Uit de symbiose met de moeder
Iedereen is geboren uit een vrouw, tot nu toe een vaststaande zekerheid. In een intense symbiose met het lichaam van de moeder ontwikkelt zich gedurende negen maanden vanuit een zaadcel en een eicel het wonder van een mens. Bij de geboorte wordt het kind een wereld in geduwd die al of niet voldoet aan de vele noden van een totaal afhankelijk wezen. Wellicht zijn er warme zorgzame armen die een kind opvangen, moeder, vader, familie … hopelijk allemaal mensen die blij zijn met de komst van het kind. Zij krijgen als taak het kind tot volwassenheid te laten groeien; het kind krijgt als opdracht uit de beveiliging van het aangeboden nest weg te trekken en een eigen plaats in de wereld te veroveren. Geen gemakkelijke opgave, noch voor het kind, noch voor de volwassenen, daarvoor hoef je maar te luisteren naar de vele levensverhalen
Aanvankelijk leert het kind de wereld interpreteren volgens de opvattingen van de ouders. Het kind imiteert zijn ouders, wat vaak tot ontroerende taferelen leidt. Het leert de wereld in woorden vatten volgens het interpretatiemodel van de omgeving. Zo zal de wereld van een kind in een zeer gelovig milieu anders geformuleerd worden dan van een kind uit een atheïstisch milieu, de wereld van een stadskind verschilt grondig van de wereld van een kind uit een agrarische dorpsgemeenschap.
Stilaan krijgt het kind vertrouwen in zichzelf: het leert lopen, zonder begeleiding op een trap klimmen, het leert zwemmen, met mes en vork eten. Terwijl het groeit, handelt, ervaringen opdoet en verwerkt vormen zich patronen in het voelen, denken, handelen. Door confrontatie met de wereld rond zich wordt het kind stilaan bewust van zijn eigenheid. Er ontstaat een eigen, innerlijke wereld en een buitenwereld, waartoe ook die van de moeder, de ouderlijke omgeving, de vertrouwde wereld van het kind-zijn behoort. Die buitenwereld als niet-eigen ervaren is vaak een pijnlijke confrontatie. Het zet een vorm van rouwproces in gang: het verlies van een afhankelijk bestaan. Ieder kan met zijn persoonlijke herinneringen die losmaking illustreren. De gevoelens van verdriet, vreugde, woede, angst, opstandigheid die de weg van zelfstandig worden markeren blijven vaak duidelijk hangen in het geheugen. Het plotse opkomend besef ‘gescheiden’ te bestaan van je ouders laat vaak een diepe indruk na. In problematische situaties wordt dit erg duidelijk. Kinderen die slachtoffer werden van seksueel misbruik beseffen vaak niet dat er iets gebeurde dat ‘niet mocht’. Ze ondergingen het misbruik als iets dat er bij hoorde. Pas later zullen ze tot het besef komen dat ze ‘slachtoffer’ werden van misbruik.
Hoe zet je die soort bedenkingen om in iets visueels, in een tekening, een doek? Ik wou vooral de kwetsbaarheid van een kind weergeven, hoe het vanuit die kwetsbaarheid een zelfstandig bestaan moet veroveren. Tot het beeld van een kinderhemdje opkwam. Dat kon vrij abstract verwerkt worden. Van daaruit vertrok ik: mijn eerste ontwerp kreeg vorm.





