
Potverdorie ben op een onchristelijk uur moeten opstaan, voor dag en dauw het bed uit. Wie staat er nu om zes uur ’s morgens op. Natuurlijk hadden wij een geldige reden om op te staan. Anita moest tegen acht uur in de Klina zijn om een baxter met ijzer in haar bloedbaan te brengen. Ze sukkelt al een tijdje met ijzer te kort, want haar rode bloedcellen breken vlugger af dan haar lichaam kan bijmaken.
In elk geval dat deed zeer toen die wekker om zes uur lawaai begon te maken, ik had hem moeten vast pakken en buiten gooien, net zoals de Antwerpse Strangers in hun liedje zingen. Wie de Strangers niet kennen, dat was een Antwerpse groep die in het Antwerps dialect zongen. Momenteel zijn ze al enkele jaartjes op pensioen, maar iedere Antwerpenaar kan nog altijd vele van hun liedjes meezingen.
Om terug te komen op deze morgen, we waren gereed en gespoord om tien over zeven, enkel een tas thee gedronken. Van een boterham eten was geen sprake, maar ik zou mijn schade wel inhalen in de cafétaria, terwijl ze in de dagkliniek met Anita bezig waren. Ik had al bijna drie tassen koffie binnen, vooraleer Anita zich terug bij mij voegde en natuurlijk zei ze geen neen tegen m’n aanbod om voor haar ook een tasje koffie te gaan halen.
Toen we weer thuis waren zijn we eventjes in de zetel gaan zitten om effen rustig te bekomen van onze vroege uitstap. Als ik mocht kiezen, geef mij dan maar een boswandeling, daar kom ik liever vroeg voor uit m’n bed. Maar een mens heeft niet altijd te kiezen in het leven, maar moet z’n lot als een man ondergaan en niet kinderachtig zijn.
Voor de rest van de dag liep het allemaal z’n gangetje en valt er niet veel meer te vertellen. Deze avond gebakken vis met eveneens gebakken patatjes en sla en tomaat gegeten en daarmee kunnen we het er weer tegen tot morgenvroeg op het gewone uur om op te staan.