NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Peter Leys



Archief
  • Alle berichten


    14-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een kennismaking waard ....


    Limbrant

    Limbrant is een ensemble dat vooral gespecialiseerd is in traditionele Vlaamse/Belgische volksmuziek. Aan de basis van het unieke repertoire ligt het jarenlange opzoekingswerk van Hubert Boone, stichter van het ensemble. Het instrumentale gedeelte bestaat uit dansmuziek uit onze gewesten: polka, mazurka, redova, wals, schottisch en interessante vergeten nummers, zoals contradans en menuet. Deze dansen zijn ook elders in Europa bekend, maar Limbrant brengt typische voorbeelden uit ons land. Het vokaal programma bestaat eveneens uit traditionele nummers: liefdesliederen, komische en satirische liederen, balladen en voorbeelden in vergeten toonaarden die teruggaan tot in de Middeleeuwen.


    04-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verplichte lectuur !

    F. ROQUET: Lexicon Vlaamse componisten na 1800

     
    Flavie2.jpg

    Vorig jaar werd het Lexicon Vlaamse componisten na 1800 voorgesteld.
    Het betreft een bijzonder lijvig en uitgebreid boek (960 bladzijden met informatie over meer dan 2000 componisten) dat op een uitzonderlijk korte termijn door Flavie Roquet werd samengesteld en uitgegeven is bij Roularta Books.
    Kleine, minder bekende of quasi vergeten componisten van wie de biografische gegevens doorgaans besloten blijven binnen de lokale geschiedschrijving, figureren hier - dankzij de niet aflatende opzoekingen van Flavie Roquet - tussen de grote namen van de canon der Vlaamse componisten. Van elke componist is een korte biografie opgenomen, gevolgd door een selectieve werkenlijst en een summiere bibliografie. Soms wordt ook de bewaarplaats van belangrijk archiefmateriaal vermeld. Indexen volgens plaats en datum van geboorte of overlijden en de lijst met vrouwelijke componisten vormen bruikbare/ handige hulpmiddelen. Met de medewerking van velen heeft Flavie Roquet met dit opus magnum een uitgesproken bijdrage geleverd aan de studie van de Vlaamse muziekgeschiedenis Lexicon Vlaamse componisten geboren na 1800 Flavie Roquet Uitgegeven bij Roularta books .


    08-05-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jef Tinel: een Vlaams toondichter

    JEF TINEL : EEN GEËNGAGEERD MUSICUS IN DIENST VAN ZIJN VOLK

     

     

     

    Leven en werk

     

    Voor haar eindwerk kon Gaëlle Deldime enkele jaren geleden aan de faculteit musicologie van de ULB een beroep doen op heel wat archiefstukken (krantenartikels, brieven, partituren, recensies, programmabrochures, foto’s) die hoofdzakelijk in familiebezit zijn. Daarnaast kon ze gesprekken voeren met enkele naaste familieleden en vrienden van Tinel. Ze bracht dan ook heel wat informatie samen die nergens anders te vinden is en maakte op die manier een zeer interessante status quaestionis van alle biografische, bibliografische en discografische gegevens rond de figuur van Jef Tinel. De familie vroeg haar om vooral de nadruk te leggen op de muziek. De auteur verkoos echter zowel de daden als de muziek te belichten omdat ze vaststelde dat Tinel leefde voor zijn muziek en zijn ideeën in zijn muziek verwerkte. De scriptie bestaat uit een zestal grote onderdelen.

    We kunnen eerst een uitgebreide levensbeschrijving lezen. Daarin leren we o.a. dat hij geboren werd op 11 mei 1885 in het Waalse Lessen waar zijn vader Oscar onderwijzer was. Al vrij vlug (1891) keerde het gezin naar de thuisbasis in Maldegem terug omdat vader Tinel er koster – organist werd. Jef kreeg muziek – en orgellessen van zijn vader en kon als achtjarige knaap reeds zijn vader en andere organisten vervangen. Hij schreef toen ook al zijn eerste liederen. Na zijn studies aan het college van Eeklo trok hij naar de Normaalschool in St. – Niklaas om er onderwijzer en organist te worden. Van 1903 tot 1907 studeerde hij (o.a. samen met Arthur Meulemans)aan het ‘Lemmensgesticht’ in Mechelen waar hij laureaat orgel, harmonie, contrapunt en fuga werd. Zijn leraar was er o.a. zijn eigen oom Edgar Tinel. Jef Tinel zelf getuigde over zijn oom : » Ik zal u zelfs zeggen dat hij in den beginne mijn muzikale loopbaan niet bijster heeft aangemoedigd……Zijn onderwijs is wellicht te streng en te persoonlijk…..Zo was hij immers opvliegend, stijfhoofdig en fel autocratisch inzake onderwijs. Bij momenten kon hij ook heel zacht en mild zijn. » Nadien vervolmaakte hij zich nog in compositie bij Leo Moeremans in Gent (samen met o.a. Robert Herberigs) .

    Vanaf 1908 startte zijn carrière als organist, dirigent van koren en harmonieën en als muziekleraar.

    In 1924 publiceerde Alfons Moortgat voor het eerst werk van Jef Tinel, nl. het lied ‘O Blijft’. Moortgat schreef in zijn inleiding: “Ik beschouw het als een voorrecht dat ik deze begaafde leerling van E. Tinel in mijn bundel ‘Orgelmuziek’ voor ’t eerst aan het publiek heb mogen voorstellen als een moderne volgeling van Schumann voor het Vlaamse lied. In deze lof kan enige overdrijving zijn wanneer men hem toepast op zijn kunst in globo; maar zeker is het dat zijn beste liederen het intieme en gemoedelijke van Schumann nabijkomen. Ook de geestelijke liederen van zijn hand (…) hebben reeds de aandacht op hem gevestigd en Muziekwarande mag dan ook terecht schrijven dat hij er onder de jongeren ongetwijfeld de kroon spant.”

    Jef Tinel componeerde een ontelbaar aantal kunst - en volksliederen.  In februari 1922 schreef Moortgat reeds aan Tinel:” De kunst zit in het bloed, en geen wonder! Uw liederen zijn waarlijk een openbaring voor mij geweest.”  Ook Emiel Hullebroeck wist zijn liederen te waarderen :” Ik heb uw liederen gelezen en –rechtuit gesproken – daar steekt veel goed in.”  Hij raadde hem aan enkele liederen naar Arthur Wilford te sturen ter publicatie. Wilford verklaarde zich erg tevreden over zijn liederen en was bereid om er uit te geven (brief van januari 1923). Op 26 augustus 1926 schreef De Standaard over hem: We moeten terecht de aandacht trekken op het werk dat we van deze componist in de laatste tijden ter bespreking ontvingen. Er is daar iemand aan het woord die er zijn mag.”

    Op vraag van Hullebroeck (“Ik houd aan de naam Tinel op onze lijsten”) werd hij één van de eerste leden van de auteursvereniging NAVEA.

    Na een verblijf in Tielt (1929 – 1936) werd Tinel directeur van de muziekschool in Maldegem. Hij hechtte als pedagoog veel belang aan de rol van het lied in het muziekonderwijs: “ Men overlaadt de leerprogramma’s met allerlei vakken, maar voor het gezonde, ontspannende, opvoedende lied blijft er geen tijd…Van de juiste intonatie blijft niets over, vooral als men van in het lager onderwijs niet leert zingen en een soort liedcultus in ere houdt.” (Interview uit 1955) . Tinel bleef directeur tot aan de bevrijding in 1944. Gedurende 13 maanden werd hij geïnterneerd en uit Maldegem verbannen: hij was immers een tijd kapelmeester van het Verdinaso geweest, dirigeerde op de Ijzerbedevaart en componeerde Vlaamse strijd- en stapliederen (o.a. Wij zijn bereid). In 1953 werd hij van alle schuld gezuiverd. Hij vestigde zich in Gent en bespeelde het orgel van de Augustijnen. Hij dirigeerde nog op de Vlaams – Nationale Zangfeesten, Vlaamse liederavonden en Ijzerbedevaarten. Hij trad op in de radioconcerten van Willem De Meyer en werd gehuldigd voor zijn 70ste, 75ste, 80ste en 85ste verjaardag. Bij de jaarlijkse bijeenkomsten van kunstenaars op het kasteel van Beervelde bij gravin d’Hespel was Jef Tinel een graag geziene en gewaardeerde gast en kwam hij in contact met koningin Elisabeth. Voor de rest bleef het stil rond hem. Hij overleed in Gent op 25 mei 1972.

    Naast een uitgebreide biografie geeft Gaëlle Deldime een uiteenzetting over de muziek en de Vlaamse Beweging en publiceert ze de volledige opuslijst van liederen, koorwerken, religieuze muziek, volksliederen, toneelspelen, orgel- en pianomuziek, kamermuziek, muziek voor harmonieën en fanfares en symfonische stukken. Hieruit blijkt dat Tinel een gigantisch oeuvre bijeenschreef gaande van orkestsuites en cantates tot alle vormen van vocale muziek. Vooral zijn liederen, missen, motetten en profane koorwerken kenden enkele uitvoeringen.

    De analyse die Deldime van het werk maakt is jammer genoeg zeer kort en algemeen. Ze plaatst het werk in de laat - romantische stroming. Er zijn wel enkele nieuwe ‘sonoriteiten’ in zijn werk, maar hij was zeker geen vernieuwer en experimenteerde niet. Zijn harmonieën zijn eenvoudig en fris en plaatsen Tinel naast Van Hoof. Zijn werken zijn zeer evenwichtig gestructureerd met een duidelijke doorzichtige constructie. De muziek klinkt sober en vaak melancholisch en dromerig. Zijn orgelwerken en religieuze werken ademen de sfeer van het Lemmensinstituut.

    Tinel had een enorme bewondering voor Benoit, maar als componist bleef hij veel klassieker en classicistischer. Bach was voor hem de basis van de muziek. De muziek van Tinel combineert dan ook het sobere classicisme met de romantiek. Vandaar de gelijkenissen met Schumann.

    Het eindwerk beschrijft verder nog Tinel als geëngageerd musicus en somt alle (gekende) uitvoeringen van werken van de toondichter op.

     

    Koorcomponist

     

    Voor de koorliefhebber willen we toch in het kort enkele interessante koorwerken voorstellen. Hij schreef zowel voor mannenkoren als gemengde koren.

    In het nummer 3 van de jaargang 1999 van Even Aanzoemen gaven we een bespreking van de 6 Gezelleliederen voor gemengd koor. Een bundeltje dat zeer geschikt is voor het concertpodium of voor in eucharistievieringen. Het zijn 6 innige en intieme koorwerken met een serene devotie waarin ruimte gelaten wordt voor een eigen interpretatie. In nummer 3 van 2001 verscheen een korte bespreking van de Missa in honorem sacratissimi Sacramenti voor 4 – stemmig koor met orgelbegeleiding. Een zeer rijke en religieuze compositie waar koor en orgel perfect in elkaar verstrengeld zijn. Soberder maar niet minder muzikaal en rijk is de Missa Salve Regina (op Nederlandse tekst) voor 4 – stemmig koor en orgel. Deze missen vallen op door hun tekstgetrouwe compositie. De muziek beeldt de tekstinhoud getrouw uit. Zo is het Kyrie telkens een nederig smeekgebed en biedt het Gloria plaats voor uitbundigheid. De muziek is zeer sfeervol en afwisselend. Tinel gebruikt geregeld fugatische figuren waardoor de muziek kan aanzwellen en indrukwekkend wordt, meteen gevolgd door een contrasterend pianissimo. Typisch zijn ook de leidmotieven: de tekst ‘miserere nobis’ in de Gloria en het Agnus Dei verwijzen duidelijk naar elkaar. Het bewijst de doordachte structuur van de werken. Deze missen passen perfect in de misvieringen. Het Gloria van de eerstgenoemde mis is ook georkestreerd, en kan zeker gebruikt worden tijdens een concert. Een pareltje van religieuze muziek is ‘O salutaris hostia’ voor 4 – stemmig koor en orgel: strofisch, eenvoudig en stemmig. Een eenvoudige melodie wordt ondersteund door een mooi ineengestrengelde polyfonie Het geheel vormt als het ware één grote boog van een op – en neergaande golf. ‘Keer dine oghen’ is een a - capellakoorwerk dat een zekere grandeur bezit. Het enkele keren weerkerend hoofdthema in een 5/2 – maat en de verbredende triolen geven het werk een plechtstatigheid en verhevenheid. Ook hier weer zijn er contrasten tussen verstilde innige passages en crescendo’s. Modulaties en maatwisselingen geven het werk een afwisselend karakter. Dit koorstuk is zeer beheerst en degelijk gestructureerd. Er is een soort omfalische structuur: het einde is een herinnering aan het beginthema. Elke stem heeft wel eens het hoofdthema en elke stem dient eens als begeleiding zodat het zowel voor de zangers als de toehoorders boeiend en afwisselend is. Het betere koor kan dit werk aan. Op het concertpodium verdient dit werk zeker en vast een plaats. Tinel bewerkte ook enkele kerstliederen (Het viel eens hemels dauwe; Stil nu ‘t kindje slapen wil; Herders, Hij is geboren; Maria die zoude; …) vol respect voor het karakter van de oorspronkelijke melodie.

    Bij de profane koorwerken is ‘Fantasia’ meer dan het vermelden waard. Op een tekst van Rodenbach bezingt Tinel een jongeling die naar de wolken kijkt en droomt. Zeer dromerig. Dit koorwerk is niet zo moeilijk van noten maar vraagt een sterke discipline van ademhaling,  concentratie en intonatie. Vaak komen lange begeleidingsnoten voor waardoor het gevaar van detoneren bestaat. Modulaties verrijken de harmonie en klankkleur. Hoewel ze zeer natuurlijk klinken, zijn ze niet altijd eenvoudig te zingen. Fantasia is een prachtig sfeerstuk dat ruimte biedt voor persoonlijke interpretatie. Het klinkt romantisch, maar door de flarden van droombeelden doet het ook wat impressionistisch aan.

    ‘Leg op mijn hart uw voorhoofd’ (tekst van Pol De Mont) is een doorgecomponeerd koorwerk van lange adem (lettterlijk en figuurlijk). Typisch voor de muziek van Tinel zijn de verschillende modulaties en wisselingen van tempo en karakter. Polyfone en homofone passages wisselen elkaar af en we treffen ook hier weer lange begeleidingsnoten aan. Het stuk wemelt van wijzigings – en herstellingstekens. Schitterend is de tekstuitbeelding; zo wordt de tekst ‘zo eindloos lang’ werkelijk zeer lang en langzaam wegstervend uitgebeeld waarna zeer contrasterend en levendig de nieuwe zin ‘Ik zoek die hemelse ogen’ wordt ingezet. We voelen in de muziek de opwinding en verrukking door wervelende vocalisen, versnellingen en crescendo’s. Het stuk eindigt weer verstild met een reminiscentie aan het begin van het werk.

     Met ‘Fijn liefje’, ‘En ’s avonds is het goed’ en ‘Truiken over ’t deurken’ bewees Tinel dat hij zelf volksliederen kon schrijven en bewerken voor koor. Pittig, fris, eenvoudig en toch muzikaal af.

    ‘Het meisje van Scheveningen’, ‘ Wel Annemarieke’ en ‘Rosemarie’ zijn prettige en eenvoudige bewerkingen van bestaande volksliederen. Ook hier weer dient en ondersteunt de bewerking de stijl en het karakter van het oorspronkelijke volkslied.

    Op tekst van René Declercq componeerde Tinel ‘Als ’t bruine veld’ voor 4-stemmig koor en strijkers. Voor de strijkers een aardig stuk muziek en tegelijk een rijke koorpartituur. Een wervelende en meeslepende beschrijving van het bruine veld dat openzwelt, de leeuwerik en de lachende zon. Via tekstherhalingen, een levendiger wordende melodie en opgedreven begeleiding bereikt de muziek een grootse climax.

    De meeste van deze vermelde en andere koorwerken zijn te raadplegen in de bibliotheek van het CVM. Via internet (http://icking-music-archive.sunsite.dk) kan je ook enkele van deze besproken koorwerken beluisteren en afdrukken. Via de redactie van EA kan je inzage krijgen in de partituren van alle werken van Tinel.

     

    Besluit

     

    Jef Tinel was een musicus die leefde van en vooral voor de muziek. Hij speelde orgel, componeerde, dirigeerde en gaf les. Zijn muziek weerspiegelt zijn engagement als gelovige en als Vlaming. Zijn muziek en hijzelf stonden ten dienste van de Kerk en de Vlaamse Beweging. Roem en rijkdom streefde hij niet na, enkel schoonheid, waardigheid en verhevenheid. Zijn werken bewijzen stuk voor stuk zijn natuurlijk talent en zijn grondige vakkennis opgedaan in Lemmens en bij Leo Moeremans. Maar wegens zijn naar rust zoekende natuur en bescheidenheid en wegens miskenning door de officiële instanties (na 1944) bleven de meeste van zijn werken onuitgegeven en onuitgevoerd. Daarom is het ook te betreuren dat het Vlaams  - Romantisch Koorboek geen werk van hem publiceerde. Hij zou er zeker op zijn plaats geweest zijn want veel van zijn koorwerken overtreffen in kwaliteit bepaalde wel gepubliceerde koorstukken. Componist Lieven Duvosel schreef in 1954 over de koorwerken van Tinel: ‘Het zijn pereltjes !’ In 1926 schreef Mgr. Van Nuffel aan Jef Tinel na het bekijken van enkele van zijn koorwerken : “ Er zijn er waarlijk zeer goede bij die –hoe eenvoudig ook – een fijn gevoel veropenbaren. Ik hoop dat u de gelegenheid zult vinden om er enige te laten drukken.” Hopelijk krijgt zijn werk nu toch nog de interesse en waardering die het verdient. Mogen het proefschrift van Gaëlle Deldime en dit artikel daartoe een eerste aanzet zijn.


    "De inhoud van deze pagina is beschikbaar onder CC-BY-SA/GFDL".


    23-04-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Muzikale verjaardagen in 2008 !

    VOOR HEN WORDT 2008 EEN FEEST- OF EEN JUBELJAAR

     

     

    In 2008 zijn er weer heel wat Vlaamse componisten die een ‘ronde’ verjaardag vieren of zouden gevierd hebben.

    We stellen er u in deze bijdrage graag enkele voor met de suggestie om van deze toondichters eens iets te programmeren in de loop van dit kalenderjaar. Allen hebben ze immers voor, door en met koren gewerkt.

     

     

    Precies een eeuw geleden ontviel ons F. A. Gevaert (1828-1908). In Huise (bij Oudenaarde) geboren kreeg hij zijn eerste muziekonderricht van J.B. Christiaens, de plaatselijke organist. Vanaf 1841 studeerde hij aan het Gentse conservatorium piano, harmonie en compositie bij o.a. de toondichter Mengal.

    Als jong musicus componeerde hij cantates op Nederlandse teksten: ‘België’ (1847), ‘De nationale verjaerdag‘ (1855) en ‘Jacob Van Artevelde’ (1863). Uit deze laatste cantate komt zijn bekende ‘Arteveldelied’ (Wie herbracht hier de rust op een teken van zijn hand..?) dat op zangfeesten en liederenavonden nog steeds een vaste waarde is. Gevaert werkte mee aan het Vlaemsch-Duitsch Zangverbond en het Vlaemsch - Duitsch Zangfeest van 1847 in Gent. Duitse koren zongen er onder de leiding van F. Weber zijn psalm ‘Super flumina Babylonis’.

    De Vlaamse koorbeweging die nog in haar kinderschoenen stond werd door Gevaert ondersteund met composities zoals ‘Grafkrans voor Willems’, ‘De maagd van Gent’ en de bundels ‘Zes choors en verzameling van oude Vlaemsche liederen’. Samen met Peter Benoit ontving hij in 1856 een erepenning van het Willemsfonds voor zijn composities in de volkstaal.

    Hij componeerde echter ook op Franse teksten. Zo onder andere het dubbelkorige ‘Jérusalem ou le départ des Croisés’.

    In 1847 won hij de Prijs van Rome met zijn cantate ‘Le Roi Lear’. Hij reisde daarna door Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland en werd in 1867 muziekdirecteur van de Grand Opéra van Parijs. Daar startte zijn carrière als operacomponist.

    Na de dood van Fétis werd Gevaert in 1871 directeur van het Brussels conservatorium. Geleidelijk aan keerde hij zich meer en meer af van de Vlaamse muziekbeweging. Hij werd zelfs een felle bestrijder van de nationalistische muziekprincipes van Benoit en diens muziekschool. Zo verzette hij zich o.a. tegen een cursus Vlaamse zang aan het Gentse conservatorium. Hij ijverde voor een Belgische muziekkunst die een conglomeraat moest zijn van de Germaanse en Romaanse strekkingen. Gevaert wilde in zijn conservatorium vooral virtuozen vormen in tegenstelling tot Benoit die denkende mannen en vrouwen wou vormen.

    Toegegeven moet zeker zijn dat Gevaert zijn conservatorium uitbouwde tot een tempel van grote muziekkunst met leraars zoals Edgar Tinel, Arthur De Greef, Eugène Ysaye, Paul Gilson en vele anderen.

    Gevaert componeerde naast opera’s en cantates nog liederen, religieuze muziek, orgel- en orkestwerken. Volgens kenners getuigen zijn werken van een degelijke vakkennis maar missen ze originaliteit en directheid. Dat zou de reden zijn dat er zelden werk van hem te horen is.

    In het Vlaams – Romantisch Koorboek werd zijn ‘Adoro Te’ (5 stemmig; de tenoren zijn ontdubbeld) opgenomen.

    Hij pleegde enkele muziektheoretische werken over orkestratie en harmonieleer.

    Als muziekhistoricus concentreerde Gevaert zich op de oude muziek en publiceerde hij muziek van Bach en Glück. Maar zijn versies wijken sterk af van de originele versies.

    Benoemd tot kapelmeester van Leopold II componeerde hij het bekende lied ‘Naar wijd en zijd’ en werd hij tot baron uitgeroepen.

     

    50 jaren geleden overleed Arhur Verhoeven (1889-1958).

    Geboren in Zandhoven genoot hij zijn muziekonderricht aan het Antwerps conservatorium bij niemand minder dan o.a. Arthur De Hovre (orgel), August De Boeck (harmonie), Lodewijk Mortelmans (contrapunt en fuga) en Paul Gilson (compositie).

    In 1911 werd hij –door bemiddeling van zijn vriend en dichter Jozef Simons – organist in Schoten aan de St.-Cordulakerk. Hij zou dit ambt vervullen tot aan zijn dood en werd alom geprezen als orgelimprovisator.

    Op teksten van diezelfde Jozef Simons componeerde Verhoeven een schitterende liedbundel ‘Bloei’ voor zang en piano. Vermeldenswaard is zijn ‘Ring om het jaar’. Voor koor vermelden we graag zijn motetten voor koor en orgel (bv. ‘O salutaris hostia’, ‘O quam suavis est’ ‘Tantum ergo’, ‘Ave Maria’ en ‘Tota pulchra es’), 5 missen, het kerstlied ‘Vlokkige sneeuw’, volksliedbewerkingen en het innig mooie ‘Al op de purperen heide’ dat opgenomen werd in het Vlaams – Romantisch Koorboek.

    Daarnaast schreef hij cantates (‘Gezellecantate’, Sniederscantate’) voor koor en orkest. Voor kinderkoren schreef hij de cantates ‘De zingende vogels’ en ‘De Lange wapper’.

    Ten slotte schreef deze laat-romanticus ook een triomfantelijk preludium en fuga voor orgel, kamermuziek (vioolsonate, strijkkwartet, pianotrio’s ….) en werken voor symfonie- en harmonieorkest.

    Verhoeven was een toondichter die componeerde met veel vakkennis en een grote liefde voor de stem en het Vlaamse volk. Hij werd tijdens zijn leven bekroond met bijnamen als ‘de nieuwe Tinel’ en  ‘de Vlaamse Schumann’. Wegens zijn bescheidenheid bleef hij echter al te vaak in de schaduw.

     

    5 jaren geleden, in 2003, verloor de Vlaamse muziekwereld Peter Welffens (1924-2003). Als zoon van een professioneel musicus kwam hij al vlug in contact met muziek. Tijdens zijn schooltijd aan het St.-Jan-Berchmanscollege zong hij in het Antwerpse kathedraalkoor onder leiding van kanunnik Striels. Nadien studeerde hij aan het Antwerps conservatorium bij de groten van die tijd zoals daar waren Jef Van Hoof (harmonie), Marinus De Jong (piano) en Karel Candael (contrapunt). Tijdens zomercursussen aan het Salzburgse Mozarteum volgde hij lessen compositie bij Wolfgang Fortner en cursussen orkestdirectie bij Igor Markevitsj.



    In 1945 werd Welffens muziekdirecteur van het Koninklijk Jeugdtheater in Antwerpen en vanaf 1981 doceerde hij harmonie aan het conservatorium van Antwerpen.

    De eerste werken van Welffens (1940-1952) zijn sterk beïnvloed door de laat-romantische Vlaamse traditie met een brede lyriek, zware orkestraties en consequent vasthouden aan de tonaliteit. Onder invloed van zijn verblijf aan het Mozarteum kreeg zijn werk een modernere inslag met invloeden van Bartok en Stravinsky. Dissonanten, heftige ritmes, maatwisselingen en een grote aandacht voor kopers en slagwerk worden schering en inslag in zijn composities. Zelfs de dodecafonie doet zijn intrede. Vanaf 1970 treedt dan meer het cerebrale in in zijn werk. Polytonaliteit is een typisch kenmerk.

    Bekend werd Welffens vooral om zijn ballet- en toneelmuziek.

    Hij componeerde ook 2 opera’s, kamermuziek en symfonieën.

    Voor de menselijke stem schreef hij liederen en koorwerken. Opvallend is dat de muziek trouw de sfeer van de teksten volgt. Zijn liederen munten uit door een rijke verbeeldingskracht en suggestieve begeleiding.

    Voor gemengd koor, hobo en strijkers schreef hij een vierstemmig ‘Stabat Mater’ en diverse bewerkingen. Voor kinderkoor en piano zijn er zijn ‘8 kinderliederen’. ‘Plezierige dieren’ schreef hij voor kinderkoor en orkest.

    Een merkwaardig werk is het muzikale sprookje ‘Hoe de slakken hun huisje kregen’ voor recitanten, solostemmen, kinderkoor en orkest. Het fantasierijke verhaal is van niemand minder dan koningin Fabiola. De compositorische uitwerking klinkt zeer harmonieus, beeldend en melodieus en is dus zeer toegankelijk voor kinderen.   

     

    Gelukkig kunnen we in 2008 ook enkele levende componisten in de bloemetjes zetten.

    We vieren de 50ste verjaardag van Danielle Baas. Baas is een Belgische van Nederlandse afkomst en kreeg haar muzikale opleiding aan de muziekacademie van Jette en het Brussels conservatorium.

    In de VS kreeg ze al enkele prijzen voor haar composities. Ook in Frankrijk, Nederland, Italië, Bosnië, Spanje, Duitsland en Tunesië worden haar werken met veel succes uitgevoerd. Daarnaast is ze koordirigente en stichtte ze het ensemble Yolande Uyttenhove met als doel Belgische composities te promoten in binnen- en buitenland.

    Voor koor schreef ze ‘Ave Maria’ en voor gemengd koor en strijkers componeerde ze ‘Ave Sancta Maria’. Daarnaast treffen we van haar een hele reeks werken aan voor solostem (vooral sopraan) met instrumentale begeleiding in diverse bezettingen (piano; cello en piano; klarinet en 2 piano’s; ..). Voorts zijn er werken voor piano, orgel, beiaard, gitaar, koperensemble, klarinetten, accordeon en piano, ….

    Ook Robert Casteels wordt dit jaar 50. ‘Qie Yu’ is een werk voor spreekkoor en orkest. Voor koor en orkest schreef hij een 24 minuten durende Symphony nr. 2 'Warum ist das Licht’ is een compositie voor sopraan, orgel en blaasinstrumenten. Verder telt zijn opuslijst nog een symfonie, een ‘Sonata profana’ voor 3 orkesten en werken voor slagwerk.

    Bekender in de koormiddens is zeker Roland Coryn die dit jaar 70 kaarsjes mag uitblazen.

    Geboren in Kortrijk ging hij in de leer te Harelbeke en aan het Gents conservatorium. Hij behaalde eerste prijzen altviool en compositie.

    Hij was lange tijd uitvoerend musicus (o.a. als altist in het Belgisch Kamerorkest van Georges Maes en als leider van het Vlaams Pianokwartet en het Nieuw Conservatoriumensemble in Gent) en leraar compositie. In Harelbeke werd hij directeur van de muziekacademie.



    Als componist schrijft Coryn hoofdzakelijk symfonische muziek die abstract en absoluut is. Hij schrijft zeer veel kamermuziek omdat hij daar een groter contact tussen componist en uitvoerder kan bewerken. Toch zien we in zijn repertoire - overzicht ook een vioolconcerto, een concerto grosso voor strijkorkest, een concerto voor vibrafoon, marimba, xylofoon en orkest.

    Ritme en tempo zijn belangrijke kenmerken van zijn composities. Zijn werken zitten vol polyritmie of ritmepolyfonie. Ritmische kernen evolueren haast vanzelf tot nieuwe ritmische motieven en ook de tempi wisselen voortdurend af.

    Voor koor vermelden we zijn ‘Ave Maria’, ‘3 kerstliedbewerkingen’, ‘Due Cantici’, ‘Landschappen en stillevens’, ‘Maria Vasalistriptiek’, ‘There ’s another sky’, ‘3 volksliederen’, ‘Pain’, ‘A letter to the World of 5 Dickinsonliederen’, ‘4 ernstige gezangen’, ‘Triptiek der deernis’, ‘Van Theo voor Theo’ en ‘Sotto Voce’.

    ‘Beeldspraak is een werkje voor kinderkoor. Nog voor kinderkoor en piano of orkest componeerde hij ‘3 eenstemmige kinderliederen’ en ‘Merel Miranda’.

    ‘De Mens’ is een groots oratorium voor 2 vocale solisten, koor en orkest. Dit werk straalt een optimisme uit. Een ware bekroning (voorlopig) van zijn vocaal werk is ‘Deux mille regretz’ voor koor en renaissance-instrumenten gebaseerd op het bekende madrigaal van Josquin maar met een treffende confrontatie met de eigentijd.

    ‘Winds of Down (Missa Da Pacem)’ is een avondvullend werk voor sopraan, tenor, bariton, gemengd koor, kinderkoor en groot orkest.

     

    Ernest Van der Eyken is met zijn 95 lentes wellicht wel de ouderdomsdeken van de Vlaamse toondichters. Ook de koorzanger kan bij deze muzikale duizendpoot (jurylid van Canzonssima; beheerder van Sabam, …..) terecht. . ‘De kinderen van de Soetewey’ is een compositie voor 3 gelijke stemmen en instrumenten. Voor gemengd koor en piano bewerkte hij ‘Three Negro spirituals’.



    In 1998 ontviel ons Willem Kersters (1929-1998). Deze grootmeester hoeft niet meer voorgesteld te worden. Zijn leermeesters in Antwerpen en Brussel waren o.a. Marcel Poot, Jean Louël, Jean Absil, Marcel Quinet en René Defossez.

    Componisten zoals Marc Verhaegen, Luc Van Hove, Koen Dejonghe, Jan De Maeyer en Wim Henderickx leerden bij hem hun stiel.



    Zijn composities kregen en kennen internationale bijval en werden meermaals bekroond.

    Naast een massa orkestwerken of composities voor instrumentale ensembles schreef Kersters ook heel wat koormuziek. Een kleine greep uit het rijke oeuvre: ‘Adoramus Te’ (tweestemmig), ‘Angst-een dans’ (voor tenor, recitante, gemengd koor, harp, piano en percussieorkest), ‘Barbaarse dans’ (voor vrouwenkoor, alt, tenor en instrumentaal ensemble), ‘De feesten van angst en pijn’ (voor tenor, alt, recitant, koor, harp, piano, strijkers en slagwerk), ‘De koekoek’, Defecerunt’, ‘Duo psalterii cantica’, ‘Geishaliedjes’ ‘Het zonnelied (koor en orkest), ‘L’enamorat li deia’, ‘Lentesuite (Avond-De wolkenschaapjes-In het woud)’, ‘Melopee’, ‘Oud-Vlaamse liederen’ (koor en piano), ‘Pater Noster’ , ‘Reuzegom’, ‘Salve Regina’, ‘Tristis est anima mea’, ‘Zeven volksliederen’ en ‘4 Oud-Vlaamse liederen’ (koor en orkest).

    ‘Circuscapriolen’ en ‘Kinderwereld’ zijn frisse en verkwikkende werken voor kinderkoor en instrumentale begeleiding.

     

    We gaan stilaan naar het einde van deze bijdrage met enkele wellicht totaal onbekenden. In 1968 overleed Jozef Brandt (1880-1968). Hij studeerde aan het Lemmensinstituut en was 50 jaar lang koordirigent en organist in Turnhout. Voor zijn mannenkoor componeerde hij allerlei zettingen. Jozef Nuyts (1894-1958) was onderpastoor in Turnhout en stichtte er zowel een mannen- als een vrouwenkoor. Voor beide koren componeerde hij. Voor 4-stemmig koor componeerde hij ‘Naar Scherpenheuvel’.

    Hij verzamelde en bestudeerde volksliederen.

    Tweehonderd jaar geleden werd in Antwerpen Albert Grisar (1808-1869) geboren. In 1830 week hij uit naar Frankrijk en in Napels volgde hij les bij Mercadante. Hij componeerde meer dan 30 komische opera’s.

    We vermelden nog de Antwerpse componist en dirigent Karel Candael (1883-1948). Als leerling van Jan Blockx, Emile Wambach en Lodewijk Mortelmans was hij eerst actief als trompettist. Maar ook de koor- en liedbeweging boeide hem uitermate. Hij stichtte het koor ‘De zangkapel’ en leidde in Antwerpen de Liederavonden voor het Volk. Hij was ook de dirigent van het socialistische mannenkoor ‘Lasallekring’.

    Tevens werd hij dirigent in de Koninklijke Vlaamse Opera en de Koninklijke Nederlandse Schouwburg. Naast werken van Bizet voerde hij ook werken van Benoit en Keurvels uit. Op de Vlaams - Nationale Zangfeesten dirigeerde hij meermaals de koren en de massa.

    Aan het Antwerps conservatorium doceerde hij fuga en contrapunt en legde er mee de basis van componisten zoals Frans D’Haeyer, Karel De Brabander, Karel De Schrijver (die precies 100 jaren geleden geboren werd), Jef Maes en de hier eerder besproken Peter Welffens.

    Als componist liet hij ons typische lyrische voordrachtstukken na (declamatie met begeleiding) op teksten van Gezelle, Rodenbach en Sabbe. ‘Het Marialeven’ is een oratorium vol ingekeerdheid en mystiek.

    Zijn composities kan men onderverdelen in 3 fases: aanvankelijk was er een grote invloed van Wagner die evolueerde tot een brede volkse stijl in de traditie van Benoit. In het interbellum kwam hij onder Rusische invloed (Rimsky-Korsakov, Moessorgsky, Skriabin en zelfs Stravinsky) met dynamische en rijk georkestreerde werken. Ten slotte kwam er een verinnerlijking mede veroorzaakt door persoonlijke en professionele tegenslagen en tegenwerkingen na de bevrijding van 1944.

     

     

    Voor liefhebbers van het Vlaamse lied vermelden we tot slot dat de Vlaamse bard Willem De Meyer (1899-1983) - de trekzak aan de zijde, het lied in ziel en mond - precies 25 jaren geleden stierf na een lang leven van rondreizen met Vlaamse liederen. Talloze bundels volksliederen werden via zijn Roelanduitgaven in Borgerhout de wereld ingstuurd. Samen met Jef Van Hoof richtte hij in 1933 de Vlaams – Nationale Zangfeesten op.

     


    Eén van zijn naaste medewerkers en vrienden was de Gentse componist Emiel Hullebroeck (1878-1965) die 130 jaren geleden geboren werd. Zijn naam en reputatie als gedreven zanger, causeur, dirigent en bevlogen lied- en operettecomponist reikte ver tot buiten de Vlaamse landsgrenzen tot in Zuid-Afrika en Maleisië. Titels van liederen zoals ‘De Blauwvoet’, ‘Tineke Van Heule’, ‘Hoge Vrouwe in de Hemel’, Marleentje’, Hij die gen liedje zingen kan’, en ‘De gilde viert’ klinken velen nog bekend in de oren.




    Zo ziet u maar dat de feestelingen van 2008 een veelzijdig koorprogramma kunnen vullen gaande van bescheiden en melodieuze volksliedjes over kunstige koorbewerkingen tot laat-romantische motetten en hedendaagse oratoria, cantates en gedegen koorstukken.

    Voor elk wat wils dus.

     

     


    Bezoekers ....

    Zin om een boodschap door te geven? Dit kan hier.


    Interessante sites op het net
  • Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ)
  • Koor en Stem
  • Studiecentrum voor Vlaamse Muziek (SVM)
  • IMSLP: partituren op het net
  • Leven en werk van JEF TINEL
  • Partituren op het net (CPDL)
  • Componisteninfo (Matrix)
  • Componisteninfo (Cébédem)
  • Muziekcentrum Vlaanderen
  • PETER LEYS op Soundcloud

  • Website LODEWIJK MORTELMANS
  • Website AUGUST DE BOECK
  • Youtubekanaal PETER LEYS
  • Website LUDO CLAESEN
  • Website JAN VAN DER ROOST
  • Website EDGAR TINEL
  • Koor en Stem - Vlaams Brabant
  • Website EMMANUEL DURLET

  • Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!