|
Een prachtige, weelderig groene omgeving om tot rust te komen, het is een conditio sine qua non als we gaan wandelen in Wallonië. Maar naast een bos als beloning, gaan we dit voorjaar nog een stapje verder. Kilometers vreten doen we dus niet alleen voor het grotere groene goed maar ook voor cultuur, bier en ander lokaal vertier!
Opklimmen tot prins(es): wandelen rond het Kasteel van Modave
Wie zich even prins of prinses wil wanen, moet in de Condroz zijn. Rond het statige Kasteel van Modave loopt een lus van zo’n acht kilometer door een landschap dat moeiteloos geschiedenis en natuur combineert. De tocht start langs een indrukwekkende beukenlaan die als een natuurlijke rode loper richting het kasteel voert. Al snel laat je het domein achter je en trek je het omliggende bos in, op weg naar het gehucht Petit-Modave. Van deze plek blijft vandaag weinig meer over, maar de verstilde sfeer maakt het des te intrigerender. De route slingert verder door een gevarieerd natuurgebied met elzenbossen en vochtige valleigronden, waar het landschap bij elke bocht van karakter verandert. Het decor wordt nog schilderachtiger in Val Tibiémont, een klein gehucht verscholen in het groen langs de rivier de Hoyoux. Hier lijkt de tijd even stil te staan — een plek die uitnodigt om halt te houden en simpelweg te genieten van de rust. Wandelen krijgt zo een extra dimensie: niet alleen kilometers maken, maar ook even binnenstappen in een stukje Waalse geschiedenis.
Abdij aan de eindmeet: wandelen rond Villers-la-Ville
Sommige wandelingen hebben een eindpunt dat bijna te mooi is om waar te zijn. In Villers-la-Ville vormt de indrukwekkende abdij van Villers-la-Ville het decor én de apotheose van een lus van zo’n 9,5 kilometer. De route start bij de monumentale ruïnes van deze voormalige cisterciënzerabdij, ooit een van de grootste van Europa, waar eeuwen geschiedenis nog voelbaar tussen de stenen hangt.
Vanuit het abdijdomein trekt de wandeling meteen het groen in. Het pad voert door een uitgestrekt woud en langs valleien, vijvers en open weilanden — een landschap dat voortdurend van kleur en textuur verandert. Onderweg passeren wandelaars de rustige gehuchten La Roche en Tangissart, waar het tempo van het platteland nog de toon zet. Een steilere afdaling brengt je uiteindelijk naar een beek die door bevers werd omgevormd tot een kleine, haast mangroveachtige zone. Tussen hoogstammige bomen en vochtige natuur krijgt de wandeling een bijna meditatief ritme. De lus sluit opnieuw bij de abdijruïnes, waar de wandeling eindigt zoals ze begon: met een indrukwekkend stukje Waals erfgoed.
Proosten op de top: wandelen bij Peak Beer
Wandelen op "het dak" van België smaakt nét dat tikkeltje beter met een lokaal bier als beloning. Vlak bij het hoogste punt van het land ligt de microbrouwerij Peak Beer, waar brouwers water uit de omliggende venen gebruiken om hun assortiment blond, bruin, tripel en zelfs bosbessenbier te creëren.
De brouwerij vormt tegelijk het vertrekpunt voor acht bewegwijzerde wandelingen die je het unieke landschap van de Hoge Venen laten ontdekken. Met meer dan 4.300 hectare aan veengebieden, heidevelden en bossen is dit natuurreservaat een van de meest bijzondere landschappen van het land. Het decor verandert er voortdurend: van open plateaus tot stille boszones waar je met wat geluk een hert of wezel spot — of in de nazomer zelfs wilde bosbessen. Na een tocht door dit ruige natuurgebied wacht de eindmeet waar het allemaal begon: op het terras van de brouwerij. En daar smaakt een streekbier, gebrouwen op het hoogste punt van België, vanzelfsprekend nog beter.
Van bospad naar brouwerij: bierwandelen in Bellevaux
Wie na een tocht langs Peak Beer de smaak van bierwandelen te pakken heeft, kan zijn wandelavontuur moeiteloos verderzetten in de Oostkantons. Bij Brasserie de Bellevaux vertrekken vier bewegwijzerde wandelingen die elk een ander stukje van het omliggende landschap verkennen. Van rustige bospaden tot landelijke wegen: de routes combineren natuur, erfgoed en een flinke portie Ardense charme.
De brouwerij zelf vormt zowel vertrek- als eindpunt, en dat maakt de verleiding groot om het concept van de ‘bierwandeling’ letterlijk te nemen. Een flesje in de rugzak mee voor onderweg – of wachten tot de finish – het kan allebei. Onderweg wisselen open velden, beboste hellingen en kleine dorpjes elkaar af, terwijl de paden soms over onverharde routes en soms over rustige asfaltwegen lopen. Het mooiste moment? Dat komt na de laatste kilometer, wanneer wandelschoenen plaatsmaken voor een plekje op het terras en een lokaal gebrouwen bier het wandelverhaal van de dag afmaakt.
Monnikenwerk: wandelen rond de abdij van Orval
Sommige wandelingen eindigen met een beloning die haast legendarisch te noemen is. In de Gaume vormt de abdij van Orval het start- én eindpunt van een serene lus van zo’n twaalf kilometer. De cisterciënzerabdij, gesticht in 1132, behoort tot de meest indrukwekkende religieuze sites van België en is wereldwijd bekend om haar karaktervolle trappistenbier.
De route voert wandelaars door de stille vallei rond de abdij, een landschap dat bijna duizend jaar werd gevormd door de activiteiten van de monniken. Langs visvijvers, oude industriële sites en vochtige graslanden ontvouwt zich een verrassend rijk decor. Verderop duiken het afgelegen gehucht Le Chameleux en het pittoreske grensdorp Williers op, waar de tijd haast lijkt stil te staan. Via houten vlonders en graspaden keert de wandeling uiteindelijk terug naar de abdijsite. Daar, met zicht op de historische gebouwen, krijgt de tocht een passend slot: een glas Orval, waar traditie en terroir samenkomen.
In Wallonië wandel je zelden zomaar van punt A naar punt B. Hier lonkt aan het einde van het pad een kasteel, een abdij, een brouwerij of een verrassend stukje erfgoed. Zo start aan elke eindmeet weer een nieuw verhaal! Illustraties; Maxime Collin; Dominik Katz; Peak Bear; David Samyn


|