Naar de inhoud

Westendse Blik op Middelkerke

Persoonlijke Kijk op mijn Gemeente
akke.beakke.be

Archief

Politici van de Middelkerkse oppositie, laat u niet meeslepen !

Jullie hebben natuurlijk al van het Stockholmsyndroom gehoord?
In 1973 voerde een groep bandieten in Stockholm een bankoverval uit. Ze hielden daarbij vier personen zes dagen lang vast. Ze gingen ervan uit dat de samenleving fundamenteel slecht is en dat die dus mag geplunderd worden. Na afloop bleken de gegijzelden een zekere sympathie opgevat te hebben voor de gijzelnemers. Ze gingen zich inleven in de drijfveren van deze laatste en dachten mee in hun belang. Niet de bankrovers vonden zij de slechteriken maar wel de politie. Twee van de gevangen genomen vrouwen verloofden zich later zelfs met hun gijzelnemers.
Psychologen hebben daar toen een syndroom in gezien en het de naam van de Zweedse hoofdstad gegeven. Maar wat houdt dat eigenlijk in?
Het is een overlevingsmechanisme voor slachtoffers van misbruik en intimidatie, die weinig of geen contact hebben met derden en waarbij de aanvaller zich langs zijn vriendelijke zijde laat zien en voorziet in de basisbehoeften van het slachtoffer, bijvoorbeeld door het geven van voedsel en bescherming.
Er zijn verschillende categorieën, maar bij alle is er sprake van een ongelijke situatie, waarbij één partij duidelijk de macht heeft over de andere: misbruikte kinderen, mishandelde vrouwen (die ondanks alles bij hun partner blijven), slachtoffers van incest, gevangenen in concentratiekampen, sekteleden, mensen in relaties waarin ze geïntimideerd worden.

Enkele bekende voorbeelden
De schatrijke Patty Hearst werd door een linkse groep ontvoerd. Haar familie betaalde een enorm losgeld, dat besteed werd aan voedsel voor de armen. Ze beroofde later, samen met haar ontvoerders, een bank en werd daarvoor veroordeeld.
De Oostenrijkse Natascha Kampusch werd acht jaar lang vastgehouden in een kelder. Ze zei na haar ontsnapping en na de zelfmoord van haar ontvoerder dat ze tijdens haar opsluiting “niets gemist had, dat ze haar basisbehoeften had. Ze was niet boos op haar ontvoerder en had/ heeft moeite met zijn zelfmoord.
De Nederlands-Belgische journaliste Joanie de Rijke werd in Afghanistan door de Taliban ontvoerd en verkracht. Ze verklaarde nadien “begrip te hebben voor haar ontvoerders. Ze koestert ook geen wrok tegen de Taliban-leider, omdat die haar ook had om kunnen brengen.”
Opvallend is dat beide laatste slachtoffers ontkennen aan het Stockholmsyndroom te lijden.

Doet het zich ook in de politiek voor?
Tussen de overheid en de burgers?
De laatste tijd wordt meer en meer gezegd en geschreven dat het zich inderdaad ook voordoet in de politiek.
Het is immers ook een psychologisch proces dat ertoe leidt dat een persoon (slachtoffer) zijn beeld van de werkelijkheid afstemt op de verwachtingen van een andere persoon in wiens macht hij verkeert (dader).
We hebben het hier dus over de laatste categorie, de intimidatie.
Het is merkwaardig dat burgers (slachtoffers) zo’n volgzame houding aannemen ten aanzien van de overheid (dader).
In deze relatie ondergaan de burgers nochtans ook een zekere vorm van gijzeling. Ze moeten een abnormaal hoog deel van hun zuurverdiende centen afstaan aan belastingen. Ze stellen vast dat corruptie en bevoordeling van de elite nog te vaak voorkomen. Banken en multinationals brengen (ongestraft) hun spaarcenten of hun job in gevaar of pakken die zelfs af. De vrijheid van meningsuiting wordt steeds harder en met nieuwe wetten onderdrukt. Voor alles en nog wat heeft men een vergunning van de overheid nodig. Diversiteit en tolerantie tegenover andere culturen wordt aan de mensen opgedrongen, zelfs en vooral via de openbare omroep. Dat alles samen is dus wel degelijk een vorm van intimidatie door de overheid, waaraan de burger niet kan ontsnappen. Diegene die durven procederen tegen de overheid, diegene die durven kritiek uiten (de pers, bijvoorbeeld) op mandatarissen zijn zeer zeldzaam geworden wegens de angst voor de gevolgen. De overheid gebruikt anderzijds het wapen van dienstverlening om de bevolking zoet te houden. Het merkwaardige ligt echter in het feit dat de kiezer in het stemhokje toch positief blijft tegenover de gijzelnemers.

Ook tussen de politieke partijen onderling?
Wanneer een nieuwe meerderheid aantreedt, zij het nu op federaal, op Vlaams of op gemeentelijk niveau, dan zien we dat de oppositie geleidelijk aan minder kritisch wordt en dat de ‘verstandhouding’ tussen beide partijen steeds beter wordt. Hoe langer een meerderheid aan de macht is, hoe scherper zich het probleem stelt.
Nochtans is de minderheid overgeleverd aan de grillen, aan de arrogantie, aan de discriminatie vanwege de meerderheid. De oppositie is eigenlijk machteloos. Ze moet zich tevreden stellen met een aalmoes en wordt daarmee in slaap gewiegd. Zonder te willen veralgemenen.
De meerderheid legt de regels vast, ankert zich vast in gemeentediensten of in de private sector (cultuur, middenstand, immobiliën, ….) en huldigt soms het principe van ‘het hemd is nader dan het rokje’. Ze herhaalt steeds weer dezelfde argumenten. De oppositie begint er ten langen laatste zelf in te geloven en speelt zonder morren ‘slippendrager’. Soms hebben oppositieleden daar ook persoonlijk belang bij of moeten ze meegaande zijn als ze iets willen gedaan krijgen dat hun kiezers ten goede komt.
Dat kan gaan van het mogen gebruiken van een gemeenteterrein of -gebouw tot het mogen uitbaten van een niet-vergunde camping … Het kan dus ook een kwestie van overleven zijn.

En tussen de Walen en de Vlamingen?
Om volledig te zijn, hoewel het niets met Middelkerke te zien heeft, moet ik ook nog zeggen dat de relatie Walen – Vlamingen ook wat weg heeft van een Stockholmsyndroom. Hoewel onze zuidelijke landgenoten , hoewel in de minderheid, steeds de eerste viool gespeeld hebben en op een arrogante manier op de Vlamingen hebben neergekeken, hoewel deze laatste steeds royaal een deel van hun inkomsten hebben moeten afdragen omwille van de ‘solidariteit’ met Wallonië, hoewel de Vlaming dagelijks ondervindt dat Vlaanderen en Wallonië twee totaal verschillende ‘landen’ zijn, is hij/ zij steeds zeer verdraagzaam gebleven. En de Vlaamse partijen, op twee en een halve na, laten zich dat allemaal welgevallen, omdat ze aan het syndroom lijden.

De Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804) heeft naar manieren gezocht om het volk te bevrijden uit alle vormen van zelf opgelegde onmondigheid en dwangmatig gedrag. Hij riep de mensheid op "zo dapper te zijn om nu eens op zijn eigen verstand te vertrouwen."

Omdat ik ervan overtuigd ben dat de Middelkerkse oppositiepartijen (CD&V, LDD en VB) niet kritisch genoeg zijn, omdat ze volgens mij ook gaan lijden aan het Stockholmsyndroom , roep ik ze op om toch maar liever geen slaafse meelopers te worden/ zijn van de meerderheid.

Bronnen
http://mens-en-samenleving.infonu.nl/psychologie/23203-het-stockholmsyndroom.html
http://www.pim-fortuyn.nl/pfforum/topic.asp?ARCHIVE=true&TOPIC_ID=63182

Geschreven door stammer om 20:31 1 reactie Reageer op dit bericht

Een woord blijft een woord !

Op vrijdag 24 september 2010 zag ik door mijn vensterraam dat twee heren in hemdsmouwen op stap waren om ‘reclame’ in mijn brievenbus te stoppen.Wat bleek, toen ik later mijn post ophaalde? Het ging om een zeer luxueuze propagandafolder van de ‘Open VLD’.
Daarin vond ik een kaartje met daarop de tekst “Wij zijn aan de deur geweest”.
Aangezien er een bel aan mijn huis hangt, die perfect werkt als men erop duwt, kan ik dus met absolute zekerheid zeggen dat dit niet gebeurd is. Onwaarheid, dus!!

Laten we de brochure, met veel foto’s en (te) weinig tekst, even doorlopen.

FolderEenWoordBlijftEenWoordVoorkaft.jpg                 

Over de inleiding door Michel Landuyt, burgemeester

Landuyt bedankt de ‘beste inwoners’ (het zou ‘Open VLD kiezers’ moeten zijn) overvloedig voor het vertrouwen dat ze in hem gesteld hebben.

Michel zegt “Ons team, dat de boekjes huis aan huis bedeelt, staat open voor uw suggesties”.
Dat bleek dus niet het geval te zijn.

De partij wil met deze actie een tussentijdse “balans” opmaken. Is dat woord hier eigenlijk wel op zijn plaats? Een balans is een winst- en verliesrekening. Hier is echter enkel sprake van wat de open VLD aan positiefs denkt verwezenlijkt te hebben en belooft nog te zullen uitvoeren. Geen woord van zelfkritiek, één grote zelfvoldaanheid. Het lijkt wel een verkiezingsbrochure.
“Wij blijven trouw aan onze visie”? Zou ik mogen weten wat die visie inhoudt? “Ruimte geven, in alle vrijheid werken, te ondernemen, te leren, te relaxen en te genieten” is dat de visie? Is dat liberalisme? Meen je nu echt, Michel, dat jullie de inmenging van de overheid beperken? En hoe zit het met de inspraak? En met al de regels die jullie voorschrijven?

Algemeen
Om eerlijk te blijven, wil ik onderstrepen dat er inderdaad wel enkele mooie verwezenlijkingen te noteren vallen. Dat is geldig voor alle deelgemeenten. Met de beschikbare budgetten (en subsidies) mochten we dat ook wel verwachten, nietwaar? Ik zou ook maar niet te hoog oplopen met de bouw van ondergrondse parkings en de aanleg van rotondes. Heeft de autochtone bevolking iets aan nog meer van die parkings? En rotondes hebben evenveel nadelen als voordelen. Daar zijn veel specialisten het mee eens. Maar over beide onderwerpen heb ik het al meermaals gehad in vorige artikels. Zitten daar geen verwezenlijkingen bij waarvoor de aanzet gegeven werd in de tijd dat de CD&V de schepen voor openbare werken leverde?
De brochure houdt ook heel wat beloften in. We moeten dus afwachten om te zien wat daarvan terecht zal komen?

Eerst een paar punten over de kerngemeente Middelkerke
In mijn beoordeling heb ik het hoofdzakelijk over Westende en Lombardsijde, maar toch eerst even wat mij opgevallen is in de tekst over Middelkerke.

“Op onze zeedijk werd het historisch onderscheid tussen Middelkerke en Westende weggewerkt.” Onze? Zoals het geschreven staat zou de dijk van Middelkerke-kern dus jouw dijk zijn, Michel? Die van Westende niet? Mag ik dan eens vragen waarom de VLD negen jaar nodig gehad heeft om in te zien dat er in één en dezelfde gemeente overal of nergens terrassen mochten komen?

Hebben onze dames en heren van het gemeentebestuur, met zo’n ruime staf aan ambtenaren, nu echt een studie nodig om de zwaktes en sterktes in kaart te brengen? Het is eerder aangewezen om meer op straat te komen, meer contact te hebben met de bevolking, zich meer te informeren en meer eigen inspanningen te doen om een bepaalde sector onder de knie te krijgen.
Is ‘meer kwalitatieve hotels’ echt het enig besluit dat uit die studie kon getrokken worden? Hoeveel heeft die studie gekost?

En daarmee komen we bij de financiën? Een balans gaat over centen. Zouden we dan eens mogen vernemen hoe het daarmee gesteld is? Hoeveel schulden heeft de gemeente? Zal het streefcijfer van 5% personenbelasting in 2010 gehaald worden? Waarom wordt daarmee gewacht tot het einde van de legislatuur?

Over Westende

Westende-dorp
Ons dorp zou in de afgelopen negen jaar een gedaanteverwisseling ondergaan hebben.
Weet de Open VLD eigenlijk wel wat dat is? In welke gedaante bevindt het dorp zich dan nu?
Natuurlijk zijn er ook hier enkele verbeteringen: trefpunt, kinderopvang, voetbalpleintje aan gemeenteschool, Koning Ridderdijk, kerkomgeving, … Er werden en worden ook verschillende wegen vernieuwd: Noordzeelaan, Flandrialaan, Weststraat, ……. en recent de Henri Jasparlaan van de kerk tot aan de school. Ook dat is positief, zelfs al moest voor sommige de gasleiding dringend vernieuwd worden. Mocht men enigszins rekening willen houden met wat ik daarover in vorige bijdragen schreef, dan zeg ik ‘Proficiat!’

Maar wat met al die beloften?
“Er komt een mooier marktplein”. Wat wordt daar mooier aan? Ook een Agora-plein?
We kunnen beter spreken van het Arthur Meynneplein (wat ook per akte verplicht is) aangezien er toch geen markt meer gehouden wordt… Het is dus gewoon een parkeerplein.

Wordt de veilige doortocht door Westende, die drie jaar geleden aangekondigd werd en die ten vroegste in 2010 zou aangevat worden, nu echt verwezenlijkt?

Zal het “speerpuntproject watersportcentrum” dat reeds beëindigd had moeten zijn met Pasen 2010, er nu toch nog komen?

“Woonuitbreidingsgebied tussen Badenlaan en Henri Jasparlaan?” Gaat het hier over die waterzieke zone waarvan al bijna 10 jaar gezegd wordt dat er 54 sociale woningen op zouden gebouwd worden?

Wat wordt bedoeld met “systematische vernieuwing van de voetpaden”? Mag ik eens een voorbeeld, buiten de nieuwe straten?

Er zijn ook nog enkele punten waar we helemaal niets over horen.
Hoe zit het met ‘Zon en Zee’? De promotoren weten natuurlijk waarom er nu al tien jaar een leegte is, maar de bevolking helaas niet. Is het een kwestie van vergunningen die de overheid maar niet geeft of is het door de crisis?

Wat gebeurt er met het politiebureau in Westende? Straks vieren we ook daar dat er tien jaar geleden voor het eerst over gesproken werd.

Waarom wordt er nu nog altijd zo weinig gedacht aan meer fietspaden, wat ook al zo vaak beloofd werd?

Waarom zijn er nog steeds onvergunde kampeerterreinen in Middelkerke?

Meer daadkracht is zeker aangewezen, dames en heren!

Westende-bad
“Mogelijkheid voor eigentijdse nieuwbouwprojecten (natuurlijk!) zonder het waardevolle erfgoed uit het oog te verliezen” Dat kan en mag een bestuur toch niet beweren als wij zien dat de ‘Carlton’, het postgebouw en villa’s in cottagestijl op de dijk zonder meer afgebroken werden.

We juichen natuurlijk ook enkele verwezenlijkingen toe, te danken aan investeringen door het Vlaams gewest: het Octave Van Rysselbergheplein en villa ‘Les Zéphyrs’ Over de roestige caterpillar van Wim Delvoye, ‘het symbool van de strijd van de kustbewoners tegen de zee’, lopen de meningen uiteen.

De zinnen “Het hart van Westende-bad werd gestaag gerenoveerd. Het Eduard Otletplein. Het Portiekenplein, de Distellaan en andere centrumstraten krijgen (?) een facelift”, begrijp ik niet. Is dat niet tegenstrijdig? Slaat dat ‘hart’ enkel op het plein? Wordt dat gestaag gerenoveerd?
De Distellaan en de Meeuwenlaan verkeren toch in een lamentabele toestand? Die zitten toch ook in dat hart?

Heeft het gemeentebestuur echt nog ‘onderhouden’, ja zelfs ‘uitgebouwde’ contacten in Brussel?
De CD&V – minister Crevits heeft nu toch de zeggenschap over openbare werken? En zal er straks toch nog geld zijn om al die beloften waar te maken? Er moet toch bespaard worden, zegt men? Of geldt dat niet voor Middelkerke?

Lombardsijde
“De Golf moet alle kansen krijgen om uit te breiden tot 9 holes.” Men zou misschien eens moeten uitleggen wat dit juist betekent. Dat is een club waar lidgeld moet betaald worden, nog steeds tamelijk elitair, met een privé-uitbater, zeer omstreden bij de aanleg, op gronden die eigendom zijn van Toerisme Vlaanderen, Moet de gemeente, wij dus, dan mee opdraaien voor de uitbreidingskosten? Neen, toch? Maar, wat betekent anders ‘alle kansen krijgen’?

Mogen we dan toch verwachten dat er een “Natuurherinrichtingsproject komt op de plaats van de vroegere camping Cosmos? Moeten we dat nog geloven? Dat werd anders reeds aangekondigd in de ‘Sirene’ van juli – augustus 2007 en nog heel veel vroeger besproken.

Is de doortocht van Lombardsijde, een heikel punt? Je zou het niet zeggen! Moeten de studies voor de hertekening nu nog starten? Het is alleszins een schoolvoorbeeld van gebrek aan doortastendheid van een bestuur. De bewoners willen de huidige toestand bewaren. Waarom wil de VLD het dan anders? Als ze kunnen bewijzen met ongevallencijfers dat de verkeersveiligheid ermee zou gediend zijn, dan moet het natuurlijk. De argumenten ‘ evenementen en markten zullen meer bezoekers aantrekken’ en ‘er zullen meer bussen ingelegd worden’ stuiten op zware twijfels. Of moet er absoluut een nieuw dorpsplein komen voor het prestige van het gemeentebestuur? Laat u daar toch niet door leiden!

Het ‘sportpark’ in de Baronstraat kan inderdaad een belangrijk project worden. Ik kijk nu reeds uit naar de totaalkost: huis Dedecker, kleedkamers en kantine voor SC Lombardsijde, speelpleinen, …
Dat wordt een interessant bedrag!

“Een woord blijft een woord” staat voor “het huidig gemeentebestuur houdt zijn beloften”. Ik laat het toch maar beter aan de lezers over om daaraan geloof te hechten of daaraan te twijfelen.

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Westendse familie Diet emigreerde naar Canada in 1956 !

Je zal het maar meemaken. Je bent 14 jaar jong en je ouders beslissen om uit te wijken naar Canada.
Misschien heb je wel al eens gehoord van de rijke mogelijkheden die dat onmetelijk land biedt, maar wat je vooral bezighoudt is de wetenschap dat je hier in ons klein land in een klein dorp alles moet achterlaten: je vertrouwde huis en school, je familie en vrienden, die je misschien nooit meer terugziet …
Dat overkwam Fred Diet uit Westende in 1956. Hij woonde toen met zijn ouders Maurice Diet en Marie Schelstraete in de Duinenlaan nummer 106. U ziet hier twee foto’s van het huis waar de Diet’s woonden vooraleer ze naar Canada vertrokken. Op de tweede staat Fred met zijn ouders.

Duinenlaan106Vroeger.jpg            Duinenlaan106FredMetOuders.jpg      

Aan de overzijde van de laan lag toen nog een grote open ruimte en Fred hield van het zicht op de zee en van het doorkruisen van de duinen tot aan de villa van zijn oom in de omgeving van (toen nog) de ‘Relais du Lac’. Daarom heet de straat ook ‘Duinenlaan’.

CottagesAvenueDesDunesGeelBruinBeter.jpg                 

Tijdens de oorlog woonde de familie Diet in het wit huis naast het toenmalig café ‘De Tramstatie’ nu restaurant ‘De Lantaarn’.

Tramstatie1.jpg            Tramstatie2.jpg      

Fred liep zes jaar school in de gemeenteschool van 1948 tot 1954, op een boogscheut van zijn ouderlijk huis en zette zoals vele andere kinderen zijn studies verder in Oostende.
Hij zal zich toen, als veertienjarige en zeker minder volwassen dan zijn leeftijdsgenoten vandaag, wel afgevraagd hebben waarom zijn ouders zo’n grote stap wilden zetten in het onbekende. Dat is het immers wel, want je weet wat je achterlaat, maar veel minder wat je ginds te wachten staat.
Vader Maurice had vast werk als mecanicien. Hij was geen avonturier, maar zoals zoveel andere emigranten van toen was hij bezorgd over de toekomst van zijn zoon.
Het Canadees immigratiedepartement wilde dat de Diet’s zich vestigden in Windsor, Ontario. Laat dit nu net de thuisbasis zijn van het ‘Essex Scottishregiment’ dat Westende bevrijdde in september 1944.

Hebben emigranten heimwee naar hun moederland? Zeer waarschijnlijk wel, dat kan tenminste blijken uit wat Fred Diet mij daarover per mail meedeelde.
In augustus 1964 was hij aan boord van het fregat ‘HMCS Inch Arran’, van de Koninklijke Canadese marine. Toen het schip aangemeerd lag in Chatham in Zuid-Oost Engeland, in het Graafschap Kent, maakte hij van de ‘nabijheid’ van de Belgische kust gebruik om voor de eerste keer terug te keren naar Westende. Dat was 8 jaar na zijn vertrek en Westende moet in die periode niet zo heel veel veranderd zijn, want hij heeft er weinig herinneringen aan overgehouden.

In de zomer van 1982 was Maurice (toen 65), de vader van Fred, pas gepensioneerd en toen wilde ook hij, ongeveer na een kwarteeuw, voor de eerste keer zijn land van herkomst terugzien. Zijn echtgenote, Marie Schelstraete, die meer heimwee had dan Maurice, had toen al een viertal keren de overtocht gemaakt.
Het lokaal weekblad “De Zeewacht” interviewde hem toen en bracht er een artikel over in de editie van 9 juli 1982. Het droeg de titel ‘Na 26 jaar Canada opnieuw de Noordzeelucht opsnuiven’.
We zien hieronder het familiaal gezelschap in de toenmalige samenstelling: Maurice, Marie, Fred met echtgenote Bev en twee kinderen, Doug en Cindy.

FamilieDietJul1982.jpg                 

De interviewster ‘Michèle’ wilde van Maurice natuurlijk weten wat hij allemaal veranderd vond. Hij vroeg zich af waar ‘zijn’ duinen gebleven waren en vond dat de zeedijk zijn rust en aantrekkelijkheid verloren had door al die hoge gebouwen.
Hij was ontgoocheld over het gebrek aan netheid van de straten en over de ‘kadootjes’ die de honden overal op straat achterlieten.
Of dat dan niet gebeurde in Canada, vroeg de journaliste. Volgens Maurice werd daar veel strenger opgetreden zodat eventuele overtreders erdoor afgeschrikt worden. Dat geldt evenzeer voor snelheidsmaniakken. Tenslotte vond hij dat Canadese politici meer met de mensen begaan zijn.

Fred, computerdeskundige van beroep, heeft naast dochter Cindy, een zoon Doug, erelid van het Essex Scottishregiment, vader van vijf kinderen. Hij kwam na 1982 nog vijf keren naar Westende.
Bij elk bezoek stelde hij vast dat de open duinen en velden uit zijn jeugd steeds meer werden ingenomen door huizen en appartementsgebouwen. Westende vond hij telkens ‘erg veranderd’ maar ‘niet verbeterd’. Hij staat nog steeds achter wat zijn vader in 1982 daarover zegde.

Zijn recentst bezoek had plaats van 5 tot 12 juni 2010. Hij logeerde in de ‘Westendia’ recht tegenover zijn oude school.

FamilieDietWestendiaJun2010.JPG                 

Hij beweert nu dat hij zich, als opgroeiend kind, nooit had kunnen inbeelden dat hij zich ooit nog in die situatie zou bevinden. Bij het ontbijt zag hij de kinderen naar school trekken. Toen bekroop hem de lust om zich eens ter plaatse te begeven. Hij stelde zich voor als ‘oud-leerling’ aan iemand, die hij voor het schoolhoofd hield. Hij verbaast er zich nu nog over dat hij met alle ‘honneurs’ behandeld werd en dat hem zelfs een rondleiding in de school te beurt viel.
Omdat hij nog in het bezit is van onderstaande foto van de klas met meester August Dewulf, kon hij best de vergelijking met vroeger maken. Kolenkachels en bijhorende kolenbakken staan er niet meer. Ook de zandbakken om elke zaterdag met zand de vloeren te reinigen zijn verdwenen. De doffe klassen werden kleuriger en levendiger door de versieringen en werkjes van de leerlingen. Ze werden ook vergroot door de bouw van een balkon in elke klas. Op de speelplaats werden nieuwe klaslokalen gebouwd.
De schuilbunker werd lang geleden afgebroken.

KlasFredDietMeesterDewulf.jpg                 

Op de foto zit Fred op de eerste rij uiterst rechts naast Oscar Roose en vóór Willy Coen.
Fred had natuurlijk niet verwacht dat de school maar weinig zou veranderd zijn sinds ‘zijn tijd’. Als hij zijn vrienden in Canada vertelt dat zijn school nog steeds bestaat en ook nog gebruikt wordt, kunnen ze hem nauwelijks geloven.

Fred wou zijn familie ook tonen waar hij en de rest van de familie Diet destijds woonde. Hij kon natuurlijk ook maar vaststellen dat de gevel van huis ‘Duinenlaan 106’ vernieuwd was en dat het huis ernaast afgebroken is.(zie foto).

Duinenlaan106NaastOpenRuimteVanRechts19092010.jpg                 

Van het huis van zijn grootmoeder in de Duinenlaan worden appartementen gemaakt. Dat van zijn tante onderging vroeger reeds hetzelfde lot.
Gedurende zijn dagelijkse ochtendwandeling voor het ontbijt, liep Fred ook door de Westendelaan, die hij de ‘Main Street’ (hoofdstraat) noemt. Hij zocht tevergeefs naar de ‘pub’ waar zijn vader en zijn broers al eens een pint dronken. In plaats van ‘De Kroon’ was er enkel nog een leegte op een onontplofte bom na die nog onschadelijk moest gemaakt worden.
Hij was ontgoocheld over het uitzicht van het monument voor de gesneuvelden, dat volgens hem wel wat onderhoud en opfrissing zou kunnen gebruiken. Misschien gebeurt dat nu wel aangezien het zopas verplaatst werd.

En toch ziet niet alles er vandaag anders uit. Er zijn nog vaste ‘waarden’. De vroegere boerderij van Deputter, daarna van vader Vanheule en nu van diens zoon, met de treffende naam “Duinse Polder”, verspreidt nog steeds dezelfde geuren en de koeien loeien er nog steeds op identieke manier. En dat in een laan die naar een badplaats leidt!!

DuinenlaanHoeveDuinsePolderIngang19092010.jpg                 

Op de laatste dag van hun verblijf in Westende warden ze nogmaals geïnterviewd, dit keer door ‘Het Nieuwsblad”. Er wordt in Canada uitgekeken naar dat artikel.

Aanvulling: het artikel verscheen in de editie van dinsdag 28 september 2010

Bronnen
http://www.caans-acaen.ca/Journal/issues_online/Issue_XIX_ii_1998/CARBONEZ-DEJAEGER.pdf
“De Zeewacht” van 9 juli 1982 uit de bibliotheek van Oostende

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Het Kamp van Lombardsijde - ontstaan en geschiedenis

Waarom is of was er luchtdoelartillerie nodig? Om grondtroepen of gronddoelen (of schepen bij de zeemacht) te verdedigen tegen aanvallen uit de lucht, natuurlijk. Hoewel er reeds een eerste vliegtuig over België vloog in 1908, en er daarna proeven gedaan werden om er post en passagiers mee te vervoeren werd het eigenlijk vooral als sport- en stuntapparaat gebruikt. De Europese legers interesseerden zich wel reeds in 1911 voor deze nieuwe ontwikkeling maar de Eerste Wereldoorlog bespoedigde natuurlijk de ontwikkeling van het militair vliegtuig. Men begon vliegtuigen in te zetten om te verkennen. Toen de vijanden vervolgens met elkaar in conflict kwamen in de lucht, kwam het jachtvliegtuig in beeld. Het werd uitgerust met mitrailleurs op de motorkap. Door Sikorsky's experimenten met viermotorige vliegtuigen gingen bommenwerpers tot de mogelijkheden behoren.
In België duurde het eigenlijk veel te lang vooraleer de ministeries en de militaire staven tot het besef kwamen dat het vliegwezen zich in snel tempo ontwikkelde en dat het dus aangewezen was aangepaste middelen te voorzien om aan deze bedreiging het hoofd te bieden.
Luitenant-Generaal Théophile Van De Putte, een koppige West-Vlaming geboren te Leffinge in 1874, speelde daarin een hoofdrol. Hij was trouwens commandant van de luchtverdedigingstroepen van 1929 tot 1936.

VandeputteGeneraalBeter.jpg                 

De bestaande luchtdoelartilleriemiddelen werden gecentraliseerd en er moest modern materieel aangeschaft worden. De wapens en de eenheden, die zich rond Antwerpen in de forten bevonden, werden samengetrokken in de Sint-Annakazerne te Laken. Weldra werd een regiment ‘Territoriale Verdediging tegen Luchtdoelen’ opgericht. Dat omvatte onder andere een technische dienst, die vanaf 1921, samen met de school, proefvuren uitvoerde aan de kust vanaf de wijk ‘Crocodile’.

RotondeSchietstellingDTCAAlgemeenZicht.jpg            RotondeSchietstellingSectieAutoCanonBeter.jpg      

Omdat de school in Laken te klein werd voor de luchtdoelartillerie in volle uitbreiding en aangezien alle schietoefeningen aan de kust gebeurden, was het bijgevolg logisch hier bij ons te zoeken naar een vervangoplossing.
In 1937 werd besloten een militair kamp te bouwen ten westen van de oude baan Oostende - Nieuwpoort en ten noorden van de baan Lombardsijde dorp – strand. Het zou tijdens de winter door Landsverdediging bezet worden en ’s zomers dienen als sociaal vakantieoord voor het burgerpersoneel van de ministeries van Volksgezondheid en Verkeer. De rest van het jaar konden er infanterie-eenheden, in schietperiode, ingekwartierd worden. Tot dan toe waren deze ondergebracht bij de burgerbevolking wat wel eens aanleiding gaf tot moeilijkheden. Ondanks vertragingen door opeenvolgende regeringswijzigingen en ondanks het verzet van de familie Crombez tegen de onteigeningen, ontstond uiteindelijk toch het huidig kamp. Vanaf 1938 werd er gevuurd met lichte wapens en vanaf 1939 met kanonnen. In dat laatste jaar werd ook de bouw van het kamp NOORD aangevangen. De blokken waren praktisch af doch werden niet in gebruik genomen door het Belgisch leger voor mei 1940. Gedurende de achttiendaagse veldtocht diende de strook tussen het kamp en de IJzer als vervangingsvliegveld. Vanaf september 1939 werden er Duitse krijgsgevangenen vastgehouden.
In mei-juni 1940 werd het kamp door de bezetter als krijgsgevangenkamp gebruikt. Het werd einde juni gebombardeerd door de Engelsen en daarna ontruimd.
Naderhand werden de blokken gedeeltelijk afgebroken terwijl er versterkingen (bunkers) werden aangebracht als onderdeel van de beruchte Atlantikwal.

In 1946 werd de luchtdoelartillerieschool heropgericht in Helchteren en in hetzelfde jaar overgebracht naar Brasschaat. Op 1 februari 1951 werd ze overgeplaatst naar Lombardsijde waar op 29 november 1951 de BENELUX – school opgericht werd. Ze had als opdracht de gezamenlijke vorming van Belgische en Nederlandse jonge artillerieofficieren en – onderofficieren.
Ze bleef bestaan tot in 1959.
De bezetting van het kamp bereikte een hoogtepunt in de jaren 1953-1955. Wie herinnert zich niet de weekendrappels van de ‘kampmannen’. Toen waren er in het dorp Lombardsijde heel veel cafés. De militaire politie moest er toen bijna elke avond optreden omdat er altijd wel enkele militairen voor ‘ambras’ zorgden.
De oudsten onder jullie zullen zich waarschijnlijk ook nog herinneren dat er zeewaarts geschoten werd op schijven getrokken door bemande vliegtuigen (o.a. de Spitfire) en vanaf 1953 op schietschijven gesleept door van op de grond met radio gestuurde vliegtuigjes, die bij een crash in zee met een amfibievoertuig moesten opgehaald worden. Dat was de taak van het detachement radiogeleide schietschijven, dat op 5 mei 1954 opgericht werd.
Om de veiligheid van de scheepvaart te garanderen wordt dan een gedeelte van de zee (of sector genoemd) ontzegd aan alle scheepvaart. De vissers in Nieuwpoort, die daarvan op de hoogte waren/ zijn, dank zij de 'Berichten Aan Zeevarenden' moesten/ moeten dan rond de sector varen om hun visvangst uit te oefenen. Wie zich daaraan niet hield/houdt, werd/wordt geldelijk beboet. Ik weet niet hoe hoog de boetes nu zijn, maar destijds waren die zo laag dat veel vissers die liever betaalden dan de tijdrovende en brandstofverslindende omweg te maken.
De schietende eenheden moesten dus om de haverklap het vuur staken en uren wachten tot de sector weer vrijkwam. Het lawaai dat de kanonnen maakten, afhankelijk van de windrichting, werd door de toeristen niet bijzonder geapprecieerd. De autochtone bevolking stond er iets verdraagzamer tegenover. Omdat ze er gewoon aan geraakten of omdat ze ook de positieve kanten van het kamp inzagen?
De politici meenden echter toch actie te moeten ondernemen en zo werd er op zeker ogenblik beslist dat er van 15 juni tot 15 september niet meer mocht gevuurd worden. ‘Kampioen politicus’ Georges Mommerency, burgemeester van Nieuwpoort, was natuurlijk op de hoogte van die schorsing. Toch verklaarde hij elk jaar voor de start ervan aan de pers “dat hij zich beklaagd had bij de minister van landsverdediging en zie …. enkele dagen later hoorde men niet meer schieten”.
Dank zij Georges, natuurlijk!

Het kamp had voor de ‘burgerbevolking, zoals de militairen die noemen, hoewel ze zelf ook burgers zijn, inderdaad niet enkel negatieve kanten.
Zeer talrijk zijn de jeugdgroepen die er hun jaarlijks kamp inrichtten. Hoeveel scholen hebben er niet een bezoek gebracht aan de kazerne? Vroeger nog veel meer dan nu, was de militaire leefwereld onbekend voor wie geen militaire dienst deed. Mede door de opendeurdagen die regelmatig plaatsvonden, werden de contacten met de bevolking geleidelijk aan verbeterd.
Veel handelaars, ook lokale, hebben kunnen ondervinden dat de kazerne een groot pluspunt was.
Hoeveel verenigingen hebben niet een beroep gedaan op de sportinstallaties van de kazerne? (voetbalveld en turnzaal) De kazerne stond ook vanaf 1961 open voor groepen die er sociale vakanties inrichtten.
Hoeveel lijnvissers hebben vroeger niet van de doorgang van het kamp gebruik gemaakt om hun geliefkoosde sport te beoefenen?
Hoeveel groepen gehandicapten zouden er wel niet ontvangen geweest zijn in de kazerne? (vb ‘Duinhelm’ uit Oostende).
De eenheden van het kwartier hebben er ook altijd een punt van gemaakt om instellingen voor gehandicapten moreel en financieel bij te staan.

Zoals overal in de wereld, zijn militaire domeinen die niet zo maar door iedereen mogen betreden worden, gunstige terreinen waar (voor onze streek zeldzame) vogels graag broeden en waar vaak zeldzame planten en bloemen groeien.
Het kamp organiseert ook reeds sinds 1973 met manschappen en materiaal de vierdaagse mars van de IJzer. Dat was einde augustus 2010 opnieuw een topevenement voor Nieuwpoort, Koksijde, Poperinge, Diksmuide en Ieper.
Het was niet zo bekend maar een groep militairen baatten van 1968 tot 1982 een geroemd radiostation voor amateurs (ON6AA) uit en konden alzo noodhulp bezorgen aan wanhopige over de gehele wereld.

Het kamp is ook twee keer de inzet gezet van de fusies van de gemeenten, in 1971 tussen Westende en Lombardsijde en in 1977 tussen Middelkerke en Nieuwpoort.
Hoewel Lombardsijde destijds zelf vragende partij was om het kamp op zijn grondgebied te krijgen, vond het bestuur in de zestiger jaren dat de tegen de kust aanliggende kazerne eigenlijk de ontwikkeling van de gemeente belemmerde. Eigenlijk werd dat argument gebruikt om zich Westends grondgebied te kunnen toe-eigenen.
Bij de fusie van 1977 werd het kamp bij Nieuwpoort gevoegd.

Tenslotte moet ik het toch ook nog wat meer hebben over de militairen die in het kamp gekazerneerd waren of er verbleven.
Vanaf 1960 sprak men van de luchtdoelartillerieschool, die steeds de kern of hoofdbrok van de kazerne uitmaakte.
Ook andere machten en wapens vonden er in de loop van de tijd een onderkomen. Zo was er van 1958 tot 1983 een marinebasis gevestigd aan de IJzermonding.
Het 3de bataljon Para verbleef er van 1962 tot 1967 vooraleer naar Tielen te vertrekken. Van 1969 tot 1970 was het 3de Cyclisten er ondergebracht.
Vooraleer naar hun plaats in de HAWK – gordel in Duitsland te vertrekken, werden het 43ste artilleriebataljon HAWK (juli 1963 – juni 1966) en het 62ste artilleriebataljon HAWK (mei 1967 – oktober 1969) er tijdelijk ingekwartierd.
Ingevolge een Belgisch – Nederlandse overeenkomst over de gezamenlijke opleiding van radar- en raketherstellers voor die HAWK – eenheden nam een Nederlands opleidingsdetachement hier zijn intrek van 1965 tot 1978.
Vergeten we tenslotte niet dat in totaal 12.000 rekruten, bestemd voor alle wapens, hier een eerste opleiding van 1 maand ‘genoten’ en dat in de periode 1980 - 1986.

Op 26 april 1991, na een verblijf van 28 jaar in Duitsland verhuisde het 14de Artillerieregiment van Spich naar Nieuwpoort om er geïntegreerd te worden in de Luchtdoelartillerieschool als eerste schoolbataljon van de Landmacht.
Op 1 juli 1994 werd de Luchtdoelartillerieschool afgeschaft en het 14de Artillerieregiment omgevormd tot MISTRAL- bataljon met personeel van de Luchtdoelartillerieschool en vele andere eenheden.
Z
opas werd het bataljon ontbonden maar daarover had ik het reeds in een vorige bijdrage.

Bronnen
http://www.mil.be/armycomp/subject/index.asp?LAN=nl&FILE=&ID=651&MENU=0&PAGE=1
http://events.diksmuide.be/file_uploads/3194.pdf
http://www.mil.be/transfo/subject/index.asp?LAN=nl&ID=1679
“Te Wapen” tijdschrift van de AA – School en van 14 A

Geschreven door stammer om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Open monumentendag 12 september 2010

Enkele dagen geleden vond ik toevallig in mijn archief een foto van Peter Maenhoudt met begeleidend tekstje van A.V. uit “Het Laatste Nieuws” van 23 september 1997. Vlaams minister van cultuur Luc Martens had namelijk zojuist vier villa’s op een rij, gelegen aan de Koning Ridderdijk in Westende-bad, geklasseerd. Het gaat om de gebouwen met de huisnummers 57 (’t Janika), 58 (Monna Vanna), 59 (Les Fleurettes) en 60 (naamloos). Ze werden opgericht na de eerste wereldoorlog, in cottagestijl.
De `cottagestijl` is een bouwstijl die ontstond in de 19e eeuw in Engeland als romantische tegenreactie tegen de industriële revolutie die toen opgang maakte. Vakmanschap en handwerk stonden centraal. Vanaf 1840 waaide één en ander over naar het vasteland en veel villa’s aan de Belgische kust werden in die stijl opgetrokken.
Ziehier de foto van de vier villa’s uit 1997:

VierGeklasseerdeVillasWBZonderTekst.jpg                 

Ik was dan ook benieuwd hoe ze er dertien jaar later uitzien. Op 3 september 2010 maakte ik onderstaande foto. Verrassing natuurlijk, want er is geen spoor meer van de geklasseerde villa’s “’t Janika” en “Monna Vanna”. In hun plaats zijn (natuurlijk) twee mastodonten van appartementsblokken verrezen.

GeklasseerdeVillasDijk_1.jpg                 

En nu even diep ademen om de naam te kunnen uitspreken van de dienst die zich vroeger en nu in Vlaanderen met het beheer van ons erfgoed bezighoudt. Dat was het “Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Leefmilieu en Infrastructuur, Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen, afdeling Monumenten en Landschappen”., maar sinds we een nieuwe Vlaamse regering hebben heet dat “Departement Ruimtelijke Ordening Woonbeleid en Onroerend Erfgoed. Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid”. Het ressorteert onder minister Geert Bourgeois.
Dat beheer is geregeld door het decreet van 3 maart 1976, aangepast door een groot aantal amendementen. Volgens dat voorschrift moet voor elke gemeente een register bijgehouden worden van haar bouwkundig erfgoed. Dat bestaat dus ook voor Middelkerke. Iedereen kan het ook raadplegen op de website www.monument.vlaanderen.be. Daar kan dan in de databank gezocht worden naar Westende.
Di inventaris bevat eerst en vooral de beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten.
Daar wordt een etiket met ‘bovenlokaal erfgoed’ op geplakt. De wet voorziet hier in een financiële compensatie onder de vorm van overheidstoelagen voor de instandhouding en het onderhoud van deze monumenten. Daarvoor is ook een fiscale aftrek mogelijk.
De inventaris bevat echter ook een groot aantal waardevolle gebouwen die worden beschouwd als zijnde van lokaal belang, maar die niet beschermd worden. De overheid hoopt dat de gemeenten zelf maatregelen zullen treffen om deze gebouwen van de sloop te redden. Zo’n gebouw kan niet rekenen op financiële steun van de overheid.
De twee gesloopte villa’s op de Koning Ridderdijk worden in de inventaris gerangschikt in de laatste categorie. Er staat ook bij dat ze afgebroken werden. Ik vrees dat de hoop van de overheid ijdel zal blijven. Spijtig!!
Aangezien in het krantenartikel hiervoor sprake is van ‘geklasseerd’ vraag ik mij nu af 'hoezo afbraak'. Betekent geklasseerd dan niet ‘beschermd’? Of kwam die klassering de ene of de andere niet goed uit?

Men zou zo de indruk krijgen dat bescherming van erfgoed, bescherming van de natuur of van een zone eigenlijk niets blijvends heeft en naar willekeur kan gewijzigd of genegeerd worden. Of vergis ik mij?

PS Mag ik misschien ook de lectuur aanbevelen van mijn artikel “Is het Erfgoed van Westende wel in goede handen?” Jullie vinden het (natuurlijk) in de categorie ‘Erfgoed’

Geschreven door stammer om 09:40 Reageer op dit bericht

De eerste dag van het schooljaar 2010 - 2011

Kleuters en zesjarigen zijn vandaag heel wat gewoon. Meestal werken hun beide ouders en zeldzaam zijn diegene die nooit hun uren doorbrachten in een kinderopvang, al dan niet door de gemeente georganiseerd. Eens gescheiden worden van mama is voor hen niet meer het einde van de wereld.
En toch … een eerste schooldag is nog steeds iets bijzonders. Dat geldt in eerste instantie voor de kleuter die voor het eerst naar school gaat maar ook nog voor de zesjarige die nu naar de ‘grote’ school mag of moet.
We hebben het allemaal meegemaakt, als ‘slachtoffer’ (zij het dan in totaal andere omstandigheden) of als fiere ouder.

Op woensdag 1 september was het dan weer zo ver. De 30 km - zones werden weer geactiveerd. En dan kon het beginnen … met een (zonnige) halve dag van 08u45 tot 11u30. Bovendien startte het schooljaar met een ontbijt (fruitsap, koffie, sandwiches, …), in open lucht gezien het mooi weer, voor de 50 kleuters en de 90 leerlingen van de lagere school. Ook de ouders waren welkom.
Wat worden die kinderen toch verwend, tegenwoordig!

Dat was echter niet de reden waarom ik er absoluut bij wilde zijn toen de gemengde gemeentelijke basisschool ‘Duinpieper’ zijn deuren weer opende na een lange vakantie met zeer veel zon in de eerste helft en veel wind en regen in de tweede helft.

Maar eerst nog dit: jullie weten toch wat een duinpieper is? Het is een zandkleurige (vandaar duin-), zeer bedrijvige zangvogel van 15,5 cm lang uit de familie van de kwikstaarten. De vogel heeft een lange staart die hij voortdurend op en neer doet wippen. Werd de naam gekozen naar analogie met een kind dat nooit stilzit? Goed gekozen, in elk geval.

EersteSchooldag2010DoekKlaarder.jpg            DeDuinpieperLogo.jpg       EersteSchooldag2010OntbijtKoer_3.JPG           

De echte reden waarom ik die eerste schooldag niet wilde missen, was de zopas vernieuwde Henri Jasparlaan, die de chaos aan de schoolpoort zou moeten oplossen. Zou het probleem dat ik aankaartte in mijn artikel van december 2008 nu van de baan zijn? Jullie kunnen het hier lezen.
Helaas, ‘driewerf’ helaas! Wat een ontgoocheling! Ik had het natuurlijk een aantal dagen geleden reeds zien aankomen maar de Henri Jasparlaan was niet klaar op ‘D-Day’! Ik neem aan dat het toch de bedoeling zal geweest zijn om tenminste een stuk van de laan te kunnen gebruiken tegen de eerste schooldag.
Het gevolg? Nog steeds chaos, zoals twee jaar geleden.
Ik had eerder de indruk dat de ouders eigenlijk absoluut in de Duinenlaan willen parkeren om hun kinderen dichter bij de poort te kunnen afzetten en om zelf niet ver te moeten stappen.
Er stonden wel nog geen verkeerstekens maar de Henri Jasparlaan was eigenlijk niet echt afgesloten of dat was tenminste niet echt duidelijk te zien. Daarom hadden een paar ouders er toch maar hun wagen geplaatst. De overgrote meerderheid stond echter opnieuw op het fietspad in de Duinenlaan.
Jullie zien hieronder links hoe het in 2008 was en rechts hoe het nu is.

SchoolDuinenlaan.JPG            EersteSchooldag2010AutosOpFietspad.jpg      

Positief was toch dat zij die te voet naar school komen, reeds het nieuw voetpad konden gebruiken.

Als zo’n nieuw schooljaar start, dan is dat toch voor een groot aantal mensen het begin van een nieuwe episode in hun leven. Dat betekent toch iets. Dan mag je toch verwachten dat ook de omgeving van de school eens extra verzorgd wordt. Twee dagen ervoor zag het er nog slecht uit. Op de dag zelf waren de gemeentewerklieden nog de haag aan het snoeien en hadden ze één stukje tuin, aan de zijde van het speelplein, onder handen genomen. Nu nog de graffiti op de muur verwijderen en het onkruid tegen het muurtje en dan zal het er heel wat beter uitzien.
Dank zij het welwillend personeel kon ik ook even rondlopen in de school. De klassen en gangen zien er prima uit. De directrice en haar hoofdzakelijk vrouwelijke leerkrachten schijnen dat goed te doen.

De school heeft een goede website http://www.onderwijs.middelkerke.be/duinpieper/ waaraan ik heel wat informatie ontleend heb.

Gemeenteschool28082010GrafitiOpMuur.JPG            Gemeenteschool28082010OnkruidIngangSpeelpleinTegenMuurtje.JPG      

In één van mijn volgende bijdragen zal ik eens mijn eerste schooldag in 1943 en mijn schooltijd in dezelfde gemeenteschool vergelijken met deze van 2010. Jullie zullen daarover wel niet verrast zijn: er is een hemelsbreed verschil tussen beide, op bijna elk gebied.

Geschreven door stammer om 11:08 1 reactie Reageer op dit bericht

Is dat nu zo moeilijk?

Het is niet de eerste keer dat ik het zeg, maar er werd de laatste tijd een ernstige inspanning gedaan om een deel van de Westendse wegen een facelift te geven.
Ik som ze toch nog maar eens op: de Duinenlaan vanaf de Westendelaan tot aan de Henri Jasparlaan, de Hovenierstraat, de Azaliastraat, de Tulpenstraat, de Noordzeelaan en de Westenlaan, de Koninklijke baan – Paul Grossettilaan en recent de Zuidstraat en de Henri Jasparlaan.
Er zijn natuurlijk nog talloze andere lanen en straten die een stevige opknapbeurt nodig hebben, maar laten we zeggen dat dit een aardig begin is.

Maar… en ik hoor de verantwoordelijke gemeentelijke politici en ambtenaren al vragen ‘Is het dan nooit goed?’
Telkens er een straat afgewerkt is, moet ik helaas weer vaststellen dat er één en ander op aan te merken valt. De hoop op gescheiden fiets- en voetpaden langs de (gewestelijke, ik weet het!) Koninklijke baan lijkt nu inderdaad ijdel geweest te zijn. Alles blijft zoals het was, buiten de kwaliteit van het wegdek en de (gunstige??) wegversmalling en het verkeersteken dat zowel fietsers als voetgangers welkom zijn.
Op dat gebied zijn vooral de overgangen vanuit Nieuwpoort of vanuit Middelkerke merkwaardig. Ze benadrukken ten volle hoe het volgens mij wel had moeten zijn. Hieronder links zien jullie een voorbeeld aan het Grossettimonument.

GrossettilaanFietspadovergangPlusTeken.JPG            Hovenierstraat.JPG      

Ook in de Hovenierstraat heeft men een fietspad overbodig geacht. (zie hierboven rechts)
In de Azaliastraat (zie hieronder links), de Tulpenstraat en de Dahliastraat (zie hieronder rechts) kon ik enkel ontgoocheld vaststellen dat men er de boompjes wegnam en dat de min of meer afgescheiden parkeerplaatsen verwijderd werden, zodat de auto’s nu op het voetpad parkeren. Er is nog maar eens geen fietspad wat gemakkelijk gekund had gezien de (te?) brede voetpaden langs weerszijden. 

AzaleastraatHorizontaal.JPG            DahlialaanHoogteAzalea.JPG      


In de Zuidstraat zie ik alweer geen fietspad, maar wel een voetpad in rode steentjes. Daar is ook een strook voorzien voor het parkeren van auto’s. Men heeft het zelfs nodig gevonden om er een slalomstraat van te maken, met afwisselend een breed en een smal voetpad en een parkeerstrook.
En… merkwaardig… er zijn in die straat 31 private garages. En wat zien we? De parkeerstrook bevindt zich in 13 gevallen vlak voor een garagepoort. Je mag er dus niet staan en toch is er een parkeerstrook voorzien. Toch niet voor de eigenaar? Die kan toch voor zijn poort zelf staan. Ik had dus de parkeerstrook aan de andere zijde van de straat gezien. Ik mag mij zeker niet afvragen wie dat plan getekend en goedgekeurd heeft?
Ook in de juist voleindigde Henri Jasparlaan (zie hieronder links) doet zich dit merkwaardig verschijnsel voor. Begrijp wie kan!

HenriJasparlaanParkeerplaatsVoorGarage.JPG            NoordzeelaanZijdeJasparlaan.JPG      

Op weinig centimeters na, hebben al de reeds genoemde gemeentelijke straten dezelfde breedte.
Waarom worden ze dan niet allemaal op één en dezelfde manier aangepakt? Zo zou de indeling ervan voor de weggebruikers herkenbaar zijn en dat zou de veiligheid verhogen.
Het spreekt vanzelf dat bredere straten anders kunnen en/of moeten ingericht worden.


In de Noordzeelaan (rechts hierboven en links hieronder) en de Westenlaan (rechts hieronder) was er inderdaad, aan de zijde van de Distellaan plaats genoeg om parkeerplaatsen schuin op de weg aan te leggen. NoordzeelaanZijdeDistellaanLinks.JPG            WestenlaanZijdeDistellaan_2.JPG      

Het kan toch zo moeilijk niet zijn voor ervaren ambtenaren (en politici, als dat bestaat) om, in functie van de drukte in de straat en van de breedte van de straat, een typeoplossing te bedenken, die de veiligheid aanzienlijk zou verhogen: al dan niet een fietspad, al dan niet speciale parkeerplaatsen voor de auto’s, al dan niet verkeersdrempels of andere verkeersremmers, al dan niet boompjes of bloembakken, fietspad overal in rode steentjes, juist voldoende en duidelijke verkeerstekens, standaardbreedte van voet- en fietspad ….
Wat ik juist bedoel moeten onderstaande foto’s duidelijk maken.

Ik weet het niet echt, maar ik neem aan dat fietspaden normaal in rode steentjes aangelegd worden.
Dat is het geval in het stuk vernieuwde Duinenlaan (hieronder links). De voetpaden zijn er oranje-bruin. In de Essex Scottishlaan (hieronder rechts) is het fietspad dan weer in die laatste kleur (!)

DuinenlaanFietspadNaastVoetpad.JPG            EssexScottishlaanFietspad.JPG      

In de Zuidstraat (hieronder) is het voetpad in rode steentjes. Langs de Koninklijke baan heeft men het maar bij de zwarte asfalt gehouden, behalve vanaf het monument Paul Grossetti tot in Middelkerke. xxx

Zuidstraat_1.JPG           

Telkens stel ik ook weer vast dat de vernieuwde wegen in gebruik genomen worden zelfs als de verkeerstekens nog niet aangebracht zijn.

Waarom toch overal die brede voetpaden? Denk toch ook eens aan de fietsers!!!
Zonder te overdrijven kan men zeggen dat het gemeentebestuur weinig of geen aandacht schenkt aan de veiligheid van de fietsers in Westende.

Het is niet gebeurd in Westende, het heeft niet echt met mijn onderwerp van vandaag te zien, maar op 25 juli 2010 stelde ik vast dat de verkeersdrempels op de zeedijk in Middelkerke, in de aanloop naar de J. Casselaan toch verwijderd werden. Het was daar dan toch te veilig!

(Lees hier mijn artikel daarover)

De verkeersborden F87 (verhoogde inrichting), die hebben ze maar laten staan. Waarom toch altijd dat ‘half werk’?

Geschreven door stammer om 12:46 1 reactie Reageer op dit bericht

Kunnen we na 33 jaar spreken van een gelukkig huwelijk tussen Middelkerke en Westende?

Een eerste overweging na de fusie is ontegensprekelijk dat Westende heel wat aan belang en aan uitstraling ingeboet heeft.
De ‘Parel van de Kust’ heeft veel van zijn glans verloren, vooral dan de dorpen Westende en Lombardsijde die nog slechts een schim zijn van vroeger.
Men spreekt nu plots van de kerngemeente en van de deelgemeenten. Dat betekent dus dat men Middelkerke gaat beschouwen als de kern ( = de zon!) waarrond de deelgemeenten (= de planeten) draaien. Op een vergadering in de Calidris, bij de bespreking van een structuurplan, noemde burgemeester Landuyt Westende trouwens eens een aanhangsel van Middelkerke, wat heel wat kwaad bloed zette.
Misschien zijn er onder jullie die dat logisch vinden? Bedenkt dan toch maar eens dat Westende bij de samensmelting meer dan 5.000 inwoners telde.

Alle gemeentediensten zijn gecentraliseerd in Middelkerke. Dat geldt niet enkel voor het gemeentehuis, maar ook voor de politie, het OCMW met rusthuis ‘De Ril’, het gemeentepark, de brandweer, de technische diensten en het containerpark.
Men kan rustig stellen dat de centralisatie algemeen is. Neem nu de sport: de sportinstallaties (zwembad, sportpark ‘De Krokodiel’, zaal ‘De Branding’) en sportploegen (zoals jeugdvoetbal, volleybal, enz….)
Ook de cultuuractiviteit speelt zich vooral in de kerngemeente af: de bibliotheek (luxegebouw in Middelkerke tegenover kleine aanhangsels in de deelgemeenten) en de culturele centra (toneel, zangkoor, muziekschool, stripfestival, feestzaal, …).
Ook de private dienstverlening situeert zich in de kern: de markten (donderdagmarkt en boerenmarkt op zaterdag), kind en gezin, de postdiensten (enkel nog een kantoor in de kerngemeente), de shoppingzone en -centra uitgezonderd een kleine Okay en een Delhaize), grote firma’s, …
De burgemeester houdt trouwens niet op met het strooien van zout in de wonden van Westende. Hij zwijgt niet over wat hij ‘zijn mooiste prestatie’ noemt: de Leopoldlaan (lees hierover mijn artikel) en het Epernayplein. Hij gebruikt het Casino-Kursaal steeds weer om de ‘glans’ te beklemtonen die Middelkerke-kern uitstraalt.
Natuurlijk zijn er ook enkele niet te versmaden organisaties in Westende: sportzaal in Lombardsijde, de ‘Calidris’ en (vooral voor de toeristen) een golfterrein, tennisvelden, een surfclub. Die kunnen echter geenszins mijn bewering ontwrichten dat Westende benadeeld wordt tegenover Middelkerke.
Och ja, dat vergat ik bijna …. Westende kreeg ooit zijn asielcentrum, dat Landuyt een ‘toeristische voltreffer’ noemde.
Er werden nog wel een paar kleine antennes in Westende behouden: vroeger op administratief gebied en nu nog op technisch gebied en op het gebied van de politie. Men kan nochtans zeggen dat die antennes van een verwaarloosbaar belang waren of zijn.

Kon het dan anders?
Ik wil zelfs mild oordelen en toegeven dat Middelkerke meer een aaneengebouwd geheel vormt dan Westende en daardoor meer een stedelijke indruk geeft. Dat is nochtans grotendeels te verklaren door het concentreren van de gemeentelijke organisaties in de kerngemeente. In Westende zijn ‘bad’ en ‘dorp’ ook meer van elkaar gescheiden.
Westende had inderdaad een minder geschikt gemeentehuis, maar de huidige comfortabele huisvesting van de gemeentediensten (administratie, technische dienst, politie en brandweer) is er in Middelkerke ook maar gekomen nadat belangrijke infrastructuurwerken uitgevoerd werden. In Westende had hetzelfde kunnen gebeuren.
Minimaal zou men kunnen zeggen dat de brandweerkazerne en het containerpark evengoed in Westende hadden kunnen gelokaliseerd worden. Waar ligt trouwens het geografisch middelpunt van de gemeente? Niet in Middelkerke!

Door de fusies is ook een groot stuk van de fierheid weggevallen die de inwoners vroeger koesterden voor hun gemeente.
Zo zijn de opeenvolgende burgemeesters (Inghelram, Desseyn, Verlinde en nu Landuyt) steeds van Middelkerkse oorsprong geweest. De politici van de deelgemeenten, veel minder in aantal, kunnen niet optornen tegen de overmacht van de talrijke Middelkerkenaars (bovendien ook nog een familieclan!) en wensen/ durven dat vaak ook niet.
Nochtans beweerde Michel Landuyt bij zijn indiensttreding in 2000 dat de twee badcentra en de landelijke centra op gelijke voet aan bod zouden komen (zie o.a. Burgerkrant Nr 1 - 2007).
We kunnen deze verklaring/ belofte dus rangschikken bij het hoofdstuk ‘Wie gelooft die mensen nog?.

Men kan zich ook afvragen wat er terechtkwam van de doelstellingen van de fusies: ‘grotere slagkracht’, ‘financieel gezonder’, beter gevormd en minder personeel’, ‘beter gewapend tegen vergrijzing, milieu- en huisvuilverwerking, nood aan culturele centra, sportinstallaties,…’.
Het lijdt geen twijfel dat de hogere overheid beter een kleiner aantal gemeenten kan beheren.
Dat argument geldt echter ook voor een gemeentebestuur met een kleiner aantal deelgemeenten.
De schaars bevolkte landelijke gemeenten, waren zeker gebaat bij een fusie, vooral op financieel gebied. Denk maar aan het onderhoud van hun wegennet.
Maar Westende was financieel gezond en kon in de meeste domeinen zelfstandig best zijn streng trekken.

Tegenstanders van fusies zijn eerder te vinden voor intergemeentelijke samenwerking, bijvoorbeeld voor brandweer, huisvuilverwerking en politie, zodat op die vlakken hetzelfde kon bereikt worden als bij een fusie.
Er zullen nog wel enkele (kleinere) voordelen zijn aan een fusie, maar wat ik een groot nadeel vind is de vergrote afstand tussen overheid en bevolking, de geringere betrokkenheid van de inwoners bij een grotere gemeente, waar minder contacten bestaan …. omdat men elkaar niet kent. Het is niet bij de offerande van begrafenissen, op aperitiefconcerten of op andere feesten dat een bestuur de noden van de grote massa van de bevolking leert kennen

Jullie hebben het dus al gehoord: ik vind de fusie tussen Middelkerke en Westende niet geslaagd en mocht die ooit weer ongedaan gemaakt worden, dan zou mij dat zeer verheugen. Ik zal echter maar niet te fel hopen op een ‘Copernicaanse omwenteling’, zelfs niet op een gewone omwenteling.

Weten jullie dat er alweer over nieuwe fusies gesproken wordt? Voorlopig vrijwillige, dan.
De argumenten van de initiatiefnemers zijn dezelfde als in 1976.
Gemeenten die met elkaar willen fuseren, moeten dat ten laatste in het voorjaar van 2011 kenbaar maken aan de Vlaamse regering. De nieuwe gemeente krijgt daarvoor, gespreid over zes jaar, een belachelijk lage financiële bonus tussen 500.000 en 1,5 miljoen euro, volgens de omvang van de fusie. Is het antwoord van Middelkerke al bekend? Men zal zeker zelfstandig willen blijven?
Anders wil ik wel een voorstel doen. Westende, Lombardsijde, Mannekensvere, Sint-Pieterskapelle en Schore zouden bij Nieuwpoort kunnen aansluiten terwijl Middelkerke , Wilskerke, Slijpe en Leffinge bij Oostende kunnen gevoegd worden. Zijn er nog die er zo over denken?

Geschreven door stammer om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

De kroon van Westende is gevallen

Op 21 mei 2010 is café ‘De Kroon’ het slachtoffer geworden van de sloophamer.
Spijtig genoeg heb ik het reeds meerdere keren moeten schrijven dit jaar, maar zo is Westende nog maar eens ‘een monument armer’.

Meer dan honderd jaar geleden baatte een zekere Van Den Berghe reeds een café ‘In de Kroone’ uit in de Dorpplaats van Westende. Rechts op de linkse foto hieronder, zien jullie hoe het er toen uit zag, gezien vanuit de richting Middelkerke.
Hieronder rechts, zien jullie nog een beeld van de dorpplaats rond 1910, dus exact een eeuw geleden, deze keer uit de richting Nieuwpoort, zodat ‘In de Kroone’ deze keer uiteraard links op de foto staat. Ingewikkeld, hé?

DeKrooneMiddenStraatTweeKinderenBegin20steEeuw.jpg            DeKrooneCa1910.jpg      

Ik heb weinig succes gehad bij mijn zoektocht naar die Vandenberghe. Ik vond wel een bidprentje van een zekere Edmond Lievin Vandenberghe, geboren in Westende in 1879 als zoon van Livinus en van Stephania Herrebout. Hij was gehuwd met Augusta Vanhove en overleed in 1964 in Oostende.
Hij was machinist bij de Belgische spoorwegen.
Was hij ook de uitbater of was het zijn vader? Mocht iemand daar meer over weten, dan zou ik hem/ haar dankbaar zijn voor de informatie.

Kort voor de eerste wereldoorlog namen Medard Derudder, (Jabbeke 1880 – Brugge 1953) en Mathilde Cordy (Mariakerke 1881 – Westende 1962) het café over. Medard was mecanicien en verkoper en verhuurder van fietsen.
Tegen de veertiger jaren (het juiste tijdstip ken ik niet!) baatte Medard Derudder nog steeds café ‘In de Kroon’ uit. Hij werd daarna opgevolgd door zijn schoonzoon Georges Dewulf (geboren in Schore in 1920 en overleden in Oostende in 2006), die eigenlijk pasteibakker van beroep was, en uiteraard ook door zijn dochter Aline (Westende 1923 – leeft nog in een home in Oudenburg)
Hieronder zien jullie een paar foto’s uit die periode vóór en na de tweede wereldoorlog. Uit mijn jeugd herinner ik mij vooral de periodes van de kermis, waarin het café en de feestzaal van ‘Derudders’ een grote bloei kenden.

DorpplaatsManmetKarvoorDerudder.jpg            DeKroonCa1946DewulfDerudder.jpg      

Na het tijdperk Derudder waaide er een andere wind door het dorp.
‘De Kroon’ kende toen verschillende uitbaters voor kortere periodes: Nicole Niville, Gisèle echtgenote van Frans Mouton en Roland Vandenbossche. Gedurende een zekere tijd was er een ‘socialistisch café’, zoals men het noemde, gevestigd. Zeer ongewoon natuurlijk, in een dorp dat nooit anders gekend had dan de heerschappij van de kerk en van de CVP. Het werd uitgebaat door Roger Pattyn.

Toen brak de bloeiende periode met Rony Reynaert aan. Hoe moeten we ‘De Kroon’ eigenlijk betitelen? Een ‘herberg’ veronderstelt overnachting met de nadruk daarop. Dat was het dus niet. In een ‘taveerne’ kan men desnoods ook overnachten. Een ‘staminee’ ? Het woord stamt af van het Franse woord ‘estaminette’, een gezelschap van zwelgende boeren. Dat trekt er al meer op. Een tapperij, een afspanning, een kroeg? Laten we het gewoon maar een café noemen.
De zaak was een vergaderplaats voor sportievelingen, vooral voetballers van Davo en wielertoeristen. Menige vergadering werd er gehouden, menig feest werd er gevierd en talloos waren er de koffietafels na begrafenissen. ‘s Zondags werd er ook jarenlang voor gezorgd dat kerkgangers na de mis niet omkwamen van de dorst.
Hieronder zien jullie één van de laatste foto’s van het gebouw.

DeKroon190908.JPG           

Op 3 juni 2010 vroeg ik Rony met e-mail wanneer hij met de uitbating gestart was. Ik weet natuurlijk al lang dat hij geen fan is van deze blog, zoals de meeste vld-ers. Dat moet ook niet, maar ik vind het toch spijtig dat hij het niet nodig gevonden heeft om te antwoorden. Of mocht hij niet van de burgemeester?
Op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen 2006 stopten Reynaert en zijn echtgenote ermee. De cafébaas ruilde zijn café voor de gemeenteraad waarvoor hij op 8 oktober 2006 verkozen werd op de lijst van de VLD. Of hij vond dat daar minder gezeverd wordt en minder cafépraat verkocht wordt, dat weet ik niet.
Na meer dan drie en een half jaar leegstand werd het gebouw uiteindelijk afgebroken op 21 mei 2010.
Jullie zien hieronder beelden van de werken en van de leegte die op een nieuwe toekomst wacht.

DeKroon03.62010_1.JPG            DeKroon03.62010_2.JPG      

Het café ‘De Kroon’ zal later vervangen worden door een nieuwbouwproject van Immo Moenaert met dezelfde naam. Op de onderstaande ontwerpfoto zien jullie de geplande gevel van het nieuw gebouw. Beneden komen drie handelszaken en daarboven 3 x 4 appartementen.

DeKroonOntwerpNieuwGebouw2009.jpg           

Bronnen
“De Westkust van toen” samengesteld door Georges Devent.
Eigen postkaartenverzameling en eigen foto’s
Foto van Immo Moenaert

Aanvulling

Dank zij een lezer van deze blog, die mij attent maakte op http://www.vrijwilligersrab.be/page2.asp, heb ik nu dus toch de informatie bekomen over de familie Vandenberghe, ooit uitbaters van ‘De Kroon’. De herbergiers waren  wel degelijk Livinus Vandenberghe (Lombardsijde 1836) en Stephania Heerebout. (Koolkerke 1855). Hartelijk dank.

Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Ik hou van hem, ik hou niet van hem

Deze week wil ik het hebben over het ouderlijk huis van Jean-Marie, Luc en andere Dedecker’s.
Hun vader Robert woonde er tot aan zijn dood en zijn echtgenote, Maria De Reuwe. ook nog een tijdje daarna. Het was ook het ouderlijk huis van deze laatste want ik herinner me nog uit de tijd dat ik voetbal speelde bij SC Lombardsijde dat haar ouders Isidoor en echtgenote Lucie Dewulf er woonden.
Het staat nu leeg, meer nog, het is vervallen want zo gaat dat met lege panden. Je zou het niet voor mogelijk houden hoe snel vandalen en andere flauwe plezante er een krot van maken.
Het werd aangekocht door de gemeente in het jaar 2007 voor de prijs van 185.000 euro (prijs geschat door het Comité van Aankoop van het Ministerie van Financiën, volgens een regeling ‘in der minne’, neem ik aan). Daarmee bedoel ik ‘geen onteigening’.
Het huis zou afgebroken worden en de ruimte zou geïntegreerd worden in het sportstadion van Lombardsijde. Het zou een 'agoraspace' worden ten behoeve van de Lombardsijdse jongeren. Een wat?
Zeg maar ‘verzamelplaats’ hoor, dat verstaan de mensen beter.

Jullie kennen toch de heldergele zonnige paardenbloem? Hier noemen ze die ‘beddepissers’ (bedplassers in het AN). In het Frans klinkt de naam deftiger: ‘pisenlits’. Wisten jullie waar die naam vandaan komt? Het komt door het feit dat het een heilzaam en lekker kruid is, dat soms in voorjaarssalades verwerkt wordt. Men beweert dat het opwekkend en reinigend is en het zou de lever, galblaas en nieren tot grotere activiteit aanzetten. Vandaar!
Als de bloem uitgebloeid is, gaat ze dicht en er ontwikkelen zich zaadjes met aan elk daarvan een pluis. Als het zaad rijp is gaat de knop weer open en ontvouwt zich de pluizenbol. De zaadjes raken los en zweven aan hun pluis naar een andere plaats om, als het mogelijk is, daar te ontkiemen.

Hebben jullie als kind ook soms de natuur een beetje geholpen en er de pluizen zelf afgeblazen?
De overlevering wil namelijk dat het aantal pogingen dat je nodig hebt om alle pluisjes eraf te blazen iets te betekenen heeft. Dat aantal kan staan voor het aantal jaren dat je nog moet wachten om de ware tegen te komen. Het aantal pluisjes dat bleef staan na één keer blazen, was het aantal kinderen dat je zou krijgen of het aantal jaren dat je nog te leven had of zelfs hoe laat het was. Wanneer je alle parachutes in één keer weg kon blazen, dan mocht je een wens doen. Voor een meisje dat graag wilde trouwen, betekende dit dat het zeer binnenkort zou gebeuren. Jongens ‘deden niet zo flauw’.
Je kan dus het resultaat manipuleren door hard of minder hard te blazen. De betekenis die ons best uitkwam was deze: als ze allemaal in één keer wegvlogen dan was het antwoord op je wens of vraag JA, als er pluisjes achterbleven, dan zou je wens niet uitkomen of was het antwoord NEE. Zo testten wij of onze jeugdliefde al dan niet van ons hield. Zo hard mogelijk blazen was dus de boodschap.

Waarom heel die uitleg, eigenlijk? Omdat het een stukje jeugdsentiment is, maar vooral omdat ik vermoed dat er vóór het Dedecker – huis in de Bamburgstraat in Lombardsijde wel eens mensen pluisjes aan het blazen kunnen geweest zijn. “Houd ik al dan niet van Jean-Marie?” Afgaande op de foto’s, moet ik jullie niet uitleggen wie wel en wie niet van hem houdt.

HuisDedeckerVoor11072010Beter.jpg            HuisDedeckerAchter11072010.JPG      

Bron
www.amsterdamsebos.nl

Geschreven door stammer om 11:24 Reageer op dit bericht

Meer van Westendse Blik op Middelkerke

↑ Terug naar de berichten