearchieven ontdekte en op basis van verhalen op internet door overlevenden en door afstammelingen ervan die wel het geluk hadden hun ouders en/of grootouders daarover te horen vertellen.
Na een verblijf van enkele dagen in het kamp zelf om er gefouilleerd, geregistreerd, kaalgeschoren, ingeënt en gefotografeerd te worden, werden konvooien gevormd om de KG (krijgsgevangenen) naar hun werkplaats te voeren, in de ‘Kommando’s’. Stalag 1a had zo 21 commandoposten verspreid over Noord-Oost-Pruisen. De gevangene werd er geplaatst/gelogeerd voor min of meer lange periodes om er tijdens de dag op het veld of zelfs in fabrieken te werken. Ze keerden nog slechts sporadisch naar het centraal kamp terug.
Over het algemeen mochten de gevangenen nogal snel na hun aankomst (binnen de veertien dagen) op voorgedrukte bladen, via het Rode-Kruis, teken van leven geven aan hun familie.
Mijn vader verbleef in Stalag Ia van begin juni tot 13 december 1940 en dat samen met dorpsgenoot André Germonpré (1919-1976). Daags vóór hun vertrek kwam daar ook Julien Germonpré toe. Begin 1941, werden nog enkele Westendenaars in het kamp opgesloten: Robert Niville (23.01.1941), Roger Verleye (20.01.1941), René Verbanck (24.01.1941), Firmin Vandepitte (14.02.1941) en André Waeyaert (22.02.1941).
De kampcommandant was toen Oberst Hartman, een keiharde die er zich op toelegde om de krijgsgevangenen elke dag steeds weer duidelijk te maken dat zij de ‘overwonnenen’ waren.
Het voedsel was ontoereikend. Van een krijgsgevangene mag dus zeker gezegd worden dat hij echt honger leed. Elke kruimel was goud waard. Een rantsoen kan als volgt beschreven worden: ’s morgens een tas thee of ‘ersatz’ koffie, die slecht smaakte en bovendien koud was. ’s Middags was er een opscheplepel soep (ca ¾ liter). In het begin was de soep dik maar zienderogen verminderde de kwaliteit, zodat de gevangenen tenslotte van ‘afwaswater’ spraken. ’s Avonds kreeg iedereen 375 gram brood.
In de ‘Kommando’s’ werden de gevangenen in principe gevoed op basis van de rantsoenen die de werkgevers moesten aankopen met ravitailleringszegels. Het eten was er duidelijk beter dan in het centraal kamp, vooral voor diegene die bij een boer werkten. Toch was dat in de meeste gevallen ontoereikend. Gelukkig ontvingen de gevangenen ook ‘pakjes’, die hen toelieten te overleven.
Die kwamen eerst van de familie, die zich vaak het eten uit de mond spaarde, daarna van particulieren en van het Rode-Kruis.
Volgens de conventie van Genève mocht het aantal pakjes niet beperkt worden. Door de bijzondere verzendingsetiketten die erop moesten geplakt worden, werd dat echter niet gerespecteerd.
Er waren drie standaardpakjes van het Rode-Kruis: 1 kilogram voor 20 frs, 2 kg voor 40 frs en 5 kg voor 100 frs. Er waren pakjes voor ‘rokers’ en voor ‘niet-rokers’.
Ziehier wat die pakketten zo allemaal bevatten.
In het rokerspakket van 1 kg zaten 2 pakjes sigaretten, 1 doos sardines, 100 gram marsepein, 2 pakjes snoep ‘Lutti’, 1 doos confituur, 250 gram peperkoek of nog 1 doos confituur.
Het niet-rokerspakket van 5 kg bevatte: 500 gram vijgen, 300 g droge rozijnen, 1 doos vlees of 2 dozen kaas, 2 dozen sardines, 2 dozen confituur, 2 dozen soep, 1 kg suiker, 2 pakjes ‘Lutti’, 2 dozen zwarte bonbons uit Doornik, 400 g marsepein, 1 kg peperkoek of 2 grote dozen confituur.
De briefwisseling naar de gevangenen gebeurde met gewone postkaarten of met kaarten van het Rode-Kruis, speciaal daarvoor uitgegeven.
Ik vond terug dat die vanaf de eerste weken op gang kwam, zeker vanaf juli 1940 en dat op een normale en regelmatige basis.

Steun voor het thuisfront
Tijdens het verblijf van mijn vader in Stalag-Ia kon mijn moeder rekenen op enige financiële steun van de gemeente.
Zo ontving ze voor haarzelf en 3 kinderen van minder dan 15 jaar volgende bedragen:
juni 1940: 270 fr.
juli 1940: 552,50 fr.
4-17 oogst 1940, bedrag 227 fr., voor de maand augustus 455 fr.
5de week september 1940: 114 fr.
Hoe die bedragen, gevonden in het gemeentelijk archief, berekend werden, weet ik niet. Was deze informatie onvolledig of moest het gezin het werkelijk stellen met deze steun???????
Het zou ook kunnen dat de krijgsgevangenen betaald werden voor hun werk in de ‘Kommando’s’. De informatie daarover is echter niet duidelijk.

Erkenning voor onze Westendse oudstrijders en/ of krijgsgevangenen
Op de zitting van de Westendse gemeenteraad van 18.01.1943 werd besloten dat al diegenen die tussen 26 augustus 1939 en 28 mei 1940 onder de wapens waren, aangezien werden als oudstrijder van 1940.
Mijn vader werd daarvoor vereremerkt met twee medailles: de Herinneringsmedaille van de oorlog 1940-45 met 2 gekruiste sabels (links hieronder) en de Medaille van de Krijgsgevangenen 1940-1945 met één staafje (rechts hieronder).

1270694-dfd420cc412158ed72027dc7c4caf6e0.jpg 1270694-0d19181517beeff64a324bb72774b882.jpg

In het gemeentelijk archief vond ik ook een mozaïek met paspoortfoto’s van die Westendenaars die zich op de één of andere manier verdienstelijk maakten en daarvoor de vleiende benaming ‘Glorierijke Held’ toegemeten kregen.

1270694-3d8c2ab6d654b6b28735844bc6ce2cbf.jpg

Bovenaan: Marcel Gunst, gesneuveld op 26 mei 1940 (° W, 1913)
Rij 1: Achille Kuylle (1906-?), Jules Mortier (1908-1973), William Ossaer (1911 – 1997), Achiel of Jourdain
         Lingier? , 
         K Dewulf, (?-?), Henri Tack (1915-?)
Rij 2: Arthur Simoens (1905-?), Georges Daele (1902-?), Louis Van Bellingen(1903-?), Albert (?) Deschacht (1915-1988
         of
1916-1986), Benoni of Albert Renty?, Stefaan Tack (1908 – 1978), Corteel Gaston???
Rij 3: Robert Van Biervliet (1913-1970), Henri Cappelle (1906 – 1996), Camiel Germonpré (1912 – 1977), Van Praet (?-         ?-, Maurice Diet (1917-?), Camiel Verhelst (1909-1985), Jules (?) Beels (1908 – 1989)
Rij 4: Verslype ?, Edmond Lannoye (1911-?), Jules Declerck (1915-1978), A. Last ?, Emiel Engelbrecht (1914-1989 KG),
         Emiel
Quartier, (1904-?), Derudder
Rij 5: Gerard Deprez (1901 – 1969), Jozef Boedt (1920 – 1974), Daniël Lanssens (1915 – 1990), Jerome Niville (1922-
         1995), of
Robert?, Albert of Benoni Renty?, Leon Lefevere (1903 – 1953 KG), Oscar (?) Dewachter (1900-?)
Rij 6: Désiré Hursel (1902 – 1966), Benjamin Verleye (1905-1969), Albert, Andreas of Georges Lansen?, Palmère Rosseel
         (1904-1976), André Waeyaert (1920-1941 KG), August Swyngedauw (1911-1999), Chausslain ??

Ik weet eigenlijk niet waaraan deze 42 mannen hun status van ‘Held’ te danken hadden. Zijn er daar ook bij die gewoon opgeroepen werden, met hun eenheid de terugtocht meemaakten en daarna naar huis trokken? Zijn er geen andere, die krijgsgevangen genomen werden en die niet in de tabel voorkomen? Ik weet het niet.
De opsteller van deze mozaïek heeft het alleszins niet nauw genomen met de schrijfwijze van de namen.Sommige van de 42 heb ik niet kunnen identificeren. Misschien is één van mijn aanvullingen niet correct. Herkennen jullie nog iemand? Ik zou dankbaar zijn voor elke bijkomende informatie.

Bronnen
http://18daagseveldtocht.wikispaces.com/De+piotten
http://users.skynet.be/philippe.constant/stalag.html
Antwoorden op mijn vragen aan Algemene Directie Human Recources, Divisie Administratieve Expertise, Sectie Administratieve Expertise, Ondersectie Notariaat Kwartier Koningin Elisabeth, EvereGemeentearchief Middelkerke/ Westende met dank aan conservator Marc Constandt

Geschreven door stammer om 12:15 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Westendse Blik op Middelkerke

↑ Terug naar de berichten