Kerstmarkt in kunstsfeer 2011
Om half negen parkeer ik mijn wagen voor de zaal. Helpende handen helpen de wagen leegmaken, zodat ik vlug naar de parking kan en zo plaats maak voor anderen die willen uitladen.
Dan kan het opstellen van mijn stand beginnen. Ook Christel is toegekomen. Eerst wat overleggen hoe we het concreet gaan uitwerken. Zoals gewoonlijk vinden we vlug een gepast compromis en de stand voor Kumbe blijft voor ons beiden de hoofdzaak. Ondanks de markt pas open gaat om 13 uur, werken we flink door. Vooraleer alles staat, hangt of ligt zoals we wensen verlopen er toch wat uren. Gelukkig is er koffie te krijgen, een moment van deugddoende rust in al de drukte.
Het loopt goed vol. Sommige standhoud(st)ers ken ik. Vlug een goede dag zeggen. Tegen half twaalf is de klus geklaard. We bekijken de standjes en zijn er tevreden over. We hebben wat tijd om te bekomen, eens rond te struinen en naar de andere standjes te kijken. De sfeer zit er in. Leuk zo.
Stilaan komen de bezoekers opdagen. Ook Karel en Deepak vallen binnen. Eerst eens rond kijken dan een pannenkoek met koffie. Smaakt altijd. Ik ga er bij zitten en laat de pannenkoeken smaken, mijn standje kan ik ook zo in het oog houden en Christel is er ook nog. De affiche die Deepak maakte is mee opgenomen in het standje: langs alle kanten krijgt hij er waardering voor. Neen, zijn vriendin kon niet meekomen, die moest werken, zo kan ze haar studies bekostigen. Dappere meid, een schat van een schoondochter.
Het plezierige van zo’n kunstmarkt is dat je kans krijgt om in gesprek te gaan met mensen. Het standje van Kumbe trekt veel aandacht. We geven met veel enthousiasme uitleg over de werken. Voor veel mensen is die wereld toch nieuw. Volwassenen met het syndroom van Down en dan zo’n mooie werken.
De tekeningen of schilderingen zijn afkomstig van het Dagcentrum Rozemarijn in Keerbergen. Door ze in te kaderen krijgen ze meer allure. De opbrengst van de verkoop gaat naar Rozemarijn. Het is leuk als de mensen iets willen kopen, voor ons is het echter belangrijk dat we op deze manier de wereld van de mensen met beperking laten deel uit maken van de normale wereld en dat lukt hier.
Maar tegen sluitingstijd ben ik uitgeteld. Ik ruim wat op, neem de kassa mee uit voorzorg, ik ben criminologe in hart en nieren en zeg gedag aan Christel, morgen tegen de middag zijn we er weer.
Voorbereidng kerstmarkt 2011
Vrijdagnamiddag slaan we de wekelijkse boodschappen in. Normaal doen we dat op zaterdag, maar dan ben ik de ganse dag benomen door de kunstmarkt. Wanneer alles uitgeladen is, kan ik de auto inladen voor de kerstmarkt.
Gelukkig heb ik deze week alles goed voorbereid: ik moet niet meer nadenken, wat klaar staat moet mee. Toch telkens spannend of de laadruimte van de auto groot genoeg is voor mijn plannen, zeker nu ik ook de spullen van Kumbe meeneem. Ik neem wat extra tafel(tje)s mee om alles beter te kunnen presenteren. Die zijn wel opplooibaar, maar de koffer van een Twingo is ook niet oneindig groot. Ook tafelezeltjes, kerstversiering, mijn dozen met kaartjes en tafelbekleding gaan mee de koffer in. Maar het lukt me alles mee te nemen als ik de schilderijen uit de dozen haal waarin ik ze opgeborgen had en een voor een stapel in de ruimte die me rest.
Vanavond bereiden we de zaal voor op het evenement van morgen. Omdat er een groep vandaag feest houdt in de zaal kunnen we pas vanavond aan de slag. Afspraak om negen uur. ’t Zal wel laat worden, maar toch beter dan om 6u30 morgenvroeg zoals eerst afgesproken, dat is zo ontiegelijk vroeg.
Omdat mijn wagen vol zit, is het voorzichtig rijden naar Tremelo. Gelukkig is het niet ver. Plots hoor ik een verdacht gekraak: breekt er een glas? Later zal blijken dat er iets anders aan de oorzaak lag, ik weet niet precies wat maar alle werken doorstaan de rit heelhuids. Oef!
Wanneer we toekomen, blijken de vorige feestvierders pas op te breken. Maar een half uur later kunnen we ook aan de slag: tafels in het juiste gelid plaatsen, kerstversiering aanbrengen, de bar in orde maken, verlengkabels leggen zodat morgen standhouders kunnen aankoppelen aan de elektriciteit als het nodig is.
Feitelijk vormen we een goed team. Ieder kijkt uit naar wat hij of zij kan doen, net of we dagelijks met elkaar samenwerken. Het werk schiet op en na een paar uur is de zaal klaar voor gebruik.
Nu is de zaal nog een kille bedoening, morgen zal ze waarschijnlijk barsten van leven. Morgen rukken er zelfgebakken taarten aan. In de frigo’s wordt de drank gekoeld. Ik verheug me er op.
Jean-Marie Bytebier
Brigitte, de lerares schilderen, vertelde dat ze in het Cultureel Centrum van Mechelen een expositie gezien heeft van Jean-Marie Bytebier. Een heel originele landschapsschilder. Omdat we volgende weken ons gaan wagen aan landschapschildering, was dit een aanrader … alleen werd de expositie dit weekend afgesloten. Tja, dit weekend kerstmarkt … dan restte alleen nog donderdag en vrijdag. Maar vrijdag was er de voorbereiding van de kerstmarkt, dienden de wekelijkse boodschappen gedaan en als daarbij nog een bezoek aan Mechelen bijgevoegd zou worden … dan konden ze me ‘s anderendaags wel bijeenvegen.
Omdat Karel het ook wel ziet zitten gaan we op donderdag. Met de auto naar Haacht, daar de trein op, in Mechelen afstappen en te voet naar het C.C., zowat een kwartiertje stappen. De tentoonstelling is gratis: trap op naar de eerste verdieping.
Wat opvalt, is zijn manier van zijn doeken te presenteren. In het midden van een plaat (denk ik toch, plaatst hij een lijst waarover normaal een doek gespannen wordt zodat men erop kan schilderen. Lijst en plaat overspant hij met schildersdoek, zodat er een soort schuin aflopende passe-partout ontstaat. Hij schildert dan binnen de ruimte van de opgelichte lijst waardoor het schilderij een ruimtelijk allure krijgt.
Het meeste hou ik van de schilderijen waarin hij ‘sugereert’: een landschap met daarin een gebouw, een ruïne. Prachtig van kleur. Ook de manier van schilderen spreekt me aan. Ik neem foto’s: die zal ik dan doorsturen aan collega’s van de academie.
De ruimte waar de werken ophangen is ruim, goed belicht. Feitelijk zou ik regelmatig moeten nagaan wat er hier aangeboden wordt. Want als het telkens dit niveau haalt is het de verplaatsing meer dan waard.
Daarna zoeken we naar een restaurant. Toen we naar Rik Wouters kwamen kijken (zie 12.10.2011) kwamen we in een restaurantje terecht dat ons zeer beviel: eenvoudig, lekker van eten en niet duur. We gaan het weer proberen. En inderdaad, we blijven er even enthousiast over. Dit zal wellicht ons vast adres worden als we in Mechelen zin hebben in iets lekkers.
Om af te sluiten trekken we naar ‘De zondvloed’, een boekenwinkel van zowel nieuwe als tweedehandse boeken. Zomaar tussen boeken wandelen is zowel Karel als voor mij een feest. Daarbij vinden we hier allebei onze gading.
Feestelijk gestemd gaan we richting station. De trein staat praktisch op ons te wachten. In Haacht de wagen en thuis hebben we nog een ganse namiddag om te bekomen. ’s Avonds ga ik schilderen en beloof mijn foto’s door te sturen zodat de anderen mee kunnen genieten, zij het dan van op afstand.
De weg naar Poverello


Ik rij naar Leuven enkel dringende boodschappen doen. Daarna binnenwippen in de dansschool om ontleende taboeretjes terug te brengen. Alles weer op zeven haasten… ik zal wellicht nooit veranderen.
Het is mooi weer voor de tijd van het jaar: helder en niet koud. Ik stap flink door: hoe minder tijd ik in de Diestsestraat verdoe, hoe rustiger ik bij Aike koffie kan drinken. Het is niet echt druk, wellicht nooit op een maandagvoormiddag.
Plots wordt ik aangesproken door een onbekende die me een papier toont. Ik stap verder in de overtuiging dat het iemand is die op een dergelijke manier zijn kostje bij elkaar bedelt. In de gauwte laat ik mijn blik even over het papier gaan en dat doet me de pas inhouden. De naam Poverello trekt mijn aandacht. Het is een plannetje van Leuven met in oranje stift de Sint-Maartensstraat aangeduid. De onbekende man, met waarschijnlijk zijn hele hebben en houden in een plastieken zakje, probeert de weg erheen te vragen. Hij lijkt me nogal verward, er komen wat woorden Nederlands en later iets dat op Engels lijkt. Sint-Maartensdal ligt links van de Diestsestraat. Ik neem hem mee naar de volgende zijstraat. Maar nu raak ik in de war.
Hij doet me aan Arne denken: die ging soms ook bij Poverello eten. Hij was zich bewust dat hij daardoor de sociale situatie van zijn familie achter zich liet. Maar met een leefloon van het OCMW kreeg hij toegang tot Poverello en daar voelde hij zich thuis, daar trof hij mensen zoals hijzelf.
De man naast me lijkt me rond de dertig. Zou hij vannacht buiten geslapen hebben? Ik ben blij voor hem dat het niet te koud is.
We komen aan de zijstraat. Maar dan weet ik het niet meer zo goed. Ik ben erg onhandig wat oriëntatie betreft, maar zeker nu lijk ik een vreemde in Leuven, de stad waar ik jaren woonde. Ik spreek een vrouw aan die samen met haar man komt aangewandeld. Ja, inderdaad, deze straat in en dan kom je recht op de torens van Sint-Maartensdal. Zij probeert aan de man in kwestie uit te leggen waar hij heen moet, maar blijkbaar is hij er niet echt bij. Ik denk aan Arne en zijn psychotische periodes, dan leefde hij ook op een andere planeet. Een derde vrouw komt aanzetten. Ja, zij moet die richting uit, ze zal hem meenemen tot waar hij zijn moet.
Het papier in zijn hand en daarop het woord Poverello, door iedereen gekend in Leuven, was de sleutel tot hulp. Van vrouw tot vrouw werd hij meegenomen. Het sprak medeleven aan: het ging om een sukkelaar, iemand die wellicht honger had.
Ik ben wat te ver gelopen en keer terug, een beetje beduusd. Plots bedenk ik me: waarom heb ik die man niet wat geld toegestopt, zodat hij vandaag wellicht iets extra kon eten. Het doet me pijn dat ik door mijn innerlijke verwarring er niet aan dacht. Maar dan herwint de rationaliteit het weer: ik geef niet aan personen, tenzij aan straatkunstenaars, maar die werken voor hun kost. Als ik iets wil doen, stort ik liever voor een bepaald project.
Dat ik niet iets geef, heeft met een ervaring te maken van enkele jaren terug. Een man sprak me aan. Hij was Italiaan, was naar hier gekomen om te werken, maar zijn papieren waren nog niet in orde op de ambassade. Hij had vrouw en kinderen, een jongetje hield hij aan de hand. Ik had pas een reportage in Humo gelezen dat sommige benden kinderen gebruikten om op straat te bedelen. Ik meende de situatie te herkennen. De man zag er zeker niet hongerig uit en het kind leek alleen door de vasthoudende hand verbonden, er was geen wederzijdse interesse. Enkele weken later dezelfde situatie. Dezelfde man, hetzelfde verhaal … maar een ander kind. Ik herken de man maar hij herkent mij niet. Waarschijnlijk kiest hij zijn publiek en zie ik er aan te spreken uit.
Nog geen jaar later hetzelfde verhaal. Ik herken duidelijk de man … maar het kind is nu veel jonger. Ik voel me kwaad worden. Een moment denk ik naar het politiebureau te stappen, maar heeft die man de wet overtreden? Waarvoor kan men hem aanklagen? Ik ben kwaad. Ik ben kwaad op het systeem dat kinderen misbruikt om mijn en andermans medeleven op te wekken. Toen heb ik beslist nooit meer iets te geven aan bedelaars m/v.
Wanneer ik naar huis ga besluit ik de gegevens van Poverello op te zoeken. Wellicht zou de reactie van de onbekende op wat geld me meer emotionele bevrediging geschonken hebben, een soort postume omarming van Arne. Maar een storting aan Poverello lijkt me beter. De VZW zal het kunnen gebruiken voor de vele onbekenden die deze winter zullen aanschuiven voor een warme maaltijd.
Herinnering
moeder zwanger van een tweede dochter
het zou een droomkind worden
tot de oorlog eindigde
in de nachtmerrie van bijltjesdag
de inboedel ging de straat op
het vuur in
ik herinner me de vlucht
het koude doek om me heen
maakte me even wakker
de sterke armen van tante S.
beschermden me tegen de nachtkoude
ik was bijna drie
zij nog geen twintig
ik werd achteraan op een fiets gezet
ergens heen
weg van het dorp
naar een plaats waar het veilig was
gedurende de uren van wanhoop en wraak
daarna het verhaal
het leeggeroofde huis
moeder met bolle buik
zong
om de buren te laten horen
dat ze verder wou met haar leven
later werd een dochter uit haar geboren
een hart
te groot voor deze wereld
de duivel nam haar van ons weg
ik heb vader eenmaal weten huilen
die morgen
na de dood van dit kleine meisje
terwijl hij me in de kleren hielp
mijn verwondering
die grote sterke man
een reus
tranen over zijn gezicht
moeders rug kraakte wellicht
onder het gewicht van
onmacht en verlies
en op het doodsprentje:
god gaf het ons
god nam het ons
gods name zij geprezen
wat gebeurde er
met deze mensen
naïef
zoals de kerk voorschreef
ik wil het die kerk niet vergeven
alleen haar wreedheid aanklagen
Laatste dag kunstroute


Voor de laatste keer me voorbereid op een dag bezoek ontvangen. Ik verheug me er al op dat ik vanavond alles terug op zijn ouwe getrouwe plaats kan terugzetten. Dan is de living weer een living en geen opslagplaats, dan staat in mijn tekenhoek alles weer klaar om gebruikt te worden en kan ik weer aan de slag.
De oudste zoon van Karel komt eten met de kinderen. We maken de tafel klaar in de living: terwijl ik eventuele bezoekers in mijn werkruimte ontvang, sluiten we de deur en kan Karel met zijn familie verder praten. Gelukkig kan ik zonder gestoord te worden genieten van het middagmaal. Het dessert haal ik niet meer.
Maar het is leuk: bekenden en onbekenden, wat praten, aandachtig kijken. Ik heb wel het gevoel dat mijn werk gewaardeerd wordt en dat doet deugd.
Het verhaal van vrienden blijft kleven. Hij voelt zich niet al te best, al jaren. De dokters vinden niet wat er hapert. De laatste maanden thuis gezeten. Veel gelezen. Maar toch, het gaat niet goed. Toch proberen te relativeren: er is erger in de wereld. Morgen gaat hij terug werken, toch is hij verre van oké. Dit weekend heeft hij de wagen van zijn vrouw in de prak gereden. Ook dat wordt in het relativeren opgenomen. Nee, de kinderen ondervinden er niet direct hinder van, integendeel, een vader die de laatste maanden veel aandacht voor hen had, beter kan je je niet wensen. Lieve mensen die proberen hun hoofd boven het psychische vaarwater te houden.
Tot A. en K. binnenvallen. Het was een hele tijd geleden, dus dringend bijpraten. Vooral puberende kinderen nemen een groot deel van het gesprek op zich. Waarschijnlijk zijn alle ouders bezorgd als ze zien hoe hun kinderen een eigen weg gaan. Vaak gaat dat gepaard met veel angst. Je durft er niet aan denken dat het verkeerd zou aflopen. Tegen dat risico kan je je niet verzekeren. Zoals de kinderen door hun puberteit moeten groeien dienen ouders dat ook te doen, vaak met veel pijn in het hart. Ik kan met hen meeleven, denk aan mijn ‘doorgroei’ tijd. Je zou de wereld rondlopen om je kind veilig te weten. Ik hoop zo dat ze over enkele jaren terug kunnen kijken en zeggen: he he, was dat toen spannend zeg.
Ik blijf een beetje achter met een triest gevoel. Ik voel me machteloos tegenover die verhalen. Toch is er nog humor, een teken van veerkracht … maar die verdwijnt wellicht als ze ’s nachts niet slapen kunnen. Dan worden mijn schilderijen zo onbelangrijk. Ik wens die jongere generatie veel draagkracht toe.
Maar de rust is verkeken. Bezoekers komen en gaan. Ik onderneem nog pogingen om wat uitleg te geven, maar ik voel me stilaan uitgeput, ook mijn stem wil niet meer mee. Toch wil ik elke bezoeker laten voelen dat hij of zij welkom is.
En om af te ronden komt Anne nog even een goede dag zeggen. Wat een blije verrassing. Zij zal de laatste bezoeker worden. We drinken een glas op de afsluiting, hebben het over de noodzaak om het model tekenen onder de knie te krijgen voor je goed abstract werk kunt werken. Ze geeft me weer energie om verder te gaan, maar eerst deze kunstroute opruimen.
Om zes uur sluit ik af. Het echte opruimen zal ik pas morgen doen. Ik heb Jan, de leraar tekenen, al verwittigd dat ik niet kom wegens te druk en te weinig energie.
Zowel Karel als ik kijken terug op vier intense zondagen. We zagen er beiden tegen op maar blijven met er een positief gevoel op terugkijken.
Mensen kunnen elkaar toch deugd doen.
Feestelijke opening tentoonstellingen Kumbe
Om de opening van de tentoonstellingen van Kumbe luister bij te zetten, heeft het danscentrum een optreden van Damba (dansers met bijzondere aandacht) aangeboden. Het is de groep van de jongvolwassenen die daarvoor zorgt. Er is ook nog een Damba groep met kinderen. Een vijftal jaren terug besliste Aike die groepen op te nemen in het aanbod van het danscentrum. Als studente was het reeds haar droom met een dergelijk groep te werken. En dan opeens is de mogelijkheid daar om te realiseren. Verschillende dansers die in aanmerking kwamen waren al opgenomen in een gewoon lesaanbod. Maar naarmate de kinderen opgroeiden bleken hun mogelijkheden toch te beperkt om met de andere kinderen door te groeien. Een bijzondere aanpak zou voor die kinderen en jongeren meer dansplezier betekenen en hun mogelijkheden op hun manier stimuleren. De Damba-groepen worden begeleid door twee docenten, die vooral pedagogisch sterk staan. Terwijl de ene juf een oefening leidt, probeert de andere juf kinderen die niet direct bij de les zijn te betrekken bij wat wordt aangeboden, legt materiaal klaar … Beiden docenten zijn mooi op elkaar ingespeeld. En vandaag gaan ze voor een gastoptreden zorgen.
De genodigden (ouders en vertegenwoordigers van de dagcentra) nemen plaats in de zaal en het feest kan beginnen. Even neem ik het woord om de kunstenaars te feliciteren, de ouders en dagcentra te danken voor hun vertrouwen en de dansers voor hun optreden.
Je ziet kinderen die van nature uit weinig bewegen, ineens stappen, huppelen, met de armen zwaaien en ondertussen meezingen met de liedjes. Het is genieten, ook voor ons. Ook Aike is er komen bijzitten. Die groep ligt haar nauw aan het hart. En als er iets te doen is wil ze er bij zijn om haar waardering uit te drukken. Later zal ik horen dat de dansschool zoveel betekent voor de kinderen. Want eens volwassen is het moeilijk voor zo’n kinderen om ergens aansluiting te vinden bij een groep buiten een dagcentrum om.
Na het optreden wacht ons cava en kinderchampagne. Bij het buitengaan zie ik een van de dansers (een meisje van 12-14 jaar?) de binnenkomende dansers begroeten met een high five. Wellicht zaten ze vorig jaar nog samen in de les. Het is mooi om zien hoe hartelijk en vanzelfsprekend dit gebeurt. Hoe verschillend is dit met het nieuwsgierig nastaren op straat. We kunnen veel leren van kinderen.
Omdat het zaterdagvoormiddag erg druk is met ouders en dansers kregen we een kleine ruimte toegewezen, waar we alleen zijn. De glazen staan al klaar en Aike haalt de drank uit de koelkast. Er wordt geklonken op de kunstenaars. Ook Jos van Terbank is naar het optreden komen kijken. Toen hij binnenkwam ging handen zwaaiend de lucht in: veel dan de dansers hebben les van hem gehad. Tijdens de kleine receptie hoor ik erg waarderende verhalen over zijn inzet, over zijn aanpak die tot mooie resultaten leidt, hoe hij zijn leerlingen echt graag ziet. Jos voelt zich wat bedremmeld tussen al die lofuitingen, ‘k denk dat hij liever in zijn atelier zit, nieuwe ontwerpen met zijn kinderen uit te proberen.
David (vijfendertig jaar) en zijn ouders staan er stralend bij: wie had ooit gedacht dat de werkjes die David maakte ooit in een tentoonstelling zouden te zien zijn. En zoals alle ouders hier aanwezig: ze zijn erg fier op hun kind. Alleen wordt een probleem stilaan urgent: wat wanneer ze niet meer voor hem kunnen zorgen? Hij gaat nu een paar dagen per week naar een dagcentrum, maar elke avond komt hij naar huis. Hij staat op een wachtlijst … maar die is zo ontzettend lang. ’t Zou beter zijn als er nu een definitieve plaatsing kon gebeuren, dan kan David er aan wennen terwijl zijn ouders nog leven. Maar er zijn situaties waarbij de opvang meer dringt. Hier worden de gekende wachtlijsten uit het nieuws ineens zeer concreet.
Stilaan vertrekt iedereen. Karel en ik wassen de glazen en Aike vraagt of ik een verslag kan schrijven voor ‘ARTRA’, het boekje van de dansschool dat om de drie maanden verschijnt. Dat beloof ik, ik zal het met veel plezier doen.

