Woensdag 30 december 09.
We eindigen het jaar met een zieken, want ons Anita is zwaar verkouden. Hoogst waarschijnlijk opgedaan met aan dek te staan op de boot vorige week. Al hoewel ze toch telkens goed aangekleed was, een paar dagen lekker warm binnenblijven en het leed zal wel geleden zijn. Met oudejaarsavond waren we toch niets van plan, dus onze plannen worden er niet door in de war gebracht.
Extra boodschappen moeten er niet gedaan worden en als er toch iets moet gehaald worden dan ben ik er nog altijd. Ik de rots in de branding, de stoere bonk. Maar eerst moet ik morgen even naar de car-wash, want m’n wagen is weer niet meer mooi om te zien. Dan ben ik morgen in de voormiddag enkele uurtjes de deur uit, want de poets mevrouw komt langs en dan loop ik toch maar in de weg.
Ik moet me wat stil houden want ons Anita ligt te slapen. Dat komt zeker van die hoestsiroop die ik bij de apother ben gaan halen. Gewoonlijk zit daar iets in waar je slaperig van wordt, dat mag wel dan hoest ze minder en is haar ademhaling rustiger. Met op het klavier te rammelen zal ze zeker niet voortijdig wakker worden. Ik had dat niet mogen zeggen want ze begint juist te hoesten en dat is voor haar natuurlijk niet gezellig.
Ik zal ze maar goed soigneren, dat ze er vlug vanaf is. Want vrijdag 1 januari komen de twee jongste kleinkinderen hun nieuwjaarsbrief voorlezen en dan moet ze er terug bovenop zijn. Ze mag dan zeker en vast de kinderen niet aansteken met haar verkoudheid. Ze is ondertussen recht gestaan en ze ziet er toch maar wat platjes uit, gelukkig heeft ze deze middag toch haar twee boterhammen kunnen eten. Zolang ze haar eten niet laat is het nog niet zo erg.

































