Prille schoonheid.
zon 's morgens vroeg haar goudomrande schichten
zo oogverblindend fel op de aarde richten
dat alles door die vlammen werd ontstoken.
Ik zag hoe de ochtendgloed de pas ontloken
vochtige rozen zo scherp op deed lichten
dat 't uit de verte leek alsof in 't dichte
bottende doornhout brand was uitgebroken.
Ik zag in deze voorjaarszindering
hoe 't groen de grond uitkwam, bedekt met dauw,
en 't blad, zoals elk jaar, weer openging.
Ook zag ik een beeldschone knappe vrouw
die rozen plukte in 't gras bij de eerste zon
en door haar gratie alles overwon.

