Wat is een kapoen ?


Weten jullie wat een kapoen is?
Ja, ja een klein deugnietje, maar daar gaat het nu niet over. In keukentermen is een kapoen een gecastreerde haan. Ondertussen dacht ik dat dit door de Belgische wetgeving verboden is. Men mag geen delen van dieren verwijderen als daar geen reden toe is !
Waarom castreerde men dan hanen ? Altijd om dezelfde redenen waarom men ook andere dieren castreerde, om ze rustiger te houden en omdat ze daardoor meer vlees opleveren.
Indien iemand onder jullie ooit als eens zelf een kip geslacht heeft of bij kwarteltjes , er de ingewanden heeft uitgehaald, weet waarschijnlijk wel waar die teelballen zitten : helemaal bovenaan tegen de ruggengraat geplakt.
Deze kennis heeft mij zeer lang geïntrigeerd. Hoe kan men een godsnaam een vogel zijn geslachtsattributen afnemen zonder dat beest volledig in de vernieling te helpen?
Ik heb het ooit eens gevraagd aan een vermaard poelier. Die bekeek mij zo met een blik van , ’t is er weer één van ’t stad zeker… Maar hij wist het ook niet, een andere wist mij te verzekeren dat men het deed door de hanen luzerneklaver te voederen, daar zouden veel vrouwelijke hormonen inzitten en het beest dus rustig houden. Het leek mij zeer onaannemelijk, dan zou men de haantjes heel de tijd luzerne moeten voederen !?
Dan maar een veeartsenpraktijk gebeld. Geen resultaat, zij wisten het niet ! Een veearts dacht ook dat het met hormonen zou gebeuren…
Hoe kan dat nu…de Romeinen kenden het procédé reeds en hier wist het niemand!
Toen mijn verhaal aan een collega verteld, die wist het ook niet.
Er liep toen een radioprogramma waarvan ik de naam vergeten ben maar daar kon men dergelijke (idiote) vragen stellen. Na enkele weken kwam de vraag op de radio en ja hoor, er kwam exact geteld één antwoord maar het was het juiste !!!
De brief kwam van Beernem ( W-Vl ) wie de kopie opgestuurd heeft ben ik ondertussen ook kwijt maar het verhaal heb ik nog. Ik was zo slim geweest om het onmiddellijk in mij PC op te slaan. Het is geschreven in zeer oud Nederlands, met West-Vlaamse invloeden maar is goed leesbaar.
Weet ook dat men in het Frans een gebakken broodkorst, chapon noemt.
Dezelfde tekst is te vinden op mij website op pagina : woordverklaring 2 , Chapon .
Voor de gemakkelijkheid zet ik ook hier neer.
Over het hanenlubben of snyden
Het hanenlubben heeft ten doele hun vleesch vetter en malscher te maken. Het is voornamelyk in de lente of in den herfst dat deze bewerking gedaen wordt, mits de wonde, des zomers, lichtelyk kankert. De hanen van vier maenden, of daer omtrent, bereiken den ouderdom om gesneden te worden. Men voorziet zich, om deze bewerking uit te voeren, van een snydend werktuig en van eene met wasdraed doorreden naelde, en men gaet aldus te werk.
Een medewerker legt het dier, met het hoofd om laeg, op deszelfs rug, op dat het ingewand, naer de borst terug gedreven, niet zoude blootgesteld worden om door het werktuig, met welk men den buik opent, niet gekwetst te worden. De stief naer den wondpeeler gekeerd, de regte dy langs het lyf gehouden en de linker dy achteruit gebragt, om de linker zyde, op welke de insnyding zal ge- daen worden, bloot te maken of te ontdekken. Het is aen het onderste dezer plaets dat de lubber of snyder, na eenige pluimen uitgerukt te hebben, eene insnyding doet, die dringt tot in den buik en groot genoeg zy om er den vinger in te brengen. Het is voorzigtig van, op den stond dat men deze insnyding doet, de binnenkanten of vliezen van den buik, dien men open snydt, een weinig op te heffen, om ze van het ingewand te verwyderen en zekerder te zyn van ze met het werktuig niet te kwetsen. By aldien eenige innerlyke deelen stonden door de wonde te ontsnappen, moet de snyder dezelve tegenhouden, gevolgelyk de voorenste vinger in den onderbuik stekende, hy rigt dien naer de streek der lenden, een weinig links de middenaderlyn.
Daer gevoelt hy een ligchaem met eene gladde oppervlakte, ter groote van eene snyboon en weinig vastgehecht; hij rukt het los en trekt het naer de opening, door welke hy het doet uitkomen.
Men gaet op dezelfde wyze met den tweeden zaedbal te werk, die zich ter zyde van den eersten, aen den regter kant der middenaderlyn bevindt; daerna nadert men de lippen der wonde tot elkander, welke men door eenige naedsteken met de naeld te zamen voegt, en de snyding is voltrokken. De zorgen, welke men na het lubben voor het dier moet aenwenden, bestaen van hetzelve gedurende eenige dagen in eene plaets van zachte temperatuer te stellen, waer het geene poogingen doen kan, om op het rek te zitten, en hetzelve met meel en in water geweekte gerst te voeden.
Men lubt de hennen of hoenders met hetzelve inzicht. Men rukt hun pluimen uit, die zich tusschen de stief en den staert bevinden, men vind juist onder de stief eene kleine hoogte door een klein rond ligchaem gevormd die er zich onder bevind. Men maekt er eene dwarsche insnyding in, en breed genoeg om er alleenlyk den vinger in te brengen en om deze dikheid te doen uitkomen, die aen eenen eekel gelykt ; het is de eijerstok. Men maekt dien los, men naeit vervolgens de wonde toe, men vryft die met olie en men bestrooit ze met assche.
Mesting der kapoenen (kapuinen) en jonge hennen.
Wanneer gy eenen kapoen of eene jonge hen mesten wilt, stelt die in eene kooi of kot, een slach van kevië, waer van ik reeds de beschryving gedaen heb, en volgt in alles de leerwyze welke ik voor het mesten der kleine kiekens aengetoond heb. Doet hen twee of drie mael daegs zeven af acht meelbollekens inslikken van gerst, boekweit of gerstmeel gemaekt, in water en melk geweekt, zonder hen te drinken te geven, en zy zullen in vyftien dagen zwaer vet zyn.






1 reactie op dit bericht
kapoen