
De school
Na het vierde leerjaar, toen we wisten dat ik dyslectisch was hebben moeder en ik ons les- en huiswerk systeem op punt gezet.
Op dictee haalde ik steevast een –0- ondanks het lange oefenen, ei/ij, ou/au, o-oo, a-aa, het bleef voor mij een raadsel.
Als er heel traag gedicteerd werd kon ik met behulp van het ‘letterstad systeem’ me aangeleerd door de taakjuf wel door de open en gesloten lettergrepen worstelen, we volgden de raad van de kinesiste en schreven de woorden in de lucht, volgden de letters met de vinger, enfin alles wat nodig was om de woorden ingeprent te krijgen.
Na heel veel moeite en met wat ik geloof ‘puur geluk’, slaagde ik er na een lange tijd in om rijden niet als ‘reiden’ te schrijven enz. ’s morgens bij het ontbijt vroeg moeder al opgewekt: - “en : spel nog eens rijden?” - weer deed ik een gok, en soms was het weer mis.
Maar steeds was het een gok.
Toen moeder me vroeg hoe ik uiteindelijk besloot om op welke wijze het woord te schrijven legde ik haar mijn strategie uit: ik schreef het woord op vijf verschillende manieren op een blad en koos er naar mijn zin de mooiste schrijfwijze uit, puur gokken dus.
We besloten van toen af niet zo veel tijd meer te steken in ‘inprenting’, maar des te meer in het auditief verwerken van de leerstof, en mijn tijd nuttig te gebruiken voor de zaken waar ik wel iets van snapte.
Na school ging het als volgt:
Ik mocht even pauzeren om een koek te eten en iets te drinken en daarna moest ik met mijn boekentas naast mijn persoonlijke begeleider komen zitten: (moeder dus, want de financies lieten geen persoonlijke tutor toe).
De agenda werd opengeslagen en met ons beiden trachten we te ontcijferen wat ik die dag gedaan had en wat ik voor de volgende dag moest doen.
Mijn geheugen was niet al te slecht en meestal kon ik me nog herinneren wat ik moest doen en anders werd er naar een vriend gebeld.
Stel nu dat ik die dag aardrijkskunde (WO) had gekregen, dan herlazen moeder en ik samen om beurt de les, ik een blad en dan zij een blad, hetzelfde deden we met al de andere lessen die we gehad hadden.
Gewoon om extra auditief in te prenten wat ik die dag gehoord had. Nadien kwamen de lessen van de volgende dag aan bod, die hadden we dan al één keer gelezen toen ik ze gehad had, en nu werden ze op dezelfde manier overlezen indien er de volgende dag een toets was.
Een belangrijke voorwaarde was wel dat ik, tijdens de stukken die moeder voorlas, wel met mijn ogen de tekst moest volgen, stopte ze op een bepaald moment, moest ik onmiddellijk kunnen aanwijzen waar we in de tekst waren. Ze was wel bereid om mee te werken, maar ik mocht niet zitten dromen.
In totaal had ik dan uiteindelijk de les drie keer’gehoord’, de eerste keer toen ze door de leerkracht gegeven werd, een tweede keer bij het overlezen van de les diezelfde avond en een derde keer de avond voor de overhoring.
Een rumoerige klas, vooral in de eerste jaren van het secundair onderwijs, maakten het voor mij wel heel moeilijk.
Ik moest namelijk goed luisteren en trachten op te nemen wat de leerkracht uitlegde.
Het thuis zelf gelezen en geleerd krijgen zoals veel studenten kunnen, lukte bij mij niet.
Dit systeem met moeder als ‘voorleesmachine ’ hebben we jarenlang volgehouden tot ver in het secundair onderwijs.
Waarom kon ik niet alles alleen lezen zul je je zeker afvragen?
Mijn probleem was dat ik zoveel inspanning nodig had om een stuk tekst te lezen dat dit me slechts voor een beperkte tijd lukte, dan begon het mis te gaan en begon ik de draad te verliezen, doordat moeder dan een volgend blad las, kon ik even op adem komen, kreeg de tekst weer zin, en kon ik bij het volgend blad weer overnemen enz.
Als niet-dyslectieker moet je je eens voorstellen dat je een zwaar wetenschappelijk werk zit te lezen en dan nog liefst in een vreemde taal. Na een paar bladzijden enorme inspanning begin je moe te worden en besluit je even te stoppen want je kunt je niet meer concentreren, later kun je dan verder lezen en gaat het weer even vlot. Gewoon nederlands lezen was voor mij even moeilijk als voor U die vreemde taal, ik hoef mij telkens zo erg in te spannen.
Natuurlijk kan ik een tekst ook skimmen en door er hier en daar woorden uit te kiezen, me trachten voor te stellen waarover het gaat, maar dit is niet aan te bevelen als je over de tekst een overhoring krijgt.
Elk woord is dan van belang zodat je de inhoud goed begrijpt.
Niet elke moeder heeft de tijd of de inclinatie om als voorleesmachine te fungeren, maar er zijn nog vaders, zussen, broers, oma’s en opa’s, zelfs vrienden en klasgenoten die altijd bereid zijn om je te helpen. Veel nota’s werden gecopieerd van klasgenoten omdat die van mij onleesbaar waren.
Natuurlijk moest je zoals ik ook nog het geluk hebben om toffe leerkrachten te hebben die (in die tijd) bereid waren om dit toe te laten en die doorheen je onleesbaar geschrift en fouten toch wisten dat je wel degelijk je les had geleerd en de antwoorden wist.
Leraars die je zelfvertrouwen opkrikten door je 39/40 te geven in een vierde leerjaar basisschool op een taak van WO waarvan bijna geen woord juist was geschreven en waarvan enkel hij wist dat: paaterdedeeke – het standbeeld van Pater de Deken op de Bist betekende en dat lejoplt 1, lejoplt 2 en lejoplt 3 de drie eerste koningen van België waren.
Hij keurde ook mijn ‘ sagaariejas’ goed als naam van een groot profeet.
Bij het secundair onderwijs bleek het lager gewoon een lachertje te zijn geweest.
In het lager onderwijs heb je één leerkracht die je moet overtuigen van je bekwaamheid, in het secundair zijn het talloze.
Allereerst de school kiezen.
Het PMS raadde een technische richting aan omdat daar de taalvakken minder zwaar zouden zijn.
Nu was er één probleem, mijn vrienden gingen naar het VSO en ik wilde absoluut met hen mee.
Ik twijfelde zelf ook geen moment aan mijn bekwaamheid. De mevrouw in de school van de gehandicapten had gezegd dat ik bekwaam genoeg was om ASO te doen, dus mijn beslissing stond vast.
Moeder heeft nog getracht om me om te praten maar is uiteindelijk gezwicht en ging, gewapend met alle documentatie dat ze ondertussen verzameld en gelezen had zich aanbieden bij de directeur.
De directeur, waarschijnlijk onder de indruk van de doortastendheid van mijn moeder, nam de documentatie in ontvangst, wist een weinig over dyslexie maar stond in elk geval open voor de problematiek.
Ik mocht starten in het VSO.
Vanzelf is het niet gegaan, er zijn probleempjes geweest, maar ik besef toch wel dat ik ontzettend gelukkig geweest ben om in die welbepaalde school terecht te komen.
De directeur was van zijn woord en steunde me heel de weg.
De leerkrachten stonden compenserende maatregelen toe die ik hierna zal toelichten en dankzij de medewerking en de goodwill van alle leerkrachten ben ik er uiteindelijk in geslaagd om het secundair onderwijs, waar men in België verplicht wordt minstens drie (DRIE) talen te nemen – enig in Europa en waarschijnlijk de rest van de wereld, te voleindigen.
Ook in het secundair onderwijs mocht ik op steun rekenen, bij woordenschat Engels werden twee letters gegeven, ik behaalde een B op kennis en een E op spelling op hetzelfde werk: ik schreef de vertaling van ruggegraat: backboon, en spier: musel, de kennis was er, maar de mogelijkheid om het woord correct geschreven te krijgen nog steeds niet.
Dankzij de goodwill van zulke leerkrachten is het me tot hiertoe gelukt om tot dit punt te komen.
Ondanks het feit dat ik mijn moeder zei dat ik zeer graag les zou willen geven, kon ik haar toch niet onmiddellijk overtuigen.
«Allee jongen, hoe kun je nu in godsnaam les geven wanneer je zo slecht schrijft zoals jij, je moet toch ook je beperkingen kunnen aanvaarden!»
Van je moeder moet je het maar hebben. «Je bent heel praktisch aangelegd, waarom probeer je niet de Industriële Hogeschool» vroeg ze. Wat doen een mens allemaal niet voor zijn moeder?
Ik dacht dat ze zoals altijd weer gelijk zou hebben en ging tegen mijn zin naar de KIHA. Aan het einde van het jaar zei ik thuis dat het me totaal niet interesseerde en dat ik toch ging proberen om in het Regentaat binnen te geraken.
Moeder was wat bijgedraaid en zei: «Ge doet maar», waarschijnlijk bij zichzelf denkend dat het me niet zou lukken. Ik ging praten met de directie en ze zouden me hun beslissing laten weten. Nadat de directeur met enkele leraars nederlands van mijn secundaire school had gepraat zei hij dat het wel moest lukken.
Ik kan u met trots zeggen: het is gelukt!

dit stukje had ik eruit geknipt maar ik had het er beter laten instaan.
Bojako die ontzettend trots is op wat haar zoon bereikt heeft - against all the odds.
Het moet wel gezegd worden dat deze tekst volledig gecorrigeerd is op volgende wijze:
1) Eerst een notatie op papier,
2) Het intypen in de computer,
3) Het verbeteren door de computer,
4) Het verbeteren door een niet dyslectisch familie lid.
7 reacties op dit bericht
Lost
naar uw lichaam luisteren
Chuzzelen
Kom je met ware trots melden dat ik tot level acht ben geraakt.
Mits de nodige hints evenwel.
Ben vergeten de punten op te schrijven, verdorie.
Op het laatst zat bijna alles op slot, en heb het dan maar afgesloten.
Ik doe toch liever die "Be Jeweld", en in de eerste plaats "Jewel Quest", een spelletje dat ik reeds enkele jaren terug heb aangekocht.
Goh, hoe vaak heb ik niet tot in de vroege uurtjes daarop gespeeld.
Kus
video
groetjes van Vif en kwispel
at gezond slapen Bojako is wel door je wat eerst als wandelen bedoeld was en geeindigd in een marathon met de kinderwagen en teken dat wandelen toch heel gezond is he ,ja je slaapt er heerlijk van. Groetjes Vif
***
Als ik het allemaal zo lees, dan ben ik in feite toch blij dat ik maar één kleinkind heb.
Ik geloof nooit dat ik zou kunnen wat jij allemaal doet.
Het zal dan toch waar zijn, in mijn geval, rust roest.
Lost is volkomen lost aan mij voorbij gegaan.
Heb er niet één aflevering van gezien.
Misschien komt het ooit eens uit op DVD.
Ik krijg zelfs genoeg van "thuis", en dat volg ik toch van afl.1
Tv is voor mij de laatste jaren een gezonde vervanging voor een slaappil.
Loop jezelf niet voorbij, struikel aub bij het lopen niet over de kinderwagen, en neem op tijd wat rust.
Kussss