Nieuwe start
"Mag ik ne keer een vraag stellen,” verzoekt Ward terwijl ik na mijn laatdienst op weg ben naar de auto. Ja, natuurlijk, maar in een rapke, hé, want alles is weer eens uitgelopen, in tijd dan. Hij denkt even na. “Ziede gij mij nog geiren?” Spontaan schiet ik in een lach. Ik verwachtte voor de elfendertigste keer een “Is het donderdag dagcentrum?”, en een “Wie gaat er mij voeren?” Maar dit? Neen, ik kan hem wel opeten, zo op dit moment, al zou ik daar een serieuze boterham aan hebben. En natuurlijk zie ik hem nog graag. Alleen, platonisch, maar dat zeg ik er niet bij, want dan sta ik hier nog tot morgenvroeg uit te leggen en wellicht gaat hij hiermee niet eens akkoord ook. In elk geval, deze avond keer ik lichtvoetig naar huis.
Vandaag, twee dagen later, staan we klaar om met de hele groep naar het kasteel te vertrekken. Ons Mercy is vuur en vlam aan ’t spuwen. Ze is boos. En dat hoor je al van verre. In gedachten had ze zich reeds een plaatsje in de auto toegeëigend, maar in de bittere realiteit is dit door anderen ingenomen. Nu moet ze dus mee met de bus, en dat zint haar niet. En dat mogen we allemaal weten, vooral de eigenaar van de auto. Die is kop van Jut.
Met dat boze busje, want de furieuze stemming heeft zijn tentakels inmiddels tot in alle uithoeken van het interieur gestrekt, vertrek ik als eerste. Het duurt gelukkig niet lang voordat ik het tij kan keren, en mijn passagiers worden ronduit vrolijk, wanneer ik vergeet bijtijds linksaf te slaan. Waar zijn mijn gedachten! Honderden keren deed ik reeds die rit!
In mijn spiegeltje zie ik dat mijn collega me trouw volgt. Ha!
Of we Gonda eens zullen foppen? Daar hebben ze wel oren naar. Dus fantaseren we er duchtig op los welke reden we kunnen opdissen om deze omleiding te rechtvaardigen. “Een nieuwsflash op de radio berichtte ons over een ingestorte brug een eindje verder, … of het leger houdt daar manoeuvres, … of de koeien zijn uit de wei losgebroken…” Ambiance troef…
Aan de ingang van de tent wordt ons een sticker opgeplakt. Twee kikkers staan symbool voor het thema van dit jaar: een opkikker voor iedereen… Links en rechts, enthousiaste begroetingen. Hartverwarmend, zo’n welkom. We zingen en wuiven ons door de viering, geen gêne hier. Ik start als sopraan, probeer dan bariton, pater Godfried heeft blijkbaar zijn gitaar niet aan mijn stemhoogte aangepast. Ik denk, enfin ik hóóp, dat ik niet al te erg opval in het algemene gekweel. Hoe we dit thema gestalte kunnen geven in de loop van dit werkjaar, wordt aan de hand van sketches uitgebeeld. We eindigen met de nummer één uit de plaatselijke kerkelijke hitparade: “Halleluja!”
En dan is het tijd voor de traditionele frieten met frikadellen, een must om krachten op te doen voor de diverse wandelingen die deze namiddag op het programma staan.
Mijn deel van het feestprogramma zit er op. Ik moet Adam en Jobbe terugbrengen naar huis. Onderweg vertelt Jobbe honderduit over de baby van zijn zus. Hij is nu namelijk grootvader, of is het peter? Nonkel bedoelt hij eigenlijk. En zijn mama staat op de lijst voor de verkiezingen. Ze wordt vast Burgemeester, hij is namelijk een grote fan van die man uit Samson en Gert. Aan hoge snelheid passeert ons een moto, voorwiel in de lucht. “Waaw, wat ne zot, zo rijdt mijn vader niet, zenne!” En hij beschrijft hoe ze samen in de bochten liggen, met helm en motorjack. Ach, wat geniet ik van die ontboezemingen…
Wanneer ik een hele tijd later met mijn auto wil vertrekken, vind ik een papier onder mijn ruitenwisser. Jobbe heeft me een boete gegeven. Ik sta fout geparkeerd, voor de voordeur, en dat mag niet…












6 reacties op dit bericht
Hallo Liepie
de groeten
Rein
De mens om z'n best...
Titipoes
Als ... indien ...
Zo aanstekelijk geschreven ....
Zorgsector
Ik heb nooit begrepen hoe ze na de diensturen gewoon hun eigen leven kunnen leiden.
Ik vermoed dat het een kwestie is van afstand nemen, een knop in je hoofd omdraaien.
Maar je moet er wel toe in staat zijn.
Ik zou het alvast niet kunnen, ik zou al die emotie's mee naar huis nemen, tot nadeel van mijn gezin, en mezelf.
Dus lieve, dikke chapeau!
..
.