Anekdote de Smok


*
De Smok
*
Hendrik Smith stond in de wijde omgeving bekend als 'de Smok'. Het hoe en wat van de bijnaam “de Smok” is niet duidelijk.
Hendrik Smith was visserman en vishandelaar en kon hele sterke verhalen vertellen. Hij heeft op de jaarlijkse leugenwedstrijden die toen in Hindeloopen in de periode 1950-1960(?) werden gehouden, dan ook menig prijsje in de wacht gesleept.
Bijgaand een drietal van zijn verhalen die nog steeds bij velen bekend zijn.
Hagelbui
Tijdens een hagelbui vielen er in Hindeloopen, aldus de overlevering ongekend dikke hagelstenen. De daags na deze bui trok de Smok zoals gewoonlijk op zijn fiets naar Workum om daar zijn handel (vis) aan de man te brengen. Het gesprek bij iedere deur waar de Smok zijn handel trachtte te verkopen ging het gesprek, zo te begrijpen is, over het slechte weer van de vorige dag. In geuren en kleuren vertelde de Smok hoe dik de hagelstenen die in Hindeloopen waren gevallen. Ze werden echter van deur tot deur steeds groter en groter. Op ‘t laatst van zijn ronde door Workum vertelde hij; “Hette mien jûnge yn Hylpen koe men troch de haigelstenen naat meer futsoenlijk oer de haiven ronne. Wie he jim stik fôr stik mei de krödde in de haiven dondere. En doe kest het leeuwe of naat mar de haigelstenen wieden so tok dat er mar trê in een krödde koede”.
Tegenwind
Een ander sterk verhaal van de Smok speelde zich af toen er een Zuid -Wester storm over Friesland raasde. De ‘s ochtends was de Smok gewoon vertrokken op zijn oude transportfiets met vier kisten vis voorop om zijn dagelijks brood te verdienen. In de loop van de dag wakkerde de wind aan tot windkracht negen á tien. Toen de Smok zo rond vier uur zijn handel aan de man had gebracht moest hij, met zware tegenwind, terug naar huis. Toen hij uiteindelijk in Hindeloopen op de haven aankwam werden hem, mogelijk om een reactie uit te lokken, vele complimenten gemaakt dat hij kans had gezien om met deze harde storm fietsende thuis te kunnen komen. En ja hoor, de complimenten misten hun uitwerking niet. Na de zoveelste lof uiting stak de Smok van wal; “Ja, ja, ut waeide fliegend. Os yk op de trappers stong kraike mien aald fiets van alle kanten. Ja wier ut fôl naat mei. Elke keer dat yk un meter fôrut kôm waeide yk wur twa meter efterut. Mar ja, so jimme sên, yk he it redden”.
Voor de wind
Gelukkig had de Smok niet altijd tegenwind in zijn leven. Het volgende verhaaltje gaat over een keer dat hij de wind mee had; “Yk rukte fan ‘e moarn om naugen ore ut. Yk hee de wient yn de ‘e rech. Op ut lest hee yk, sonder te trapjen, so fúle gang dot yk om gang te minderen, so sterk ôremje most mei mien kloppen dot de rook er ôf kôm. Ja, jimme kenne ut leeuwe of naat, mar dê yk op oenleg wiet wiiden de klompen mii finôl futten skroeit. Al’lonnich de kappen byngelen mii jitte om de ankels









Foto Curt Carlson