“Maria antwoordde: "Ik prijs de Here met mijn hele hart! Ik kan mijn blijdschap niet op! want de machtige, heilige God heeft grote dingen voor mij gedaan.” Lukas
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Lukas 1:30-33 HTB
Lukas 1:26-28 HTB
“Toen Elisabeth in haar zesde maand was, stuurde God de engel Gabriël naar Nazareth, een dorp in Galilea. Hij moest bij Maria zijn, een jonge vrouw die verloofd was met een zekere Jozef, die nog van koning David afstamde. Gabriël kwam bij haar binnen en zei: "Ik wens u vrede toe! U bent een gelukkige vrouw. De Here zij met u!” Lukas 1:26-28 HTB
Jesaja
Jesaja
41, 13
Ik ben de Heer, je God,
Ik neem je bij je rechterhand en zeg je:
Wees niet bang, Ik zal je helpen.
Korintiers
Korintiers
16, 14
moet u met liefde doen.
Matteüs
Matteüs
18, 12-14
Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af,
zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om
het afgedwaalde dier te zoeken? Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij
zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de
negenennegentig andere die niet afgedwaald waren.
Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: Hij wil niet dat een van deze
geringen verloren gaat.'
God is met ons begaan zoals een herder bezorgd is voor zijn schapen. Eén verdwaald schaap is het risico waard om de rest van de kudde alleen te laten. God wil niet dat één van ons verloren gaat
Misschien denken we al te vlug dat we
bij de negenennegentig schapen behoren die altijd bij hun herder zijn gebleven.
Zijn we niet soms dat ene schaap ?
Zo ja... dan is het misschien goed dat
we eens naar de dokter gaan, om te weten hoe het komt dat we zijn afgedwaald
van de Heer, en van de kudde.
Laten we een oefening doen.
Stel dus, we zijn dat ene schaap, en we gaan naar de dokter, de Grote Architect
van het Heelal. Gewoon, voor een routineonderzoek.
Misschien geeft de meet druk van onze
bloeddruk wel aan dat onze 'tederheid' te laag staat.
Of dat na een elektrocardiogram het aangeraden zou zijn verschillende
transfusies van liefde te krijgen. Onze aders waren misschien verstopt door
angst of verbittering. Ze vulden ons hart niet meer zoals het hoorde.
Een orthopedisch onderzoek zou misschien moeten vaststellen dat het ons
moeilijk valt om naast onze broeder/zuster te lopen. Misschien waren we wel gestruikeld
over mogelijke jaloersheid en hadden daardoor een soort breuk opgelopen.
Na een myopie zou misschien blijken dat we nog moeilijk over de negatieve
kanten van onze broeder/zuster konden kijken.
Na een onderzoek van onze oren zal er misschien een zekere doofheid worden
vastgesteld, omdat we het luisteren naar de stem van de Grote Architect
misschien hadden verwaarloosd.
God zou het volgende kunnen
voorstellen:
's Morgens bij het verlaten van het bed een stevig glas 'gebed' drinken. En
belangrijk: het traag drinken! Laten we hierbij vooral niet zijn boek vergeten
vol goede raden om te kunnen doen wat Hij vraagt.
Vooraleer we onze dagtaak aangaan, zou het goed zijn een paar lepels van zijn
vrede in te nemen.
Ieder uur moeten we onze wonden verzorgen met een verband van 'geduld'.
En ons niet druk maken, om niets; dat is niet goed voor het hart. Gewoon rustig
de liefde in en uit ademen.
En veel veel drinken van dat glas gebed; veel drinken zuivert immers de
binnenkant.
En voor we gaan slapen: nog even op de knieën; je zult merken dat dat een
zekere vreugde geeft aan de genezing.
En
zo komt de herder, Christus zelf, tot ons, wanneer we mogelijk afgedwaald zijn.
Laat ons zijn hulp niet weigeren. Hij komt enkel uit liefde.
Jesaja
Jesaja
28, 16
Dit zegt God, de Heer: Ik leg in Sion een fundament
met een uitgelezen grondsteen, een kostbare hoeksteen.
Wie zijn vertrouwen daarop grondvest, hoeft geen
andere toevlucht te zoeken.
Lucas
Lucas
3, 1-6
In het vijftiende jaar
van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en
Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippus over het gebied van
Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Annas en Kajafas
hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van
Zacharias.
Daar ging Johannes in de omgeving van de Jordaan verkondigen dat de mensen zich
moesten laten dopen en tot inkeer moesten komen, om zo vergeving van zonden te
verkrijgen, zoals geschreven staat in het boek met de uitspraken van de profeet
Jesaja:‘Luid
klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht
zijn paden! Iedere kloof zal worden gedicht, elke berg en heuvel geslecht,
kromme wegen recht gemaakt, hobbelige wegen geëffend; en al wat leeft zal zien
hoe God redding brengt.”’
Midden de geschiedenis van aardse koninkrijken en de heilsgeschiedenis van het Rijk Gods, ontvangt Johannes zijn zending. Het Woord neemt bezit van hem en hij profeteert de lang verwachte boodschap: het heil van God gaat op over de mensheid. Met deze nakende komst voor ogen wordt iedereen opgeroepen berouw te hebben over zijn zonden en zich te keren naar Hem die komen gaat.
Johannes 14:6 HTB
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven", antwoordde Jezus, "Ik ben de enige weg tot de Vader.” .
Johannes 11:25 HTB
“Ik geef de doden het leven terug", zei Jezus tegen haar. "Ik ben Zelf het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij gestorven is.” Johannes 11:25 HTB
Corinthiërs
Corinthiërs
10, 1-4
Broeders
en zusters,
ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal
door de wolk werden beschermd en allemaal door de
zee trokken, dat ze zich allemaal in de naam van Mozes
lieten dopen in de wolk en in de zee. En ze aten allemaal
hetzelfde geestelijke voedsel en dronken allemaal dezelfde
geestelijke drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die
hen volgde en die rots was Christus.
Johannes 10:7, 9-10 HTB
Spreuken
11, 2
Hoogmoed
leidt tot schande,
wijsheid kenmerkt wie bescheiden is.
Mattheüs
Mattheüs
8, 5-11
Toen Jezus Kafarnaüm
binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt,
U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die
onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik
tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt
hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die hem
volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof
gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen
en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het Koninkrijk van de hemel.
Stel je eens voor dat wij een gelovige Jood zouden zijn, levend in de tijd van
Jezus. Wij zouden dus leven onder de Romeinse bezetting, en misschien
koesterden we een diepe wrok tegen al wat Romeins was. De centurio, de militair
uit het evangelie, zou ons een gevaarlijk man lijken. Hij kon best een van onze
familieleden of buren gearresteerd of misschien zelfs gedood hebben. En dat
niet alleen, hij was een heiden die valse goden vereerde. Zouden we tegen deze
man niet willen zeggen dat hij maar aan zijn eigen 'goden' om hulp moest
vragen?
Jezus was anders. Hij keek de centurio
vol mededogen aan en luisterde toen deze zijn hart luchtte. En dat niet alleen.
Hij verbaasde zich over het geloof van deze man, en deed vervolgens een
profetische uitspraak: nog veel meer heidenen zouden deel krijgen aan het
Koninkrijk van God.
Dit is een van de mooiste illustraties van de belofte dat God zijn Zoon heeft
gezonden opdat iedereen eeuwig leven kan hebben en de genezing en heelheid die
daarmee gepaard gaan.
Als Jezus zo vriendelijk was tegen deze
man, die een heiden was, hoe zal Hij dan onze vragen beantwoorden? Zal Hij ze
minachtend afwijzen en negeren? Zal Hij tegen ons zeggen dat we geen gehoor
verdienen? Zeer zeker niet!
Zijn medelijden en barmhartigheid geldt voor iedereen, ja, ook voor ons. Hij
wil ons niet alleen helpen, Hij wil ons ook zover brengen dat wij diep weten
dat wij voor alles op Hem kunnen vertrouwen.
Jezus strekt zijn armen uit om iedereen
te omhelzen; de verloren en verwarde mensen evengoed als sterke mensen vol
zelfvertrouwen. Wat we momenteel ook meemaken, waar we ook doorheen zijn
gegaan, we mogen altijd àl onze behoeften bij Hem brengen. Niets is voor Hem te
groot om er iets aan te doen. Laten we dus nooit geloven dat er geen hoop meer
is voor ons.
Kom, laten we naar Hem toegaan, met de eenvoud van het evangelie, biddend en
uitkijkend.
Niet alleen voor Joden is het heil beloofd. 'Velen uit het oosten en het westen zullen komen en aanliggen in het Koninkrijk van de hemel'. De genezing van de knecht van een Romeinse legerofficier is een illustratie van Jezus' wereldwijde zending.
Hebreeën 1:1-2 HTB
“In het verleden heeft God op vele manieren door de profeten tot onze voorouders gesproken. Maar nu, in onze tijd, heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, aan Wie Hij alles heeft gegeven en door Wie Hij de wereld heeft gemaakt.” Hebreeën 1:1-2 HTB
Psalm 95, 1-7
Psalm 95, 1-7
Kom, laten wij
jubelen voor de Heer,
juichen voor onze rots, onze redding.
Laten wij Hem naderen
met een loflied,
Hem toejuichen met gezang.
De Heer is een
machtige God,
een machtige koning, boven alle goden verheven.
Hij houdt in zijn
hand de diepten der aarde,
de toppen van de bergen behoren Hem toe.
Van Hem is de zee,
door Hem gemaakt,
en ook het droge, door zijn handen gevormd.
Ga binnen, laten wij
buigen in aanbidding,
knielen voor de Heer, onze maker.
Ja, Hij is onze God
en wij zijn het volk dat Hij hoedt,
de kudde door zijn hand geleid.
Psalm 19, 1-4ab
Psalm 19, 1-4ab
De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen.
De dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.
Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.
Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.
Numeri
Numeri
6, 26
Moge de Heer u zijn gelaat toewenden
en u vrede geven.
Lucas
Lucas
21, 12-19
Jezus
sprak tot zijn leerlingen: 'Jullie zullen worden mishandeld en vervolgd en
uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis
en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam. Dan
zullen jullie moeten getuigen. Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten
voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen
van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken.
Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, sommigen
van jullie zullen worden terechtgesteld, en jullie zullen door iedereen worden
gehaat omwille van mijn Naam.
Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan.
Red je leven door standvastigheid!'
‘Bedenk dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken’.
De wijsheid waar Jezus hier over spreekt
is de wijsheid van God, de wijsheid van de Geest; een wijsheid als gave.
Wat moeten we ons bij deze gave voorstellen? Is het een soort geheim wapen van
de christen?
We moeten ons van dat wapen het tegenovergestelde voorstellen van de gewone
menselijke wapens. De wapens van de heilige Geest doden, maar niet de
tegenstander. Ze doden het eigen moordende 'ik' dat uit is op mogelijke
vergelding en wraak. Deze laatste wil zichzelf redden, wil zijn redding niet
overlaten aan God.
Laten we standvastig zijn in de persoon waartoe we geroepen zijn.
Colossenzen 3:16 HTB
“Laat uw hart vol zijn van Christus' woord. Zijn woorden zullen uw leven verrijken en u wijsheid geven. Leer ze aan elkaar, wijs elkaar ermee terecht en zing erover in psalmen, lofgezangen en geestelijke liederen. Zing zo met een dankbaar hart voor de Here.” Colossenzen 3:16 HTB


