Maandag voor het optreden
Maandag, de eerste vakantiedag, wordt het hard werken in het danscentrum: alles moet verhuisd worden naar de sporthal: zowat de hele inboedel van het cafetaria van het danscentrum, de vele kledingrekken, schmink- en kapgerief, vuilniszakken, de hele keukenuitrusting, het naaigerief, strijkijzer … De verschillende firma’s leveren hun bestelling: elementen voor podium en tribune, licht- en geluidsinstallatie. Moet je je inbeelden dat er een lege sporthal gehuurd wordt en dat je daar dan een podium opbouwt, zitplaatsen klaarmaakt, zorgt dat er een goede klank geproduceerd wordt, zorgt dat het licht de juiste effecten teweeg brengt, een opvang achter de schermen organiseert voor de 400 kinderen, een artiestenbar installeert waar de vele (185) medewerkers kunnen eten en drinken, een bar voor de toeschouwers klaar maakt, waar ze voor, tussen en na het optreden iets kunnen drinken … een nachtmerrie als je er aan denkt. Gelukkig zijn de meesten geroutineerde medewerkers die al jaren mee zorg dragen voor een geslaagd optreden. Velen nemen zelfs een paar dagen vakantie: ze willen erbij zijn want meedraaien in de vrijwilligersploeg is ook een vorm van feest vieren. Mensen leren elkaar kennen, worden vrienden en vinden het heerlijk om op zo’n manier iets voor hun kinderen te doen.
De elementen voor de opbouw van het podium en de zitplaatsen komen van Stageco, de firma die gegroeid is uit Torhout-Werchter dat evolueerde tot Rock-Werchter. Dat dubbelfestival begon als een minifestival van de Chiro in Werchter onder inspiratie en uitvoering van Herman Schuermans, nog altijd de grote man achter Stageco. Nu is die firma op wereldvlak gekend. De licht- en geluidsinstallatie komt van EML , een zusterfirma Stageco, met als grote man achter de schermen … Herman Schuermans. Omdat de elektriciteitstoevoer van de sporthal onvoldoende is, wordt extra stroom door een generator opgewekt. Deze generator wordt gehuurd bij de firma Powershop, met als grote man achter de schermen, inderdaad …. Blijkbaar stapte Herman Schuermans van Chiro naar giro over.
De elementen voor het podium en zittribune, licht en geluid worden door de firma aangeleverd. Nu komen de mannen en vrouwen met twee rechterhanden in actie. Eerst wordt licht en geluid uitgeprobeerd. Zoals vorige jaren zullen de onafscheidelijke broers Ketels daar voor zorgen: Jacob zit zoals altijd aan het licht, Andreas staat in voor het geluid. Bij het optreden zelf wordt hij vervangen door Philippe Poppe.
Vanaf dinsdag beginnen de repetities voor de dansers. Iedereen is verwittigd om welk uur ze er moeten zijn. Nu wordt het menens. Achter de scène zijn vrijwilligers druk bezig met hun taak: opvang van de kleinsten, de verschillende groepen op tijd naar de wachtruimte voor de scène brengen terwijl de toneelmeesters (vr.) aan de hand van het draaiboek de juiste opvolging verzekeren. Zo wordt nagegaan of alles vlot in elkaar loopt, of er zich ergens achter de schermen problemen voordoen. Maar alles verloopt zoals gepland: de voorbereidingen waren grondig en de medewerkers kennen hun opdracht.
Wanneer woensdagnacht de lichten uitgaan, begint het aftellen naar donderdagavond.
een laatste blik op de grote zaal: tot gisteravond werd hier gerepeteerd. De zijkant van die zaal kan opengeschoven worden, zodat men de dansers als het ware op een podium aan het werk ziet
de fluorescerende linten worden met veiligheidsspelden op de finale-kleding aangebracht, daar zullen ze het effect van bretels of een das oproepen.
een vierhonderd dansers moeten gekleed worden én voor hun dans én voor de finale, sommigen verwisselen soms verschillende malen per optreden van verpakking … alles moet tot in de puntjes voorbereid worden want tijd en ruimte voor improvisatie is er niet.
de kledij wordt per dans en per cast opgehangen. Bordjes duiden aan waarover het gaat. De accessoires gaan mee in grote zakken;
Zie daar komt ... de wervelende show 'Mash up movies'


Ja, in 2012 zou er weer een optreden komen van de Dansschool Aike Raes. Af en toe hoorde ik wel eens een opmerking in die richting. Meestal wordt er gewerkt achter de schermen van het bureau van Carlo: een zaal vinden en vastleggen, decoropbouw organiseren, lichtopbouw, geluidsinstallatie … Maar Carlo kent het klappen van de zweep. De afspraken met betrokken firma’s worden vastgelegd, de medewerkers die al jaren meedraaien worden opnieuw opgenomen in de crew. Het loopt zijn gangetje wel tussen de ander activiteiten die voorrang eisen … en waar heeft Aike dat fotoapparaat weer gelegd?
Na Nieuwjaar kwam er meer beweging: de kaders met de affiches van de voorbije optredens worden van de muur gehaakt en vervangen door lijsten met namen van kinderen. Gevraagd wordt om die lijsten na te kijken:staat iedereen er op, krijgt iedereen de juiste cast toebedeeld (de jongsten zijn verdeeld over twee casts zodat ze drie optredens kunnen meedansen, wat al een hele belevenis is en veel energie eist), kan iedereen meedoen met het optreden op de gestelde datum? Daarna verschijnen de lijsten met vragen naar vrijwilligers. Wie wil meedraaien voor naaiwerk, opbouw decor, schminken en haarverzorging van de dansers, verhuis, begeleiding van 400 kinderen en jongeren tijdens zes optreden … En toch, de lijsten geraken vol, meer dan 180 m/vr bieden zich aan.
Er lijkt ook wat meer beweging te komen bij de kledingafdeling. Kledingrekken verschijnen met de eerste ontwerpen en uitvoeringen ervan.
Naarmate de weken voorbijgaan verschijnen er rekken op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen: het danscentrum geraakt vol. Gelukkig is het weer de laatste weken van de partij: de eerste zonnestralen lokken mensen naar buiten om in het zonnetje te genieten van koffie, frisdrank of een lekker biertje, tijdens het wachten op zoon of dochter. De stemming zit er in, het zal weer een spetterende show worden.
Tot die 13 maart komt: als een bom treft het nieuws van het busongeluk in Sierre het danscentrum. Ineens is het optreden verdwenen en gaat alle aandacht naar de getroffen kinderen en hun familie. Heel intens leeft het danscentrum mee. Volwassenen zijn met hun aandacht bij de doden en gekwetsten, kinderen schrijven hun meeleven uit in woorden en tekeningen om ze in een doos mee te geven naar het betreffende kind of familie. Pas als de dozen overgedragen zijn aan de geadresseerden kon het danscentrum opnieuw wat ademen. Om emotioneel terug te starten wordt het optreden opgedragen aan de betrokkenen en hun familie.
Zo wordt er weer flink tegen aan gegaan. De paasvakantie zit er aan te komen. In de verschillende doorlopen proberen de docenten tot een vlotte opeenvolging te komen: opkomende dansers verglijden in het geharrewar van dansers die achter de schermen verdwijnen. Extra oefentijden worden georganiseerd: iedereen wil ‘klaar’ zijn voor het optreden.
Weer vijf dagen later ...
15 april 2012
Het is een drukke bedoening in onze tuin: vogels, vooral duiven, vliegen af en aan om stokjes, grassprietjes, mos te verzamelen om hun nest te bouwen. Aan de straatkant is het een andere drukte: mobilhomes (dat tweede huis op wielen) rijden, na hopelijk een deugddoende vakantie, weer naar huis, weer naar de routine. Natuur en cultuur tegenover elkaar … maar is een nest niet een stukje cultuur, door de genen aangeleverd en is reizen met een mobilhome geen restje dat overblijft van de mens als verzamelaar en jager?
Maar ondertussen groeit de rabarber naar hartenlust en begint de blauwe regen te ontbotten: het zachte purper van de trossen laat zich reeds vermoeden. Deze lentetekens steken dan af tegenover de bruine sparappels die, verwijzend naar herfst en winter, nog in overvloed, bijna wellustig aan de takken hangen.
Vandaag sluit de paasvakantie af. Ik ben gelukkig met de voorbije dagen: het optreden is goed verlopen, het beloofde verslag voor ARTRA, het viermaandelijkse tijdschriftje van het danscentrum, is net afgeraakt en zal wellicht eerst als blog verschijnen … nu zou er voor mij nog een weekje vakantie mogen aangebreid worden om de ideeën uit te werken die ik zou willen uitschilderen. Toch denk ik eerst wat te strijken, ook dat moet gebeuren. Ook het strijken is een creatief gebeuren. Of alles vouwloos vanonder het strijkijzer komt is niet mijn directe bekommernis. Maar ondertussen luister ik naar muziek en kan ik met aandacht het nieuws volgen. Als criminologe vind ik de laatste tijd wel mijn gading. Hoe vaak heeft men reeds een staking gevoerd voor meer veiligheid binnen de gevangenismuren, hoe vaak heeft men al meer personeel beloofd. Telkens als gevangenen ontsnappen krijgen deze problemen weer onze volle aandacht. Maar kan men gevangenissen zo beveiligen dat ze geen enkele kans tot ontsnapping bieden? Misschien, maar dat zal een onleefbaar klimaat scheppen en wat zijn de consequenties? Enerzijds worden gevangenen zo ‘tijdbommen’ die uiteindelijk nog meer risico voor het personeel inhouden en anderzijds, zijn wij bereid meer belastingen te betalen voor ‘criminelen’, dit uitschot van de samenleving, door naast elke gevangene een bewaker te installeren? Een deel van de gevangenen hebben altijd gepoogd te ontsnappen, meestal zwaar gestraften, hoe minder te verliezen hoe meer risico men wil nemen, en zij zullen blijven dromen dit te doen en daarvoor ‘routes’ uitproberen. Als ik mensen hoor praten lijkt het dat ze dromen van een samenleving zonder criminaliteit. Heeft dat ooit bestaan? Het is een illusie. Criminaliteit is de tegenhanger van de wetgeving. Er zullen altijd mensen zijn die tegen de normering van wetten ingaan, die zich niet kunnen onderwerpen aan het ‘burgerlijk’ samenleven. Of het nu om druggebruikers gaat of ramkrakers, seksuele delinquenten of moordenaars, handtasdieven of witteboord criminelen … tot het overschrijden van de snelheidsbeperking op de weg: de wet zal vaak meer als een hinderpaal gezien worden i.p.v. een organiserend middel in een samenleving.
Het overschrijden van de wet zit in de mens ingebakken, alleen willen we dit niet geweten hebben, het zijn steeds ‘de anderen’ die zich daaraan bezondigen. Het ligt allemaal zo ver van ons bed tot we als slachtoffer geconfronteerd worden met die problematiek. Dan voelen we ons zeer tekort gedaan en wellicht wraakzuchtig: de straf kan niet zwaar genoeg zijn. We moeten het doen met een onvolmaakt rechtssysteem, zijn verontwaardigd als iets fout loop. Binnen kort zijn het verkiezingen, waarom kan dit geen thema worden zonder dat het gekoppeld wordt aan een racistisch getint gedachtegoed? Of beperken we ons tot brood en beleg op ‘onze’ tafel?
Het protest
Protest zit hem soms in een kleine hoek, vooral het individueel protest om duidelijk te maken dat het leven niet verloopt zoals men het wenst. Een baby die om eten vraagt en steeds luider zijn eisen kracht bij stelt is daarvan een voorbeeld van. In weeshuizen (vb. India) krijgen de kinderen die het luidst om eten schreeuwen en wellicht de meest levenskrachtige kinderen zijn het eerst te eten, waardoor hun levenskracht bevestigd wordt en toeneemt. Die kinderen komen ook in aanmerking voor adoptie; kinderen die te zwak zijn door bv. te sterke ondervoeding blijven nogal eens in het thuisland, omdat sterke ondervoeding vaak problemen geeft op allerlei vlakken bij het opgroeien.
Individueel protest kan sterkere vormen aannemen. Op een bidbank van een klooster waren de woorden: ik ga niet meer naar mijn baas gekerfd. Het verhaal er achter ken ik niet, maar om met een mes in hout te kerven moet de bewogenheid diep zitten. Liever in hout dan in een mens denk ik dan. Een meer gekende vorm van individueel protest is de zelfverbranding bij Oosterse monniken. Zij stellen ook duidelijk waarom ze de dood ingaan.
De vele vormen van gezamenlijk protest kleurt de geschiedenis, hoewel dit niet altijd in de geschiedenisboeken is terug te vinden. Gandhi die met zijn vorm van protest, nl. burgerlijke ongehoorzaamheid, de wereld in beroering bracht is in de Indiase geschiedenis en die van de kolonisator Engeland niet weg te denken. Machteloosheid wordt kracht als men afziet van agressie en zich innerlijk zo opstelt dat men niets meer te verliezen heeft, ook zijn vrijheid, ook zijn leven niet. Toch heeft Gandhi zelf gezegd dat zonder een tegenaanval van de geallieerden de nazi’s en hun waanzin niet overwonnen konden worden. Blijft mij de vraag: wat doen we daar in het Oosten. Zijn we zo naïef te denken dat we daar de democratie gaan brengen? Of lokt de olie ons naar buiten?
Vroeger stapte ik nogal eens mee in betogingen, vb.tegen atoomwapens of de witte mars. Nu blijft mijn protest beperkt tot het toetsenbord van mijn pc en af en toe een schilderij. Maar in de gesprekken blijf ik mijn ‘neen’ gestand en wil ik vooral vrouwen aanmoedigen bewust te worden van hun situatie en als het moet er iets aan te doen.
Het gesprek
Een gesprek is wellicht de meest voorkomende vorm van communicatie. Soms praat men uit beleefdheid of om de tijd door te komen of omdat men niet weet wat zeggen of om zakelijke of andere mededelingen te doen, om zijn hart te luchten, om te roddelen, om de stilte te doorbreken, om …
Soms wil men in een gesprek zichzelf kenbaar maken, m.a.w. het risico nemen om de kwetsbaarheid van mens-zijn in te gaan.
Toen nodigde ik ze uit voor een koffie: jong, verward, niet meer wetend waarheen met haar leven. Haar verhaal kwam er haperend en zoekend naar woorden uit, maar was niet meer te stuiten; voor de eerste keer vertelde ze over haar vader, het seksuele misbruik, nergens kon ze terecht. Ze kwam uit een nette familie, gezien in het dorp, wekelijks naar de mis.
Hoeveel verhalen heb ik zo beluisterd? Het was zowat 25 jaren terug. Het seksuele misbruik was nog geen item in het maatschappelijk gebeuren. Hoogstens kwam dit wel eens voor in gedegenereerde families, bij de laagste sociale klasse. Helaas weten we nu beter.
Eerst zochten vrouwen (en mannen) elkaar op om over hun ervaren te praten, om er woorden voor te vinden. Daardoor werden ze bewust van zichzelf, wat misbruik verwoest had in hun leven, kregen ze moed om dat verdomde leven weer in eigen hand te nemen. Vriendschapsbanden ontstonden die op moeilijke momenten uitkomst boden tegen de dreiging van zelfdoding. Soms was de dood toch sterker.
Het was de periode dat de praatgroepen opgang maakten. Die praatgroepen gaven vaak accenten die professionele hulp niet kon bieden. Het ervaren van solidariteit, waardering door de anderen, het inzicht niet alleen te staan, de kracht die ontmoeting schenkt. Vaak ziet men een goede samenwerking tussen praatgroepen en de professionele hulpverleners: ze verrijken elkaar.
Passie als lijden
150412 Passie als lijden
Niet elke dag reikt de extase van de passie aan. Telkens moet je terugkeren naar een realiteit die eisen stelt. Soms met een innerlijke wereld die verscheurd wordt door onverwerkte ervaringen. Toch moeten examens afgelegd, kinderen verzorgd, werken gaan voor brood en beleg. Hoe krijg je je, tussen het koken en de was, jezelf weer tot eenheid?
Uiterlijk laat je de ontreddering niet zien die zich manifesteert. Integendeel. Je neemt deel aan de maatschappij en probeert daarin een eigen plaats te vinden, vaak met inlevering van mogelijkheden. Wie acht uur werkt, kinderen groot brengt, maatschappelijk geëngageerd is … heeft niet veel energie over om dan nog een hoekje te vinden om bv. te tekenen, een muziekinstrument te bespelen.
Hooglied (Asma asmaton 1969) is een van de mooiste liederen die de pijn van de realiteit uitzingt. De oorspronkelijk tekstschrijver is Iakovos Kambanelis (1922-2011) een overlevende van Mauthausen, de vertaling is van Lennaert Nijgh. Het is een interpretatie van het Bijbelse Hooglied door de ogen van een vrouw in een concentratiekamp onder de Nazi’s. Mikis Theodorakis zorgde voor de onvergetelijke muziek. Met de stem van Liesbeth List dringt met dit lied doorheen elke porie van je lijf
Hooglied
O mijn liefde is zoeter dan honing is
Zoals een bloem het zonlicht het liefste is
Zo lief is hij mij die mijn koning is
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar er is niemand die dit weet
Ik heb hem lief
O meisjes van Auschwitz
O meisjes van Dachau
Vertel mij toch waar mijn liefste is
Vertel mij toch waar mijn liefste is
Vertel mij toch waar hij is
Ik heb hem lief
We hebben hem vandaag voorbij zien komen
Vanwaar hij kwam, kan hij nog dromen
Maar niemand weet waarheen hij gaan zal
O mijn liefde die alles verwarmen kan
Zoals mijn hoofd rust in zijn linkerhand
Zoals zijn rechter mij omarmen kan
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar er is niemand die dit weet
Ik heb hem lief
O meisjes van Mauthausen
O meisjes van Belsen
Vertel mij toch waar mijn liefste is
Vertel mij toch waar mijn liefste is
Vertel mij toch waar hij is
Ik heb hem lief
We hebben hem een gele ster zien dragen
Hij kreeg hier geen antwoord op zijn vragen
En nooit zal hij hier een antwoord krijgen
O mijn liefde die alles verwarmen kan
Zoals mijn hoofd rust in zijn linkerhand
Zoals zijn rechter mij omarmen kan
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar niemand weet dat hij mijn liefste is
Ik heb hem lief maar er is niemand die dit weet
Ik heb hem lief
Passie als extase
Achttien zijn, nog niet meer van de wereld ervaren hebben dan studeren in een pensionaat (nu in Eeklo, waar ik goede herinneringen aan bewaar), het jaarlijkse kamp met de jeugdbeweging (waar ik naar uitkeek) het dorp waar we woonden (buiten wat ratelende boerenkarren en voetstappen van smokkelaars in de sneeuw niets dat de aandacht trok) en het gezin waar voor een opgroeiend meisje niet veel anders viel te rapen dan hard meewerken en wat tijd om te lezen.
Achttien zijn en plots op de radio het ‘Non, rien de rien’ van Piaf horen. Als een bliksem sloeg het bij mij binnen. Ineens wist ik: dat lied droeg de wereld van passie in zich. Ik kon dat toen nog zo niet benoemen, waar zou je immers die woorden geleerd hebben. Maar het verwees naar een wereld die in mij aanwezig was, geheim moest gehouden worden want het strookte niet met de heersende opvattingen. Ik kende amper genoeg Frans om de betekenis van de woorden te snappen. Maar die stem sneed door de ruimte en plantte zich voor de rest van mijn leven in mijn bewustzijn.
Later, na lang genoeg geleefd te hebben, begreep ik ook de inhoud van die woorden. De dood van haar geliefde Marcel Cerdan heeft Piaf enorm aangegrepen en toch vindt ze de moed om op haar manier te zeggen dat ze herbegint, dat ze de pijn van het verleden vergeet en zonder verbittering weer de toekomst en nieuwe relaties aangaat.
Piaf gaf me door haar liederen gelegenheid om bewust te worden van de beperkte wereld van het fatsoen, het leven volgens ‘zo hoort het’, de heersende vooroordelen. Tot ik zelf de weg van de passie ging, voorbij de grenzen van fatsoen, niet meer levend volgens ‘zo hoort het’, op zoek naar een andere interpretatie. De jaren zestig kwamen ook Vlaanderen binnen met veel vernieuwingsdrang. Na vier jaren les gegeven te hebben vertrok ik naar Leuven: ik ging opnieuw studeren
Piaf vergezelde me op al mijn tochten, hield een bewustzijn in mij gaande dat uitkeek naar het grenzeloze. Ik leerde drinken: in de Expo ’58 cola, in Leuven alcohol, maar gelukkig bleef ik van de drugs. Met vrienden heroïsche discussies, tot laat in de nacht. Een wereld ging open. Ik leefde van diep uit mezelf.
Ter ere van Piaf voeg ik haar lied hier bij:
Non, Rien De Rien
Non, rien de rien, non je ne regrette de rien,
Ni le bien qu'on m'a fait, ni le mal, tout ca m'est bien egal
Non, rien de rien, non je ne regrette de rien
C'est payé, balayé, oublié, je me fous de passé
Avec mes souvenirs, j'ai allume le feu,
Mes chagrins, mes plaisirs, je n'ai plus besoin d'eux
Balayés mes amours avec leurs tremolos,
Balayés pour toujours, je repars a zero
Non, rien de rien, non je ne regrette de rien,
Ni le bien qu'on m'a fait, ni le mal, tout ca m'est bien egal
Non, rien de rien, non je ne regrette de rien
Car ma vie, car mes joies, aujourdhui, ca commence avec toi!
Het boek
In de normaalsschool te Sint-Niklaas beschikte elke klas over een kleine klasbibliotheek. Ik heb het nu over de jaren vijftig van vorige eeuw. Daarin zaten dan de geschikte boeken voor onze leeftijd. ’s Avonds, tijdens de avondstudie, mochten we ‘lezen’. Daar ik de meeste boeken nogal kinderachtig vond, probeerde ik leentjebuur te spelen bij iemand uit een hogere klas. Als het ontdekt werd … wee je gebeente.
Ik was en ben een verwoed lezer.
Zo herinner ik me nog de rondgang van de non met toezicht. Omdat ik zo verdiept was in mijn lectuur werd het boek van onder mijn neus weggenomen. Gelukkig kwam het uit onze bibliotheek: een verhaal van Karl May, met Winnetou als hoofdfiguur. Dat was het hoogste peil dat ons werd aangeboden. De rest waren meisjesboeken waar ze het steeds heerlijk vonden om ‘poffertjes’ te gaan eten. Ik heb nooit geweten wat ‘poffertjes’ waren, maar ik kon me wel de giechelgeluiden voorstellen die daarbij hoorden.
Nu denk ik: WOII was nog maar een paar jaren achter de rug … maar nergens kreeg ik daar informatie over. Thuis werd er in alle talen over gezwegen: de naoorlogse ervaringen waren te dramatisch. Soms kwam er wel eens iemand op bezoek die ‘zwart’ was en met leuren langs de deuren zijn brood moest verdienen. Moeder gaf hen altijd een uitgebreide broodmaaltijd en kocht wat garen of veters. Mijn beeld van ‘oorlog’ beperkte zich tot die momenten. Maar hoe alles in mekaar zat … nee.
Bij ons thuis werd verwoed gelezen. We beschikten over een kleine huisbibliotheek: boeken die verschenen bij het Davidsfonds. Die mochten we wel lezen. Daarnaast werd het leesvoer aangevuld uit de dorpsblibliotheek; daar werd ook volgens leeftijd geschift. Je mocht altijd boeken meenemen die voor een lagere leeftijd bestemd waren, maar nooit erboven. Vanaf 16 jaar mocht je al meer boeken meenemen voor volwassenen. Maar veel betekende dat ook niet. Dat zijn toestanden die nu verdwenen zijn. Wil iemand informatie: via internet is alles beschikbaar. Nu moet je zelf oordelen wat je met welke informatie doet.
Denkelijk is door de beperking van het leesaanbod mijn eigen bibliotheek ontstaan: ik ben nu vrij te lezen waar ik zin in heb, geen censuur meer.
Uit de symbiose
In vele vrouwenverhalen beluister ik vaak de thematiek van het moeilijk loskomen van de moeder, het realiseren van echt op eigen benen te kunnen staan. Hoe doen zij het nu met hun dochters, hun zonen?
Bij oudere vrouwen komen vaak schrijnende verhalen te voorschijn. Natuurlijk wordt dat ook bepaald door mijn houding: vrouwen voelen dat ze met hun verhaal bij mij terecht kunnen. Het ontroerende is dat elke vrouw dat op een eigen manier doet. Sommige hebben veel aanloopverhaal nodig om tot de kern van hun beleven te komen, anderen hebben zelf al veel nagedacht over hun ‘vroeger’ en komen onmiddellijk tot de verankering van hun pijn. Anderzijds leek het vroeger een evidentie dat een oudste (eventueel ook een andere in de rij) meisje de moeder vlug bijsprong in het meestal grote gezin. Het werd als zo’n evidentie beschouwd dat men dit ‘vermoederen’ van een kind niet eens in vraag stelde. Nu heeft men een benaming voor deze problematische situatie: ‘parentificatie’, het kind dat de plaats van de ouder in neemt. Nu gaat men er van uit dat een kind ‘kind’ moet kunnen zijn en niet de lasten van de volwassenen op zich moet nemen. Volwassenen moeten steun, vriendschap, hulp, seksueel beleven … zoeken bij andere volwassenen.
Kinderen kijken door de ogen van hun ouders naar de wereld. Racisme wordt doorgegeven aan tafel, in de warmte van een gezin. Het ‘geloof’, van welke aard ook, fanatiek beleden of zachtmoedig aanvaard, prent zich via de religieuze vieringen, uitspraken, morele opvattingen in het nog kneedbare bewustzijn van een kind. Wanneer een kind door ‘ervaring’ leert dat het gekleurde vriendje in de klas toch leuk is of dat de gesluierde vrouw vriendelijk lacht, komt het tot de ontdekking dat de ‘waarheid’ die thuis gehanteerd wordt niet zo waar is als beweerd. Wanneer het kind buitenshuis informatie krijgt waardoor goede eigenschappen niet alleen bij ‘hun’ godsdienst thuis horen, kan het zich vragen gaan stellen. Twijfel is de krachtige voedingsbodem om een eigen opvatting, interpretatie van de wereld rondom te ontwikkelen.
Hoe ging ik zelf niet stap na stap uit de warme beslotenheid, soms opgeslotenheid van thuis weg? Voor mij duurde het lang voor ik ontdekte dat er buiten het gezin nog een wereld bestond die anders kon benaderd worden dan met de vooringenomenheid, vooroordelen van thuis. En die vooroordelen waren maar een afspiegeling van het algemeen aanvaarde. Maar daarvoor moest ik eerst het leven in dat me confronteerde met een onbekende wereld van ervaringen, bedenkingen die niet klopte met wat ik eerst leerde.
Ineens weet ik wat ik als icoon ga gebruiken voor dit thema: een kinderhemdje als symbool voor de kwetsbaarheid van een kind.

