Daarom stuurde de directrice een verzoek aan het “Bestuur van het departement Sluis”, meer bepaald aan de “Vereniging tot Nut van het Algemeen”, waarin zij melding maakte van het bestaan van de school. Tevens dringt zij er aan op ondersteuning en instandhouding van de kantschool.
Het is evenwel niet geweten of er aan dit verzoek gevolg werd gegeven.
Toch heeft de secretaris van deze vereniging, de heer J.F. Van Dale, in 1857 de vergadering geadviseerd het gedane verzoek ter kennisgeving op te nemen en ook de jaarverslagen van de kantschool in de bibliotheek te bewaren.
Volgens de secretaris moest de bewaarschool toegankelijk zijn voor alle kinderen.
In 1859 heeft de vereniging zelf de kantschool en de bewaarschool overgenomen en werd er na deze vermelding in de notulen van het “Nutsdepartement” ,niet meer over de kantschool gesproken.
Uit het archief blijkt dat er in 1857 vier leraressen aan de kantschool verbonden waren.
FOTO's :
2 Kantwerken van José van Pamelen-Hagenaars, uit haar boek "Duchesse kant".